Zondag 18/04/2021

InterviewTim Merlier

‘Mijn faalangst is redelijk snel verdwenen’: Tim Merlier gaat in Gent-Wevelgem voor vierde sprintzege van het jaar

Tim Merlier wint in Bredene, vóór Mads Pedersen (r.), de winnaar van Gent-Wevelgem van vorig jaar.  Beeld Photo News
Tim Merlier wint in Bredene, vóór Mads Pedersen (r.), de winnaar van Gent-Wevelgem van vorig jaar.Beeld Photo News

Sam Bennett won er vijf en Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar elk vier. En dan, in de zegestand van het wielrennen, prijkt daar de naam van Tim Merlier, met drie overwinningen al dit seizoen. Dat is niet slecht voor ‘dat mannetje van op de buiten’, zoals Merlier zichzelf graag noemt. Zondag wil hij ook Gent-Wevelgem winnen. Vorige week in Bredene klopte hij alvast Mads Pedersen, de winnaar van vorig jaar. Dat zit dus wel goed.

Je behaalde al drie overwinningen dit seizoen. Weinig renners kunnen dat zeggen.

Merlier: “Ik had wel op een paar overwinningen gehoopt. Ik won Le Samyn en daarna ging het snel. Iedereen is toch aan het seizoen begonnen met het gevoel dat niet alle wedstrijden zullen worden gereden. Iedereen start met het mes tussen de tanden en er wordt nerveus gekoerst.”

De Vlaamse voorjaarskoersen vinden gewoon plaats, ook nu we opnieuw in lockdown gaan. Wat vind je daarvan?

“Ik ben blij dat er wordt gekoerst. Vorig jaar, na de eerste lockdown, had ik veel last om weer op niveau te komen.”

Hoe hoog staat Gent-Wevelgem op jouw lijst?

“Erg hoog. En wel helemaal nu Parijs-Roubaix onzeker is. Ik moet elke kans grijpen die ik krijg.”

Wat is het ideale scenario?

“Dat we met zo’n vijftig renners naar de streep rijden en dat ik dan nog het gezelschap heb van twee, drie ploegmaats. Dan hoop ik dat ik nog de benen heb voor een goede sprint.

“Ik heb nu al drie keer de sprint gewonnen. Dat is goed voor mijn vertrouwen. Of ik ook de renners kan kloppen tegen wie ik nog niet heb gesprint dit voorjaar, dat zal ik zondag merken. Gent-Wevelgem is 50 kilometer langer dan de drie wedstrijden die ik al won. Het is niet dat ik daar veel schrik van heb, maar ik wil voorzichtig blijven met wat ik zeg.”

Jouw ploegmaat Jasper Philipsen maakt ook een doel van Gent-Wevelgem. Gaan jullie goede afspraken maken?

“Als we beiden deel uitmaken van een kopgroep, zal de beslissing in de volgwagen worden genomen, wie er voor de overwinning gaat sprinten. In Le Samyn waren we er vrij snel uit dat ik de beste benen had. Ik ben eerlijk en Jasper is dat ook. We zullen niet tegen elkaar sprinten voor de overwinning. We kunnen elkaars lead-out zijn. Dat hebben we al uitgeprobeerd tijdens de voorbije stages.”

Het ging vorig jaar tussen jou en Philipsen nogal tumultueus toe in de Scheldeprijs. Is daar iets van blijven hangen?

“Ik kreeg daar een duw van Jasper, die zijn positie in het wiel van zijn lead-out man verdedigde. Ik had dat niet gezien. Het ging zoals het in 130.000 sprints gebeurt, denk ik. We reden 70 per uur en het leek alsof er veel aan de hand was. Toen ik achteraf de beelden bekeek, bleek dat niet zo te zijn. We waren beiden erg gefrustreerd. Daar is niks van blijven hangen. Ik geloof niet dat we erover gesproken hebben tijdens onze eerste ontmoeting op stage.”

Maar je durft wel een duwtje te geven in de sprint.

“In de laatste kilometer wel. Bij alles wat voorafgaat denk ik te veel na over de mogelijke gevolgen van zo’n duw. Dat komt na de valpartij van Jakobsen vorig jaar in Polen. Maar dat is al begonnen na de dodelijke crash van Wouter Weylandt (in mei 2011 in de Giro, MG). Ik denk er altijd aan dat ik een ander in gevaar kan brengen als ik een manoeuvre doe. Ik doe het liever niet, maar soms moet je je plek verdedigen. Ik heb het nu over wat er gebeurt tussen kilometer 50 en kilometer 20 voor de streep. Als je daar je plek niet verdedigt, rijd je de hele tijd achter in het peloton.”

Wat is jouw sterkste wapen in de sprint?

“Een lange sprint met grote omwentelingen ligt me wel. Mijn laatste sprints won ik met hoge cadans. Op stage na de Ster van Bessèges had ik een dag waarin ik geen enkele sprint won tegen Jasper. Ik was daar erg gefrustreerd over. Sindsdien let ik beter op de manier waarop ik sprint.”

Je hebt in Bredene Mads Pedersen geklopt. Pedersen is de winnaar van Gent-Wevelgem vorig jaar. Dus dat zit wel goed.

“Zo bekeken wel. Ik hoop dat ik zijn opvolger mag zijn. Bredene was geen gemakkelijke koers. Het gemiddelde vermogen kwam in de buurt van een semiklassieker. Ik heb er niet erg bij stilgestaan, maar nu begint iedereen mij erop te wijzen dat ik Pedersen heb geklopt. Ik voel me wel fier, ja.”

Voel jij jouw status in het peloton stilaan veranderen?

“Neen. Ik ben nog altijd dat mannetje van op de buiten, uit Wortegem-Petegem.”

Je was bij de start van de Tirreno-Adriatico in Lido di Camaiore erg onder de indruk van het deelnemersveld. Je zei zo ongeveer letterlijk: ‘Ik keek naar links en toen naar rechts en ik zag alleen maar grote namen.’ Ben je na een week een beetje van dat ontzag voor grote namen verlost?

“Ik heb daar toch moeten aan wennen. Anders crash je volledig in het hoofd. Als je dat mentaal niet aankunt, kan je beter naar huis rijden. Iedereen had het erover, dat het leek alsof we in een Tour-peloton aan het koersen waren. Ik was niet de enige die onder de indruk was.”

Voelde je je daar ook dat mannetje van op de buiten?

“Ik voelde me redelijk klein, vergeleken bij de rest. Ik had faalangst. Toen ik rond mij keek zag ik niet meteen iemand die een compagnon kon zijn in de grupetto. Ik dacht dat ik er alleen zou voor staan. Uiteindelijk is alles goed gekomen. Rit twee won Julian Alaphilippe. En ik kwam in een redelijk goede grupetto over de streep. Ik zat niet in de laatste groep, zoals het jaar daarvoor.”

Je werd nog zevende die eerste dag.

“Mijn faalangst ging redelijk snel weg. Als sprinter vrees ik niet zoveel renners. Maar in een rittenkoers waarin we over de bergen moeten, kan ik wel een keer faalangst krijgen. Ik denk wel dat ik de Tirreno goed heb verteerd. De bevestiging kwam snel in de Bredene Classic.”

Waar was jij in de Tappa dei Muri, waar Mathieu van der Poel zijn raid pleegde en helemaal onderkoeld en leeg gereden toch nog de rit won?

“Ik kwam daar ook in een groepje over de streep, ruim 20 minuten na Mathieu. Ploegleider Bart Leysen kwam naast me rijden, hij bracht me een regenvest en zei dat Mathieu drie minuten voorop reed. Ik dacht hé, hoe kan dat? Verder heb ik daar niet veel over gedacht. Ik had het enorm koud. Het was overleven om binnen te komen. ’s Avonds was iedereen kapot, Mathieu en de rest. Hij heeft niet veel meer gezegd. Het was erg stil aan tafel.”

Het parcours van Gent-Wevelgem gaat door Ploegsteert, waar jouw vriendin Cameron Vandenbroucke vandaan komt. Maakt dat het toch weer bijzonder?

“Ik heb donderdag verkend. Papy en Mamy (de grootouders van Cameron, de ouders van Frank Vandenbroucke, MG) zijn komen kijken. De sfeer was er al. Verder ken ik de streek niet zo goed. Het is niet mijn vaste trainingsparcours.

“Ik heb Gent-Wevelgem vorig jaar gereden, toen hebben we ook verkend met de ploeg. Vorige week reed ik Bredene-Koksijde en die koers ging ook door de streek. Maar ik geloof niet dat ik in heel mijn leven de Kemmelberg al tien keer naar boven ben gereden.”

Je bent een goede vriend van Wout van Aert en je bent een ploegmaat van Mathieu van der Poel. Iedereen kent de rivaliteit tussen Wout en Mathieu? En waar sta jij dan?

“Ik hoor Wout af en toe. Als we samen in de koers zitten, praten we. Wout en ik zijn nog altijd vrienden. Toen we nog voor dezelfde ploeg reden, waren we ook niet dagelijks berichten aan het sturen. Al denkt iedereen van wel. Als we mekaar nodig hadden, waren we daar voor elkaar. Dat is niet veranderd. Ik ben naast Wout en Mathieu gaan rijden in de Tirreno, toen ze een keer samen reden. Zij hebben ook geen ruzie hoor.” (MG)

Gent-Wevelgem, zondag om 13u30, live op Eén

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234