Woensdag 17/08/2022

InterviewTadej Pogacar

Tourfavoriet Tadej Pogacar in gesprek met De Morgen: ‘Een derde zege? Graag, maar niets moet’

‘Ooit zal ik eens een rotjaar beleven of zware dagen kennen op de fiets. Ook daar moet ik op voorbereid zijn. Dat hoort bij het wielrennen.’    Beeld 	PRESSE SPORTS Fotograaf	PAPON BERNARD
‘Ooit zal ik eens een rotjaar beleven of zware dagen kennen op de fiets. Ook daar moet ik op voorbereid zijn. Dat hoort bij het wielrennen.’Beeld PRESSE SPORTS Fotograaf PAPON BERNARD

Tadej Pogacar gaat vanaf vrijdag 1 juli op zoek naar een derde eindzege in de Tour de France. Toch wil de Sloveen niet herinnerd worden als de grootste wielrenner aller tijden. ‘Dat is niet het allerbelangrijkste. Ik wil vooral een goede vriend zijn voor de mensen die voor mij van belang zijn.’

Ann Braeckman

Ik beken: Tadej Pogacar en ik hebben één ding gemeen en dat kunnen weinig Belgen of zelfs Europeanen zeggen. Beiden reden we in mei 2019 in moeilijke omstandigheden Mount Baldy op in Californië. Het enige verschil: ik met hangen en wurgen, hij fladderend naar rit- en eindwinst in de laatste editie van de Amerikaanse rittenkoers.

Een paar dagen voordien sprak ik met hem in de lobby van zijn teamhotel. Hij was een twintigjarig, onbekend maar veelbelovend talent, zijn Engels had maar weinig om het lijf. De meest gestelde vraag die week ging over de uitspraak van zijn naam.

Intussen heeft de kopman van UAE Team Emirates twee eindzeges op zak in de Tour de France en won hij met Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije twee monumenten. Niemand stelt zich nog vragen over zijn naam.

Maar goed, ik vertelde hem dat ik samen met een collega die week ook Mount Baldy zou bedwingen. Hij wenste me veel succes, vroeg me na het interview beleefd om een exemplaar van het tijdschrift waarvoor ik werkte en schreef netjes zijn Sloveense adres op in mijn notitieboek.

Later die week won hij op Mount Baldy, met sprekend gemak. Hij glimlachte toen ik hem vroeg of hij enigszins moeite had gehad met die berg. “Wellicht heb ik iets minder afgezien dan jij”, lachte hij – mijn rood aangelopen gezicht sprak boekdelen. Tadej Pogacar was toen een vriendelijke jongen en is dat nog altijd. Alleen kun je hem geen sms meer sturen om hem even te spreken in de lobby van zijn hotel. Een interview vraag je aan via de ploeg en dan, wanneer je een beetje geluk hebt en wekelijks aandringt, krijg je hem twintig (!) maanden later te pakken. Waarvoor dank.

Pogacar is vandaag dan wel een superster, vedettestreken of voetbalmanieren zijn hem vreemd en hij is nog altijd een bescheiden ­jongen. “Wanneer Tadej in mijn fietswinkel in Monaco op bezoek komt, dan staat hij gewoon in de rij, zoals andere klanten”, vertelde ­Philippe Gilbert in het verleden. “Hij is een gewone, beleefde jongen.”

Pogacar lacht wanneer ik de opmerking maak dat hij me heel vaak opvallend gewoon overkomt, in en naast de koers. Niet zoals Peter Sagan in zijn gloriejaren of Chris Froome, bij wie in de Tour een bodyguard nooit veraf was.

Aankomst van een juichende Pogacar omringd door ploegmaats op de Champs-Elysée in 2021, zijn tweede overwinning in de Ronde van Frankrijk. Beeld AFP
Aankomst van een juichende Pogacar omringd door ploegmaats op de Champs-Elysée in 2021, zijn tweede overwinning in de Ronde van Frankrijk.Beeld AFP

“Als ik ergens in het buitenland kom, houd ik ervan om fietswinkels te bezoeken, en neen, ik moet daarom niet speciaal bediend worden”, glimlacht hij. “Ik stap er graag binnen, bekijk het materiaal, de nieuwste snufjes en ja, zoals je zegt, in The Bike Shop van Gilbert staan er vaak andere klanten en wacht ik gewoon mijn beurt af. Voor mij is dat de normaalste zaak. In de super­markt moet ik toch ook gewoon aanschuiven? Dat maakt me niet uit.”

De tweevoudige Tour-winnaar is bijzonder down-to-earth. Ja, hij verruilde Slovenië voor Monaco, maar niet alleen voor het aangename belastingtarief; hij kan er beter trainen en gewoon zichzelf zijn. “Ik word er amper herkend, leid er een normaal leven met mijn vriendin. Af en toe zal iemand me op straat eens aanspreken wanneer ik train in mijn truitje van de ploeg, maar heel vaak gebeurt dat niet. In Slovenië is dat anders, daar ben ik echt heel bekend. Het is altijd leuk om terug te keren naar huis, maar die drukte rond mij hoeft allemaal niet.”

Stress lijkt Pogacar vreemd. Vraag hem of hij zenuwachtig is om zijn titel te verdedigen in pakweg de Tirreno-Adriatico en het antwoord is kordaat: “Neen, ik heb hier al eens gewonnen, ik heb me honderd procent voorbereid en ga mijn best doen. Lukt het niet, dan lukt het niet.” Heeft hij dan nooit stress? “Toch wel, voor de UAE Tour (de rittenkoers in het land van z’n sponsors, AB) en voor de Tour de France voel ik wat meer stress, en zijn er verwachtingen van de ploeg”, geeft hij toe. “Maar in die andere koersen laat ik me door de buitenwereld niet gek maken.”

Had je als kind dan nooit zenuwen voor een toets?

(lacht) “Ik kan het niet uitleggen, het zit waarschijnlijk in mijn genen dat ik zo’n relaxte jongen ben. En zoals ik al zei: als je alles honderd procent doet zoals het moet, als je je voorbereiding tot in de puntjes hebt afgewerkt, dan hoef je niet te stressen. Dat maakt het alleen maar erger. Als ik in topconditie ben, weet ik dat ik meedoe voor de prijzen. Bovendien is een beetje stress niet altijd slecht, soms heb je wat druk nodig om het goed te doen.”

Ben je dan nooit bang om te verliezen? Je bent de titelverdediger in de Tour. Gaat dat niet door je hoofd?

“Daar denk ik niet aan. Elke koers die ik rijd, kan ik verliezen. Ik ben me ervan bewust dat ik tot op heden heel goede resultaten heb behaald en nog geen tegenslag heb gekend, maar ooit zal ik eens een rotjaar beleven of zware dagen kennen op de fiets. Ook daar moet ik op voorbereid zijn. Dat hoort bij het wielrennen, zo zit een carrière in elkaar. Er is niet alleen succes.”

Hoe is het om altijd en overal als favoriet te moeten starten? Voor Milaan-Sanremo of de Ronde van Vlaanderen noemde je jezelf geen favoriet, maar je wordt wel zo bestempeld.

“Ik ben daar niet mee bezig. Ik denk nooit: ik ben de topfavoriet en nu gaat het vanzelf, ­starten en dan winnen. Zo gemakkelijk is wielrennen niet. Er kan in een koers van alles gebeuren. Ik onderschat mijn tegenstanders nooit, iedereen start in goede vorm, is honderd procent klaar en gemotiveerd om te winnen. Het zit niet in mijn karakter om te denken dat een koers een gezondheidswandeling wordt. Ik ben op alles voorbereid.”

In 2020 startte je als de underdog in de Tour. In 2021 was je de titelverdediger. Nu ben je dat opnieuw. Waar gaat je voorkeur naar uit?

(lacht) “Ik ben veel liever de underdog. In mijn eerste jaar als prof, in 2019, beleefde ik een bijzonder jaar: ik verraste mezelf en mijn tegenstanders, koers na koers. Dat was echt fantastisch. Nu is dat anders, ik kan nooit meer ergens ‘anoniem’ starten, er zijn altijd verwachtingen.”

Ben je ermee bezig dat je de zesde renner kunt worden die drie keer na elkaar de Tour wint? Is dat belangrijk voor jou?

“Ergens is het wel belangrijk. Ik wil de Tour vast en zeker nog een keer winnen. We kiezen er bewust voor om dit jaar nog eens voluit op de Tour te mikken. Anderzijds: als het me dit jaar niet lukt, dan zal ik daar niet over stressen. Ik ben nog jong, er komen nog veel kansen. Ik ben al heel trots op die twee overwinningen. De Tour is een van de grootste koersen ter wereld en elk jaar is het een uitdaging om die te winnen, elk jaar wordt het zelfs moeilijker. Ik hou wel van zo’n uitdaging.”

Waarom wordt het elk jaar moeilijker?

“Dat is simpele statistiek. Als je veel wint, dan weet je ook dat er een dag komt dat je zal verliezen. Misschien is dat al dit jaar, misschien in een andere editie. Anyway, ik start wel met vertrouwen. Ik voel dat ik dit jaar opnieuw sterker ben geworden, meer kracht heb en dat ik psychologisch klaar ben voor een groots gevecht.”

Tadej Pogacar pakte afgelopen zondag de laatste rit en de eindzege in de Ronde van Slovenië mee. ‘Ik voel dat ik nog sterker ben geworden. Ik ben klaar voor een groots gevecht in de Tour.’   Beeld AFP
Tadej Pogacar pakte afgelopen zondag de laatste rit en de eindzege in de Ronde van Slovenië mee. ‘Ik voel dat ik nog sterker ben geworden. Ik ben klaar voor een groots gevecht in de Tour.’Beeld AFP

Pogacar is een jongen van weinig woorden. Zijn antwoorden in interviews of op persconferenties zijn al iets uitgebreider dan in 2019 en 2020, maar verwacht geen doordachte beschouwingen, zoals je die bij Wout van Aert of Tom Dumoulin hebt. Hij doet zijn best voor dit interview, maar de Sloveen neemt het leven gewoon niet al te zwaar. Hij is indrukwekkender met de pedalen dan met woorden, al blikt hij wel graag vooruit op de Tour.

Ligt dit parcours jou?

“Ik hoop van wel. Het is alleszins een compleet parcours, maar wel heel lastig. Je hebt een korte openingstijdrit, maar ook een langere tijdrit aan het einde van de Tour. Verder zijn er wel een aantal verraderlijke etappes, zoals de mogelijke waaierrit in Denemarken, en dan heb je nog de kassei-etappe, de rit naar Longwy (in Frankrijk, AB), de etappe met aankomst in Mende (in Frankrijk, AB). En we klimmen een paar keer heel hoog in de Alpen en Pyreneeën.”

Heb je angst voor bepaalde etappes?

“Angst is niet het juiste woord, maar je kunt de Tour al in de eerste week verliezen, en niet alleen op de kasseien. De eerste week is niet van de poes. Je hebt de waaierrit over die lange brug in Denemarken, waar het weer een rol kan spelen. Als het slecht weer is, dan wordt dat een zware etappe.”

Wat denk je van de kasseirit?

“Ik heb daags na de Ronde van Vlaanderen de verkenning van de kasseirit gedaan. De kasseien zijn anders dan in de Ronde, het is lastiger. Maar goed, ik kijk uit naar die etappe – je kunt er de Tour niet winnen, maar je kunt hem er wel verliezen. Het wordt hoe dan ook chaos en het kan die dag goed uitdraaien of slecht aflopen. We zullen zien.”

In de Tour wordt in de bergetappes nog ­zelden met minuten gegoocheld, vaak zijn andere ritten doorslaggevend.

“De bergen zijn volgens mij nog altijd heel belangrijk, hoor. Maar inderdaad, de vlakke etappes kunnen soms heel tricky zijn, zeker die eerste week. Het is een cliché, maar elke dag is belangrijk in de Tour en je hebt een sterke ploeg nodig om je bij te staan.”

Wat vind je van de etappe naar Alpe d’Huez? Je reed er nog nooit in de Tour.

“Klopt, maar ik ben er wel geweest voor een verkenning. Het is een iconische klim, ik kijk ernaar uit. De sfeer zal ongelooflijk zijn, met de fans dichtbij. Daarvoor koers je toch als wielrenner, voor zulke dagen, voor zulke mythische cols? Ik hoop dat ik er ook wat van kan ­genieten.”

Houd je ervan als de fans dicht op jou zitten, als je Bengaals vuurwerk ziet, de muziek hoort? Of zit je in een soort van zone en merk je dat niet?

“Het hoort bij het wielrennen. Het maakt onze sport nog mooier. Als ik train en alleen ben, dan vecht je alleen tegen jezelf, maar in een koers, met al die aanmoedigingen, krijg je extra kracht. Ook al zit je op de limiet, je kunt daardoor ietsje meer door die muur heen. De fans geven energie.”

Ben je nooit bang op zo’n col? Ooit viel mijn wagen stil in de Hollandse bocht op Alpe d’Huez en duwden ‘fans’ daarna mijn wagen van links naar rechts. Ik voelde me niet op mijn gemak en sindsdien reed ik nooit meer zelf naar boven, maar liftte ik mee met ­collega’s.

(schiet in de lach) “Oei, dat lijkt me inderdaad niet zo’n plezante ervaring.”

Vincenzo Nibali viel in 2018 uit de Tour door de fans op Alpe d’Huez.

“Dat herinner ik me, en natuurlijk bestaat die angst wel een beetje, maar je gaat gewoon mee in de flow, je focust op de weg voor je. Af en toe moet je wel eens handen of vlaggen vermijden, maar ik erger me daar niet aan. Het maakt deel uit van het wielrennen en de kans is klein dat er iets gebeurt.”

In de jaren dat Team Sky domineerde, verliep de Tour nogal monotoon – helemaal anders dan vandaag. Het is het bewijs dat je de Tour ook op een andere manier kunt winnen.

“Er zijn verschillende manieren om te winnen – 2021 was anders dan 2020. Toen pakte ik pas het geel na de slottijdrit op La Planche des ­Belles Filles, vorig jaar droeg ik de gele trui veertien dagen en moest ik verdedigen. Er zijn 21 ritten, evenveel kansen om te winnen en iets te ondernemen. Wielrennen is vandaag avontuurlijker dan vroeger, de koersen zijn meer open, het is niet meer wait and see.”

Daar zeg je het. Dat komt toch vooral door jouw aanvalslust?

“Ik ben niet de enige die aanvallend koerst, er zijn nog veel jonge renners die graag iets ondernemen, meer op instinct koersen en die zo snel mogelijk de klus geklaard willen krijgen. (lacht) Ze willen niet meer wachten tot het laatste moment, want je weet nooit wat er kan gebeuren in het slot van de Tour. Je kunt zelfs nog hard vallen op de Champs-Élysées en de finish niet eens halen. Dus je moet vroeg in actie schieten, de kans grijpen wanneer die zich aandient en de deal zo snel mogelijk sealen. Ik denk vooral dat het voor de wielerfans een heel leuke tijd is. Je zit thuis in je zetel, je zet de televisie aan en je ziet klassementsrenners al gekke dingen doen op honderd kilometer van het einde. Ze wachten niet meer tot de laatste tien kilometer. Dat is toch wat je als fan wilt zien?”

Hoe bepaal je wanneer je aanvalt? Is dat heel instinctief of zijn je aanvallen gepland na overleg met het team?

“Dat hangt af van koers tot koers. Sommige wedstrijden kun je niet al te veel plannen, en vaak ben je ook afhankelijk van de andere teams, hoe de koers verloopt en uiteraard: veel hangt af van hoe je je voelt. Bij de ochtendmeeting wordt er overleg gepleegd, tussen de ploegleiders, de ploegmaten en mezelf. Er wordt gevraagd hoe iedereen zich voelt en gepeild wat onze kansen zijn om iets te ondernemen. Zodra je in koers bent, plan je een aanval op basis van dat overleg en luister je naar je lichaam. Kan ik hier wel aanvallen? Is dat nu wel slim, heb ik er de kracht voor?

Pogacar met twee van zijn grootste rivalen, landgenoot Primoz Roglic (m) en Jonas Vingegaard (r) van Team Jumbo-Visma, vorig jaar in de Ronde van het Baskenland. Beeld Photo News
Pogacar met twee van zijn grootste rivalen, landgenoot Primoz Roglic (m) en Jonas Vingegaard (r) van Team Jumbo-Visma, vorig jaar in de Ronde van het Baskenland.Beeld Photo News

“Soms heb je grootste plannen, zet je die grote aanval in, maar heb je de benen niet en vlieg je al snel terug in de groep. Dan sta je daar met je wilde plannen.” (lacht)

In welke mate kijk je om je heen, maak je een evaluatie van je tegenstanders?

“Met heel wat renners rijd ik al lang in het peloton. Verder kijk ik naar koers op televisie en zie ik hoe zij koersen en welke hun tactieken zijn. Ook de ploegleiders doen hun huiswerk, dus ik ken mijn rivalen, hun sterktes en hun zwaktes. Je weet min of meer wat iemand kan en dan maak je een inschatting.”

Hoe wordt de strategie dan bepaald?

“Ik kijk goed rond in het peloton, kijk naar mijn tegenstanders. Staat hun gezicht anders dan de andere dagen, is hun pedaalslag anders dan de dag ervoor? Meestal weet je dan al veel. En zodra je een aanval plaatst, zie je meteen welke schade je hebt aangericht. Vervolgens evalueer je de situatie en bepaal je of je doorzet of niet.”

Sommige renners noemen je onverslaanbaar. Wat zeg je daarop?

“Er zijn voldoende andere koersen dan de Tour die al bewezen hebben dat ik niet onklopbaar ben. Akkoord, vorig jaar in de Tour reed ik op een heel hoog niveau, en alles verliep daar drie weken lang bijzonder gunstig. Ik had een topdag in de rit naar Le Grand Bornand, die rit zal ik nooit vergeten, het was een van mijn beste prestaties ooit op de fiets (hij viel aan op de Col de Romme en stoomde er naar de gele trui. Hij won die dag drie en op sommige rivalen meteen vier minuten, AB). Maar je mag niet vergeten dat enkele van mijn tegenstanders in het begin van de Tour pech kenden (Primoz Roglic viel en kwam niet meer aan de start van de negende rit, AB). Dat wens je geen enkele renner toe, maar ook dat hoort bij de sport. Het kan dit jaar helemaal anders lopen.”

Wordt Primoz Roglic opnieuw jouw grootste concurrent?

“Ik kijk niet naar slechts één tegenstander, je moet rekening houden met meerdere rivalen. Het duo Roglic-Vingegaard van Jumbo-Visma is alleszins heel sterk, sterker dan in 2021. Ze reden heel goed in de bergen in de jongste Dauphiné. Het was vast en zeker een soort statement naar mij toe, maar hun sterkte verrast me niet. Het is precies wat ik had verwacht. Zij zullen ongetwijfeld ook mijn prestaties volgen in de Ronde van Slovenië (het interview werd afgenomen voor deze wedstrijd, en hij won op zijn beurt deze voorbereidingskoers, AB), maar de Tour is van een ander kaliber.”

Was je als kind gepassioneerd door de Tour?

“Zeker. Het is de eerste koers waar ik de liefde voor de fiets ontdekte. Het was ook de enige koers die je in Slovenië op televisie kon zien. In de tijd van de broertjes Schleck en Alberto Contador volgden we de wedstrijd ook met de camper in Frankrijk. We hadden de tijd van ons leven. In 2020 was mijn familie erbij in de laatste ritten van de Tour, vorig jaar waren ze er de volle drie weken. Mijn ouders en zusje waren er twee weken met de camper, mijn twee broers de andere week.”

Herken je hen dan langs de kant van de weg?

“Toch wel. Ik denk dat ik ze maar een of twee keer niet gezien heb, alle andere ritten lukte dat wel. En gemakkelijk is dat niet, want het zijn geen luidruchtige fans die op de weg springen en je aanmoedigen. Ze blijven netjes aan de kant. (lacht) Vorig jaar, door Covid-19, konden ze me niet vaak ontmoeten aan de bus of het hotel, maar af en toe slaagde ik er toch even in om hallo te zeggen of een kort babbeltje te slaan. Het betekent veel voor mij dat ze erbij zijn, het is een mentale steun die me veel deugd doet. Ook dit jaar zijn ze van de partij.”

Hoe wil je na je carrière herinnerd worden?

“Oei, dat is een moeilijke vraag, daar heb ik nog niet aan gedacht. Ik weet het niet. Ik wil vooral als een goed persoon herinnerd worden, als ­iemand die ook aan andere mensen denkt.”

Wil je niet herinnerd worden als de grootste wielrenner aller tijden?

“Neen, voor mij is dat niet het belangrijkste. Ik ben daar totaal niet mee bezig, dat zou me geen plezier doen na mijn carrière. Ik zal nooit over mijn prestaties opscheppen. Ik train hard om te winnen, om de beste te zijn in koersen, maar voor mij is de grootste prioriteit in het leven om een goede vriend te zijn voor mijn vrienden en om goede relaties te hebben met de mensen die van belang zijn voor mij. Koers is niet het allerbelangrijkste in mijn leven.”

'Ik train hard om te winnen, maar koers is niet het allerbelangrijkste in mijn leven.' Beeld PRESSE SPORTS
'Ik train hard om te winnen, maar koers is niet het allerbelangrijkste in mijn leven.'Beeld PRESSE SPORTS

Tot slot: vorig jaar in de Tour werd je voor het eerst geconfronteerd met dopingvragen, ­onder andere over teambaas Mauro Gianetti. Hoe vervelend vind je dat?

“Dat is niet leuk, maar ik begrijp de vragen wel, want er zijn in het verleden veel slechte dingen gebeurd, en niemand kon elkaar vertrouwen. Dus ik begrijp dat er nog steeds vragen gesteld worden, maar het is niet gemakkelijk om daar altijd mee om te gaan. We trainen zo hard, we zijn vaak van huis, we getroosten ons veel opofferingen om aan de top te staan en dan doet het soms wel pijn dat er verdachtmakingen zijn.”

Denk je dat jij als renner meer legitimiteit hebt omdat je al op heel jonge leeftijd zeer knappe prestaties neerzette?

“Misschien wel, ik was inderdaad al goed op jonge leeftijd en ik koers een heel jaar op een hoog niveau. Ik doe mijn best van januari tot oktober, ik mik altijd op de zege, welke koers het ook is.”

En dan grijpt de persverantwoordelijke in: het interview is plots afgelopen. Dus kunnen we helaas niet meer vragen of hij het jammer vindt dat UAE Team Emirates als enig topteam niet deelneemt aan de Netflix-documentaire over de Tour. Een nieuwe kans krijgen we misschien bij de Tour-start in Kopenhagen, volgende week, waar hij start aan zijn missie om voor de derde keer de Tour te winnen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234