Vrijdag 17/09/2021

De schaduwcoachFrederik De Backer

Vroeger deed je op een voetbalveld één ding, nu moet iedereen maar alles kunnen

Leonardo Spinazzola. Nog zo'n speler die het voor iedereen verpestte tot hij zijn achillespees scheurde. Beeld AP
Leonardo Spinazzola. Nog zo'n speler die het voor iedereen verpestte tot hij zijn achillespees scheurde.Beeld AP

Frederik De Backer ziet wat u niet ziet tijdens het EK. Vandaag: de polyvalente speler.

Als er twee voetballanden zijn die je werkelijk niets gunt, dan naast Nederland, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Portugal en Hongarije toch wel Italië en Spanje. Ofwel zijn ze te goed en zit je tandenknarsend in de zetel een kussen aan reepjes te scheuren, ofwel te slecht en dan kun je niet wachten om in je auto te stappen en een hele avond voor een lokaal restaurant te gaan staan toeteren. Met hun onleesbare menukaart en hun wél mooie vrouwen. Laat deze halve finale van de schande dan ook maar even links gelegen blijven, en ik het zoeklicht richten op een fenomeen dat al te lang in het duistere zwerk schuilgaat: de polyvalente speler.

Vroeger deed je op een voetbalveld één ding: een keeper keepte, een verdediger verdedigde, een middenvelder middenvelderde en een spits liep te zagen omdat hij de bal niet genoeg kreeg. In doel stond een jongen die niet kon voetballen. Een centrale verdediger was er een die voetballen noch keepen kon, een back een slechte centrale verdediger die derhalve de toegang tot het centrum was ontzegd. Een buitenspeler liep, een midmid liep vooral níét maar ‘las het spel’ (lees: had een buikje), en aanvallers zagen er goed uit. Mijn favoriet was de verdedigende middenvelder: een jongen die kwaad was en dat iedereen anderhalf uur lang eens goed ging lopen duidelijk maken.

Elke speler verklaarde zich stilzwijgend akkoord met deze rolverdeling, ook al had iedereen een hekel aan de spits, zij het niet half zoveel als de spits aan iedereen. En toen kwam Jan Polák.

Jan Polák was een Tsjech met een nekmat met wie men zich tussen 2007 en 2011 bij Anderlecht geen raad wist en dan maar een hele wedstrijd het veld liet afdraven. Na negentig minuten had je een geul van stip tot stip waar menig Canadees internaat alleen maar van kan dromen, en dus ging men hem ietwat inspiratieloos ‘box-to-box’-speler noemen. De eerste doodsreutel van het mondiale voetbal telde drie lettergrepen.

Op de flanken lopen nog slechts twee spelers, één links en één rechts. Twee spitsen? Een vage jeugdherinnering. Goed, tegenwoordig heb je dríé centrale verdedigers, maar van hen wordt wel verwacht dat ze mee oprukken. Sorry Birger, enkel Kompany’s komen er nog in. En ook een keeper moet meevoetballen – het idee alleen al.

Het is dezelfde saneerzucht die je ook in het bedrijfsleven terugvindt. Meer met minder. Iedereen moet maar alles kunnen, zodat de weinige middelen vooral kunnen worden besteed aan één ding. Het middenveld is de marketing van het voetbal. Het hele staketsel kraakt en piept, het bezwijkt onder zijn eigen takenpakket, maar een mooie pass in de diepte en de targets zijn weer bereikt.

Wat je bereikt is matig voetbal. En mijn auto staat bij de garagist.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234