Zaterdag 02/07/2022

InterviewSportjournalisten

‘VTM heeft een deal met de voetbalbond. Kun je dan nog kritisch zijn tegenover de Rode Duivels?’

‘De prijs van de winnaar’ is het meest onzinnige en oneerlijke programma dat Canvas ooit gemaakt heeft.' Beeld Geert Van de Velde
‘De prijs van de winnaar’ is het meest onzinnige en oneerlijke programma dat Canvas ooit gemaakt heeft.'Beeld Geert Van de Velde

Wie 65 wordt, moet zwijgen. En dus verlaat Michel Wuyts (65) na het WK veldrijden in januari de openbare omroep VRT. Ook Frank Raes (67), al twee jaar in de extra tijd, vertrekt nu helemaal als presentator van Extra Time. Hans Vandeweghe (63), columnist bij De Morgen, legt dan weer zichzelf het zwijgen op – een beetje, toch. Drie tenoren fileren de sport en de journalistiek: ‘Ik, te chauvinistisch? So what?

Jan Hauspie

We hebben afgesproken in Antwerpen, thuisbasis van Raes. ‘Frank haalt altijd zijn slag thuis’, werpt Wuyts schamper op. Dat ook Vandeweghe is uitgenodigd, verrast beide pensioengerechtigde VRT-tenoren.

Michel Wuyts: “Zeg Hans, stop jij echt?”

Hans Vandeweghe: “Ik stop met reportages schrijven, maar niet met mijn columns. Zal ik maar meteen met de deur in huis vallen? In het voorjaar zat ik in de Sierra Nevada voor een interview met Wout van Aert. Om drie uur ’s nachts opgestaan om het vliegtuig te halen, daar begint het al mee. Maar toen mocht ik het hotel niet binnen. ‘Godverdomme, Wout’, zeg ik, ‘in België wonen we op 100 kilometer van elkaar!’ We zijn dan maar naar een caféterras gereden voor het interview. Na een halfuur merk ik dat mijn iPhone het begeven had. Ontploft in de zon, opname kwijt. Plots overviel het mij: hier heb ik geen zin meer in. Daar komt bij dat het op redacties steeds meer stikt van de chefs die overal een mening over hebben, ook over zaken waar ze geen kaas van gegeten hebben. Ook daar was ik klaar mee. Dus voortaan schrijf ik alleen nog columns en af en toe een analyse.”

In een interview met Knack zei je: ‘Sportjournalistiek wordt nooit meer zo leuk als ze geweest is.’ Is het minder leuk geworden?

Wuyts: “Néé.”

Frank Raes: “Vind ik ook niet. Maar mensen in de studio halen voor een programma als Extra Time? Dat is niet simpel meer. Maar goed, ook met vier analisten aan tafel kun je een goed programma maken. Laat zo’n voetballer maar voetballen, denk ik dan.”

Vandeweghe: “Het schrijven vind ik ook niet minder leuk geworden. Maar een deel van mijn opdracht was sporters interviewen. Dat heb ik een jaar voor mijn pensioen teruggegeven.”

Raes: “Is het nog mogelijk om bij Vincent Kompany of andere toppers te raken?”

Vandeweghe: “Voor VTM wel. Omdat ze ervoor betalen, natuurlijk (lacht).”

Wuyts: “Frank en ik zijn op zeker ogenblik voluit voor het vak van commentator gegaan. Maar ook dan wil je soms op informatiejacht, en dat is inderdaad een stuk moeilijker geworden. Al is het in het wielrennen nog altijd makkelijker dan in het voetbal: als ik Van Aert aan de lijn wil, krijg ik dat binnen een dag geregeld.”

Vandeweghe: “Met Toby Alderweireld lukt dat niet, terwijl dat ondertussen toch een B-voetballer geworden is.”

Raes: “Kevin De Bruyne of Eden Hazard hebben ons niet meer nodig. Zij hebben hun eigen kanalen om met de fans te communiceren. Zo’n tweetje in drie talen van Vincent Kompany, of een voetballer die wat speelgoed gaat afgeven aan zieke kindjes in een of ander ziekenhuis: wij, nieuwsmedia, nemen dat allemaal over.”

Wuyts: “De grote uitdaging voor zij die na ons komen, zal zijn om de verleiding te weerstaan om sporters naar de mond te praten.”

Vandeweghe: “Bonne chance! Nu al krijg je bakken shit over je heen als je ergens tegen ingaat. Na het WK wielrennen schreef ik dat Remco Evenepoel als een zot had gereden. De bagger die ik toen op de sociale media over mijn kop heb gekregen! Omdat mijn opinie niet paste in de pensée unique die door het team, de papa en de mama wordt gecreëerd.

“Ik heb ook nergens gelezen, terwijl journalisten dat toch zouden moeten weten, dat ze Mauri Vansevenant en Evenepoel tijdens de Olympische Spelen in Tokio uit elkaar hebben moeten halen, of er waren klappen gevallen. Zo hard liep Evenepoel naast zijn schoenen. ‘Gaan we ’t schrijven, gaan we ’t niet schrijven? Nee, toch liever niet, anders krijgen we die hele clan tegen ons.’”

Wuyts: “Toen onlangs de cross in Val di Sole in de sneeuw werd gereden, werd meteen geopperd om van het veldrijden een olympische wintersport te maken. Iedereen wordt nu in die richting gepusht, de lobbymachine draait, maar daar speel ik niet in mee.”

Vandeweghe: “We worden als journalisten steeds vaker in een bepaalde richting geduwd.”

Wuyts: “Gouden tijden zijn het voor trainers, dokters, familieleden, lieven en ex-vriendinnen. Omdat zij nog iets brengen wat sporters niet meer mogen of durven te zeggen.”

Raes: “Over de wedstrijd zelf gaat het steeds minder. In de maandagkranten lees je er niets meer over, omdat iedereen het zogezegd al heeft gezien. Ook tv is spannender dan vroeger, gelukkig maar, maar de nuance is weg. We schieten pas in gang als er doping of omkoping in het spel is. Vaak worden zulke verhalen dan nog gebracht door journalisten van buiten de sport.”

Is het niet veelzeggend dat het gros der sportjournalisten op zulke momenten niet thuis geeft?

Raes: “Wat zeg je nu: dat wij entertainers en geen journalisten zijn? Wij bevinden ons tussen journalistiek en entertainment.”

Vandeweghe: “Jullie verkópen sport, Frank en Michel, ik niet.”

Wuyts: “Wij zijn zo journalistiek mogelijke verkopers.”

Vandeweghe: “De algemene journalistiek is in de sport binnengedrongen in 1998, toen een bekend wielerjournalist tijdens de Tour weigerde om over het dopingschandaal bij Festina te schrijven: ‘Ik ben sportjournalist, geen apotheker.’ Die krant heeft toen enkele algemene journalisten ingevlogen en die zijn als gekken beginnen te schrijven. Gevolg: overdrijvingen die de zaak niet vooruithielpen.

“Een uitvloeisel daarvan vandaag is het meest onzinnige en oneerlijke programma dat Canvas ooit heeft gemaakt: De prijs van de winnaar. Ik beweer niet dat Gert Vande Broek geen machtsspelletjes speelt, maar wat de programmamakers gedaan hebben – vier volleybalsters samenbrengen en hen de coach met wie ze altijd boel hebben gehad laten afmaken – zou een echte sportjournalist nooit doen. Helaas willen veel sportjournalisten niet meer naar de achterkant van de sport kijken. Daardoor voelen anderen zich geroepen. Maar er zijn fouten gemaakt: er is geen kans tot wederwoord geboden. Pas toen alles klaar was, hebben ze Gert Vande Broek gebeld. Daar zijn intern harde woorden over gevallen bij de VRT.”

Hoe blij waren jullie, Frank en Michel?

Wuyts: “Ik sta 100 procent achter zulke programma’s. Alleen: er moet wederwoord zijn. Anders krijg je een kruisiging.”

Michel Wuyts: ‘Ik hoor José De Cauwer niet meer, maar ik had niks anders verwacht. Hij is een ex-renner: die vinden altijd een nieuwe kopman.’ Beeld Geert Van de Velde
Michel Wuyts: ‘Ik hoor José De Cauwer niet meer, maar ik had niks anders verwacht. Hij is een ex-renner: die vinden altijd een nieuwe kopman.’Beeld Geert Van de Velde

KERELTJE VAN 21

De prijs van de winnaar sloot aan bij de sporttrend van 2021: aandacht voor de kwetsbare kant van de topsporter.

Raes: “Kun je geen topprestatie meer leveren zonder dat er grenzen overschreden worden? Die vraag stel ik mij. Alex Ferguson gooide bij Manchester United ook met voetbalschoenen in de kleedkamer. Nieuw is het niet. Maar kun je dan geen resultaten boeken op een menselijker manier?”

Vandeweghe: “Er zijn verschillende coachingsstijlen. Ik heb zelf gevolleybald: ik heb coaches gehad die ik haatte, maar die mij ver kregen. En coaches die ik fantastisch vond als mens, maar van wie ik dacht: het trekt op niks.”

Raes: “Je mag niet alles op één hoop gooien. Bij Simone Biles en de Amerikaanse turnsters zijn er grenzen extreem overschreden: daar hebben verkrachtingen plaatsgevonden.”

Vandeweghe: “Naomi Osaka is een mooi voorbeeld van hoe de slinger is doorgeslagen. In haar Netflix-documentaire zie je hoe zij en haar zusje acht uur per dag moesten tennissen van hun vader: ‘And we loved it.’ Écht, acht uur per dag? Maar hét grote probleem is haar management. Wat Osaka allemaal moet doen: dat kind is gewoon overbevraagd! Is dat de schuld van de journalisten die haar een vraag stellen over haar backhand, waarna ze begint te huilen? Néé.”

Wuyts: “Ik sluit me aan bij Franks vraag: kun je op een softe manier de top bereiken?”

Vandeweghe: “Ja, in de zevenkamp. Dat is een B-sport geworden. Nafi Thiam is een supertalent, maar kenners schatten haar coach Roger Lespagnard niet hoog in.”

Wuyts: “Ik heb zelden iemand ongelukkiger gezien met een gouden medaille op de Spelen dan Nafi Thiam.”

Vandeweghe: “Die tranen… Kijk op haar Instagram: haar hele privéleven staat erop. Hondje gekocht, hondje opgevoed, hondje schijt, hondje gaat dood.”

Raes: “Dat wordt aangestuurd door een communicatiebureau: Thiam zelf zit niet graag op sociale media.”

Vandeweghe: “Voilà, dát is de kwaal: het management rond de atleten. Zíj zorgen voor de druk, niet de media: wij zijn juist bráver geworden.”

Hebben journalisten er toch geen handje van weg om hoge verwachtingen te creëren?

Raes: “Dat doen ze zelf.”

Vandeweghe: “Voor de olympische tijdrit kondigden Van Aert en Evenepoel in de kranten aan dat ze de medailles onder elkaar zouden verdelen. Dat draaide anders uit en ik tweette: ‘Zesde en negende: niet wat we hadden verwacht.’ Waarop Wout reageerde, op z’n Wouts: ‘Sorry, Hans.’ Maar als zij zelf verwachtingen creëren, mogen wij dan zeggen dat het tegenviel?”

Raes: “Als je een deal hebt met een mediagroep die de Giro vooraf omdoopt tot de Giro di Remco, zijn de verwachtingen natuurlijk zeer hoog. Nu, Wout heeft het al vaak waargemaakt ook.”

Vandeweghe (knikt): “Wout is een fantástische renner. Tijdens de olympische wegrit is hij in de zak gezet door Evenepoel: die begon veel te vroeg aan te vallen en moest voortijdig afstappen. Als hij rustig blijft, kan hij Van Aert op het eind nog helpen.”

Wuyts: “Klopt, maar ga maar eens in tegen het temperament van een kereltje van 21!”

Vandeweghe: “Temperament? Volgens mij spelen er andere belangen. Neem het WK: ik denk dat ze bij Deceuninck-QuickStep liever een andere wereldkampioen zagen dan Van Aert. Het is dan nog een ploegmaat geworden.”

Raes: “Julian Alaphilippe. Wie was dan de grote winnaar? Patrick Lefevere.”

Tijdens de olympische tijdrit voelde ik lichte ergernis opwellen bij de blinde verering voor Evenepoel bij jou en José De Cauwer, Michel.

Wuyts (verontwaardigd): “Daar doe ik niet aan mee!”

Vandeweghe: “Je mag me op mijn gezicht slaan, Michel, maar jullie commentaar op het WK voor junioren in 2018 (waar de jonge Evenepoel wereldkampioen werd, red.) vond ik overdreven.”

Wuyts: “Hij viel, stond recht, nam rustig de tijd om zijn fietscomputertje op te rapen, en haalde ze dan allemaal nog in: dat had ik nog nooit gezien! (Fel) Zal ik eens wat zeggen? Vader Evenepoel is mij dankbaar dat ik zijn zoon niet over het paard til.”

Raes: “Heeft die familie er niet juist hard aan meegewerkt om hem de hemel in te prijzen?”

Wuyts: “Nee, volgens mij zijn ze daar bevreesd voor.”

Vandeweghe: “Nou, iedereen die nog maar een zweem van kritiek in zijn vragen laat doorschemeren, wordt door hen op een heel vervelende manier bejegend. Het is het schoolvoorbeeld van een vader die het zelf niet heeft gemaakt in het wielrennen, een hypergetalenteerde zoon heeft en vervolgens het aloude ‘mijn kind, schoon kind’ huldigt. Zowel na de Spelen als na het WK, waar Remco Evenepoel zijn ploeg twee keer in de vernieling rijdt – of dom koerst, zo kun je ’t ook stellen – verdroegen die ouders geen greintje kritiek. Evenepoel heeft na het WK niet aan de teambespreking willen deelnemen. De mail waarin hij dat aan de bondscoach liet weten, heeft hij per ongeluk ‘reply to all’ verzonden: alle renners hebben hem ontvangen. Volgens mij ben ik niet de enige die dat weet. Alleen: het wordt wéér niet geschreven.”

Wuyts: “Erg ontgoochelend vond ik Evenepoels optreden in Extra Time Koers, na het WK. ‘Ik ga mijn kas leegrijden voor Van Aert’, had hij op voorhand gezegd. Dan moet je daar achteraf niet op terugkomen en komen vertellen dat je zelf had kunnen winnen.”

Vandeweghe: “Van Aert heeft het onlangs – eindelijk – toegegeven: het WK is te hard gemaakt. Door Evenepoel.”

Wuyts (fel): “Door de Fránsen vooral! Zij hebben de Belgen in de fout gedwongen, dát is de essentie van dat WK. Daar komt bij – dat geef ik toe – dat Evenepoel zich in de kijker heeft willen fietsen en laten zien wat hij allemaal kan.”

Vandeweghe (knikt): “Evenepoel is een voetbalspits op twee wielen. Hij ziet de goal en denkt: ik ga scoren!”

Wuyts: “Maar mij de vader van de hype noemen: dat aanvaard ik niet!”

Vandeweghe: “De gróótvader (lacht).”

Wuyts: “Ik ben heel voorzichtig, want het kan rap keren. Het ís trouwens al aan het keren. Van Aert heeft goede vrienden in het peloton. Nu is ook Tiesj Benoot naar zijn ploeg overgestapt. Die komt niet zomaar, hè.”

Vandeweghe: “Evenepoel heeft weinig medestanders. Dan win je niet veel, hoor.”

Veel Nederlandse wielerliefhebbers zijn de voorbije jaren voor jou en José De Cauwer naar de VRT overgelopen, Michel. Maar de laatste tijd zwol de kritiek aan dat jullie te chauvinistisch geworden waren.

Wuyts: “So what? Als Jasper Stuyven net naast het WK-podium valt, mag ik toch een zweem van ontgoocheling laten blijken? Anders vecht ik tegen mijn temperament. Hoe langer ik in dit vak zit, hoe meer ik ontdek dat ik helemaal niet bezig ben met iemands nationaliteit. Ik had een heel prettig nagevoel bij de zege van Mathieu van der Poel in de Amstel Gold Race. Trouwens, wie mij te chauvinistisch vindt, wil ik aanraden om eens naar een Franstalige zender te zappen.”

Hans Vandeweghe: ‘Tijdens de Spelen hebben ze Remco Evenepoel en Mauri Vansevenant uit elkaar moeten halen, of er waren klappen gevallen. Maar zoiets lees je nergens.’ Beeld Geert Van de Velde
Hans Vandeweghe: ‘Tijdens de Spelen hebben ze Remco Evenepoel en Mauri Vansevenant uit elkaar moeten halen, of er waren klappen gevallen. Maar zoiets lees je nergens.’Beeld Geert Van de Velde

Geen gat

Is televisie te veel entertainment en te weinig journalistiek geworden?

Raes: “Wij zijn verslaggevers. Natuurlijk zijn wij kritisch over wat wij zien: als een speler een rode kaart verdient, zeggen wij dat. Maar onderzoeken wat er zich bij Club Brugge binnenskamers afspeelt: dat is een ander soort journalistiek.”

Wuyts: “Het beeld is onze leidraad: wij doen het met wat we zien. Ik ben een storyteller. Toen de huidige chef sport aan het bewind kwam, heeft die weleens gezegd: wees een beetje voorzichtiger. Ik heb me daar nooit iets van aangetrokken.”

Vandeweghe: “Vergis je niet, die mannen van tv wéten veel. Maar als commentator kun je dat niet zeggen, of je wordt scheef bekeken. Ik verwijt jullie dat niet. Trouwens, het wielercommentaar is beter dan ooit. (Tot Wuyts) Ik heb het niet kunnen horen dat jullie tijdens de Tour niet ter plekke waren.”

Raes: “Het grote probleem is dat je in Vlaanderen maar twee grote mediagroepen meer hebt. Dat heeft tot een enorme verarming geleid en de polarisering aangescherpt. Niet goed.”

Vandeweghe: “De strijd tussen de mediagroepen in België wordt met de sport gevoerd. Er wordt de hele tijd tegen elkaar opgeboden. Eén van die groepen heeft nu zelfs een deal gesloten met de voetbalbond.”

Raes: “Dan ben je het clubblad van de bond geworden, hè. In Spanje bestaat dat ook: Marca (populaire sportkrant, red.) is van Real Madrid. Iedereen weet dat: zelfs als Barcelona de Champions League wint, staat op het eerste blad van Marca iemand van Real Madrid die op training zijn voet heeft verstuikt. Het probleem bij ons is dat de kijkers niet weten van die deal met DPG Media en de bond, waardoor Het Laatste Nieuws en VTM primeurs en interviews krijgen die anderen niet krijgen. Kun je dan nog kritisch zijn tegenover de Rode Duivels? Néén. Maar zij krijgen wel Eden Hazard in hun praatstoel, en wij niet.”

Vandeweghe: “Bij Het Laatste Nieuws worstelen ze nu heel hard met de positie van Roberto Martínez. Mediahuis (mediagroep van Het Nieuwsblad, red.) is wat dat betreft kritischer. Maar ja, DPG wil zijn interviews met Martínez liever niet op het spel zetten. Ik heb jarenlang in Nederland gewerkt: daar vroegen ze mij te schrijven wat ik vond dat ik moest schrijven. In België hebben journalisten quotes nodig.”

Wuyts: “Voor duiding is er Extra Time Koers. Maar ook dan moet je goed opletten wie je in het panel zet. Want ook daar zitten vriendjes van de hoofdrolspelers tussen. José De Cauwer is goed bevriend met Adrie van der Poel. Ik weet dat, dus is het aan mij om daar als commentator een tegenwicht te bieden.”

Raes: “Vermenging tussen de sport en de journalistiek is er altijd geweest. Karel Van Wijnendaele riep de Ronde van Vlaanderen in het leven, maar was een journalist van Sportwereld, de voorloper van Het Nieuwsblad.”

Vandeweghe: “En de Tour is uitgevonden door de krant L’Auto (het huidige L’Equipe, red.). Het is niet nieuw.”

Raes: “Maar schieten wij tekort? Want dit is nu wel een beetje de toon van dit interview aan het worden. Ik ben dat toontje ondertussen wel beu. Schrijf maar op, tussen haakjes: boos!”

Genoteerd, Frank!

Vandeweghe: “Ik schreef ooit het eerste verhaal over het nieuwe stadion van Club Brugge, dat er tussen haakjes nog altijd niet staat. ‘Het gaat er nooit komen’, schreef ik toen. Hun toenmalige algemeen directeur Filips Dhondt stuurde een recht van antwoord. Maar onder zijn mail hing een mail van mijn baas. Die had hem gemaild: ‘Stuur een recht van antwoord en maak hem maar eens goed af.’ Mijn baas was supporter van Club Brugge (lacht). Ik lach er nu wel mee, maar eigenlijk is dat niet om te lachen.”

Wuyts: “Ik schrijf al elf jaar columns voor Het Laatste Nieuws, maar heb nog nooit de wenk gekregen om voorzichtig te zijn.”

Vandeweghe: “Twee maanden geleden ontving ik een mail waarin ik, samen met mijn vrouw, werd uitgenodigd voor het Gymgala. Ik dacht: wat heb ik nu misdaan? (lacht) Maar ik wist het natuurlijk wel: ik had me relativerend uitgelaten over de mistoestanden in het turnen. Ik ben van de lijn dat topsport hard is: if you can’t stand the heat, get out of the kitchen.”

Raes: “Het ging wel om jonge kinderen.”

Vandeweghe (knikt): “Dat heb ik óók geschreven, al duizend keer: het ís kindermishandeling. Maar toch nodigde de turnbond mij uit: het toont aan hoe men vanuit de sport medestanders probeert te vinden bij de media.”

‘Er is veel te doen over mentale gezondheid van atleten. Hét grote probleem zijn de managementbureaus: zíj zorgen voor de druk, niet de media: wij zijn juist bráver geworden.’ Beeld Geert Van de Velde
‘Er is veel te doen over mentale gezondheid van atleten. Hét grote probleem zijn de managementbureaus: zíj zorgen voor de druk, niet de media: wij zijn juist bráver geworden.’Beeld Geert Van de Velde

Hoe is het vandaag gesteld met de sportjournalistiek?

Vandeweghe: “De journalisten van vandaag zijn getalenteerder dan vroeger, maar ze hebben de tijd niet meer om zich ergens in te verdiepen. Onlangs verscheen er een grafiek van alle snelste klimtijden. De beste twintig dateren allemaal van de jaren 90, Pogacar staat niet eens in de top 25. Toch blijven de kranten schrijven dat de renners nú rap klimmen. Ja, maar niet zo rap als Lance Armstrong, Alex Zülle of Bjarne Riis.”

Wuyts: “Er zijn er nu al die zeggen dat ze zich niet bezighouden met de cijfers en de feiten, want ‘dat slorpt te veel tijd op.’ Stuitend! Maar goed, zit het publiek daar nog op te wachten? Hebben we het al niet zo verkeerd opgevoed dat het alleen nog de smeuïge verhalen wil?”

Raes: “Van Max Verstappen willen we weten wanneer hij zijn lief voor het eerst heeft gekust op het strand van Copacabana. De journalistiek is te ver doorgeslagen naar de emo-kant.”

Jullie collega Eddy Demarez werd op non-actief gesteld nadat hij zich spottend had uitgelaten over de geaardheid en het uiterlijk van de Belgische basketbalvrouwen terwijl zijn microfoon, zonder dat hij het besefte, nog open stond.

Wuyts: “Onze beide moeders waren zussen. Eddy, Peter Vandenbempt en ik zijn in dezelfde straat opgegroeid.”

Vandeweghe: “Ik heb als journalist en man van een voormalig topsportster (Vandeweghes vrouw Miet Deckers was volleybalinternational, red.) heel veel moeite met zijn uitspraken. Bij Miet zaten ook een paar lesbiennes in de ploeg: so what? Toen ik met haar ging samenwonen, merkte een collega op dat ze wel erg brede schouders had. ‘Ja, maar geen gat’, antwoordde ik, ‘omdat ze een atlete is.’ Praten over een vrouwenlichaam zoals Eddy deed, is not done: het getuigt van een enorm gebrek aan journalistieke kennis. Maar zoals hij gevierendeeld is: dat was er ook ver over. De basketbalbond eiste zelfs zijn ontslag, ook al was dat een eenmansactie van slechts één speelster. Als mij zo’n heisa overkomt, sta ik op de rand van zelfmoord.”

Raes: “Plots zat de hele sportredactie van de VRT vol seksistische psychopaten. Wat een onzin: op geen enkele sportredactie werken zoveel vrouwen als bij Sporza. Ook in leidinggevende functies, trouwens: van de vier producers zijn er twee vrouwen.”

Wuyts: “Wat mij geweldig stoort, is dat Eddy aan de haak is gehangen door collega’s. Dat doe je niet.”

Nu heb je het over Karl Vannieuwkerke en Ruben Van Gucht.

Wuyts (onverstoord): “Eddy is door een onwaarschijnlijke hel gegaan. Hij durfde niet meer naar de bakker en sliep niet meer. Hij is zelfs een tijdje naar het buitenland gevlucht.”

Raes: “Zijn woorden zijn op geen enkele manier goed te praten. Maar die jongen moet wel nog een leven hebben. Ondertussen is hij weer aan het werk.”

Frank Raes: ‘VTM heeft een deal met de voetbalbond. Kun je dan nog kritisch zijn tegenover de Rode Duivels? Néén. Maar zij krijgen wel Eden Hazard in hun praatstoel, en wij niet.’ Beeld Geert Van de Velde
Frank Raes: ‘VTM heeft een deal met de voetbalbond. Kun je dan nog kritisch zijn tegenover de Rode Duivels? Néén. Maar zij krijgen wel Eden Hazard in hun praatstoel, en wij niet.’Beeld Geert Van de Velde

UITGEWOOND KOPPEL

Hoe ziet 2022 er voor jullie uit?

Wuyts: “Ik had een onderlinge overeenkomst om nog even door te gaan, zoals Frank. Maar daarmee is met de komst van de nieuwe CEO (Frederik Delaplace, red.) komaf gemaakt. Een jaar of vijf geleden had ik, mijn naderende pensioen indachtig, toenmalig hoofdredacteur Luc Van Langenhove al voorgesteld om mij iets op de radio te laten doen. Een voetbalwedstrijd verslaan, dat had ik nog wel willen doen. Maar Luc zag dat niet zitten: ‘Jouw wielerimago is te groot.’”

Vandeweghe: “Jij hebt toch wereldbekers gedaan?”

Wuyts: “Dríé! Die van 1994, 1998 en 2002. De eenzaamste job die er is.”

Raes: “Zwijg, ik heb er négen gedaan.”

Vandeweghe: “Ik heb alles gedaan, van atletiek tot zwemmen, van Azerbeidzjan tot Zimbabwe. Maar het ergste was het WK 2018 in Rusland, waar ik in een hotel zat dat eigenlijk een veredeld hoerenkot was, samen met de rest van de voetbaljournalisten. Die gasten konden alleen maar over onbenullige voetbalzaken praten. Te midden van die verdwazing is het eigenlijk begonnen. Ik besefte: dit wil ik niet meer.”

Raes: “Ik heb overal vrede mee. Ik lever nog commentaar bij Eleven, en ga voor Canvas meewerken aan een documentaire over het Heizeldrama. Mijn pensioen is twee jaar geleden geruisloos verlopen, maar omdat er nu enkele journalisten tegelijkertijd met pensioen gingen, ook op de nieuwsdienst, heeft de nieuwe leiding een lijn getrokken. Daarom stop ik nu ook.”

Wuyts: “De enige zekerheid die ik heb, is dat ik mijn column bij Het Laatste Nieuws verderzet. Ik heb links en rechts wel al gesprekken gevoerd, maar waar je ook binnenkomt: je vormt altijd een bedreiging voor anderen.”

Raes: “Dat heb ik ook meegemaakt: mensen beschermen hun positie.”

Zul jij Extra Time na twaalf jaar kunnen loslaten?

Raes: “Ja. Tegenwoordig loop je verloren tussen de voetbalpodcasts, maar wij waren de eerste voetbaltalkshow in Vlaanderen en hebben de norm gezet. Daar ben ik trots op. Iemand anders gaat het nu presenteren (Aster Nzeyimana, red.) en er komt een nieuw decor. Meer weet ik niet: ik word nergens meer bij betrokken, maar dat is ook normaal. Nu, ik heb een zoon van 13 en een fotowebsite: ik ga me niet vervelen.”

Wuyts: “Ik ben beginnen gravelrijden. Dat wordt mijn nieuwe leven, samen met mijn vrouw: zij rijdt fluks bergop.

“Ik treed ook op: onder begeleiding van enkele muzikanten vertel ik wielerverhalen. In maart hebben we vijftien voorstellingen. Daar ben ik wel mee in de weer. En met mijn ongelooflijk schone vrouw, natuurlijk – opschrijven, hè!”

Hans, in je inleiding op je eerder dit jaar verzamelde columns schreef je: ‘Ik verheug me op de dag dat ik weer mens kan worden.’

Vandeweghe: “Ik heb het thuis vaak gehoord: ‘Moest je dat nu weer zó opschrijven?’ Ik heb Miet mijn column over De prijs van de winnaar laten lezen. Gert Vande Broek was haar assistent-coach, bij Herentals. ‘Goeie column’, zei ze. Maar toen kreeg ik ruzie met de hoofdredactie, die er een zinnetje uit wilde. Mijn vrouw hoorde me schelden aan de telefoon, maar ik kan niet anders: ik moet mijn ding verdedigen. Met ‘weer mens worden’ bedoel ik dat ik meer grootvader kan zijn, meer man ook, en een beetje rustiger tegen de sport kan aankijken.”

Raes: “Ik ga niet meer veranderen (lacht).”

Vandeweghe: “Jij bént al een goed mens, Frank. Jou ken ik niet zo goed, Michel: ik herinner me vooral dat jij en José één keer erg kwaad op mij geweest zijn.”

Wuyts: “Je had geschreven dat wij een uitgewoond koppel waren. Dat is blijven hangen.”

Vandeweghe: “Ik vergiste mij af en toe, ik heb dat ook altijd toegegeven (lacht). Maar er waren soms wel kosten aan jullie, toch?”

Wuyts: “Professioneel kwamen wij uitstekend overeen, maar ik heb José na Parijs-Roubaix niet meer gehoord. Dat is raar, ja. Maar ik had het niet anders verwacht. José is een voormalige coureur: die vinden altijd een nieuwe kopman.”

Doet het pijn?

Wuyts: “Ik sta er weleens bij stil: tiens, ik hoor hem niet meer. Maar zo is het altijd geweest: ’s winters hoorde ik José nooit. Dan is Paul Herygers mijn partner in het veldrijden. Paul is de warmste mens die je je kunt voorstellen, hij zal me wel altijd blijven bellen.”

De Cauwer gaat straks vrolijk door als co-commentator bij de VRT.

Wuyts: “Hoe heeft mijn baas het ook weer geformuleerd? (denkt na) ‘José moet voor de continuïteit zorgen.’”

Vandeweghe (lacht): “Die uitspraak is al even erg als die van Eddy Demarez! (collectieve lachbui)”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234