Woensdag 30/11/2022

InterviewMarion Rousse

Tourdirecteur Marion Rousse: ‘Ik vreesde het etiket van ‘la petite blonde’, die er enkel bij is omdat ze een knap gezichtje is’

Marion Rousse en Julian Alaphilippe nadat hij vorig jaar in Leuven wereldkampioen op de weg was geworden.  Beeld AFP
Marion Rousse en Julian Alaphilippe nadat hij vorig jaar in Leuven wereldkampioen op de weg was geworden.Beeld AFP

Ze praat vol vuur over koers en herkent in een oogopslag elke renner. Marion Rousse (30) is wielercommentator en directeur van de eerste Tour de France Femmes, die zondag van start ging met een overwinning van Lorena Wiebes op de Champs-Élysées. In het dagelijks leven is Rousse samen met toprenner en wereldkampioen Julian Alaphilippe. ‘La petite blonde heeft veel in haar mars.’

Ann Braeckman

We leven in bange tijden. Terwijl het Gilead van de Canadese schrijfster Margaret Atwood in bepaalde delen van de wereld steeds meer vorm krijgt en vrouwenrechten teniet worden gedaan, heb je aan de andere kant vrouwen zoals Marion Rousse, die lichtjes verbaasd zijn over onze vele vragen over man-vrouw­verschillen in de sport. Ik verontschuldig me na afloop van ons interview, maar de feiten zijn nu eenmaal wat ze zijn. Vrouwelijke rolmodellen in de sportjournalistiek zijn eerder uitzondering dan regel en hoewel het vrouwenwielrennen de voorbije drie, vier jaar reuzensprongen maakte, is ook daar nog een lange weg te gaan.

“Het is een oude discussie”, vindt de Française. “Ik hoop dat we over dit soort thema’s binnenkort niet meer hoeven te praten. Dat het niet uitmaakt of je man of vrouw bent, maar dat je eenvoudigweg op je kwaliteiten wordt beoordeeld.”

Rousse kreeg het wielrennen met de paplepel ingegeven. Mama Corinne reed van wedstrijd naar wedstrijd met Marion in de babywagen, terwijl papa Didier zich uitleefde in de koers. Haar eerste rondjes fietste ze op de mythische piste van Roubaix. Zelf vroeg ze haar licentie aan toen ze zes jaar oud was, jarenlang ging ze trainen op de piste in Gent en liep ze school op een internaat in Charleroi, waar er betere faciliteiten waren om topsport te combineren met haar studies. Ze werd prof in 2011, het jaar nadien schopte ze het tot Frans kampioen, maar drie jaar later hing ze haar fiets aan de haak. “Ik kon mijn werk voor televisie niet meer combineren met een wielercarrière”, zegt ze daarover. “Ik koerste voor een appel en een ei. Het leek me beter voluit voor één ding te kiezen.”

Eerst ging ze aan de slag bij Eurosport, sinds 2017 is ze een van de gezichten van France Télévisions, als het Franse equivalent van Karl Vannieuwkerke. Ze was de eerste Française ooit die live tv-commentaar mocht leveren bij herenkoersen. Op dat vlak hebben onze Vlaamse sportzenders nog veel werk aan de winkel, laat staan dat ze, zoals bij het Italiaanse Rai Sport, orders zouden moeten ontvangen van een vrouwelijke chef sport − een taak die Alessandra De Stefano sinds dit jaar volbrengt. Ook de Italiaanse is een pionier in haar vak en een voorbeeld voor vele jonge vrouwelijke sportjournalisten.

Rousse wil eigenlijk niet te veel kwijt over man-vrouw­verhoudingen in de sport, maar beseft tegelijkertijd wel dat er nog hordes genomen moeten worden. Om te beginnen in het wielrennen zelf. Zo wordt morgen de allereerste ‘Tour de France Femmes – avec Zwift’ op gang geschoten. Een achtdaags evenement waar het vrouwenwielrennen al jarenlang naar uitkijkt. Rousse werd in oktober aangeduid als koers­directeur en gelooft erg in het maatschappelijke belang van deze wedstrijd.

De Tour voor dames wordt geen flauw afkooksel van de koers bij de heren?

“Neen, totaal niet. Toen Christian Prudhomme (Tourdirecteur heren, red.) me vroeg of ik directeur wilde worden, zei ik meteen toe omdat ik voelde dat hij echt ver wilde gaan. De wil bestaat om er iets groots van te maken. Het is niet omdat er al jaren gepraat wordt over een Tour voor vrouwen en er veel druk was, dat er nu snel een Tour in elkaar is geflanst.

D’accord, het kostte wat tijd vooraleer ASO (Amaury Sport Organisation, red.) is gezwicht, maar de toewijding is nu meer dan honderd procent. Eindelijk hebben we de middelen en kunnen we er een topeditie van maken. Iedereen kent de Tour de France, je kunt als organisator nu plots voor de dames geen half werk leveren. De deelnemers verdienen een grootse koers, de kijkers verdienen een top­event, er reist een volwaardige publiciteitskaravaan mee. Het zal een echte Tour worden.”

In drie, vier jaar tijd zijn enorme stappen ­gezet in het dameswielrennen. Zo kozen ­enkele organisatoren dit jaar resoluut voor de gelijkschakeling van de winstpremies voor mannen en vrouwen.

“Dat is zeker een goede zaak, al is het vooral een symbolische kwestie. Van die winstpremies kunnen de dames niet leven. Het is belangrijk, maar niet het allerbelangrijkste. Wat wel van groot belang bleek, was de invoering van het minimumloon bij de World Tour-ploegen door de UCI (dat gebeurde in 2020: van 15.000 naar 27.500 euro in 2022, red.). Het heeft voor een enorme verandering gezorgd.”

'Vorig jaar was er veel te doen rond de eerste editie van Parijs-­Roubaix voor dames. Veel critici vroegen zich af  wat vrouwen te zoeken hadden in de Hel. Onterecht. Het werd een heroïsche wedstrijd.' Beeld PHOTOPQR/OUEST FRANCE/MAXPPP
'Vorig jaar was er veel te doen rond de eerste editie van Parijs-­Roubaix voor dames. Veel critici vroegen zich af wat vrouwen te zoeken hadden in de Hel. Onterecht. Het werd een heroïsche wedstrijd.'Beeld PHOTOPQR/OUEST FRANCE/MAXPPP

Gaat het niet te snel? Niet elke ploeg kan dat minimumloon betalen.

“Dat denk ik niet. Kijk, alles hangt natuurlijk af van geld. We zaten in het verleden op zo’n laag niveau dat het alleen maar beter kon.

“Er was helemaal geen financieel evenwicht, noch bij de ploegen, noch bij de organisatoren. Iedereen probeerde wel, maar het was moeilijk om sponsors te vinden. En dat leidde soms tot heel gevaarlijke toestanden. Ik kan erover meespreken, in sommige koersen was het amateurisme ten top, heel onveilig, catastrophique. Dat is er nu toch stilaan uit.

“Gaat het te snel? Neen, en je moet ook een keer de stap zetten. Sinds 2020 is het niveau in de koers er enorm op vooruitgegaan. Veel meisjes moeten dankzij dat minimumloon niet langer gaan werken. Ze kunnen trainen, maar vooral: ze kunnen hun rust nemen en dat maakt het verschil. Ze moeten niet voor of na een training nog hun boterham verdienen. Ze worden dus sterker en dat zie je in de koers. Uiteraard ben ik me ervan bewust dat het niet voor alle ploegen evident is om die lonen te betalen en dat geld nog steeds een probleem vormt. Verandering krijg je niet van de ene dag op de andere, maar het kan en het lukt wel. Ik ben ervan overtuigd dat de ‘Tour de France Femmes – avec Zwift’ op dat vlak nog meer positieve dingen teweeg zal brengen.”

Hoe bedoelt u?

“Wel, voor het eerst wordt er een Tour voor vrouwen georganiseerd die even groots wordt aangepakt als die van de mannen, door ASO, dezelfde organisator, met start in Parijs, op de dag van de slotrit van de heren. (Van 1984 tot 2009 werden door verschillende organisatoren met wisselend succes Tours voor vrouwen georganiseerd, red.) Er zal enorm veel media-aandacht zijn. Het zal sponsors lokken en de ploegen ten goede komen. Een week lang komt het vrouwenwielrennen in de picture en dat zal niet alleen voor een sportieve, maar ook voor een economische boost zorgen.”

Soms wordt er nogal sceptisch gedaan over het niveau van het dameswielrennen. Hoe ­reageert u daarop?

“Het gebeurt wel steeds minder. Vorig jaar was er veel te doen rond de eerste editie van Parijs-­Roubaix voor dames. Veel critici vroegen zich af of vrouwen wel op kasseien konden koersen, wat vrouwen te zoeken hadden in de Hel. Onterecht. Het werd een heroïsche wedstrijd, in de regen dan nog, wat het extra zwaar maakte. Sindsdien merk ik toch een verandering, zijn er meer believers, of hoe moet je dat zeggen? (lacht) Uiteraard zul je altijd criticasters hebben, mensen die niet van mening willen veranderen en hardleers zullen verkondigen dat vrouwen niet kunnen fietsen. En dan? Moet je met die enkelingen rekening houden? Ik denk het niet.”

U was zelf profrenster van 2011 tot 2015.

“Ik had graag de Tour gereden, maar er was toen gewoon geen Tour de France voor dames. Jammer, maar dat kan ik niet meer veranderen. Ik ben op jonge leeftijd gestopt, maar daar was een reden toe. Ik verdiende gewoon niet genoeg. Na mijn Franse titel inviteerde Eurosport me in 2013 bij de Ronde van Vlaanderen om wat te babbelen over de koers. Enkele dagen later werd ik opnieuw door hen gecontacteerd. Ze vroegen me of ik voor hen de Vuelta wilde coveren. Het overdonderde mij, het was allemaal een beetje gek. Aan de ene kant sprak het me aan, aan de andere kant twijfelde ik.”

Waarom? Was u bang voor de commentaren?

“Neen, niet zozeer daarvoor, het was meer mijn karakter. Ik treed niet graag op het voorplan. Toen ik jong was en een koers won, was die medaille of beker ophalen voor mij het lastigste deel van de dag. (lacht) Je moet op dat podium staan, met mensen praten, en ik hield daar niet van. Dus televisie stond een beetje haaks op mijn karakter. Maar goed, ik stemde toe, want ik besefte ook wel wat voor een enorme opportuniteit ik kreeg. Wielrennen is mijn leven. In mijn familie was het al koers wat de klok sloeg. Praten over koers is wat ik het liefste doe, dus waarom zou ik het geen kans geven?”

Na drie jaar koos u voluit voor televisie.

“Klopt, want ik moest een keuze maken. Op dat moment koerste ik nog en werkte ik op het gemeentehuis, want met wielrennen verdiende ik geen frank. Dankzij een topsportstatuut via de Franse bond kreeg ik voltijds betaald, maar moest ik gelukkig maar halftijds werken. Daarnaast werkte ik regelmatig voor Eurosport. Het was te veel van het goede. Ik gaf graag commentaar, dus ik koos voor televisie. Die keuze stelde me in staat om te blijven doen wat ik graag deed: in de wielerwereld vertoeven, en dat voor langere tijd dan gewoon als renner.”

Beschouwt u zichzelf als een rolmodel, een voorbeeld?

“Dat wordt vaak over mij gezegd, omdat ik de eerste vrouw was op de Franse televisie die mannenkoersen mocht becommentariëren. Het was een mijlpaal. In het begin was daar wel wat rond te doen. Ik moest ook tegen enkele vooroordelen en clichés opboksen. Kreeg ik die job alleen omdat er bepaalde quota behaald moesten worden? Was er een vrouw nodig? Ik vreesde het etiket van la petite blonde die er enkel bij is omdat ze een knap gezichtje is. Maar ik moet eerlijk zijn, die vrees was onterecht. Ik werd heel snel in de armen gesloten door mijn collega’s en ik ben vooral heel trots dat ik het kon waarmaken.

La petite blonde had veel in haar mars. (lacht) Ze heeft zelf uren afgezien op een koersfiets, dus ze weet waarover ze praat. Al snel hadden de mensen dat begrepen. Ik merk dat er weinig tot geen negatieve commentaren zijn omdat ik ‘vrouw’ ben, als je dat zo wil formuleren. We geven commentaar met drie: Alex (Alexandre Pasteur, red.), Jaja (Laurent Jalabert, red.) en ik. Of ik nu een vrouw of man ben, maakt niet uit. Ik kijk daar voorbij. Ik hoop dat mijn werk andere televisiezenders kan inspireren om ook die stap te zetten. Intussen zie ik toch meer vrouwen in de commentaarcabines, en niet alleen om te praten over vrouwenkoers, maar ook bij de mannen. Ik ben al lang niet meer de enige.”

Marion Rousse stelde als directrice de Tour de France Femmes 2022 voor, die nu zondag start. Beeld REUTERS
Marion Rousse stelde als directrice de Tour de France Femmes 2022 voor, die nu zondag start.Beeld REUTERS

Is er een rolverdeling tussen jullie drie? Het valt me op dat u altijd als eerste de renners herkent, ziet wie pech heeft of lek rijdt.

(lacht) “Totaal niet. Eigenlijk is het zo’n beetje zoals bij de mensen thuis, wanneer je met familie of vrienden naar koers kijkt. We kijken naar de televisie en vertellen wat we zien. Al ben je niet de eerste die deze opmerking maakt. Veel mensen zijn er verbaasd over hoe snel ik renners herken, maar dat is gewoon omdat ik er van kleins af in zit. Het is een gewoonte. Ik heb met mijn vader enorm veel koers gekeken. We gaven samen commentaar. Het is een automatisme, commentaar geven voelt voor mij heel naturel.”

U zei daarnet dat u snel werd aanvaard, maar aan de andere kant hoor ik vaak van vrouwelijke buitenlandse commentatoren dat ze regel­matig met negatieve, soms seksistische opmerkingen te maken krijgen.

“In het begin was het niet gemakkelijk en ik zal niet zeggen dat het moeilijker is voor een vrouw om commentaar te geven, maar ik moet wel toegeven dat je als vrouw precies minder het recht hebt om fouten te maken.

“Als ik iets doms zeg of een foutje maak, zal men al sneller terugvallen op het cliché: zie je wel dat ze daar niets te zoeken heeft. Eigenlijk is zo’n reactie niet eerlijk en slaat ze nergens op, want als je drie weken commentaar geeft tijdens de Tour de France, vijf, zes uur per dag, dan is het logisch dat er eens een foutje in je commentaar sluipt. Het is onmogelijk dat te vermijden. Ik leg de lat heel hoog voor mezelf, hoger dan mensen wellicht verwachten, en ik bereid me tot in de puntjes voor. Ik ken mijn job en ik geloof dat ik er goed in ben. Dat merk ik aan de reacties.

“Om eerlijk te zijn, zoals ik daarnet zei, de positieve reacties overheersen. Reacties als ‘amai, ze doet dat goed voor een vrouw’ liggen toch al een tijdje achter me. Neen, als ik nu reacties krijg, zijn die van dezelfde aard als die op Jaja of Alex: ik ben een van de drie, niet ‘de vrouw’ van de drie.”

In 2020 verscheen in de krant L’Humanité tijdens de Tour een verschrikkelijke cartoon van u en Julian Alaphilippe waarbij jullie naakt in bed liggen en u bij hem polst of hij ‘wil antwoorden op de vragen van France ­Télévisions’. Hebt u nog van die dwaasheden mee­gemaakt?

“Neen, totaal niet. En gelukkig zijn er weinig die zulke stomme dingen doen. Eerlijk, ik krijg echt veel positieve reacties en ik laat me niet doen door de enkelingen die negatief zijn. Ik ga daarom niet stoppen. Natuurlijk deed me dat pijn, zeker toen ik de karikatuur voor het eerst zag. Ik voelde me gekwetst, maar ik kon dat snel van me afzetten. Het was zo grof, zo erg en zo onrechtvaardig dat je zoiets niet serieus kan nemen. Het was een spotprent die enkel wilde kwetsen, het was niet eens grappig. Het was ridicuul en kwaadaardig. Het was niet alleen respectloos voor mij, maar ook voor andere vrouwen (L’Humanité bood excuses aan en haalde een uur na publicatie de cartoon van de website, red.).

“Maar die periode heeft me niet getekend, ik ben snel doorgegaan met mijn werk. Ik heb toen vooral heel veel steun en warmte gevoeld van het publiek. Ik vond het ook vervelend dat ik plots midden in een storm terechtkwam, terwijl het in de Tour niet over mij maar over de renners moet gaan.”

Vorig jaar werd u voor het eerst mama. Ik stelde drie jaar geleden Lizzie Deignan na haar bevalling de vraag hoe ze het moeder­schap combineerde met haar job als wiel­renster. Ze zette me meteen op mijn plaats: ‘Je zou deze vraag nooit stellen aan een mannelijke wielrenner.’ Hoe reageert u op deze vraag?

(lacht) “Lizzie heeft gelijk. Aan Julian stel je die vraag niet. Hij werd papa en vertrok een week later naar de Tour en kreeg overal felicitaties. Ik ook natuurlijk, maar ik bleef wel thuis achter, met Nino. Dus het is nog altijd anders voor een vrouw, zeer zeker. Meteen na mijn bevalling heb ik niet gewerkt en was ik er dus niet bij in die Tour, maar ik wilde wel mijn job blijven uitoefenen. Dus ja, het is een vraag die me irriteert: hoe ga je dat vier weken klaarspelen in de Tour? Ga je Nino zo lang alleen laten? Dat is niet fair: ik heb het recht om te werken, ik heb het recht om mama te zijn, om een goede moeder te zijn terwijl ik mijn job uitoefen.

“Het is een kwestie van evenwicht zoeken in je relatie, in je familie. Elk gezin moet dat voor zichzelf uitmaken, het is de keuze van elke man of vrouw wat hij of zij zal doen na de geboorte van een kind. Voel je de behoefte om te stoppen met je carrière, als man of vrouw, wil je veranderen van job, dan begrijp ik dat. Je moet vooral doen waar je je zelf goed bij voelt.

“Julian en ik hebben een evenwicht gevonden. Ons leven is inderdaad intens, maar dat is een keuze en we voelen ons daar goed bij. Nino is er vaak bij, we proberen hem zo veel mogelijk overal mee naartoe te nemen. Het is wellicht een ander leven dan dat van andere peuters, maar hij zal wel midden in de actie zitten.”

U heeft al eens kunnen proefdraaien in ­Parijs-Nice.

(lacht) “Dat was wel maar een weekje. Natuurlijk denk ik dan elke seconde aan hem en soms schiet door mijn hoofd: ah, nu zal hij dit of dat aan het doen zijn. En we facetimen vaak. Uiteraard is ons leven veranderd: vroeger maakte ik mijn valies en was ik weg, that’s it. Nu is het ingewikkelder en je prioriteiten veranderen als ouder: wat is het beste voor Nino? Hoe pakken we het aan? Hij is steevast ons uitgangspunt. We staan er ook niet alleen voor, er zijn vaak vrienden bij om te helpen, mijn ouders zijn allebei met pensioen en reizen vaak mee. Neem nu Parijs-Roubaix. Ik werkte op zaterdag en zondag, intussen was Julian bij mijn ouders met Nino. Zo vinden we altijd wel een evenwicht of oplossing en het marcheert. Er is een leven voor en een leven na de geboorte van een kind. Dat is bij elke ouder het geval. Je krijgt andere verantwoordelijkheden.

Julian Alaphilippe en Marion  Rousse bij koersorganisator Wouter Vandenhaute tijdens de Brabantse Pijl. Beeld BELGA
Julian Alaphilippe en Marion Rousse bij koersorganisator Wouter Vandenhaute tijdens de Brabantse Pijl.Beeld BELGA

(op dreef) “Het ouderschap heeft me wellicht geholpen in mijn job. Ik was vroeger vaak gestrest door domme futiliteiten. Ik was heel hard bezig met mijn job, terwijl je nu als ouder veel meer focust op wat er echt toe doet. Ik zie het ook bij Julian. Als hij thuiskomt en de deur sluit, is hij niet Julian de wereldkampioen, maar Julian de papa die bij zijn gezin wil zijn en die ook nodig is in dat gezin. Ook zijn leven is veranderd. Natuurlijk is je job nog honderd procent van belang, maar tegelijkertijd wordt je blik wel verruimd. Het ouderschap zorgt ervoor dat je bepaalde dingen in een ander perspectief kunt zien, minder dramatisch. Ook als het in de koers wat minder goed gaat: als Julian thuiskomt, vindt hij le petit bonheur bij zijn gezin. Het is wel goed dat je even uit dat wielerwereldje kunt stappen.

“Om nog even op je vraag terug te komen: we kozen met z’n tweeën voor het ouderschap, dus waarom zou ik alles moeten opofferen of anders moeten doen omdat Nino er is? Ik vind dat geen relevante vraag. Het mag niet meer uitmaken of je man of vrouw bent.”

Is het moeilijker om commentaar te geven als Julian meekoerst?

“Neen. Die vraag wordt me vaak gesteld. Voor de kijker maakt het toch niet uit met wie ik samen ben? Ze rekenen op mij als commentator, ze rekenen erop dat ik mijn job goed doe en daar werk ik elke dag hard voor. Mijn relatie mag daar geen invloed op hebben, want dan zou ik mijn job niet goed doen. Op het moment dat ik die koptelefoon opzet, ben ik televisiecommentator en niet de vriendin van Julian.

“Vergelijk het met een wielrenner: zodra die op zijn fiets springt, is hij ook geconcentreerd op zijn job. Dat geldt net zo goed voor mij. Onpartijdigheid is cruciaal in mijn vak en ik maak geen enkel onderscheid. Als Julian niet goed is, dan zeg ik het ook. Natuurlijk, als er een massale valpartij is en Julian ligt erbij, dan zal ik wel dat tikkeltje meer aandachtig kijken naar wat er precies gebeurd is. Dat is normaal en uiteraard wil ik dan zo snel mogelijk horen wat er aan de hand is. Maar de koers gaat voort, meteen zie je andere beelden en dus doe ik daarna door tot het einde, zoals in de Ronde van 2020 (waar Alaphilippe na een botsing met een motor ten val kwam, red.). Als het me moeilijk begint te vallen om commentaar te geven bij een koers van Julian, stop ik er beter mee.”

Het zal ook wel voordelen hebben om samen te zijn met een renner. U kent QuickStep-­Alpha Vinyl waarschijnlijk heel goed als ploeg.

“Ja, ik ben vertrouwd met het team, maar ik ken veel ploegen heel goed. Ik heb zelf lang gekoerst en ik ken veel Franse renners, omdat we vaak samen bij de nationale ploeg reden. Dus misschien weet ik van sommige teams wel meer dan van QuickStep. Wellicht heb ik bij bepaalde ploegen een geprivilegieerde inkijk, maar ik krijg ook veel info van anderen, en dat zorgt er mee voor dat ik goed ben in mijn job. De kijker wil informatie, niet? Ik pols heel vaak bij andere teams, ik informeer voor een tijdrit bij de ploegen met welk materiaal of versnelling ze rijden. Je moet als commentator een meerwaarde bieden, zorgen dat je de kijker verbaast en wat slimmer maakt na een koers. Dat is toch ons doel, niet?”

Tot slot, als u een raad mag geven aan jonge wielrensters of vrouwelijke sportjournalisten die nog aan de weg timmeren, welke zou die dan zijn?

“Ik geef hetzelfde advies aan vrouwen als aan mannen − laat dat geslacht toch niet van belang zijn. Je moet gewoon hard werken, in het leven krijg je niets cadeau. En doe dat werk met passie, met volharding. Er zullen moeilijke momenten en obstakels opduiken, of je nu man of vrouw bent, in wat je ook onderneemt in het leven. Er zullen momenten zijn dat je tevreden bent en er zullen momenten zijn dat je heel diep zit. Het leven is een voortdurende strijd, een koers die nooit stopt. Maar er zijn geen limieten, doe wat je wil doen, waar je zin in hebt, stel jezelf duizend vragen, werk hard, neem je job serieus en dan komt het wel goed. Maar laat je vooral niet beperken omdat je man of vrouw bent.”

Tour de France Femmes, nog tot zondag elke namiddag op Eén

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234