Zondag 17/01/2021

InterviewSimon Mignolet

Simon Mignolet: ‘Mijn uitdaging: de Buffon van Club worden’

Simon Mignolet. ‘De keuze om bij Club te tekenen, was een risico. Stel je voor dat het slecht was uitgedraaid, dan had ik geen vluchtroute meer. Ik heb me toen in een zwakke positie gezet.’Beeld Photo News

Een uur hadden er gerust twee kunnen zijn. Simon Mignolet (32) – nog altijd de beste doelman op onze velden – over heden, verleden en toekomst. ‘Ik zou heel gemakkelijk een alibi-keeper kunnen zijn, maar ik steek liever mijn nek uit.’

Lichtjes achterovergeleund, en met een koffietje in de hand, zit hij te wachten in de Room Lambert, een grote vergaderzaal in het Belfius Basecamp, met zicht op de indoorfitness. “Kom binnen.”

Die ‘welverdiende rust’ vorige week heeft jou zichtbaar goed gedaan.

Mignolet: (schiet in de lach) “Nóg iemand. Je zou eens moeten weten hoeveel cynische reacties ik heb gekregen. ‘Neem het er maar eens goed van, hé.’ Dat soort berichtjes. Ach, het is allemaal een beetje uit zijn context getrokken, omdat de bond het zo communiceerde. Eigenlijk heb ik niet anders gedaan dan de spelers die zich twee dagen later hebben gemeld in Tubeke. Dit was bovendien al tijdens de vorige interlandperiode afgesproken, omdat ik toen tegen Ivoorkust, Engeland én IJsland speelde.

“Nu, het was welgekomen, hoor. Even de voet van het pedaal kunnen nemen. Een paar dagen niet aan voetbal hoeven te denken. Eens een normale week, met wat tijd voor mijn gezin.”

Van wie kwam de vraag eigenlijk?

“We hebben die beslissing in overleg genomen. Op voorwaarde dat de bondscoach erachter stond. ‘Geniet ervan’, zei hij. Daarom apprecieer ik hem ook zo – ik word graag op dezelfde manier behandeld zoals ik anderen behandel. Eerlijk, fair en met respect. Het was bovendien het ideale moment voor wat extra rust, want Thibaut (Courtois, NP) was fit. Anders was ik wel bij de groep gebleven. Ik stond zelfs paraat om tegen Denemarken opnieuw aan te sluiten, mocht er iemand ziek zijn geworden.”

Je hebt tijdens de interlands in oktober de eerste verjaardag van je zoontje gemist.

(knikt) “Omdat we door die coronamaatregelen het kamp niet mochten verlaten. Gelukkig is er Skype en FaceTime. Lex staat intussen op het punt zijn eerste stapjes te zetten. Daar zou ik toch graag bij zijn.”

Veel mensen staan daar niet bij stil, bij de opofferingen die ook voetballers moeten maken.

“Ik ga daar nooit over klagen. We hebben hier zelf voor gekozen en worden er ook rijkelijk voor betaald. Maar ik voel me soms schuldig naar mijn vrouw toe. En naar Lex. Want later zal hij veel foto’s zien waar ik niet op sta.”

Dan pak je er een wereldkaart bij en zeg je: ‘Papa was in IJsland. Of in Sint-Petersburg. Of nee, wacht, in Dortmund. Dat ligt daar, in Duitsland.’

(lachje) “Goed idee.”

Hoe cruciaal is deze Champions League-wedstrijd?

“Even cruciaal als alle andere matchen die in deze poule nog gespeeld moeten worden. Met dien verstande dat als we nu geen punten pakken, Dortmund al zo goed als geplaatst zal zijn. Maar voor die tweede plaats ligt alles nog open.”

Die 0-3 uit de heenmatch doet niet meteen het beste verhopen.

“Maar dat was niet de juiste waardeverhouding. We hebben toen twee doelpunten gewoon weggegeven. Dat kan niet in de Champions League. Ik heb het tijdens de interlandperiode nog gezegd tegen Thorgan (Hazard), dat hij een cadeau van me gekregen heeft. Hij moest lachen, maar het was wel zo. Ik hoop dat we hen nu meer weerwerk kunnen bieden. Dat het een echte wedstrijd wordt, zoals tegen Zenit en Lazio, want ik acht ons niet kansloos.”

Hoe zal je je eerste ontmoeting met Haaland later beschrijven?

“Wel, ik was eerlijk gezegd niet echt onder de indruk. Maar dat kwam ook omdat hij zichzelf niet helemaal heeft moeten geven – hij hoefde het gaspedaal niet vol in te duwen. Club heeft de beste Haaland dus nog niet gezien. Want hij is natuurlijk een ongelooflijke spits.”

Aan jou om nog eens de nul proberen te houden. Want die vier clean sheets dit seizoen, dat zijn er toch te weinig voor Simon Mignolet?

“Niet voor Simon Mignolet, wel voor Club Brugge. Net zoals ik nooit met de roem zal gaan lopen als we wél een clean sheet behalen, want da’s de verdienste van het geheel. En van de staf.”

De perceptie rond jou is wel veranderd. Je bent niet de langer ‘dé muur’.

“Ach, dé muur... Als je geen bal moet pakken, dan is die muur snel gebouwd. En even snel is hij weer afgebroken, als je minder clean sheets hebt. Ik ben nog steeds de minst gepasseerde doelman in België, met negen tegendoelpunten in twaalf wedstrijden. Bovendien telt Penneteau (de doelman van Charleroi, NP) maar één clean sheet meer. Kijk, bij élke tegengoal wordt de vraag gesteld: ‘Kon de doelman beter doen?’ Behalve als je geen goals slikt. Dan blijft die opmerking uit. 

“Wel, buiten die eerste tegengoal tegen Dortmund en die slechte inspeelbal op Standard waar Deli me redt door de bal van de lijn te halen, speel ik een heel goed seizoen. Ik doe wat ik moet doen. Ik denk dat ik recht in de spiegel kan kijken. Zowel bij Club als de Rode Duivels heb ik bewezen dat ik er altijd sta.”

Simon Mignolet. ‘Ik besef dat het als doelman moeilijk is om de Gouden Schoen te winnen, maar er is niets mis mee om die ambitie te hebben. Ik acht het ook mogelijk.’Beeld BELGA

Maar in tegenstelling tot vorig seizoen weten jullie tegenstanders: we kúnnen scoren tegen Mignolet.

“Da’s waar. Op lange termijn moet dat eruit. We mogen niks meer geven aan de tegenstander. Zelfs geen broodkruimels, want als ze die ruiken, willen ze het volledige brood pakken. De zak moet dicht.”

Hoe komt het dat hij openstaat?

“Door verschillende factoren. De competitie is sterker geworden, met Beerschot, Leuven, Cercle en KV Oostende. Stugge ploegen – we zullen nog veel verrassende resultaten krijgen. En voorts speelt die coronacrisis een grote rol. Ploegen die naar Jan Breydel komen, zijn niet langer onder de indruk door de omstandigheden, want er zit geen publiek meer. Mechelen zou het mentaal moeilijker gehad hebben als de fans bij 2-0 stonden te springen en te feesten. Dan gaan de hoofden sneller naar beneden. Nu maakt het niet uit of het nog 5-0 wordt. De schaamte die daarbij hoort, is weggevallen.”

Een aantal van je ploegmaats missen ook duidelijk de adrenaline van de fans.

“Ik kan me dat moeilijk inbeelden. Als doelman duw je dat weg – ik sluit me af van het publiek. Maar voor sommige jongens is het publiek misschien wel belangrijk, ja, om niet op automatische piloot te spelen.”

Mag ik eens een vreemde vraag stellen?

(lachje) “Doe maar.”

Is het niet leuker om vier, vijf ballen in een match te moeten pakken, dan 90 minuten werkloos toe te kijken?

“Ik begrijp wat je wil zeggen. Ik voel me nu meer betrokken. Ik kan me ook meer tonen. Die afgeweken bal die ik in Oostende na rust pak, is technisch gezien wellicht de beste save in dat achterhalf jaar dat ik nu bij Club speel. Maar door onze mindere periode en het feit dan we weinig clean sheets hebben, is die redding aan iedereen voorbijgegaan. Maar wat uiteindelijk primeert, is wedstrijden winnen. En als dat kan zonder dat ik een bal hoef te pakken: graag.”

In afwachting dribbel je dan geregeld maar eens een spits. Krijg jij daar een kick van?

“Nee. Ik doe dat ook niet om op te vallen of speciaal te doen – de mensen die dat zeggen, kennen me niet. Het gemakkelijkste zou zijn om de bal altijd lang naar voren te trappen, en mezelf zo in te dekken. Alleen, als wij niet opbouwen van achteruit en stereotiep gaan voetballen, dan wordt het nog gemakkelijker om tegen ons te verdedigen. Ik zou heel gemakkelijk een alibi-doelman kunnen zijn, maar liever steek ik mijn nek uit door uit te voetballen, om zo de ploeg te helpen. Met het gevaar dat het eens mis kan lopen, ja. Die dag zál komen, maar dan nog zal het niet opwegen tegen al die keren dat de ploeg er baat bij gehad heeft.”

Anderhalf jaar Club: wat is de balans?

“Een heel positieve. De keuze om bij Club te tekenen, was een risico. Stel je voor dat het slecht was uitgedraaid, dan had ik geen vluchtroute meer. Ik heb me toen in een zwakke positie gezet. Absoluut. Daarom dat ik bij mijn voorstelling zei: ‘Verwacht van mij geen wereldse dingen. Maak geen superman van me.’ Want dát was de valkuil. Kijk naar Vincent (Kompany, NP), die omzeggens dezelfde stap zette. Er zijn veel Rode Duivels die de stap terug naar België onderschat hebben. Net daarom ben ik zo blij dat ik tot op vandaag nog niet onder vuur ben komen te liggen, of ter discussie heb gestaan.”

Droom je van de Gouden Schoen?

“Ik ben geen dromer. (lacht) Ik besef dat het als doelman moeilijk is om de Gouden Schoen te winnen (Michel Preud’homme was de laatste, in 1989, NP), maar er is niets mis mee om die ambitie te hebben. Ik acht het ook mogelijk. Ik zou in elk geval trots zijn, mocht ik ooit in dat selecte gezelschap terechtkomen.”

Je hebt nog minstens tot 2025 de kans, door je contractverlenging. Waarom tekent iemand die nog vier jaar vastligt eigenlijk bij?

“Omdat ik me hier heel goed voel. Mijn relatie met het bestuur is super. Met de coaches ook – onze keeperstrainer (Frederic De Boever, NP) verdient trouwens een pluim. Dat heb ik ook tegen de beleidsmensen gezegd. En ik lig goed bij de supporters. Ik ben Club gewoon enorm dankbaar. Idealiter was ik liever later terug naar België gekomen, maar nu ik er ben, zie ik me hier ook lang blijven. Mijn uitdaging is om bij Club uit te groeien zoals Gianluigi Buffon dat deed bij Juventus. Ik spiegel me aan hem, om mezelf scherp te houden. Daarom train ik ook elke dag alsof ik de tweede doelman ben.”

42 is Buffon intussen. Da’s nog tien jaar te gaan, Simon.

“Ik voel dat het in me zit. Ik geraak niet snel geblesseerd – hout vasthouden – en ik kan nog steeds met die jonge gasten mee, die soms tien jaar jonger zijn. Zowel bij de nationale ploeg als bij Club. Ik wil een carrière hebben van meer dan twintig jaar. Dat heeft het bestuur hier ook door. Anders hadden ze mijn contract niet met een jaar verlengd.”

Kan jij zomaar het bureau van Vincent Mannaert binnenstappen?

“Mits op de deur te kloppen.”

Met jouw status hoeft dat toch niet?

“Jawel. Ik ben een welopgevoede man. Maar het beeld dat mensen van me hebben, dat ik nooit met mijn vuist op tafel durf te slaan... Dat doe ik wél. Ik zal er nooit ruzie voor maken, maar ik ga wel recht in het gezicht zeggen wat ik te zeggen heb. Op een beleefde manier.”

Jij schreeuwt de kleedkamer dus nooit bij elkaar.

“Nee, dat doe ik zelfs thuis niet. Je kwaad maken, da’s verloren energie.” (NP)

Champions League, Dortmund-Club Brugge, vanavond om 21u live op Zes.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234