Donderdag 20/02/2020
Rob Rensenbrink in 1975 in het shirt van Anderlecht

PostuumVoetbal

Rob Rensenbrink (1947-2020) was veel meer dan die bal op de paal

Rob Rensenbrink in 1975 in het shirt van AnderlechtBeeld ANP

Rob Rensenbrink is vooral bekend van de bal waarmee hij Nederland in 1978 géén wereldkampioen maakte. Hij was ook een van de besten van zijn tijd. Rensenbrink slingerde langs tegenstanders. Kronkelend, gracieus. De Slangenmens, werd zijn bijnaam in ons land, waar de Nederlander zijn grootste successen als linksbuiten vierde. Hij overleed zaterdag aan de gevolgen van de spierziekte PSMA.

Hij bewoog over het veld als een slang. Sidderend. Glijdend. Hij kreeg zijn prachtige bijnaam van trainer Lajos Baróti van Újpest Dósza uit Hongarije, na een Europese wedstrijd. Baroti zei nog nooit een speler te hebben gezien die zo fraai passeerde. Als een slang dus. Ongrijpbaar. Een dribbelkoning zoals ze bijna niet meer bestaan. Zeer sportief ook.

Eén moment is Rensenbrink, al doet dat ene moment hem tekort. Na 45 minuten en 14 seconden, in de tweede helft van de WK-finale van 25 juni 1978 van Nederland tegen Argentinië, in het Estadio Monumental van Buenos Aires, raakte hij de paal. De stand was 1-1. Nooit was Nederland dichterbij de wereldtitel. Niet daarvoor. Niet daarna.

Het schot van Rob Rensenbrink op de paal in de WK-finale van 1978. Beeld ANP

Ruud Krol nam van de eigen helft een vrije trap, zo’n perfecte lange bal waarop Krol patent had. Rensenbrink ging diep, nog één keer voor de eventuele verlenging. Hij geloofde in de pass. Hij kon de stuitende bal net voor de achterlijn inhalen en tikte die subtiel met links, vanuit de lucht en uit een moeilijke hoek, kunstig langs doelman Ubaldo Fillol. In de val botste hij op de doelman.

“Tegen de paal”, sprak de Nederlandse commentator Theo Reitsma op bijna onderkoelde wijze. “Rensenbrink tegen de paal. Tjonge jonge, wat was dat. Bijna de wereldbeker voor Nederland.” Bijna.

Het was dat moment waarover hij in de rest van zijn leven duizenden keren moest praten, ook na zijn loopbaan, waarin hij opging in anonimiteit. Rensenbrink was geen veelgevraagd trainer. We wisten dat hij graag viste, thuis in het Nederlandse Oostzaan, dat hij gelukkig was met zijn vrouw Corrie. Rensenbrink was bescheiden, aardig, sympathiek. Over die ene bal in de finale zei hij meestal dat het gelukkig geen open kans was. Stel dat hij had gemist voor een leeg doel, dan had hij zichzelf misschien verwijten gemaakt. Maar het was een heel moeilijke bal. Het was al knap dat hij de paal nog raakte.

Bovendien had hij het vermoeden dat scheidsrechter Gonella bij een doelpunt oneindig had laten doorspelen, om de Argentijnen de kans op 2-2 te bieden. Of anders had hij het doelpunt wel afgekeurd, om welke reden dan ook. In de verlenging scoorde Argentinië, dat het WK gebruikte als propaganda voor het regime van dictator Videla, twee keer. Niet Rensenbrink, maar Mario Kempes kroonde zich tot topschutter van het toernooi.

Timmerman

In Nederland oogstte hij minder waardering dan bij ons in België. Als tiener gaf hij de voorkeur aan DWS boven Ajax. DWS was landskampioen toen de Oostzaner, die een opleiding volgde tot timmerman, zijn eerste profcontract tekende. Na vier jaar verhuisde hij naar Club Brugge. De Belgische competitie was in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw groot en aanlokkelijk voor Nederlandse topspelers als Ruud Geels, Arie Haan, Jan Mulder en Rensenbrink. Van Club Brugge ging hij naar Anderlecht, waar hij zijn beste jaren beleefde.

Kijk naar beelden op Youtube en geniet van de gratie. De dribbels, de kapbewegingen, het overzicht, de passing. Het wapperende haar, het spichtige gezicht, de armen vaak wijd om de tegenstander op afstand te houden. Shirt uit de broek. 

De doelpunten ook. Meesterlijk. Bijna achteloos soms. Vaak met zijn gouden linkerbeen, maar ook met rechts. Rensenbrink was een heel behoorlijke kopper bovendien. Hij leek wel een beetje op Johan Cruijff, door dat spichtige gezicht en de gratie. De Engelse krant The Guardian plaatste in 2016, bij het overlijden van Cruijff, per abuis zelfs een foto van Rensenbrink op de sportcover.

Drie landstitels, twee Europa Cups

Met Anderlecht won hij onder meer drie landstitels en twee keer de toenmalige Europa Cup II voor bekerwinnaars. Met twee doelpunten in zowel de finale tegen West Ham United (1976) als de eindstrijd tegen Austria Wien (1978) blonk hij uit in formidabele wedstrijden. Het duel met Austria, waarin hij ook twee assists gaf, beschouwde hijzelf als een van de beste wedstrijden in zijn loopbaan.

Rensenbrink eindigde in die jaren als tweede en derde in de verkiezing van Europees voetballer van het jaar.

In dienst van Cruijff

In Nederland vergaarde hij de meeste roem tijdens de WK’s van 1974 en 1978. In 1974 was hij vooral linksbuiten, in dienst van Johan Cruijff. Cruijff week vaak uit naar links, dan trok Rensenbrink naar binnen. In West-Duitsland speelde hij een belangrijke rol bij het bereiken van de finale, onder meer met de aanname op de borst en de pass met rechts op de over links sprintende verdediger Ruud Krol, wiens voorzet de schitterende en beslissende 0-2 tegen Brazilië inleidde, en daarmee de entree in de finale. 

Daarin was Rensenbrink geblesseerd, door een tegen Brazilië opgelopen spierscheuring. In de rust verving bondscoach Rinus Michels hem verrassend door René van de Kerkhof. Michels negeerde Piet Keizer, die andere beroemde linksbuiten uit het tijdvak. Met Keizer en Coen Moulijn, plus Arjen Robben, hoewel die lang niet altijd linksbuiten was, mag Rensenbrink zich tot de absolute toppers van het metier rekenen.

1978: het beste jaar

Rensenbrink blonk uit op het WK van 1978 in Argentinië, waaraan Johan Cruijff weigerde mee te doen. Ook die andere vedette, Wim van Hanegem, ontbrak in de nadagen van zijn loopbaan. Rensenbrink, de ster van het elftal van Ernst Happel en Jan Zwartkruis, scoorde op dat WK vijf keer. 1978 was zijn beste jaar als voetballer. Hij kwam tot 46 interlands, gelardeerd met 14 doelpunten. 

Ruim twee jaar geleden verscheen een biografie over Rensenbrink, geschreven door de ook al overleden verslaggever Bert Nederlof. Het boek kon maar één naam hebben: Het Slangenmens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234