Zaterdag 23/10/2021

VooruitblikWK tijdrijden

‘Van Aert zal blij zijn als hij op het podium staat’: Campenaerts over de medaille-kandidaten op het WK tijdrijden

Van Aert wint de laatste rit van de Tour of Britain. Beeld Photo News
Van Aert wint de laatste rit van de Tour of Britain.Beeld Photo News

43,3 kilometer tussen Knokke en Brugge, knallen van begin tot einde. Wie wordt dit weekend wereldkampioen tijdrijden? De sterkste, of de smalste? De meest aerodynamische, of degene die het meest kan afzien? Tweevoudig Europees kampioen en regerend werelduurrecordhouder Victor Campenaerts ontleedt de medaillekandidaten.

Filippo Ganna (25, Italië) - De topfavoriet

“De absolute topfavoriet. Een imposant figuur. Hij trapt ongelofelijk veel vermogen en zit extreem goed op zijn fiets voor een renner met zijn lichaamsbouw. Voor kleinere renners als ik is dat gemakkelijker. Ganna is met voorsprong het meest ‘aero’ van alle grote coureurs. Af en toe zie je hem waggelen omdat hij zijn houding niet kan blijven aanhouden, maar ik vind het wel leuk als je ziet dat een coureur afziet. Bij Ganna kan je na de koers zien dat hij zich heeft ingespannen. Dat maakt hem menselijk. Voor mij is hij op alle terreinen de topfavoriet behalve als er een echte berg in zit. Op het EK was Küng nog beter, maar ik vermoed dat hij nog in opbouw was en naar dit WK gepiekt heeft.”

Stefan Küng (27, Zwitserland) - De uitdager

“Küng is voor mij een grote kanshebber voor het podium, zelfs voor de titel. Hij is een zeer krachtige renner en krijgt een parcours dat hem ligt: veel lange stukken rechtdoor. Hij rijdt al weken op een hoog niveau. In Tokio viel hij maar net naast het podium op een omloop die eigenlijk te zwaar was voor hem. Zijn overwinning op het EK zal een extra boost zijn. Ook zijn materiaal zal prima in orde zijn. Küng heeft een Belgische mecanicien die ik goed ken, Jurgen Landrie. De afstelling van een fiets is in een tijdrit nog belangrijker dan in een wegkoers.”

Wout van Aert (27, België) - De man in supervorm

“Iemand die fenomenaal hard kan trappen. Vorig jaar zou ik hem omschreven hebben als ‘een heel sterke renner’, maar ondertussen vind ik hem ook een echte tijdrijder. Samen met de ploeg heeft hij veel geïnvesteerd in zijn positie – hij heeft nu ook een op maat gemaakt stuur. Zijn houding kan niet veel beter meer. Van Aert is in supervorm, maar hij zou beter tot zijn recht komen op een zwaarder parcours. Voor iemand die zo technisch is, is het ook jammer dat er zo weinig bochten zijn. Hij kan wereldkampioen worden, maar ik vrees dat Ganna en Küng beter zullen zijn. Van Aert heeft de jongste weken geen tijdrit meer gereden. Ik vraag mij of hij zonder die specifieke voorbereiding al zijn kracht gaat kunnen ontwikkelen. Het zou mooi zijn, maar ik denk dat hij er dichter bij zal zijn in de wegrit. Want dat is zijn grote doel. Daarom vermoed ik dat hij zondag blij zal zijn met een podium.”

Remco Evenepoel (21, België) - De meest aerodynamische

“De lange afstand is in zijn voordeel, maar er had meer hoogteverschil mogen zijn voor hem. Het podium is haalbaar, maar wordt niet evident. Evenepoel is de meest aerodynamische renner die zondag aan de start komt. Dankzij zijn kleine gestalte en fantastische houding moet hij minder vermogen leveren dan de concurrentie. Daardoor zal hij minder calorieën verbranden en minder warmte produceren. Dat eerste wil zeggen dat hij langer energie overhoudt, dat tweede betekent dat zijn lichaam efficiënt kan blijven werken. Bij grote renners die veel vermogen moeten leveren, gaat de lichaamstemperatuur sneller omhoog en dat heeft een negatief effect op de prestatie. Je ziet dat vooral bij tijdritten van meer dan 50 kilometer, maar zondag zal het ook al beginnen spelen.”

Kasper Asgreen (26, Denemarken) - Het beest

“Een sterke tijdrijder, maar ik vond hem teleurstellend op het EK – dat heeft me verrast. Hij kan top vijf rijden, maar het podium lijkt me moeilijk. Asgreen is een beest dat kan afzien, maar ik denk dat hij eigenlijk andere prioriteiten heeft. Ik vermoed dat hij meer met de wegrit en vooral Parijs-Roubaix in zijn hoofd zit. Als ik hem een compliment mag geven: ik ken niemand die zo ‘smal’ zit als hij. Dat is ongelofelijk. Hij zit ook heel stabiel op zijn fiets, zelfs op kasseien blijft hij onbeweeglijk.”

Tadej Pogacar (22, Slovenië) - De klasbak

“In het peloton verbazen we ons erover hoe hard die kan rijden op het vlakke. Pogacar is een echte klimmer, zijn grote kwaliteit is zijn enorme uithoudingsvermogen bergop, maar hij is zo sterk dat hij ook op het vlakke top is. Zijn stijl is wel apart: hij ziet er niet uit alsof hij veel met de tijdritfiets traint. Hij beweegt veel. Ik heb altijd de indruk dat de fietshouding bij UAE minder uitgedokterd is dan bij Ineos of Jumbo. Op het EK was hij niet goed in de tijdrit, in de wegrit was hij bergop competitief, maar niet hors catégorie. Ik vind dat begrijpelijk na wat hij in de Tour gedaan heeft – een beetje decompressie is menselijk. Pogacar is een klasbak, maar ik vrees dat hij dit op korte termijn niet rechtgetrokken krijgt. Het zou me verwonderen als hij top tien zou rijden.”

Rémi Cavagna (26, Frankrijk) - De turbostarter

“Hij heeft dit jaar al sterke dingen laten zien, maar vooral in het eerste deel van het seizoen. Ik vind hem op dit moment minder overtuigend. Cavagna is een beetje een speciaal figuur: hij smijt zich altijd en hij is niet bang om keihard te vertrekken. De ene keer valt hij stil en wordt het niks, de andere keer houdt hij zijn tempo en rijdt hij een toptijd. Ik denk wel dat hij meer gebaat zou zijn bij een geaccidenteerd parcours.”

Edoardo Affini (25, Italië) - De verrassing

“Misschien een iets verrassender naam tussen al die grote mannen, maar ik durf hem bij de top vijf zetten. Affini moet het hebben van dit soort parcours. Als hij ooit wil scoren op een WK, dan moet hij nu zijn kans grijpen. Hij is zo’n typische krachtpatser: een grote, imposante beer. Je ziet hem en je weet meteen dat dit een coureur is die het moeilijk heeft in de bergen. Maar op het vlakke is dat wat anders. In de Giro deed hij de lead-out voor Groenewegen, maar hij ging zo hard dat hij in een van de ritten iedereen uit het wiel reed. Daniel Oss, die ook geen sukkelaar is, kon hem gewoon niet houden. Hij won bijna, maar Giacomo Nizzolo kon hem nog net voorbij.”

Stefan Bissegger (23, Zwitserland) - De debutant

“Een specifieke tijdrijder. Hij is heel sterk, maar vooral heel aerodynamisch. Hij is redelijk klein, wat altijd helpt natuurlijk. Ik vond hem indrukwekkend in de Benelux Tour. In het voorjaar won hij ook al in Parijs-Nice en was hij tweede na Ganna in de UAE Tour. Hij heeft grote stappen gezet, maar de afstand is voor mij een vraagteken. Hij heeft zich vooral getoond in korte tijdritten. Dit is zijn eerste WK bij de profs, ik weet niet of hij veel last gaat hebben van stress.”

Max Walscheid (28, Duitsland) - De snelle leerling

“Ik denk dat hij top vijf kan rijden. Hij is enorm gebaat bij een vlak parcours en dat krijgt hij hier. Jammer voor hem dat er niet veel bochten in zitten, want daar is hij ongelofelijk goed in, dat kan hij als geen ander. Ik heb deze winter veel tijd in hem gestoken: hij is een paar dagen naar België gekomen en we hebben samen getraind op de piste in Gent. Ik denk dat ik het iets te goed uitgelegd heb, want sinds ik hem tips gegeven heb, is het mij niet meer gelukt om hem te kloppen. Hij is heel sterk, maar de aerodynamica kan nog beter: Walscheid is niet heel lenig.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234