Dinsdag 20/08/2019

Interview Pierre Kompany

Pierre Kompany over zoon Vincent: ‘Hij heeft meer impact op de samenleving dan een politicus’

Pierre Kompany. Beeld Eric de Mildt

Pierre Kompany sloeg als studentenleider op de vlucht voor de Congolese dictator Mobutu en bouwde een nieuw leven op in Brussel. Nu is hij de eerste zwarte burgemeester van België: het was even wereldnieuws, iets wat anders alleen zijn oudste zoon Vincent overkomt.

Het terras op het Guido Gezelleplein in Ganshoren zit aardig vol wanneer Pierre Kompany (71) ten tonele verschijnt. Het lijkt wel of hij er iedereen kent, en iedereen kent hem. Mannen en vrouwen worden gekust, handen geschud, er wordt gelachen bij het leven. Niemand hoort hem uit over de moeilijke competitiestart van zijn zoon bij Anderlecht, maar lang duurt dat niet.

Hoe hebt u het debuut van Vincent beleefd?

“Kijk, ik heb zelf gevoetbald. Die nederlaag was het beste wat hem kon overkomen. Je gaat dan tenminste analyseren wat er niet goed ging.”

Wat vond u van zijn terugkeer naar Anderlecht?

“Een uitstekende zaak! Spelers met ervaring die terugkeren naar hun oorspronkelijke club, daar wordt iedereen beter van. Er moet altijd iemand de eerste zijn. Anderen zullen zijn voorbeeld volgen, ook bij andere clubs. Weet je nog hoe Ajax in 1995 de Champions League heeft gewonnen? Het klopte AC Milan met een ploeg vol jonge gasten: Kluivert, Seedorf, Davids. Maar wie nam dat jonge elftal bij de hand? Frank Rijkaard, de ouderdomsdeken. Dat is het grote verschil: Ajax is er altijd in geslaagd hun zelf opgeleide spelers op het einde van hun carrière tot een terugkeer te bewegen. Die achterstand kunnen wij niet één-twee-drie ophalen. Je kunt van Lukaku niet verwachten dat hij nu die jonkies komt begeleiden. Of van die andere – hoe heet hij ook alweer, le gamin? Tielemans. Het is een cultuur die je moet installeren. Ooit komt het moment dat ze met twee, drie tegelijk de ploeg zullen versterken.”

Pierre Kompany. Beeld Wouter Van Vooren

Was u op de hoogte van zijn beslissing?

“Joker (lacht).

“Vincent houdt van Brussel. Hij had naar China, Qatar of Amerika gekund, naar competities waar het grote geld rolt. Anderen doen het, Vincent niet: hij heeft een sportieve én een sociale keuze gemaakt. Dat hij in het buitenland voetbalde, heeft hem er nooit van weerhouden om hier sociale projecten op te zetten. Brussel heeft mensen nodig die er zijn opgegroeid en die haar kunnen helpen haar trots terug te vinden. Vincent is thuisgekomen.”

Bij Manchester City kon hij zijn contract verlengen voor één seizoen, tegen een lager loon. Het was een cadeau dat Anderlecht zich meldde.

“Stop toch met die onzin! Zelfs al had hij maar voor één jaar kunnen bijtekenen, hoe uitzonderlijk zou dat niet geweest zijn voor iemand van zijn leeftijd? Als hij wil, treedt hij vandaag nog toe tot de staf van City, want ze aanbidden hem daar. Hoeveel spelers hebben zoveel trofeeën gewonnen als hij? En dat ondanks al die blessures. Toen hij het EK in Frankrijk aan zich moest laten voorbijgaan, heeft hij voor ESPN gewerkt, één van de grootste zenders ter wereld. Ook bij de BBC kan hij zo beginnen. Denk dus vooral niet dat Anderlecht hem een reddingsboei heeft toegeworpen.”

Hij is zowel speler als trainer. Begrijpt u de scepsis bij die ongewone combinatie?

“Is Ruud Gullit geen speler-trainer bij Chelsea geweest? En hoe heet hij ook alweer, Kenny Dalglish bij Liverpool? Niet de kleinste clubs, hein.”

Het is wel lang geleden.

“Vergelijken heeft geen zin. Nu, ik begrijp de verwarring, maar om het even wie je dat had voorgesteld, zou niet geweigerd hebben. Ook niet degenen die het nu veroordelen. Laten we afwachten hoe hij het er met de jonge gasten van afbrengt. Na de wedstrijd tegen Oostende schreven de kranten dat het het jongste elftal ooit was dat Anderlecht tussen de lijnen had staan. En hebben ze een belachelijk figuur geslagen? Nee.”

Neemt hij te veel hooi op zijn vork?

“Het ís een ambitieus project.”

Begrijpt u dat Anderlecht al zijn eieren in het mandje van één man legt?

“Ja, omdat Vincent een man met een plan is. Anderlecht heeft een keuze gemaakt, geef hem nu wat tijd. Te veel analisten willen alleen maar de problemen zien. Misschien hebben ze gelijk. Maar mocht achteraf het tegendeel blijken, dan hoop ik dat ze dat kunnen toegeven. Dat gebeurt natuurlijk nooit: als het mislukt, zul je ze allemaal horen opscheppen dat ze het hadden voorspeld. Slaagt hij in zijn opzet, dan zul je niemand horen. Wat is er allemaal niet gezegd over Vincent ten tijde van het WK in Rusland? Neem nu Hugo Broos: hij begreep niet dat Vincent bij de selectie zat.”

Omdat hij geblesseerd was.

“Hou toch op! Hoe vaak gebeurt het niet dat spelers meegaan die niet meteen inzetbaar zijn? Het is van alle tijden. En dat komt dan van de man die er prat op gaat dat hij Vincent destijds heeft gelanceerd. Terwijl het niet eens zijn verdienste was. Zeg mij, wie was de échte trainer van Anderlecht toen? Frankie Vercauteren. Híj heeft Vincent gevormd, híj was de man naar wie al die jonge gasten luisterden.

“Wie heeft er gespeeld tegen Brazilië? Vincent. En was het voor die ene match alleen al niet de moeite?”

U windt zich op.

“Nee, nee, maar u stelt journalistenvragen (lacht). Nu, ik ben dat gewend. Weet u hoeveel interviews ik heb gegeven sinds ik burgemeester ben? Meer dan vijftig. Zelfs de Japanse tv is hier geweest. De BBC, tot daar aan toe: in Engeland kennen ze me een beetje. Maar de president van de Centraal-Afrikaanse Republiek ontving me tijdens zijn doorreis in België, The New York Times was hier, de Italianen ook...”

U bent stilaan even bekend als uw zoon.

“Toch niet, hoor (lacht). Zodra Vincent iets zegt, staan er twintig journalisten die graag in zijn plaats denken klaar met hun commentaar. Hij is nog van een andere dimensie.”

U geeft wel meer interviews. Hij praat zelden met journalisten.

“Prima, toch? Stel je voor dat hij elk verzoek inwilligt, hij zou niet meer aan voetballen toekomen. Hij houdt niet van interviews, en hij heeft ze ook niet nodig.”

De zeldzame keren dat hij ons een inkijk in zijn leven en zijn hoofd gunt, lijkt hij de media zorgvuldig uit te kiezen: de BBC, The Guardian, De Tijd. Media die in het beeld van de voetballende intellectueel passen.

“Dat beeld bestaat, maar dat heeft hij niet gecreëerd. Vincent schuwt elke polemiek, terwijl dat net is waar veel media op uit zijn. Draai of keer het zoals je wilt, maar van zijn generatie is hij zowat de ouderdomsdeken. Op zijn schouders rust het gewicht van heel die generatie. Dan is het knap dat hij erin slaagt conflicten te vermijden.”

Minder fraai is dat uit documenten van Football Leaks blijkt dat u bij zijn contractverlenging bij Manchester City in 2012 hebt opgetreden als zijn makelaar om de fiscus te misleiden.

(blaast) “Duikt de naam Pierre Kompany op in documenten bij Anderlecht? Bij Hamburg? Daar vraagt u me niets over. Trouwens, wie mag er tekenen voor een speler? Zijn ouders, een advocaat of een makelaar. Ik ben zijn vader, klaar. Zolang een speler betaalt wat hij moet betalen en er geen fraude in het spel is, is er niets aan de hand. Ik kan je verzekeren dat de fiscus véél geld heeft verdiend aan Vincent. Niet alleen aan hem, trouwens. Dát is de realiteit.”

‘Vincent heeft zoveel te doen dat hij niet kan blíjven stilstaan bij de tien bekers die hij heeft gewonnen.’ Met Vincent en zijn gezin bij Manchester City.

Rijst en bonen

In een half jaar tijd werd u burgemeester van Ganshoren…

“...en heel eventjes voorzitter van het Brussels Parlement!”

…en keerde Vincent terug naar België. Wat heeft u het meest geroerd?

“De enorme uitdaging die Vincent is aangegaan. Nu, beide momenten zijn me even dierbaar. Om minister te worden, volstaat het dat je wordt gevraagd. En ook als Kamerlid hoef je niet noodzakelijk verkozen te zijn. Maar burgemeester worden is uitzonderlijk. Het is alsof een voetbalploeg je als haar nieuwe aanvoerder aanwijst. Voor iemand die 8.000 kilometer hiervandaan geboren is, dit land heeft leren te begrijpen en zelf het begrip en het respect van zijn inwoners heeft gewonnen, geeft dat veel voldoening. Als je met het hoogste aantal voorkeurstemmen verkozen wordt, en je weet dat de meeste inwoners van Ganshoren autochtone Belgen zijn, wijst dat op een groot vertrouwen. Zelfs mensen die niet op mij hebben gestemd, zijn me komen feliciteren.”

Ganshoren is één van de kleinste gemeenten van Brussel.

“Klopt, we hebben 25.000 inwoners en we leven op een kleine oppervlakte. Ik sta dicht bij de mensen. Al heel mijn leven, ik kan niet anders. Toen ik naar België kwam, woonde ik in Etterbeek: nog altijd word ik daar uitgenodigd voor begrafenissen.”

Is uw burgemeesterschap de bekroning van een gecompliceerd leven?

“Zo mag je het niet zien, het leven is geen bordspel. Alles wat ik heb gedaan, heb ik met overtuiging gedaan. Ik heb nooit twijfel gekend. Ik was klashoofd vanaf het derde leerjaar. Later organiseerde ik mee de studentenmanifestaties in Kinshasa, waarbij ook doden zijn gevallen, en in Lubumbashi. Mijn broer studeerde al aan de universiteit in België en mijn vader betaalde dat. Ik had het geluk dat ik een studiebeurs kon bemachtigen, zodat ik in Congo kon blijven studeren en daarna misschien naar het buitenland trekken voor een doctoraat. Ik was voorbestemd voor een wetenschappelijke carrière. Zover is het uiteindelijk niet gekomen. Toen het te gevaarlijk werd – ik zat in mijn derde jaar burgerlijk ingenieur – ben ik uit Congo weggevlucht.

“In België kon ik bij mijn broer en zijn gezin terecht. Ik had verschillende jobs zodat ik van niemand afhankelijk hoefde te zijn. Ik speelde cafévoetbal, wat me af en toe een premie opleverde, en zo kon ik ook een sociaal netwerk uitbouwen. Ik schreef me in aan de universiteit, waardoor ik privéles wiskunde en fysica kon geven aan kinderen van rijke families. Eén van die zonen zat in het eerste jaar aan de Solvay Business School. Ik mocht blijven eten, en de volgende keer nodigde ik hem uit bij mij thuis en kookte ik. Rijst, bonen en een kotelet – niet het fijnste eten dus. Maar die jongen smulde ervan. Ik heb me overal meteen aanvaard gevoeld.”

‘Ik heb van kinds af leiding gegeven’, zei u eens. En: ‘In mijn familie zijn we altijd chefs geweest.’

“Mijn overgrootouders worden nog steeds bezongen in liederen, zonder dat de mensen in Congo weten dat het over hen gaat. Wij stammen zowel van vaders- als van moederskant af van stamhoofden en dorpsoversten.”

U bent niet in armoede opgegroeid?

“Nee, nee (lacht). Mocht ik u foto’s laten zien, dan zou u mij op feesten piekfijn uitgedost in kostuum zien staan. Wij hadden het niet slecht. Nu, mijn vader heeft wel zijn elektriciteitsbedrijf met meer dan zestig man personeel failliet zien gaan. Daarbij heeft hij veel geld verloren. Na de gevechten met huurlingenleider Jean Schramme kreeg hij de opdracht herstellingen uit te voeren aan de huizen van de generaals. Maar toen hij om zijn geld kwam, vroegen die generaals op hun beurt smeergeld. Mijn vader, die de oorlog van ’40-’45 had meegemaakt, weigerde dat, rechtlijnig als hij was: ‘Dat had u me eerder moeten zeggen.’ Zijn zaak is zo ten onder gegaan.”

Zijn leiderschap heeft Vincent van u.

(lachje) “Best mogelijk. Zijn moeder en ik lieten niet over ons heen lopen. Als vakbondsafgevaardigde bij de Brusselse dienst voor arbeidsbemiddeling heeft zij het altijd opgenomen voor haar mensen. Nog altijd zijn er die mij komen bedanken omdat ze hun job aan haar te danken hebben (Joseline Fraselle overleed in 2007 na een slepende ziekte, red.). Wij hebben altijd tussen de mensen gestaan en oog gehad voor hun lijden. In die sfeer zijn de kinderen opgegroeid. Ze zijn nu zo sociaal geëngageerd, omdat ze zagen dat hun ouders dat waren.”

Ook zij zijn niet in armoede opgegroeid in de Brusselse Noordwijk.

“Hun moeder was diensthoofd, en ik was manager bij DHL op Zaventem. Dan heb je het goed. Zij woonde er al toen ik haar leerde kennen. Het was er niet de Bronx, hè. De crèche was aan de overkant van de straat, de school lag vlak bij haar werk – alles was in de buurt.”

Beeld Guy Kokken

Pierre Sans-papiers

Ik heb een boekje bij me over voetbalclub Olympia Haacht. Bij het seizoen 1979-’80 staat er: ‘Van Racing Mechelen werd de kleurling Pierre Compagnie overgenomen.’

“Echt? Hoe grappig!”

En ook: ‘Pierre had zijn naam niet gestolen, want hij bracht zijn kameraad mee: een andere neger die luisterde naar de naam John en wiens achternaam nooit bekend is geraakt.’

(lacht) “John is later naar de Verenigde Staten verhuisd. Hij is al overleden.”

Over de schrijfwijze van uw naam bestond zo te zien verwarring.

“Weet u van wie ik hem heb? Van mijn grootvader. Hij werkte voor enkele Europese diamantbedrijven in Congo en haalde het geld op in hun winkels in de steden. Elke maand deed hij zijn ronde. ‘Compagnie arrive,’ zeiden de mensen dan. ‘Het bedrijf’, bedoelden ze, maar zo is de naam ‘Kompany’ op zijn identiteitskaart terechtgekomen.”

Racing Mechelen was uw eerste club in België.

“Ik was een sans-papiers. Als vluchteling kon ik niet getransfereerd worden. Daarvoor moest mijn club in Congo documenten overmaken en dat deed die natuurlijk niet. Racing Mechelen speelde op dat moment in de eerste klasse. Ik trainde mee met de eerste ploeg, samen met de grote Heinz Schönberger, maar wedstrijden speelde ik noodgedwongen alleen met de reserven. Nu, ik was al lang blij dat ik kon trainen. Maar ik was goed, anders zou ik niet met de eerste ploeg hebben mogen trainen. Ik kan me nog een doelpunt herinneren: ik kreeg de bal aan onze eigen achterlijn, stak het hele terrein over en scoorde! Later heb ik nog bij Elewijt gespeeld. Die club heb ik bijna kampioen gemaakt. Op de laatste speeldag grepen we naast de titel. Nochtans was onze voorzitter met z’n wagen naar Machelen gereden om ze daar een premie te beloven als ze onze concurrent versloegen (lacht). Wat een tijd!”

Bij Haacht speelde u wel officiële wedstrijden. Dat weet ik omdat ik u nog heb zien spelen, als jeugdspelertje van 12 jaar.

“Nu zouden journalisten zo’n zaak uitspitten en zou de club punten kwijtspelen, maar toen kon dat allemaal. Ik speelde met mijn studentenkaart, en geen haan die ernaar kraaide. Très cool! (lacht) Pas in 1982 heb ik officiële verblijfspapieren gekregen. Ik ben altijd blijven voetballen bij caféploegen in het Brusselse. Ik heb zelfs samen met Jeff Kibonge gespeeld, de aanvoerder van de Congolese nationale ploeg op het WK van 1974 in Duitsland. Jeff was één van de grote sterren van het Congolese voetbal. Na het WK is ook hij naar België uitgeweken.»

Wat voor voetballer was u?

“Een doelpuntenmaker. Mijn snelheid was mijn grote troef. Toen ik met de universitaire ploeg van Lubumbashi tegen Lubumbashi Sport speelde, maakte ik twee of drie doelpunten, ik weet het niet precies meer. Het publiek was door het dolle heen en TP Mazembe is me komen halen – de grootste club van het land, dat wil toch wat zeggen. In mijn eerste wedstrijd scoorde ik meteen, met het hoofd.

“Ik was heus niet de eerste de beste, als kind al kon ik naar de grootste clubs in Kinshasa. Maar ik heb ze allemaal afgewimpeld. Na schooltijd speelden we wedstrijdjes tussen de wijken, elke dag. Pas toen de problemen met Mobutu de kop opstaken, ben ik gestopt met voetballen. In België heb ik de draad weer opgepakt.”

Ook zijn voetbaltalent heeft Vincent niet van vreemden, zoveel is duidelijk.

(lachje) “Iederéén in mijn familie speelde voetbal, maar ik ga er niet over opscheppen. Dat ik bij Racing Mechelen en bij Olympia Haacht heb gevoetbald, weet niemand, ook bij Anderlecht niet. Andere ouders zouden er indruk mee proberen te maken, ik niet. Mijn zonen hebben altijd graag gevoetbald. Volgens mij was François, mijn jongste, ook goed genoeg voor de eerste klasse. Maar goed, het leven neemt soms onverwachte wendingen.”

Blote vrouwen

In De Tijd zei Vincent dat het voetbal na zijn carrière nog slechts een voetnoot zal zijn.

(lacht) “Dat is verkeerd begrepen. Hij heeft er niet mee willen zeggen dat hij eruit zou stappen. Maar áls hij stopt, zal het slechts een voetnoot geweest zijn. Denk jij dat Paul Van Himst de hele tijd met voetbal bezig is?”

Ja.

“Hij heeft een bedrijf te runnen! En anders zit hij bij Eddy Merckx. Er zijn mensen die nooit loskomen van wat ze ooit hebben gedaan. Dat is hun probleem. Anderen, zoals Vincent, hebben zoveel te doen dat ze niet kunnen blíjven stilstaan bij de tien bekers die ze gewonnen hebben.”

Hij leek voorbestemd voor iets groters. De politiek, bijvoorbeeld.

(veert recht) «Olala, nu is de verwarring compleet! Met wat Vincent nu doet, heeft hij meer impact op de samenleving dan een politicus. Dankzij hem zijn er honderdvijftig kinderbedden met SOS Kinderdorpen naar Congo gestuurd, zijn er kinderen uit de Noordwijk naar Senegal kunnen gaan, en ben ik twee keer met mijn leerlingen naar Barcelona geweest toen ik nog leraar was. Als burgemeester ben ik afhankelijk van wat er aan belastingen binnenkomt. Met dat geld kan ik niet zomaar doen wat ik wil, er is er ook nooit genoeg. Maar als Vincent – of een andere voetballer, want hij is niet alleen – ’s morgens opstaat en ziet dat mensen het moeilijk hebben, helpt hij hen. Hónderden mensen heeft hij al gesteund met z’n geld. Zoveel geluk kan een politicus niet uitdelen.

“Volg je de regeringsonderhandelingen een beetje? Getuigt dat van veel dadendrang om dingen te veranderen?”

Wat denkt u?

“Ik behoor tot een partij, de CDH, die vrijwillig voor de oppositie heeft gekozen. Ik kan in alle vrijheid kijken naar wat de anderen doen. Maar wat ik daarvan denk, kan ik u niet zeggen.”

De PS wil niet met de N-VA aan tafel.

“Ik lees dat ook, maar ik ga me er niet over uitlaten. Ik begrijp uw bezorgdheid, maar de realiteit is dat er uiteindelijk een oplossing gevonden zal worden. Hoe dan ook zal het land op een dag bestuurd moeten worden. Dat zal ook gebeuren, het is niet de eerste keer dat België zo lang zonder regering zit.”

De PS associeert de N-VA met Vlaams Belang. Conclusie: Vlaanderen is racistisch.

“Nu overdrijft u toch (lachje). In Vlaanderen heeft men dezelfde reflex over Wallonië: dat het extreemlinks is geworden. Wat Vlaams Belang is voor de ene, is de PTB voor de andere. Nu, België overleeft het wel. Ik weiger te geloven dat de kinderen die vandaag in Vlaanderen en Wallonië geboren worden, op een dag zullen opstaan en zeggen: ‘Wij willen België niet meer!’

“Kijk eens rond op straat: jongeren noemen elkaar allemaal ‘broer’, of ze nu blank, zwart of Arabisch zijn. Rap en hiphop zijn hun gemeenschappelijke taal. Het wereldbeeld van hun ouders is niet langer dat van hen, hun grote voorbeelden komen uit de Verenigde Staten. Kereltjes van 10, 12 jaar begroeten elkaar zoals in films en clips, met de vuist en zo. Dat stemt me hoopvol, want het illustreert dat we naar één wereld groeien, een wereld die niets te maken heeft met de tegenstellingen tussen links en rechts of tussen Wallonië en Vlaanderen. Het zijn de volwassenen die ze proberen in stukken op te delen. Maar hoe hard ze ook proberen, de wereld wordt steeds kleiner.»

Beangstigt de verrechtsing in Vlaanderen u?

“Het is van alle tijden dat partijen groot worden en daarna in verval raken. Mensen met denkbeelden die in strijd zijn met het humanisme, die er alleen maar op uit zijn haat te zaaien, hebben de vrijheid opgeëist om zich daar openlijk over uit te spreken. Maar ze zijn niet zo talrijk als het soms lijkt. Je hebt er altijd die met een megafoon van alles in andermans oren roepen. Mensen luisteren, halen hun schouders op en stemmen in een bevlieging vervolgens toch op die roepers. Maar het is geen diepe overtuiging. Ik geloof niet dat de Vlaming fundamenteel racistisch is.

“Ik ben links. Altijd geweest. Bij mijn aankomst in België heb ik me meteen bij de PS aangesloten. Ik was 28 en had al wat levenservaring. Dan haal je de idioten er zo uit. Het soort figuren die helemaal niet racistisch zijn, maar domweg denken dat ze grappig zijn met aangebrande praatjes. Toen ik mijn studie industrieel ingenieur luchtvaartmechanica had afgerond, ben ik aangenomen op de luchthaven van Zaventem. De vrouw die me aanwierf, drukte me op het hart dat ik de enige verantwoordelijke was en dat alleen mijn verslagen telden. Achteraf begreep ik waarom ze dat zei: op de werkvloer bevonden zich ook racisten.

“Op een dag kwam er een blonde arbeider naar me toe. Ik kende hem: ik had hem al eens terechtgewezen voor een zware fout. Hij vroeg me vlakaf of ik hem een kalender met blote vrouwen kon bezorgen. Zwárte blote vrouwen. Was ik gespierder geweest, dan had ik hem een klap verkocht. Later kwam hij me op de opendeurdag goeiendag zeggen met zijn vrouw en kinderen. Dan denk je: hoe gefrustreerd kun je zijn?

“(Op dreef) Weet u waar ik uitging? In Bouwel, tussen Lier en Herentals. Ik had verhalen gehoord van portiers die weigerden zwarte mensen binnen te laten, maar zelf had ik dat nog nooit meegemaakt. Ik besloot het uit te testen: ik sprong in mijn wagen en reed naar Vlaanderen met een groepje vrienden, zwart en blank door elkaar. We hebben de hele avond gedanst, ook met blanke vrouwen, zonder het minste probleem. Ze zagen ons daar zo graag komen dat we nog geregeld zijn teruggekeerd.»

Dank u, Congo

Is het belangrijk te benadrukken dat u de eerste zwarte burgemeester bent?

“Da’s normaal, toch? Wie had dertig, veertig jaar geleden durven te voorspellen dat een Afrikaan burgemeester zou zijn in dit land? Het helpt ook het geheugen van de Belgen op te frissen. Want wat men ook beweert: België dankt zijn welvaart aan Congo. Mensen vergeten weleens dat de welvaart van de ene ten koste gaat van die van de andere. Het grote geluk van België is geweest dat het op een land met zoveel bodemschatten is gevallen. De hele wereld heeft tijdens de kolonisatie grondstoffen gekocht in Congo, via de Belgische banken. Daar danken die hun rijkdom aan, en daardoor komt het dat de NAVO zich hier heeft gevestigd: België was de kortste weg naar al die rijkdom. Dát is de realiteit.”

Premier Charles Michel begreep onlangs niet waarom excuses nodig zijn.

“Soms moet je de tijd zijn werk laten doen. Excuses doen plezier, maar zijn gratuit. Wat de Belgisch-Congolese relaties nodig hebben, is warmte. Elektrische wagens zijn de nieuwe trend, maar je hebt er kobalt voor nodig. Gsm’s: idem. Wel, 70 procent van de kobaltvoorraden bevindt zich in Congo. België heeft er alle belang bij een goede relatie met Congo te onderhouden.”

Maakt u zich zorgen over de wereld waarin uw kleinkinderen zullen opgroeien?

“Nee, omdat ik ervan overtuigd ben dat er voor alles een oplossing is. Misschien komt het doordat ik ingenieur van opleiding ben. Neem nu het probleem van het plastic in onze zeeën, dat in de magen van vissen en vogels terechtkomt. Dat bestaat al langer dan vandaag. Maar het feit dat we er nu aandacht voor hebben, betekent dat er iets aan het veranderen is. In Nigeria heeft een bedrijf een prijs gekregen van de Koning Boudewijnstichting omdat het tonnen plastic verzamelt. Nu is het aan de wetenschappers om iets te vinden waardoor we al dat plastic op een duurzame manier kunnen afbreken. Het makkelijkste is te zeggen dat iets onmogelijk is. Dat zal ik nooit doen. Misschien moet hij nog geboren worden, maar ik geloof oprecht dat op een dag iemand de oplossing vindt.”

Uw vertrouwen in de jeugd is groot.

“Altijd geweest. Toen ik jong was, geloofde ik ook hard in mezelf. Ik was ervan overtuigd dat ik de wereld zou veranderen. Wat je ook doet: als je het met overtuiging doet, kun je iets in beweging krijgen. Daar heb je de politiek niet voor nodig, al heb ik wel altijd aan politiek gedaan. Ik heb de marsen van 1969 tegen Mobutu meegemaakt en heb dertien maanden en vijftien dagen opgesloten gezeten. Omdát ik aan politiek deed. Na mijn vlucht naar België wilde men mij hier direct op de socialistische lijst zetten. Een Congolese ingenieursstudent, van een zekere leeftijd al, uit de Noordwijk: ik was de perfecte kandidaat. Maar ik heb de boot lang afgehouden. Tot in 2004, toen we in Ganshoren kwamen wonen en François zijn rijbewijs had gehaald. Toen kon hij alleen naar de trainingen en had ik de handen vrij.

“Je kunt een mens niet herleiden tot zijn angsten. Een meteoriet die inslaat op de aarde, daar kun je niets aan doen. Maar daarbuiten zijn we tot veel in staat om van de aarde een leefbare plek te maken. Ik heb vertrouwen in de mens.”

Ook dat optimisme deelt Vincent met u.

“Kijk uit welke familie hij komt: kon het dan anders? Als ik jarig was, kreeg ik meestal een boek cadeau van zijn moeder. Iets van Nelson Mandela, of de gedichten van Sédar Senghor. Grote Afrikaanse figuren die opkwamen voor een rechtvaardige samenleving. Wij hebben nooit lichtzinnig in het leven gestaan. Integendeel, we zijn altijd erg zelfbewust geweest.

“Onze grootste bedreiging zijn oorlogen. Ook die worden te makkelijk aan het klimaat geweten. Mensen ontvluchten Mali wegens de oorlog, maar wat heeft die veroorzaakt? De uranium die er in de grond zit. Bij de conflicten in het Midden-Oosten is het precies zo: wie ruikt de geur van de petroleum niet?”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden