Donderdag 06/05/2021

InterviewPeter Verbeke

‘Vincent Kompany is een geschenk voor de scouting’

Sportief directeur Peter Verbeke van Anderlecht belicht de do’s-and-don’ts van scouting in tijden van schaarste. ‘Wat hier in het Brusselse rondloopt aan talent, is ongezien.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Sportief directeur Peter Verbeke van Anderlecht belicht de do’s-and-don’ts van scouting in tijden van schaarste. ‘Wat hier in het Brusselse rondloopt aan talent, is ongezien.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Een halve eeuw geleden scheerde Anderlecht hoge Europese toppen met de Nederlanders Robbie Rensenbrink en Arie Haan, onbetwiste internationals van het kleinste grote voetballand ter wereld en twee keer World Cup-finalist. Vanaf de jaren tachtig trok dat kaliber wereldtoppers liever naar Italië of Spanje. Nog later naar Engeland en Duitsland.

Anderlecht concentreerde zich dan maar op de potentiële toppers bij andere Belgische clubs en haalde daar alles weg dat ook maar enigszins kon voetballen. Dat duurde tot begin deze eeuw. De vermolming van de Villa des Mauves was haast ongemerkt begonnen, en eerst aan de kop. Af en toe werd nog wel eens voor veel geld een topper de deur uitgedaan, maar de kostenstructuur overtrof al snel de inkomsten: Anderlecht werd een handelshuis dat de tering niet naar de nering had staan.

Toen miljardair Marc Coucke in 2017 verrassend de zaak mocht overnemen, trof hij een paar kasten met lijken aan, maar ging toch door op de oude manier. Dure spelers kwamen, kregen hoge contracten en mislukten. De put werd nog dieper. Coucke haalde ten einde raad een andere voorzitter, Wouter Vandenhaute, en – om een lang verhaal kort te maken – die haalde op zijn beurt Peter Verbeke en maakte hem sportief directeur.

Verbeke brak destijds een beginnende trainers­carrière en een wenkend doctoraat af toen hij door Club Brugge werd gevraagd om de scoutingcel te leiden. Dat deed hij vijf jaar, tot KAA Gent met een project kwam om hem in de opvolging van Michel Louwagie in te schakelen. Na anderhalf jaar in de Gentse schaduw haalde Vandenhaute hem naar Anderlecht.

Het is de donderdagochtend na de kwalificatie van Anderlecht voor play-off 1 als Verbeke tijd vrijmaakt op het trainingscentrum in Neerpede voor een babbel over zijn moeilijke, bijna onmogelijke job: goede en goedkope spelers vinden voor een veeleisende trainer met een technisch-tactisch hoogstaand project. Dit moet het eerste interview ooit zijn op een voetbalclub waarbij de geïnterviewde een presentatie heeft voorbereid met antwoorden op vragen die hij ook zelf stelt.

Peter Verbeke: “De eerste stap is de eigen kern analyseren. Hoe staan onze spelers ervoor: technisch, tactisch, maar ook fysiek, medisch en qua mentaliteit? Vervolgens maken we een profielschets van de speler die we willen: per positie beschrijven we zo gedetailleerd mogelijk waar we naar op zoek zijn.

“Tweede stap: de zoektocht begint. Stel nu dat Sambi Lokonga vertrekt en je hebt een opvolger nodig. De Premier League, de Serie A, La Liga, de Bundesliga zijn in principe voor ons onhaalbaar. In principe, want je hebt altijd spelers die daar op een zijspoor zitten en die zich opnieuw willen uitvinden. Dus kan je die opvolger over de hele wereld vinden, van Bogota tot Parijs. Daarvoor bestaat gespecialiseerde software.”

De gegevens uit Parijs zijn betrouwbaarder en completer dan die uit Bogota, toch?

“Niet noodzakelijk. De laatste vijf jaar is de markt van data- en scoutinggegevens ontploft. Wij halen data binnen van InStat en van Wyscout. De hele grote clubs sturen nog altijd hun scouts de hele wereld rond om zoveel mogelijk wedstrijden te bekijken, maar dat zijn uitzonderingen. Zij rekruteren ook alleen in de grote markten. Als wij scouts moeten uitsturen, zouden dat er honderd zijn, en we zijn maar met zeven.

“Wij moeten elke markt die interessant is voor ons filteren. Dan stel ik aan Laurenz Van Looveren en Dries Belaen, die onze scoutingcel coördineren, de vraag: wie in (noemt een land) zou de opvolger van Sambi Lokonga kunnen zijn? Via een eigen ontwikkeld algoritme krijgen we zo een aantal namen met een score. Ziehier de central midfielders in dat land…”

De speler die op één staat, is dat de top­prospect?

“Neen, want die staat maar met vijf wedstrijden in de statistiek, dus dat kan toeval zijn. De tweede heeft er achttien, dat is al beter, en er staan er ook in de lijst met veel meer wedstrijden. Met de nummer drie spreken we momenteel. Je mag zijn naam niet noemen.”

Peter Verbeke: ‘Vincent Kompany is een geschenk voor de scouting. Helemaal anders dan de trainers die ik eerder heb meegemaakt.’  Beeld Photo News
Peter Verbeke: ‘Vincent Kompany is een geschenk voor de scouting. Helemaal anders dan de trainers die ik eerder heb meegemaakt.’Beeld Photo News

Hoe weet u of hij in het systeem-Kompany past?

“Dat is inderdaad de volgende stap. Onze performance­data slaan op het technisch-tactische: hoeveel gelukte passes, hoeveel steals, hoeveel passes vooruit met enig risico? Het beste voorbeeld is Kevin De Bruyne. Die haalt nooit 90 procent gelukte passes, omdat veel ballen van De Bruyne met risico zijn getrapt. Die leiden wel vaak tot een doelpunt.”

Waar let u op bij een spits?

(Er verschijnt een XY-grafiek met alle spitsen van de Belgische competitie.) “Expected goals in combinatie met created chances. Met die twee parameters kun je goede spitsen van de minder goede onderscheiden. Naar de spelers in het vakje rechts­boven zijn wij op zoek. Dat is onze buy box. Wie zit daarin? De usual suspects in onze competitie: Sakala, Jaremtsjoek, Dost, Nmecha en Onuachu.

“Daarnaast gebruiken we nog een data­programma: SciSkill. Dat kijkt niet naar performance­data, maar vooral naar het cv van een speler. Een speler van zeventien jaar die dertig wedstrijden speelt bij Anderlecht, wordt vergeleken met anderen die dat hebben gepresteerd. Op basis daarvan gebeurt een voorspelling voor de carrière van die speler.”

Wat met de fysieke parameters?

“Dat is de volgende stap in het proces, de fysieke screening. De lijst van negentig spelers die wij dankzij Laurenz en zijn collega’s op onze radar krijgen, zijn potentieel interessant voor de vervanging van Sambi Lokonga. Of die data betrouwbaar zijn? Ik dacht het wel: het is bovendien een business die zichzelf continu verbetert.”

De vervanger van Lokonga moet hetzelfde risico in zijn spel durven te leggen en vooruit voetballen.

“Inderdaad, en daarvoor hebben we dan Wyscout. Als Vincent het belangrijk vindt dat zijn speler op die positie veel thru-passes kan geven (gedurfde passes naar voren die een aantal spelers uitschakelen, HV), dan kunnen wij die opvragen via de ­Wyscout-videotool. Twee mensen in onze organisatie zullen die lijst van negentig door een eerste videofilter gooien. Wij krijgen dan een serie beelden van acties van die speler na elkaar. Met dit programma kun je iemand van naaldje tot draadje analyseren. Onze lijst van negentig wordt zo herleid tot 45, en dan wordt het al interessanter.

“Vervolgens begint mijn job. We schrappen de spelers die we financieel nooit kunnen halen. Voor marktwaarde is Transfermarkt bijvoorbeeld een goede indicator, en meestal zijn ze in het echt nog iets duurder. Als de scouts zeggen dat ze een goede speler hebben gevonden van Basel, Kopenhagen of Young Boys Bern, met bovendien nog een lang contract, haak ik af: dat is in de huidige omstandigheden met onze financiële beperkingen niet de markt voor Anderlecht.

“Zo hou je er nog 25 over en gaan we weer video­scouten, maar in de diepte. Drie spelers per dag voor elk van de vier video­scouts worden zo intensief bekeken. Dat levert twaalf rapporten per dag op, en een antwoord op de vraag ‘kan die speler Lokonga vervangen?’.

U hebt de reputatie veel uit video en data te willen halen.

“Dat klopt, maar live­scouting – een speler daadwerkelijk zien bewegen over het veld, zien spelen in een ploeg, voor een ploeg, hem observeren – is nog steeds het allerbelangrijkste. Zeker als je een grote investering doet, moet je de speler een paar keer live kunnen zien. Wat dan weer erg lastig is in tijden van corona.

“Om inlichtingen in te winnen over hoe een speler functioneert, kun je ook mensen bellen. Daarvoor doe je een beroep op je netwerk. Spelers, makelaars, trainers, clubbestuurders die de mentaliteit van de speler kunnen typeren. Het is goed te horen als een speler die wij op het oog hebben mentaal sterk blijkt, een winner, iemand die er altijd voor gaat.”

Dan weet u nog altijd niet welke motor er onder de kap zit.

“Precies, de maximale zuurstofopname is uiteindelijk de holy grail en die data zijn niet beschikbaar. Via de Pro League hebben we wel een deal met nog een ander databedrijf, Stats, en die leveren data over fysieke prestaties zoals sprinten met hoge intensiteit, aantal afgelegde kilometers per wedstrijd en dergelijke meer.

“Wat Lior Refaelov betreft, hebben wij eerst onderzocht of hij meekon in het spel van Anderlecht als tweede spits of als pocket­speler. Onze normen zijn anders op die positie dan die van Antwerp. Dat bleek oké, dus hebben we hem een contractvoorstel gedaan. De fysieke data van Dieumerci Mbokani, die heel weinig loopt, zouden dan weer moeilijker te verzoenen zijn met onze benchmarks.”

Inspannings­testen lijken onvermijdelijk voor spelers die men niet goed kent.

“Uiteraard. Sinds ik hier ben, test Anderlecht uitgebreider dan ooit. Ik keur makkelijk iemand af op basis van fysieke testen. Vervelend soms, want die speler is hier dan en denkt dat hij een contract kan tekenen, zoals laatst een achttienjarige buitenlander. Maar met een VO2 max van 42 ben je niks in het voetbal van vandaag, hoe goed hij misschien ook kan voetballen. Hij kon eveneens naar Franse topclubs, maar als hij daar wordt getest, zullen die hetzelfde concluderen. Tenzij de makelaar de technisch of sportief directeur omkoopt, want dat gebeurt ook.

“Wij hebben een deal met het UZ in Gent, waar ze een heel grote database ter beschikking hebben om te vergelijken met andere spelers. Biomechanisch, coördinatorisch, de speler wordt van onder tot boven ontleed, vooral om te zien waar de werkpunten liggen. Hier op Neerpede leggen we de speler ook onder de scanner om het vetgehalte te bepalen, en mag hij op bezoek bij onze sport­psycholoog.”

Komt het door die financiële beperkingen dat Anderlecht zo rigoureus scout?

“Ook. Maar alle clubs hebben daar baat bij. Als je een goedkoop talent vindt en je verkoopt dat door met een meerwaarde van 5 miljoen euro, dan is onze hele scouting­cel van zeven man voor een aantal jaren gefinancierd.

“De vraag is natuurlijk of je nog dat ene grote talent vindt, zoals Gent het geluk had om Jonathan David een contract te geven en hem enkele jaren later voor 30 miljoen te verkopen. Het ongekende potentieel is vaak al gekend. Wat wij doen, doen veel andere clubs. We vissen allemaal in dezelfde vijver.

Peter Verbeke: 'Ik zeg altijd: als een makelaar ons een talent voorstelt en wij kennen die speler niet, dan hebben wij gefaald.' Beeld Thomas Sweertvaegher
Peter Verbeke: 'Ik zeg altijd: als een makelaar ons een talent voorstelt en wij kennen die speler niet, dan hebben wij gefaald.'Beeld Thomas Sweertvaegher

“Vijf jaar geleden vond Club Brugge Dennis in Oekraïne en Diatta in Noorwegen, en niemand had van die gasten gehoord. Vandaag is dat onmogelijk, precies door die data­programma’s. Je moet nu heel snel zijn en je moet goede scouts hebben, alleen al om de prijsstijgingen voor te zijn.

“Ik heb de gemiddelde uitgaven over de laatste drie seizoen voor België in kaart gebracht: Genk gaf bijna 29 miljoen euro uit, Club 21 miljoen, Anderlecht 19 miljoen, het oude Anderlecht wel­te­verstaan. Het voorbije seizoen heeft Anderlecht negen spelers gehaald voor 4,5 miljoen, het negende transferbudget in België.

“Toptalenten zijn ook voor België ontzettend duur geworden, en dat hebben we onszelf aangedaan. Scandinavië was lang een interessante markt voor België, met goede spelers voor 1 tot 2 miljoen. De game­changer was toen Anderlecht 8 miljoen betaalde voor Bubacarr Sanneh, een centrale verdediger die bij ons niet is geslaagd, en Ajax een paar jonge talenten bij de U19 ging halen voor 7 miljoen. Zo, dachten die clubs, dat kan dus duurder.”

Waar zijn nog koopjes te vinden?

“Afrika is nog een beetje een blinde vlek. Daarvoor heb je scouts ter plekke nodig om wedstrijden te gaan bekijken. Die Congolezen die bij Standard spelen en van TP Mazembe uit Lubumbashi komen, dat zijn talenten en zo zijn er nog, daar ben ik zeker van. Japan is ook nog interessant. De meeste spelers die van daar komen, slagen. In Zuid-Amerika zijn geen koopjes meer te doen, de inflatie heeft daar toegeslagen. Naast scouts in Afrika zou ik nog één scout fulltime in de banlieues van Parijs laten rondlopen. Nergens ter wereld is meer talent op een kleinere oppervlakte te vinden.

“Makelaars? Ik zeg altijd: als een makelaar ons een talent voorstelt en wij kennen die speler niet, dan hebben wij gefaald. Maar sommige makelaars hebben zoveel kennis van hun specifieke markt – zoals Sergei Serebrennikov in Oekraïne – dat hij een zeventienjarig talent kan aanbrengen nog voor de data­programma’s die hebben opgemerkt. Ik krijg wel honderd aanbiedingen voor spelers per dag in mijn mailbox, ik weet bij welke makelaar het de moeite loont om er even dieper op in te gaan.”

De kapitaal­verhoging bij Anderlecht is eindelijk aanvaard, maar dat betekent niet dat u nu ineens veel meer kan uitgeven.

“Neen en dat wil ik ook niet. Voorgangers van mij hebben hier heel veel geld mogen uitgeven aan spelers die niet spelen maar nog steeds eigendom zijn van Anderlecht. Die schaarste inspireert ons om beter te doen dan de concurrentie, maar ik heb Marc Coucke wel gezegd dat het langer dan vijf jaar zal duren om de kloof met Club te dichten als we elk jaar beperkt zijn tot 5 miljoen.

“Als Anderlecht weer aan de top komt, zal dat in de eerste plaats te danken zijn aan de Academy op Neerpede. Wat hier rondloopt aan talent, is ongezien. Brussel en omgeving, dat zijn de Parijse banlieues in het klein. Vincent gaat nu weer vier jonge gasten met de A-kern laten mee­trainen. We hebben al zoveel jeugd in de ploeg met Sambi Lokonga, Killian Sardella, Francis Amuzu, Anouar El Hadj. En dan heb je Kristian Arnstad, Mario Stroeykens, Zeno Debast en Bart Verbruggen die er nog aan komen.

“Naast opleiden moeten we erg slim scouten. We hebben met ons data­systeem Josh Cullen, Lukas Nmecha, Amir Murillo, Bogdan Mykhaylichenko en Matt Miazga gehaald en die blijken succesvol. Er waren twijfels of Nmecha wel voldoende scorend vermogen zou hebben, maar op basis van de data hebben we de trainers­staf ervan kunnen overtuigen dat hij kon ontploffen, en dat is gebleken.

“Dat is dan ook Kompany: een geschenk voor de scouting. Helemaal anders dan de trainers die ik eerder meemaakte. Vincent loopt om de haverklap binnen bij de scouting­cel. ‘Toon eens, gasten, wie en wat jullie hebben gevonden?’ Die is echt bezeten en hij is nog eens een open boek ook. Bij de tactische besprekingen met de ploeg vraagt hij de scouts erbij, zodat ze weten wat hij van elke speler verlangt en ze nog gerichter kunnen zoeken.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234