Vrijdag 06/12/2019

Interview

Remco Evenepoel na zijn indrukwekkend debuutjaar: ‘Ik ben een sportman, geen televisiefiguur’

In de bergen rond de Spaanse badstad Calpe stoomt Remco Evenepoel zich klaar voor het komende wielerseizoen. Beeld Photo News

‘Mojito, por favor’, bestelt hij in Calpe. Voor een goed begrip: zonder alcohol. Nuchter beklinkt Remco Evenepoel zijn ijzersterk profdebuut. Morgen kan hij zijn eerste Kristallen Fiets winnen.

Patrick Lefevere, manager van Deceuninck-QuickStep, geeft hem acht op tien voor zijn eerste profseizoen. Een juiste quotering? “Patrick heeft meer dan voldoende ervaring om dat correct te kunnen inschatten”, zegt Remco Evenepoel (19). “Ja, dus.”

De eerste maanden leefde hij in een droom, vertelt hij. “Mijn eerste waw-momentje was die vijftiende stek in de rit van de UAE Tour met aankomst op Jebel Hafeet. Ik kwam er samen met Kwiatkowski boven en hield enkele wereldtoppers achter me. Maar dat verbleekte natuurlijk bij alles wat zich afspeelde van de Baloise Belgium Tour tot en met het WK in Yorkshire. Mijn vormpeil en zelfvertrouwen bleven maar crescendo gaan. Met die finaleraid in San Sebastián als absoluut hoogtepunt. Op het WK tijdrijden lukte het net niet, maar dat was geen ontgoocheling. Daarvoor was het verschil met Dennis te groot.”

2020 wordt het jaar van de bevestiging. ‘Dat wordt niet eenvoudig’, waarschuwt Lefevere. Hou je rekening met een terugval?

“Neen. Ik heb mezelf een status aangemeten die geen dipje meer toelaat. Toch zullen er resultaten komen die niet stroken met waar ik op gehoopt had. Dan zal ik begrip en geduld vragen. Ik leer uit mijn fouten en zorg ervoor dat ik ze geen tweede keer bega. Mijn kracht is, denk ik, dat ik een heel seizoen op een hoog niveau kan koersen en op bepaalde momenten op een héél hoog niveau. Zo wil ik het blijven doen.”

Wat is de belangrijkste les?

“Het was één grote les. Vergelijk het met een cursus wiskunde. In het begin snap je er de ballen van, maar eenmaal je de formules onder de knie hebt, ben je vertrokken.”

De verleiding om te snel te willen lopen moet bij momenten groot zijn geweest.

“San Sebastián was daar een voorbeeld van. 'Neem me mee en dan zien we wel', drong ik aan. Ik haalde mijn gelijk. Heel soms is het dus geen nadeel om eens naar mij te luisteren (lacht). Ik hou niet van verloren kansen. Gelukkig is bij Deceuninck-QuickStep alles bespreekbaar. Reden waarom ik zo graag voor deze ploeg fiets. Ze kunnen gerust zijn, hoor: ik ken mijn lichaam almaar beter en zal mezelf zeker niet voorbij hollen.”

Iedereen wil iets van je. Hoe ga je daarmee om?

“Het team en mijn persoonlijke persattaché Stephanie Clerckx zijn daar de ideale katalysators in. Samen vormen we een driehoek waarbinnen constante interactie heerst. Gert Late Night bijvoorbeeld was een heel leuke ervaring. Helaas kan ik niet op alles ingaan. Ik ben in de eerste plaats een sportman, geen tv-figuur.”

‘Laat die jongen toch op het gemak groeien’, kregen de journalisten toegeslingerd bij je profdebuut in San Juan. Probeer dat in de huidige situatie maar eens.

“Dat ‘rustig ontwikkelen’ was er heel snel af. Ik vind ook niet dat daarop verder moet worden gehamerd. Ja, ik schreeuw mijn ambities uit en ik presteer dingen die mensen aan het dromen zetten. Dat besef ik. Maar zelf blijf ik daar nog het allerkalmst bij.”

Hoe word je gepercipieerd in het peloton? Incasseer je al eens negatieve reacties?

“Die zullen er ongetwijfeld zijn, maar ik kreeg ze nog niet rechtstreeks op me afgevuurd. Wel via een ploegmaat die een gesprek over mij toevallig opving. Soit, ook dat hoort erbij. Dan probeer ik de volgende keer nog sneller te rijden.”

Je franc-parler is voor ons een zegen. ‘Zelf moest ik er in het begin even aan wennen. Mais Remco est vraiment un bon mec’, zegt Philippe Gilbert. Hij heeft het geapprecieerd dat je hem opwachtte na zijn val op het WK.

“Daar ging iets aan vooraf. De derde etappe van de Adriatica Ionica Race was er eigenlijk een voor Gilbert. Maar toen iemand aanviel en ik reageerde, riep hij spontaan: 'Doorgaan!' Ik won, hij werd tweede. Wat betekent dat hij makkelijk zelf had kunnen winnen.”

“Op het WK tijdrijden in Yorkshire kreeg ik op de bus, in de laatste uren voor mijn start, nog een berichtje van hem terwijl hij zelf aan het trainen was: 'Succes!' Dat waren dingen die ik niet vergat. In de wegrit maakte Gilbert meer kans dan ik, dus stelde ik me volledig in zijn dienst.”

Een gebaar waarmee je de komende jaren in de nationale ploeg het kopmanschap mag opeisen, vindt hij.

“Een mening die ik graag deel. Op de Spelen in Tokio en het WK in Martigny, twee parcoursen die me liggen, wordt dat volgend jaar ongetwijfeld het geval. In Vlaanderen 2021 zal ik wellicht enkel voor de tijdrit gaan.”

Naast de winnaar van Parijs-Roubaix neem je het in de strijd om de Kristallen Fiets op tegen de werelduurrecordhouder, drie Tour-ritwinnaars en de nummer één op de wereldranking van eendagskoersen.

“Naast mijn leeftijd en mijn prestaties denk ik dat mijn attractieve koersstijl een extra troef kan zijn. De 'zotte stoten' die ik soms uitsteek en die niet altijd uitmonden in overwinningen, zoals op het BK of in de Ronde van Duitsland. En mijn emoties. Ik verberg niets.”

Hoe gaat dit verhaal in 2020 verder?

"Mijn winter verloopt prima tot dusver. Fysiek zit ik op schema. Ik werk supergemotiveerd toe naar mijn grote doelen: EK, Olympische Spelen en WK. Blijf ik van tegenslag gespaard, dan zal ik er klaar voor zijn. Ik start mijn seizoen eind januari opnieuw op in de Ronde van San Juan. Hoe het nadien verder gaat, zien we nog wel."

‘Zo'n fenomeen als Evenepoel, dat was pakweg vijftien jaar geleden onmogelijk’, stelt Thomas De Gendt. ‘Bewijs dat de sport zuiverder is geworden’. Heeft hij gelijk?

“Dat denk ik wel. Ik neem mijn vader altijd als referentie. In de periode dat hij prof werd, behoorde hij bij de toenmalige amateurs tot de wereldtop. Na zijn overstap kon hij plots niet meer volgen. Dan weet je het wel.”

“Pa zegt het wel vaker: ‘Dit is de perfecte periode om prof te worden, profiteer ervan.’ Dat geldt ook voor de jongens die ik de volgende jaren onvermijdelijk zal tegenkomen op mijn pad: Bernal en Pogacar. Ik verwacht een mooie en boeiende strijd waarin we elkaar onderling naar een hoger niveau zullen tillen. Van de drie heb ik de beste tijdrit, maar ben ik niet de beste klimmer. Daarom ga ik nog meer op hoogtestage trekken. In Livigno voelde ik dat ik ook boven de 2.000 meter mijn tempo kan blijven aanhouden.”

Wens jezelf eens één prijs toe voor 2020.

“Olympisch goud.”

In de tijdrit?

“In beide disciplines. Geen grotere eer in topsport. Olympisch kampioen, dat ben je voor eeuwig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234