Maandag 16/05/2022

InterviewTom Pidcock

Tom Pidcock wil ook het veld en de weg domineren: ‘België heeft zichzelf in de voet geschoten bij het WK in Leuven’

Tom Pidcock: ‘De finishfoto met Wout in de Amstel Gold Race is nog steeds controversieel. Jazeker, daar blijf ik bij.’ Beeld RV The Road Book
Tom Pidcock: ‘De finishfoto met Wout in de Amstel Gold Race is nog steeds controversieel. Jazeker, daar blijf ik bij.’Beeld RV The Road Book

Bij zijn eerste deelname aan de Olympische Spelen won Tom Pidcock (22) meteen goud in het mountainbiken. Zondag crost hij door de modder van Dendermonde - helaas zonder publiek. De ambities voor dit seizoen zijn torenhoog. ‘Ik wil Wout en Mathieu verslaan.’

Ann Braeckman

Hij speelt wel eens Fortnite met ­Mathieu van der Poel, kan zo aan de slag in het circus dankzij zijn kunstjes op een eenwieler, doet wheelies op steile beklimmingen in de Vuelta en had nog nooit een kater, zelfs niet na zijn olympisch goud in het mountainbike in Tokio. Tom Pidcock is een man van vele terreinen en heeft op 22-jarige leeftijd al een mooi palmares in het veld, op de weg en in het mountainbiken bij elkaar gefietst. Steevast werd hij de voorbije weken dan ook als een van de Grote Drie in het veld aangekondigd. Het bekt goed, maar eerlijk is eerlijk: om aan Wout van Aert en Mathieu van der Poel te tippen, behoeft hij nog wat wereldtitels in het veld en een stuk of 40, 50 crossen achter zijn naam, liefst met een van hen er bij aan de start.

BIO * geboren op 30 juli 1999 in Leeds (VK) * veldrijder, weg­renner en moun­tainbiker voor Ineos * behaalde zilver op WK veldrijden 2020 * won vorig week­end Wereldbeker-manche in Rucphen (NL) * dit jaar op de weg winnaar van de Brabantse Pijl en tweede in de Amstel Gold Race * kroonde zich in Japan tot olympisch kam­pioen mountain­biken

Zondag krijgt hij daartoe de eerste kans van dit seizoen. In de blubber van Dendermonde zijn de drie ‘tenoren’ allen van de partij. Vorig jaar kregen we een cross uit de oude doos met renners die kuitendiep door de modder ploeterden. Wout van Aert toonde zich heer en meester. Hij soleerde met bijna drie minuten voorsprong naar de zege, voor ­Mathieu van der Poel. Pidcock reed de wedstrijd niet uit. Indien de wei er opnieuw als toen bij ligt, moet de Brit zich geen illusies maken. Zijn smalle beentjes zijn in het nadeel ten opzichte van de stevige stelten van Van Aert, al is hij hoopvol, zo blijkt uit ons gesprek.

Tom Pidcock: “Vorig jaar was het een echte moddercross en dan ben ik misschien een beetje in het nadeel met dat vele loopwerk, maar als ik me goed voel en nog een tikkeltje beter dan de voorbije weken, moet ik tegen Wout en Mathieu kunnen strijden. Al hoop ik wel dat het er niet zo drassig bij ligt.”

Dan hebt u geluk. Dit jaar spreken we niet over Dendermodder en zou er sprake zijn van een snel parcours.

“Fijn, dan kan ik me wat meer uitleven.”

Tegenwoordig spreekt iedereen van de Grote Drie. Hoe staat u daar tegenover?

“Dat streelt mijn ego, uiteraard. (lacht) In één ruk met hen genoemd worden, geeft vertrouwen. Ik kijk echt uit naar de wedstrijden tegen Wout en Mathieu. De laatste jaren waren ze sterker dan ik, maar het is geen geheim dat ik dit seizoen hun niveau wil benaderen. Op dit moment presteert Wout op een hoger niveau. Dat geef ik eerlijk toe. Mijn piek is pas voorzien rond het WK (eind januari, red.), al neemt dat niet weg dat ik nu ook al tegen hen wil strijden. Ik wil niet gewoon telkens derde worden na hen. Mijn grote doel dit seizoen is om hen te verslaan.”

Hoe kijkt u naar de start van uw seizoen? U reed nu vier wedstrijden en won één keer, de eerste Wereldbeker-manche in uw carrière, in het Nederlandse Rucphen.

“Ik ben zeker tevreden. Ik voel dat ik sterker ben dan vorig jaar, toen had ik meer tijd nodig om resultaat te halen, maar tegelijkertijd besef ik ook dat er nog veel werk aan de winkel is om zo sterk te worden als Wout en Mathieu.”

U won in Rucphen tegen Eli Iserbyt nadat u in de slotfase sneller over de balken had ­gesprongen.

“Da’s kicken natuurlijk. Het was superspannend, de hele tijd draaien en keren, een snelle wedstrijd waar je weinig verschil kon maken. Ik had het heel lastig in de bochten, moest telkens een gaatje laten en terugkeren. Helemaal op het einde kan ik toch nog naar Eli rijden en jump ik daarna sneller over die balken. Op zo’n manier winnen is great.”

Mag ik zeggen dat u nog altijd redelijk wat foutjes maakt in een wedstrijd? U lijkt soms wat onbezonnen rond te crossen en neemt veel risico’s.

(lacht) “Ik weet wat je bedoelt, maar als je dan wint… het is de bluts met de buil. Winnen na zo’n sprongetje, geweldig toch?

“Crossen is technisch en soms ziet het er wat ­silly uit als je valt, maar het maakt de sport mooi en het toont aan dat we ook maar mensen zijn. We doen geweldige dingen op de fiets, maar soms ga je er eens bij liggen. Het hoort erbij.

“Crossen duurt maar een uurtje, maar het is wel een uur in het rood. Soms gaat alles goed, maar als de vermoeidheid toeslaat, maak je meer fouten. Kijk naar de sneeuwcross in Val di Sole: naar het einde toe was het echt koud, beheers je nog amper je fiets en ga je op je bek.” (lacht)

U bent een lefgozer in, maar ook naast het veld en doet al eens een felle uitspraak. Kunt u zich herinneren dat u na uw regenboogtrui bij de junioren vertelde dat u in drie jaar tijd wereldkampioen wilde worden in alle categorieën in het veld (junioren, beloften, elite)?

(lacht) “Ik was toen nog een jonge gast. Weet je, ik ben altijd ambitieus. Meer moet je daar niet achter zoeken en ik wilde gewoon graag wereldkampioen worden. Bij de junioren en beloften is dat intussen gelukt, bij de profs nog niet. De droom van toen heb ik inderdaad niet gerealiseerd. Nu goed, dat is niet erg.”

Is de 22-jarige Tom Pidcock realistischer?

“Misschien wel. (denkt even na) Ja, toch wel. Toen ik nog jong was en bij Telenet Fidea reed, werd ik omringd door mensen die heel veel vertrouwen in me hadden. Ik was de ‘next big thing’ en ik zou alles winnen. Dat gaf me wellicht wat te veel zelfvertrouwen. Als je op die leeftijd zulke dingen hoort, is dat niet gemakkelijk om mee om te gaan. Nu besef ik dat winnen niet zo simpel is. De jongens tegen wie ik cros zijn vier, vijf jaar ouder dan ik; ik weet nu dat ik hen niet zomaar kan verslaan.”

Wereldkampioen in het veld en in het tijd­rijden bij de junioren. Parijs-Roubaix bij de junioren en beloften, winst in de baby-Giro, wereldkampioen bij de beloften in het veld... Had u op een bepaald moment het gevoel dat alles wat u aanraakte in goud veran­derde?

“Het was bij de jeugd zeker veel gemakkelijker om te winnen dan nu bij de profs. Ik moest er in mijn eerste seizoen bij de elite aan wennen dat ik niet alles kon winnen. Zowel in de cross, als op de weg dit jaar. Ik had het heel moeilijk om voor een ereplaats te vechten. Ik gaf het snel op, omdat het mij niet interesseert om tweede, derde of vierde te worden. Ik heb dit seizoen tijd nodig gehad om die switch te maken, om in de toekomst ook voor een ereplaats te leren knokken.

Tom Pidcock wint zijn eerste wereldbekerwedstrijd, vorige week in het Nederlandse Rucphen. Beeld Photo News
Tom Pidcock wint zijn eerste wereldbekerwedstrijd, vorige week in het Nederlandse Rucphen.Beeld Photo News

“Het duurde even voor ik besefte dat zelfs toprenners niet alles winnen. Je verliest nog altijd meer dan je wint, ook al behaal je veel zeges. Dat is iets wat ik moet meenemen voor de rest van mijn ­carrière.”

Het lijkt een mooie les.

“Het was vast en zeker een learning curve. Kijk, als ik de topvorm te pakken had, maar in een positie verkeerde waarin ik niet meer kon winnen, liet ik het soms hangen. Ik zal nooit op eenzelfde manier knokken voor een vierde of vijfde plaats als voor de winst. In mijn hoofd is dat een logisch denkproces, maar ik weet dat niet iedereen zo in elkaar zit.”

Julian Alaphilippe won ook niet bij z’n eerste deelname de Waalse Pijl.

“Jawel toch?”

Neen, hij werd tweede in 2015 en 2016 en won pas voor het eerst in 2018.

“Tweede is beter dan mijn zesde plaats bij mijn debuut. (lacht) Nu goed, het valt niet te vergelijken. Dat was trouwens een ereplaats waarmee ik wel kon leven, want ik kwam zwaar ten val in die koers en eindigde helemaal geblutst en geschaafd.”

De Waalse Pijl was het slotstuk van uw eerste voorjaar op de weg. U eindigde als derde in Kuurne-Brussel-Kuurne, werd vijfde in de Strade Bianche en u won de Brabantse Pijl. Maar iedereen herinnert zich vooral de millimetersprint in de Amstel Gold Race. U werd tweede na Wout van Aert. Wat zou u nu ­anders doen?

“Misschien moet ik wel niets anders doen (gniffelt), misschien had een andere persoon iets anders moeten aanpakken.”

Wat bedoelt u precies?

(lacht)

U bedoelt de finishfoto natuurlijk.

“Yes. (Pidcock zaaide in de week na de Amstel Gold Race op sociale media twijfel over de plaats waar de apparatuur voor de finishfoto werd opgesteld. Een post die hij later van z’n kanalen verwijderde, red.)

Dus u vindt niet dat u die sprint anders had moeten aanpakken?

“Ik denk dat de finish nog steeds controversieel is. Jazeker, daar blijf ik bij. Eerlijk gezegd denk ik niet dat je over winst kunt beslissen met het bewijs van die foto. Maar goed, als ik die sprint opnieuw zou moeten doen… (denkt even na). Net voor Wout zijn sprint aanzet, kijk ik even achterom. Daardoor slaat hij een gaatje dat iets te groot is. Kijk ik niet achterom, dan neemt Wout minder voorsprong. Dus dat is mijn schuld en zou ik anders aanpakken.”

Uw trainer Kurt Bogaerts vertelde me dat die tweede plaats misschien niet zo’n slechte zaak is. Het was nog maar uw eerste jaar bij de profs. Op die manier blijft u gemotiveerd de komende jaren.

(lacht) “Ik had toch liever al die klassieker op mijn palmares.”

Wordt dat uw grootste uitdaging de komende jaren? U wint al op heel jonge leeftijd. ­Bestaat het gevaar niet dat u snel uitgeblust raakt?

“Op dit moment vormt dat zeker geen probleem. Er valt nog zoveel te winnen. Het is ook een van de redenen waarom ik verschillende disciplines combineer. Ik amuseer me, ben niet gefocust op één ding, maar leef me uit in de cross, op de weg en in het mountainbiken. Dat houdt me fris en gemotiveerd. Ik zal nog zeker tot en met de Olympische Spelen van 2024 alles combineren. Neem me nog niet weg uit de cross, ik amuseer me nog veel te veel. Op die Spelen wil ik mijn titel in het mountainbiken verlengen en is ook de wegrit een doel.”

Ik neem u even mee naar de weken voor de Spelen in Tokio. Eind mei liep u een gecompliceerde sleutelbeenbreuk op en raakte u maar net op tijd fit. Hoe moeilijk was die ­periode?

“Het was zeker een van de zwaarste periodes in mijn carrière, ik heb echt afgezien en moest heel hard werken om op tijd die vorm te pakken te krijgen.”

U maakte uw comeback in de wedstrijd in Les Gets. Daar liep het voor geen meter. Uw trainer vertelde me dat u in zak en as zat na afloop in de wagen naar huis.

“Klopt, ik had wel wat twijfels. Ik nam deel aan die wedstrijd omdat ik een missie had: top zijn op de Spelen en mikken op goud. In Les Gets liep het niet zoals ik had gehoopt. Dat was deels omdat ik nog niet op niveau was en deels omdat ik niet het vertrouwen had op de fiets wat ik anders wel heb. Ik was bezig met die val, met mijn schouder. En als dat door je hoofd sluipt, rijd je niet goed. Ik viel een paar keer, gelukkig zonder erg, maar dat hielp me niet en het was gewoon een shit­weekend.”

Hoe kom je er dan bovenop? De Spelen waren niet veraf.

“Ik had een missie en dan moet je ergens een knop omdraaien. Kurt praatte op me in en gaf me vertrouwen.”

Bogaerts vertelde me dat u heel extreem bent. U kunt heel diep gaan om u op te laden en grenzen te verleggen, ook na een tegenslag. In die periode hebt u volgens hem getoond dat u niet alleen talent hebt, maar er ook een sterke kop op uw lijf staat.

“Zei hij dat? Nice. Zoals ik al zei, ik had een missie. Ik kan heel hard en veel trainen. De tijd was kort, maar als ik iets in mijn hoofd heb en gemotiveerd ben, kan ik misschien nog dat tikkeltje meer. Ik kan mezelf enorm pushen, zonder dat ik te ver ga. Op dat vlak ken ik mijn lichaam vrij goed. Ik weet van mezelf dat ik veel training nodig heb om goed te zijn. Dus alle tijd die ik had, heb ik benut om dat doel te halen.”

Hoe belangrijk is het dan om Kurt aan uw ­zijde te hebben? Hij voorspelde dat zo’n vijf à zes dagen voor de Spelen het tij zou keren en u dan die topvorm vast zou hebben.

“Kurt en ik werken al jaren samen en ik vertrouw hem voor 100 procent. Hij is niet alleen mijn ­trainer, hij is veel meer dan dat… Hoe moet ik dat zeggen? (pauzeert even) Hij is mijn vertrouwenspersoon. Hij doet zo veel. Hij zorgt voor mij en ik moet aan niets anders denken dan aan trainen en koersen.

Goud in de olympische mountainbikerace in Tokio, afgelopen zomer. Beeld Photo News
Goud in de olympische mountainbikerace in Tokio, afgelopen zomer.Beeld Photo News

“En hij kreeg gelijk. Op mijn laatste pittige training in Japan haalde ik een van mijn beste waardes ooit op training. Toen wist ik dat ik klaar was voor de Spelen. Als je dat besef hebt, groeit je vertrouwen.”

En het hielp dat u in de wedstrijd wist dat er geen plank op die helling lag, het grote verschil met Mathieu van der Poel die viel.

(lacht) “Yeah, maar kijk, ik was al vrij vroeg gearriveerd in Japan, ik kende het parcours uit het hoofd, wist waaraan ik me kon verwachten. ­Mathieu arriveerde pas laat en dan mis je gewoon zaken.”

Of hij luistert gewoon niet goed naar zijn omgeving die hem dat wel had verteld.

(droog) “No comment.”

Hoe dan ook, u bent olympisch kampioen. Iedereen gaf u de raad om uitgebreid te ­genieten van die gouden medaille. Hebt u dat genoeg gedaan? Een paar weken later startte u al in de Vuelta.

“Ja, toch wel, want ik was crappy in die Vuelta. Ik was echt slecht die eerste dagen.”

Hebt u zo hard gevierd?

“Neen, eigenlijk niet. Ik heb zelfs geen glas gedronken. Mensen denken dat ik twee of drie weken heb gefeest, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik heb gewoon van mijn vrije tijd genoten met vrienden en familie. Ik ging vaak op restaurant en ik at wat ik wilde. Tussendoor probeerde ik nog zo veel mogelijk te trainen, maar veel was dat niet. Die prijs heb ik betaald in de Vuelta. De eerste dagen raakte ik niet vooruit. Maar ik heb er geen spijt van. Ik heb echt genoten. Ik dacht altijd dat een wereldtitel het allerhoogste was. Ik verkoos een wereldtitel boven een olympische medaille, maar nu ben ik van mening veranderd. De Spelen overstijgen het wielrennen, een medaille is veel grootser, raakt meer mensen en de hele natie is trots op je. Dat heb je niet met een wereldtitel.”

Veel olympische winnaars in andere disciplines, zoals zwemmen of turnen, nemen na de Spelen vaak maanden vrij. Ik herhaal: u fietste 19 dagen later in Spanje.

(lacht) “Ik weet het, maar wielrennen is daarin anders en dat is misschien een minder kantje van onze discipline. We gaan zo snel weer door, kijken vooruit en staan nooit lang stil bij wat we realiseren omdat de koersen elkaar zo snel opvolgen. Ik zit zelf ook zo in elkaar en ben meestal opgelucht als ik een doel heb bereikt. Snel denk ik dan al weer aan het volgende. Misschien is dat niet altijd goed.

“Anderzijds, in sommige sporten zijn enkel de Spelen en soms eens de wereldkampioenschappen van belang of krijgen ze alleen dan aandacht. Die atleten leven dan enorm hard toe naar dat ene doel om de vier jaar, terwijl wij wielrenners, of toch zeker ik, soms wel vier, vijf doelen op een jaar hebben. Dat is het grote verschil.”

Ook in België hebt u veel fans blij gemaakt. U pendelt nu al jarenlang over en weer. Wat hebt u intussen van ons land opgestoken?

“De wielerbeleving is hier enorm. Nergens anders ter wereld is de betrokkenheid van de fans zo groot, heb je zo veel liefde voor de fiets en voor de renners. Kijk naar het jongste WK wielrennen in Leuven. Dat was ongelooflijk.

“Stel dat ik straks naar buiten ga hier in Grimbergen (waar hij dit veldritseizoen woont met zijn vriendin Beth, red.) en ik vraag aan eender welke Belg welke renners deel uitmaakten van de Belgische selectie. Wel, ze zullen iedereen kunnen opsommen van de nationale ploeg. In geen enkel ander land heb je dat, daar weten ze in het beste geval één naam.” (lacht)

Het brengt ook nadelen met zich mee. De druk op renners zoals Remco Evenepoel of Wout van Aert is groot. Bent u ook zo populair in Groot-Brittannië dat elke scheet van u in de media wordt belicht?

(schiet in de lach) “Nee, zeker niet. Pas op, wielrennen is populair, maar het is niet zo mainstream als voetbal en er wordt minder over geschreven. De druk die op Remco ligt, de vele media-aandacht die hij krijgt… het moet ongelooflijk zwaar zijn voor hem om daar mee om te gaan. Kijk naar het WK en jullie Wout van Aert. Stel dat het WK elders was georganiseerd, dus niet in België, maar wel op dat parcours, dan was Wout wellicht wereldkampioen geworden. Maar nu, op dit WK, de stress die langzaam in die week op hem afkwam, de druk van de media, het publiek… Dat groeide dag na dag en ik kon tijdens de wedstrijd gewoon zien dat hij geen energie meer had. Het was alsof… (pauzeert even) België heeft zichzelf eigenlijk in de voet geschoten, ze hebben hun eigen kopman moe gemaakt, they tired him out.”

Normaal kan Wout van Aert wel goed om met druk. Hij is vaak de topfavoriet.

“Dat weet ik, maar een WK in eigen land is nog een ander paar mouwen. Het was alsof hij bijna niet kon verliezen. Dan wordt het moeilijk.”

U was topfavoriet op het WK veldrijden in Valkenburg in 2018 bij de beloften, maar u stapelde er de fouten op en raakte niet vooruit. U eindigde als vijftiende. Ook stress?

“Daar had ik inderdaad last van en zette ik mezelf te hard onder druk om wereldkampioen te worden. We waren al een week voor het WK aanwezig in het teamhotel. Je traint wel een beetje, maar het meeste werk is achter de rug en er is veel vrije tijd. Ik dacht toen te veel na, I completely fried my brain, en in de cross zelf had ik gewoon geen energie meer over.”

Een jaar nadien lukt het u wel in het Deense Bogense. Wat was het verschil?

“Ik startte gewoon met een andere mindset, ik was mezelf, legde me geen druk op en ik probeerde te genieten en het mezelf gemakkelijk te maken. Ik houd van hard rijden met de fiets, laat ik dat gewoon ook doen op het WK, nam ik me voor. En ik was al een jaartje ouder, dat scheelt.”

Nu rijdt u bij de profs, pakt u goud in uw ­eerste deelname aan de Olympische Spelen. Tour-winnaar en uw ploegmaat Geraint ­Thomas postte na afloop volgende tweet: ‘Gefeliciteerd Tom. Britain’s next cycling ­superstar.’ Hoe blijf je daar rustig onder?

“Ik ben er niet echt mee bezig. Ik denk niet aan wat G (Geraint Thomas), Bradley (Wiggins) of Chris (Froome) hebben gerealiseerd en ik stippel mijn ­eigen pad uit. Om eerlijk te zijn, heb ik de laatste twee jaar niet echt last van druk of stress als ik kopman ben. Ik ga er gewoon mee om, dat lijkt me het beste wat je kunt doen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234