Woensdag 20/11/2019

Interview

Sven Kums (KAA Gent): ‘Ik voel geen rancune tegenover Anderlecht’

Sven Kums: ‘Natuurlijk ervaar ik het als een gemis dat ik geen Rode Duivel ben, maar het is nooit een obsessie geweest.’

Drie jaar nadat hij er was vertrokken, voetbalt hij opnieuw bij KAA Gent: het is met de carrière van Sven Kums (31) niet gelopen zoals verwacht. Hij verzeilde op de bank in het buitenland en botste op Vincent Kompany bij Anderlecht. Zijn makelaar Mogi Bayat verdween achter de tralies en tot een cap bij de Rode Duivels komt het vast ook niet meer. En toch: voor ons zit een voetballer die weer wervelt als in zijn beste dagen en zijn geluk ook naast het veld gevonden heeft.

“Sorry, maar nu moet ik écht weg.” Ruim twee uur heeft Kums met ons over zijn woelig carrièrepad gepraat, wanneer hij zich naar zijn wagen haast: in de crèche wacht zijn acht maanden oude dochter Juliette.

Kums: “Ik wilde al vrij jong kinderen, maar mijn vrouw Caroline heeft de boot lang afgehouden: ‘Waarom nu al, als je toch maar zelden thuis bent?’ Dat snapte ik wel.”

Toen jullie er toch voor gingen, is Juliette er niet meteen gekomen.

“We hebben het twee jaar op de normale manier geprobeerd en hebben dan, omdat het niet lukte, voor ivf gekozen. Dat was het begin van een erg intense periode. We hebben veel geluk gehad: binnen het jaar was Caroline zwanger. Ik ken mensen die het al negen jaar proberen.

“Vrij snel hebben we ook besloten om ervoor uit te komen: je hebt nu eenmaal mensen – je zou ervan versteld staan hoeveel zelfs – die moeilijker zwanger raken. De meesten komen er niet voor uit, terwijl op ivf totaal geen taboe zou mogen rusten. Maar ik naderde de dertig en was nog steeds geen vader. Dan ken je de mopjes wel: ‘Als ik moet komen helpen, laat ’t maar weten!’ (lacht) Mensen staan er niet bij stil dat je al een hele weg in die rollercoaster van hoop en ontgoocheling hebt afgelegd.”

Een ivf-traject is erg zwaar. Heeft het gewogen op je prestaties bij Anderlecht?

“Als je nog maar eens te horen krijgt dat het niet gelukt is en voor de zoveelste keer moet herbeginnen, kruipt dat in je hoofd. Maar zodra je op het veld staat, verdwijnt dat weer. Iedereen heeft weleens een dag dat hij er met zijn hoofd niet helemaal bij is. Zo uitzonderlijk is dat niet.”

Het zoontje van je schoonzus, van wie jij de peter bent, heeft het syndroom van Down. Heeft dat jullie nooit doen twijfelen aan jullie kinderwens?

“Nooit! Wij hebben meteen tegen elkaar gezegd: ‘We breken de zwangerschap niet af, mocht blijken dat ons kindje down heeft.’ We zouden het nooit over ons hart hebben gekregen.”

Heb je Down the Road gezien?

“Tuurlijk! De hele familie vond het fantastisch, zo herkenbaar was het. Als Tobias mij ziet, doet hij eerst een minuutje afstandelijk, omdat hij moet wennen. Maar na die minuut loopt hij over van liefde. Dan stopt hij niet met knuffelen en mag je hem alles vragen. Weet je dat kindjes met down meestal een rechte handlijn hebben? (neemt mijn hand) Kijk, bij jou is ze niet recht. Maar kijk nu eens bij mij: ik heb wel zo’n rechte lijn! Misschien heb ik daarom wel zo’n goede band met hem? (lacht)

“Tobias heeft ook mozaïcisme, een variant van down. Hij kan niet praten, maar drukt zich perfect uit in ‘smogtaal’, een iets eenvoudigere vorm van gebarentaal. Mijn vrouw en ik hebben ze samen geleerd.”

Toen ik twee jaar geleden je vader interviewde, kwamen je ouders net terug van het ziekenhuis in Leuven.

“Ah, maar dat was voor het zoontje van mijn broer. Seppe is geboren met een hartafwijking. Hij heeft na zijn operatie maandenlang op intensive care gelegen. Net als Tobias, trouwens, want behalve down had hij ook een darmafwijking. De uren die wij bij die twee hebben doorgebracht in een ziekenhuis zijn haast niet te tellen.”

Heftig.

“We hebben al wat meegemaakt, ja. (lacht) Maar er bestaan ergere dingen, toch? Het was mooi om te zien hoe de hele familie elkaar steunde via ons WhatsApp-groepje. Meer dan ooit hingen we aan elkaar. De liefde die je dan terugkrijgt van Tobias – net als van Seppe, trouwens – is onbetaalbaar. Downkinderen kunnen hun geluk zo makkelijk uiten, zij hebben geen rem. Als ze goesting hebben om te knuffelen, komen ze knuffelen. Zin in een kus? Dan kussen ze je.”

Wat hebben Tobias, Seppe en Juliette je geleerd?

“Relativeren. Juliette moet nog maar naar me lachen, of ik vergeet al de rest. Vroeger dacht ik alleen maar aan voetbal, voetbal, voetbal – én aan mijn vrouw. (lacht) Zodra er een kind is, wordt dat het belangrijkste. Juliette is acht maanden ondertussen en het moeilijkste begint nu: de opvoeding. Caroline heeft ons voor een heleboel cursussen ingeschreven. Ik had verwacht dat ik zowat de enige vader zou zijn, maar dat valt goed mee: het is niet meer zoals vroeger, toen de moeders de opvoeding grotendeels voor hun rekening namen. Gelukkig maar.

“Wat Caroline en ik wel heel hard zijn gaan beseffen, is dat het best een uitdaging is om een gezond kind op de wereld te zetten. Daar mogen we dankbaar voor zijn.”

Drie jaar geleden zat ik bij je thuis in het Italiaanse Udine. Mocht ik je toen hebben gevraagd waar we elkaar vandaag zouden spreken, wat had je dan geantwoord?

“Watford, waarschijnlijk. Ik had voor vijf jaar bij Watford getekend, maar de club heeft me meteen uitgeleend aan Udinese. Hun trainer wilde mij absoluut en ik heb er veel gespeeld, tot we na de winterstop – hij was intussen ontslagen – twee wedstrijden verloren en ik naast de ploeg ben gevallen. Ik wist dat ik aan het eind van dat seizoen naar Watford zou terugkeren, dus ben ik toen een paar keer in Engeland naar wat matchen gaan kijken. Mijn conclusie was snel gemaakt: Watford speelde niet mijn voetbal. Heel verdedigend, weinig balbezit, veel kick and rush. Ik zou me er nooit goed hebben gevoeld. Dat zag ik niet zitten.”

Je had wel getekend voor Watford. Zonder te weten voor welk voetbal het stond?

“Ik ben niet iemand die alle buitenlandse competities op de voet volgt. Maar ik was uit op een avontuur en wilde iets nieuws. Watford was de enige ploeg die het door Gent gevraagde transferbedrag op tafel wilde leggen én ik kreeg de kans om via een uitleenbeurt een jaartje voor een Italiaanse club te spelen. Wauw, dacht ik, twee vliegen in één klap! Mijn vrouw houdt van Italië en we hebben er graag gewoond. Udine is een buitengewoon rustig stadje, met amper controle op de luchthaven, zodat je in een oogwenk in Brussel staat. Londen was drukker en lag ons niet. Als dan ook het voetbal tegenvalt…”

Je was 28 en op de top van je kunnen: kampioen geworden, Gouden Schoen gewonnen, uitblinker in de Champions League. Dan ga je toch niet naar Watford of Udinese? Het waren niet toevallig twee bevriende clubs van je makelaar Mogi Bayat.

(lachje) Hij heeft al mijn transfers gedaan. Góéde transfers. Bij de topclubs uit de Serie A of de Premier League zaten ze niet op mij te wachten, zo realistisch was ik wel. Maar je kunt toch niet zeggen dat Udinese en Watford slechte ploegen zijn? Ik wilde van het buitenland proeven en dat heb ik gedaan. Was ik in Gent gebleven, had ik me dat later waarschijnlijk beklaagd. Ik was blij dat Udinese op mijn pad kwam. Voor een eerste jaar in de Italiaanse Serie A – een notoir moeilijke competitie – heb ik er nog vrij veel gespeeld. Die ervaring heeft me rijker gemaakt als mens en als speler. Dat ik vervolgens niet naar Watford ben teruggekeerd, was mijn eigen keuze.”

Kums: ‘Mijn vrouw en ik hebben meteen gezegd: ‘We breken de zwangerschap niet af, mocht blijken dat ons kindje down heeft.”

Je praatte met Club Brugge en AA Gent, maar tekende voor Anderlecht. Waarom?

“Omdat het Champions League speelde en mijn familie uit het Brusselse is. We hadden gebouwd in Dilbeek, vlak voor we naar Italië gingen, maar hadden er nog niet gewoond. Ik had ook geen zin om te wachten op buitenlandse interesse, maar wilde zo snel mogelijk ergens tekenen om niets van de voorbereiding op het nieuwe seizoen te missen.”

Voetballen voor Anderlecht was ‘een jeugddroom’, zei je. Dat klonk alsof je jezelf iets probeerde wijs te maken.

“Absoluut niet! Het was oprecht. Het voelde niet alsof ik al na een jaar met de staart tussen de benen moest terugkeren naar België. Mijn hele jeugd, van mijn vijfde tot mijn achttiende, had ik bij Anderlecht gevoetbald. Ik kende er elk hoekje. Mijn vader heeft er jarenlang gewerkt – eerst als jeugdtrainer, daarna als scout – en ook mijn zus speelde voor Anderlecht.

“Vaak moest ik wachten tot de training van mijn vader afgelopen was, soms kwam mijn grootvader mij halen, als ik nog huiswerk moest maken of moest gaan tennissen. Want dat deed ik ook, op een vrij hoog niveau zelfs: Yannick Mertens is mijn neef en ik heb vaak tegen Ruben Bemelmans gespeeld. Ik was goed, maar niet goed genoeg: ik zou heel hard mijn best hebben moeten doen om er mijn beroep van te maken. Toen ik twaalf, dertien jaar was, heb ik een keuze moeten maken.”

Waarom hebben we tijdens je tweede passage bij Anderlecht nooit de Sven Kums van in Gent gezien?

“Mede omdat ik er nooit heb gespeeld op mijn ideale positie. Ik vind Adrien (Trebel, red.) een fantastische speler, maar misschien lijken we iets te veel op elkaar. Hij speelde iets offensiever, waardoor ik voor hem de gaten moest dichtlopen. Bij Gent deed Neto dat voor mij.”

Was je dieptepunt niet toen René Weiler je in de Champions League als libero in de ploeg dropte tegen Bayern München en jij na minder dan een kwartier tegen een rode kaart aanliep?

“Ach, dieptepunt... Ik heb hem die rode kaart nooit verweten. Het was een rare keuze, maar het was niet zijn fout dat ik rood pakte.”

Was je blij toen Hein Vanhaezebrouck hem opvolgde?

“Ik ben nooit blij wanneer iemand zijn job verliest. Maar met Hein kwam er iemand die wél in mij geloofde. Alleen, het is niet omdat er een trainer komt met wie je eerder successen hebt behaald, dat alles plots vanzelf gaat.”

Een maand na Vanhaezebroucks aanstelling stond Anderlecht te koop.

“En daarna is het niet meer rustig geworden. Ideaal was het niet, maar dat is geen excuus: op het veld moet je dat van je kunnen afzetten.”

Jan Mulder noemde jou ‘een gevoelige jongen die zich op zijn gemak moet voelen’. Dan is de aanhoudende onrust bij Anderlecht geen goede voedingsbodem geweest voor jou.

“Toch heb ik me altijd op mijn gemak gevoeld. Het rommelde, maar als topsporter ben je blij dat je kunt voetballen. Met randzaken hou ik me niet bezig.”

Volgens Hein Vanhaezebrouck heeft het toch niet geholpen.

“Als coach sta je rechtstreeks in contact met de beleidsmensen. Dat je dan sneller gefrustreerd raakt, lijkt me logisch. Misschien kreeg hij niet de spelers die hij wilde? Ik kan me voorstellen dat het aan hem heeft gevreten.”

Schrok je toen hij Anderlecht vergeleek met F.C. De Kampioenen?

“Hein steekt zijn mening niet onder stoelen of banken. Dus nee, ik schrok er niet van. (lacht) Maar het strookte niet met mijn ervaring als speler: naar mijn aanvoelen hebben we er weinig hinder van ondervonden.”

Voorzitter Marc Coucke kwam tijdens de rust in de kleedkamer, dat heeft toch een hoog Boma-gehalte?

“Dat is maar één keer gebeurd. Hij stond daar niet iedere week, hè. En bovendien wonnen we die wedstrijd. (lacht)

Wie was je laatste trainer bij Anderlecht?

“Simon Davies zat op de bank, dus… (lacht) Wie de beslissingen nam, weet ik niet. Daar was ik niet bij.”

Waarom wilde Vincent Kompany je niet gebruiken?

“Dat zou je aan hem moeten vragen. Mij heeft hij gezegd dat hij me als een nummer zes voor de verdediging zag en daar andere opties had, waardoor ik niet vaak zou spelen. Ik verkies zo’n eerlijke uitleg boven dat er rond de pot wordt gedraaid.”

Begreep je die uitleg?

“Begrijpen is een groot woord. Ik zie mezelf niet als een nummer zes die veel ballen recupereert. Maar zoals hij wilde gaan voetballen, met uitvoetballende verdedigers, zou ik wel op die positie gepast hebben. Ik heb dat ook weleens laten vallen: ‘Ik ga proberen je van idee te doen veranderen.’ Maar als je vervolgens zelfs in trainingspartijtjes met elf tegen elf aan de kant wordt gelaten, weet je hoe laat het is.”

Ik vond het respectloos, vernederend zelfs.

“Dat zijn te grote woorden.”

Geloofde je in het ‘project-Kompany’?

“Eigenlijk wel. Alleen speelde ik niet.”

Terwijl al snel duidelijk was dat het systeem mannen met metier miste.

“Precies. Maar goed, ik voel geen rancune: iedere trainer maakt keuzes.”

Vanhaezebrouck vond het ‘onbegrijpelijk’ dat Anderlecht je naar AA Gent liet vertrekken: ‘Hij bloeit meteen weer open.’

“Bij Anderlecht heb ik nooit iemand naast mij gehad die de ballen recupereerde. In Gent heb ik met Owusu wel opnieuw zo iemand gevonden. We hadden meteen een klik.”

Gek dan dat Vanhaezebrouck dat zegt: ook hij is er bij Anderlecht niet in geslaagd de omstandigheden te creëren waarin jij kon excelleren.

“Omdat hij er de spelers niet voor had. Wie hadden wij als breker op het middenveld? Leander Dendoncker heeft vooral achterin moeten spelen omdat we ook daar een probleem hadden.”

Voel je je mislukt bij Anderlecht?

“Ik heb geen prijzen gepakt en dat is een teleurstelling. Maar ben ik daarom mislukt? Ik vind van niet: ik heb veel gespeeld.”

Het wordt makkelijk vergeten, maar Gent huurt je slechts van Anderlecht. Wat gebeurt er na dit seizoen?

“Ik word gehuurd zonder aankoopoptie. Straks ben ik gewoon weer van Anderlecht – ik heb er nog een contract voor twee seizoenen – en zullen ze weer een oplossing moeten vinden voor mij.”

Verandert de komst van Franky Vercauteren iets?

“Geen idee. Ik heb Vercauteren als trainer gehad toen ik aanklopte bij de eerste ploeg van Anderlecht, maar ik was nog jong en kwam niet in zijn plannen voor.”

Klopt het dat Gent je niet mag opstellen tegen Anderlecht?

“Ja, maar vraag me niet waarom. Misschien omdat ik vorig jaar twee keer heb gescoord in het onderlinge duel en ze dat nu willen vermijden? (lacht)

Volgens iemand die het kan weten, kocht Anderlecht je niet van Watford, maar van AA Gent: ‘Anderlecht betaalt voor Kums in schijven aan Gent.’ Watford zou je slechts gehuurd hebben met een aankoopoptie, maar die niet gelicht hebben.

“Echt? Ik heb geen flauw idee hoe dat juist in elkaar zit.”

Die hele constructie zou mee het voorwerp uitmaken van het onderzoek naar de handel en wandel van Mogi Bayat. Baart dat je zorgen?

“Waarom? Ik hoor dit voor het eerst. Heb jij al een speler geweten die precies weet hoe hij verkocht wordt? Ik controleer het contract tussen mij en de club inhoudelijk, en als ik daar tevreden mee ben, is voor mij de kous af. Met de rest hou ik me niet bezig, dat is tussen de clubs.”

Een jaar geleden barstte operatie ‘Schone handen’ los en werd Bayat met groot machtsvertoon van zijn bed gelicht. Heb je het daar met hem over gehad?

“Dat is weleens gebeurd, maar ik hoef ook niet alles te weten. Wij kennen hem en zijn gezin een beetje. Hij is een warme, aangename mens. Ondanks alle negatieve verhalen heb ik nooit slechte ervaringen met hem gehad. Hij heeft mij altijd geholpen en goede contracten bezorgd, en dat is toch de taak van een makelaar? Ik ken veel spelers die blij zijn met wat hij voor hen gedaan heeft.”

Enkelen van die spelers betuigden hem kort na zijn aanhouding hun steun door een handboeigebaar te maken.

“Er is mij achteraf in een interview gevraagd of ik dat ook zou doen. Ik heb gezegd: ‘Nee, ik betuig mijn steun op een andere manier.’”


Kennelijk hadden die spelers het gebaar afgesproken via een WhatsApp-groepje.

“In dat groepje zaten vooral Franstalige spelers. Ik zat daar niet bij.”

Volgens Filip Joos, die een groot fan is van jou, koos jij twee jaar geleden voor Anderlecht met de Rode Duivels en het WK in het achterhoofd: ‘Ik ben zeker dat hij heeft gedacht: Anderlecht en de Champions League zijn mijn enige manier om nog op dat vliegtuig naar Rusland te raken.’

“De nationale ploeg was toen al zo sterk dat het heel moeilijk was om in de ploeg te raken. Drie keer heb ik op de bank gezeten, en een vierde match – een oefeninterland tegen Spanje – is door de aanslagen in Parijs niet doorgegaan. Jammer, want die keer maakte ik wel kans op speelminuten.

“Maar goed, ik heb mijn keuzes nooit gemaakt in functie van de nationale ploeg. Natuurlijk wilde ik het graag eens meemaken, en natuurlijk ervaar ik het als een gemis, maar zó belangrijk vond ik het niet.”

Je enige selecties dateren van vier jaar geleden, onder Marc Wilmots. Wat denk je als er weer zo’n interlandweek aanbreekt?

“Zeker niet: ‘Daar had ik tussen kunnen lopen.’ Daar ben ik te nuchter voor. (lachje) Ik ben altijd maniakaal met voetbal bezig geweest, maar de nationale ploeg was geen obsessie.”

Kums: 'Het kruipt in je hoofd als een zoveelste ivf-poging is mislukt, maar wanneer ik op het veld sta, valt alles van mij af.’

Joos snapte niet dat ‘die krullenbol’ – hij doelde op Axel Witsel – altijd speelde en jij voortdurend over het hoofd werd gezien.

“Als je ziet wat Witsel al heeft gepresteerd, en hoe belangrijk hij altijd is geweest voor de nationale ploeg, denk ik niet dat ik daar in zijn plaats had moeten staan. Maar misschien had ik wel een kans verdiend om minuten te maken.”

Begrijp je dat je onder Roberto Martínez nooit meer in beeld bent geweest?

“Ik ben wel nog in beeld geweest: hij is één keer naar mij komen kijken in Italië, en toen hebben we elkaar gesproken. Alleen stond ik ook bij Udinese nooit meer op mijn beste positie. Waarschijnlijk heeft de bondscoach toen gedacht: ‘Dat is niet de positie waarvoor ik hem wil.’”

Drie jaar geleden zei je in Humo: ‘Als ik mijn kinderen later laat zien waar ik overal heb gespeeld en ze vragen: ‘En was je nooit Rode Duivel?’ dan zou ik liever niet ‘neen’ moeten antwoorden.’ Helaas.

“Je weet het nooit, maar ik ben op een punt gekomen in mijn carrière dat ik nog weinig kans maak op een selectie. Jammer, maar ik kan het plaatsen en dat hoofdstuk afsluiten.”

‘Ik ben niet iemand die achteromkijkt: alles gebeurt met een reden’, zei je eens.

“Daar sta ik nog altijd achter. Je dromen komen niet altijd uit. Vaak moet je gewoon blij zijn met wat er op je pad komt. Achteromkijken heeft geen zin. Stel dat je tot de conclusie komt dat je een verkeerde beslissing hebt genomen, dan vreet dat toch maar aan je. Dat wil ik niet.”

Dat zei je ook over de voorbije twee jaar bij Anderlecht: ‘Ik hou er geen frustraties aan over.’

“Waarom zou ik? Het was niet altijd prettig, maar dat zet je toch van je af? Mij kost dat geen moeite: ik ga verder met iets nieuws en maak er het beste van.”

Maak jij je soms kwaad?

“Absoluut, in het verkeer! (lacht) Kijk, het verleden moet je laten rusten. Wat voor zin heeft het om je frustraties erop los te laten? Ik ben van nature rustig en ken geen stress. Nooit. Daar mag ik me gelukkig om prijzen, want ik ken veel voetballers die doodgaan van de stress. Ik stel me ook altijd diplomatisch op, in discussies bijvoorbeeld: ‘Zo erg is het niet.’ Mijn vrouw kan zich daarover verbazen.”

Hoe goed je ook bent, een echte ster ben je nooit geworden.

“Ik spring niet uit de band en blijf liever op de achtergrond. Misschien komt het door mijn persoonlijkheid: ik geef me niet makkelijk bloot. Als mijn vrouw iemand tegenkomt op straat, begint ze spontaan te babbelen. Terwijl ik denk: ‘Ik ken die niet, daar ga ik mijn leven niet aan vertellen.’ Ik laat ook moeilijk nieuwe vrienden toe. Niet door slechte ervaringen, want die heb ik niet. Omdat ik zo voorzichtig ben, misschien. (lachje)

Zal je na je carrière in het voetbal blijven?

“Voetbal is altijd mijn leven geweest. De ene dag denk ik: ‘Ik wil erin blijven’, de volgende dag weet ik het niet meer. Momenteel volg ik de trainerscursus van de voetbalbond, maar dan vooral om iets omhanden te hebben: ik koester nog geen ambitie in die richting. Ik kijk uit naar vrije weekends, want die heb je als speler niet. Maar als ik later trainer word, ben ik ze weer kwijt. Ik zou het erg vinden mocht ik daardoor nooit iets met mijn dochter kunnen doen.

“Nu, misschien neem ik eerst wel een sabbatjaar. Caroline en ik hebben het al vaak over een wereldreis gehad. Het zit in ons om zo veel mogelijk van de wereld te willen zien. Wie weet doen we dat eerst en pak ik pas daarna de draad weer op in het voetbal.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234