Vrijdag 24/09/2021

InterviewLotte Kopecky en Jolien D'hoore

Ploegkoersduo Kopecky en D’hoore: ‘Naast medaille grijpen zou een ontgoocheling zijn’

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

De één was ‘leading’, de andere is het geworden. Aan de vooravond van de grote Belgische machtsoverdracht bundelen Jolien D’hoore (31) en Lotte Kopecky (25) nog één keer de krachten in de olympische ploegkoers.

Dames, zijn jullie er klaar voor?

D’hoore: “Ik voel me goed. De trainingen verliepen vlot, ik heb de jetlag en de hitte goed verteerd. Jammer wel, dat we hier in Gotenba zo ver van het atletendorp zitten. Daardoor missen we een beetje dat olympisch gevoel. En heeft dit meer weg van een WK of WB-manche.”

Kopecky: “Met mij, ça va. Ik was zwaar teleurgesteld na de wegrit: Vierde of brons: het maakt een wereld van verschil. Maar de ontgoocheling heeft plaats geruimd voor het besef dat de benen er zijn en dat ik met vertrouwen naar de ploegkoers en het omnium mag toeleven. De honger naar een medaille is nog niet gestild.”

Jullie voorbereiding op deze Olympische Spelen bleef beperkt tot welgeteld twee pistemeetings: Gent en Fenioux. Volstaat dat?

Kopecky: “Normaal stond ook het EK in Minsk op de agenda. Maar dat werd afgevoerd. Fenioux reden we als alternatief voor de Nations Cup-manche in Sint-Petersburg, waar we wegbleven wegens de dreigende tiendaagse quarantaine bij terugkeer.”

D’hoore: “Dat gebrek aan competitie was niet leuk. Maar voor ons viel het op zich mee. Wij hadden de weg nog. Pure pistiers hebben er meer onder geleden.”

Drieëneenhalve maand geleden bleek er nog veel werk aan de winkel. Beenhard, klonk coach Peter Pieters na jullie ploegkoers in Gent.

D’hoore: “Zo kennen we Peter wel. Ik vind dat niet erg. Liever op die manier dan dat hij achter onze rug zegt dat het niet goed was. Trouwens, zo dramatisch was het daar niet. Onze aflossingen kwamen gewoon niet altijd uit. Geen ramp, er kon aan gewerkt worden. Dat hebben we ook gedaan.”

Kopecky: “Het was een direct gevolg van dat competitiegebrek. Op training kan je die aflossingen perfect nabootsen en krijg je de indruk dat je alle automatismen onder de knie hebt. Maar in koers is dat toch altijd anders. Dan komt er veel meer chaos bij kijken.”

Was het niettemin een wake-up call?

Kopecky: “Ik vond die reactie toen eerlijk gezegd een beetje overdreven. Maar elk zijn mening, hé.”

D’hoore: “We hadden onze slechte momenten in koers. Maar zeker ook onze goede. Het is niet dat we naar huis werden gereden. Het ging over details. Weliswaar details die het verschil kunnen maken.”

Jullie reden allebei een goed tot uitstekend voorjaar op de weg. Kan dat bijdragen tot jullie collectieve kracht op de piste?

Kopecky: “Daar ben ik van overtuigd, ja. Alles begint bij een stevige basisconditie. Als die er niet is, mag je tactisch en technisch nog zo sterk zijn: dan kom je er niet.”

D’hoore: “Die ‘fond’ van de weg leidt ertoe dat we in de laatste 20, 30 ronden van zo’n ploegkoers het verschil kunnen maken. De olympische wedstrijd duurt langer en is in die zin in ons voordeel. Pure pistiers pakken eerder in het begin van de race uit. Het wordt dus heel belangrijk om meteen bij de zaak te zijn en mee punten te pakken. Daar mogen we het niet laten liggen. De Spelen zijn wat dat betreft speciaal. Niet te vergelijken met een EK of WK.”

Leg eens uit, Jolien.

D’hoore: “Iedereen is zo gefocust. Puur van de stress alleen al vallen er altijd een paar door de mand. De kunst is om je volledig te concentreren op jezelf en je niets aan te trekken van de concurrentie. Dan volgt de rest meestal vanzelf. Zo moeten we het ook hier doen. Onze wedstrijd rijden, uitgaan van onze eigen kracht. Dan komt het wel in orde.”

Aldus iemand die vijf jaar geleden in Rio nog, onder druk, voor een medaille streed. En dus wéét waarover ze praat.

D’hoore: “Ja, maar eerlijk: ik heb die druk toen niet zo ervaren. Ik dacht constant: ‘ik kan nog verliezen en vierde worden’. Tijdens het omnium zat die medaille totaal niet in mijn hoofd. Ik bleef vooruit kijken. Het was de enige weg.”

Hebben jullie de belangstelling voor het ploegkoersen wereldwijd zien toenemen sinds het nummer in 2017 aan het olympisch programma werd toegevoegd?

D’hoore: “O ja, het niveau is enorm gestegen. Andere landen hebben er technisch hard op gewerkt, dat merk je. Vier jaar geleden, toen ze nog van sprint naar sprint reden en er zwaar werd gesukkeld met de aflossingsbeurten, konden we op dat vlak nog het verschil maken. Nu moet het eerder op conditie en tactiek. Het is echt ‘koers’ geworden.”

Waar plaatsen jullie jezelf in het deelnemersveld?

Kopecky: “Ik verwacht een open strijd en drie fel bevochten medailles. Zes, zeven landen leunen dicht bij elkaar aan. Wij horen daarbij. Groot-Brittannië, Nederland, Australië, onder meer ook. Rusland onderneemt altijd een alles-of-nietspoging. Net als Frankrijk. Maar… geen idee wie waar precies staat na die coronaperiode.”

D’hoore: “Op de Spelen start iedereen terug van nul. En maakt het niet uit of je in het verleden twee of drie keer olympisch kampioen bent geworden. Het is een race van één dag, waarin alles kan. Maar ik durf er voor onszelf geen plaats op kleven.”

Is een medaille hoe dan ook jullie doel?

Kopecky: “Als we die ambitie niet zouden hebben, moeten we niet starten.”

Dus geen medaille zou een teleurstelling zijn?

Kopecky: “Ik mag er niet aan denken, maar… toch. We hebben er hard genoeg voor gewerkt.”

D’hoore: “Uiteraard, ja. Sowieso. Aan de andere kant: als we de best mogelijke koers hebben gereden, geen fouten hebben gemaakt en strijdend ten onder zijn gegaan tegen drie landen die sterker zijn? Tja… dan zal ik er, ondanks de ontgoocheling, toch mee kunnen leven. Maar daar gaan we nu even niet van uit, hé.”

Wat maakt jullie als ploegkoerskoppel zo complementair?

Kopecky (wat onwennig): “Vroeger waren we zo’n beetje de combinatie sprinter-hardrijder.”

D’hoore: “En nu is Lotte dat alletwee geworden. Ik vind het nu makkelijker koersen met Lotte. Vroeger moest ik opletten dat ik haar niet te vroeg afzette voor de sprint. Nu moet ik daar niet meer naar kijken. Drie, twee, één ronde(n) ervoor? Geen probleem: ze kan alles aan.”

Kopecky: “We moeten er gewoon voor zorgen dat de sprints uitkomen. Lukt dat, dan maakt het niet uit wie hem precies rijdt.”

Was het uitstel van de Spelen door corona voor jullie een zegen?

D’hoore: “Het heeft Lotte alleszins toegelaten een extra stap te zetten. Ze is fysiek en mentaal nog sterker geworden. Kijk maar naar wat ze de voorbije weken en maanden presteerde. Ze is al een heel jaar top. Het verbaasde me totaal niet dat ze in de wegrit meedeed voor de medailles.”

Kopecky: “En Jolien schonk het iets meer ruimte om goed te herstellen van haar blessures. We hadden toen ook heel weinig samengereden op de piste. Dat jaar uitstel gaf ons de tijd om de dingen op punt te stellen.”

Hoe is de verhouding nu tussen jullie twee?

Kopecky: “De laatste tijd valt het ‘vree’ goed mee. We zitten op dezelfde golflengte. Er zijn de voorbije twee jaar wat spanningen geweest, dat moeten we niet ontkennen. Maar dat is ook niet abnormaal.”

D’hoore: “Omdat we op de weg concurrenten zijn en voortdurend tegen elkaar koersen, in teams die tot de wereldtop behoren. Dat ‘clasht’ constant, in elke koers. En dat maakt het niet evident. Daarom was het goed om vlak voor onze afreis naar Tokio nog eens samen de Lotto Belgium Tour te kunnen rijden. En elkaar wat beter te leren kennen, aanvoelen en begrijpen. Hoe raar dat ook mag klinken. Kan van pas komen in de ploegkoers.”

Zorgen die extra jaren op de teller en het surplus aan maturiteit er voor dat jullie nu beter overeen komen?

D’hoore: “Het onderlinge respect en de appreciatie voor elkaars kwaliteiten is groter geworden. Dat scheelt.”

Kopecky: “En we hebben nu vooral één gezamenlijk doel. Het heeft geen zin om tegen elkaar te zitten ‘koppen’.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234