Donderdag 16/09/2021

InterviewMichel Wuyts en José De Cauwer

Michel Wuyts en José De Cauwer, 20 jaar een duo: ‘Niet altijd rozengeur en maneschijn’

Michel Wuyts l) en José De Cauwer in de Sporza-studio in plaats van op een Franse col. Beeld Tim Dirven
Michel Wuyts l) en José De Cauwer in de Sporza-studio in plaats van op een Franse col.Beeld Tim Dirven

Michel Wuyts (64) en José De Cauwer (71) zijn al twintig jaar dé stem van de koers. Met het pensioen van Wuyts komt daar een einde aan. ‘Ik had gehoopt op het terrein afscheid te kunnen nemen. Nog één keer door Frankrijk en Spanje, en dan adios.’

“Een Vlaamse feestdag! Nu al!” Met zijn raid op de Mont Ventoux zorgde Wout van Aert woensdag voor feeststemming bij Michel Wuyts. Een dag eerder ging het er in het nauwe commentaarhok van Wuyts en De Cauwer een stuk rustiger aan toe. Het is iets na zessen dinsdagavond wanneer Wuyts zijn fichebak dichtklapt, een broeksriem rond het plastic bakje spant en het ding daarna in zijn tas opbergt.

De renners in de Tour de France hebben er net een rit van Albertville naar Valence op zitten. Een etappe zonder veel geschiedenis met een lummelend peloton, de obligate vluchters en aan het eind van de 190 kilometer Mark Cavendish als weinig verrassende winnaar. Ruim vier uur lang hebben Wuyts en zijn vaste kompaan José De Cauwer de weinige gebeurtenissen van commentaar voorzien. Bang om stil te vallen tijdens zo’n windstille etappe zijn ze al lang niet meer. “Ook al gebeurt er niks, je komt er altijd doorheen”, zegt Wuyts. “Dit zijn het soort ritten die we vooral op ervaring doen.”

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Die ervaring hebben Michel en José bij hopen. In de Tour van 2000 kwamen ze voor het eerst samen in het commentaarhok terecht. “Onze eerste kus”, grapt De Cauwer. Sindsdien vormen ze een onafscheidelijk duo dat voor achtergrond en duiding zorgt bij elke koers die naam waardig.

Voelden jullie bij die eerste Tour meteen: dit is iets speciaals?

Wuyts: “Het klikte meteen. Waar dat aan ligt? De alertheid van je partner tijdens zo’n koers. De manier waarop hij je tegemoet wil komen. En misschien nog het belangrijkste: het inlevingsvermogen. Niet alleen achter de microfoon, maar ook in het leven ernaast. José en ik hebben gelijklopende interesses en een bredere belangstelling dan het koersen alleen. José volgt alles wat in de wereld gebeurt en hij kan daar bovendien met kennis van zaken over spreken.”

De Cauwer: (lacht) “Ik lees veel kranten en magazines. Op die manier pik ik dingen op en kan ik over veel zaken wel iets vertellen.”

Wuyts: “Als je tijdens zo’n Tour met elkaar op pad bent, blijf je ’s avonds natuurlijk voor een deel voortborduren op datgene wat er zich die dag tijdens de koers heeft afgespeeld. Maar je kunt daar niet continu over emmeren. Dan is het leuk dat je aan de bar ook wel eens andere thema’s kunt aansnijden. In de beginjaren ging dat dan vooral over de jonge kinderen die we thuis hadden rondlopen. José had twee jonge dochters en ik een zoon en een dochter die volop aan het puberen waren. Dan wissel je al eens ervaringen uit.”

De Cauwer: “De voorbije jaren hebben we gepraat over alles wat op ons pad kwam. Kinderen die het ouderlijk huis verlaten, ouders die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Dingen die voor ons allebei nieuw waren en soms voor problemen zorgen. Dan helpt het om bij elkaar te kunnen toetsen hoe je daar het best mee omgaat. Avonden hebben we over het leven gepraat, tot het emotioneel wordt.”

Wuyts: “Dan haalt een van ons zijn smartphone boven en zoeken we op YouTube liedjes en filmfragmenten die bij die stemming passen. Die scène uit Hable con ella bijvoorbeeld waarin Caetano Veloso, de Braziliaanse zanger, het nummer ‘Cucurrucucú Paloma’ zingt. Dan zoeken we een groot wijnglas om de telefoon in te zetten – dat zorgt voor een betere galm – en zitten we daar allebei met waterige ogen naar te kijken.

“We hebben door de jaren heen wel wat emoties gedeeld. Tijdens de Tour van 2001 werd mijn dochter plots heel erg ziek en een paar jaar geleden maakte mijn vrouw alweer tijdens de Tour een val die haar bijna fataal werd.”

De Cauwer: “Iedereen heeft zijn eigen miserie, natuurlijk. Maar als je samen onderweg bent, deel je die met elkaar. Dan moet ook. Je compagnon moet weten waar je in je hoofd mee bezig bent. Uiteraard schept dat een band. Toen mijn zus onlangs overleed, was Michel bij de eerste drie mensen die ik verwittigd heb.”

Zoeken jullie elkaar dan ook op wanneer er géén koers is?

Wuyts: “Neen.”

De Cauwer: “Het mag ook niet te veel worden. In pre-coronatijden waren we sowieso zestig tot zeventig dagen per jaar samen in het buitenland. En dan zijn er nog de Belgische koersen natuurlijk.”

‘De Cauwer: Toen mijn zus onlangs overleed, was Michel bij de eerste drie mensen die ik verwittigd heb.’
 Beeld Tim Dirven
‘De Cauwer: Toen mijn zus onlangs overleed, was Michel bij de eerste drie mensen die ik verwittigd heb.’Beeld Tim Dirven

Wuyts: “Ik schat dat we toch honderd tot honderdtwintig dagen per jaar samen doorbrengen.”

De Cauwer: “Dat is niet altijd rozengeur en maneschijn. Wanneer je na uren in de auto, moe en ­hongerig, alsnog verkeerd rijdt op weg naar het ­hotel…”

Wuyts: (onderbreekt) “Of geflitst wordt.”

De Cauwer: “Dat zijn momenten waarop zelfs de beste koppels al eens ambras maken.”

Eind dit jaar wordt het iconische duo uit elkaar gehaald. Wuyts, de jongste van de twee, moet van de VRT-directie verplicht met pensioen. De Cauwer, als zelfstandig expert bij de openbare omroep aan de slag, blijft op zijn 71ste wel aan boord. Een scenario waarmee geen van beiden rekening had gehouden.

Wuyts: “Er werd me een paar jaar geleden in een interview met het Algemeen Dagblad (Nederlandse krant, red.) gevraagd hoe we de toekomst zagen. Ik heb toen geopperd om door te gaan tot José 75 werd. Dat ik als eerste zou moeten gaan, kwam zelfs niet bij me op. Je borduurt verder op de dingen die je rond je ziet gebeuren. André Meganck – onze vorig jaar overleden assistent, fixer, chauffeur en wat weet ik nog allemaal meer – is tot drie jaar na zijn pensioen actief gebleven. Frank Raes kreeg ook een toegift van twee jaar. In de lijn daarvan en afgaande op de functioneringsgesprekken met mijn bazen ging ik ervan uit dat er een plan in die richting klaar lag.”

Maar daar is nooit over gepraat?

Wuyts: “Tijdens het laatste functioneringsgesprek met mijn bazen – ik was toen 63 – hebben we het over mijn leeftijd gehad. Toen ik naar mijn toekomst vroeg, was het antwoord: dat lossen we wel op wanneer het probleem zich stelt.”

De Cauwer: “Ik ging ervan uit dat we samen door zouden kunnen gaan. Toch minstens voor de klassiekers en misschien ook nog de Tour. Maar toen mijn gesprek met de Sporza-bazen keer op keer werd uitgesteld en ik in de wandelgangen van alles hoorde waaien, voelde ik nattigheid. Uiteindelijk is het nieuws me verteld drie dagen voor het in alle kranten stond.”

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Wuyts: “Ik wist toen al een paar weken dat het na het veldritseizoen voor mij zou ophouden. Vlak voor de Dauphiné (die eind mei van start ging, red.) is Pieter De Windt, de manager van Sporza, me die boodschap komen brengen.”

Dan neem je toch meteen de telefoon om je vaste compagnon te bellen?

Wuyts: “Neen, omdat ik niet wilde dat de uitzendingen eronder zouden lijden. Er is me ook duidelijk gemaakt dat het nieuws via een uitgewerkt communicatieplan de wereld in gestuurd zou worden. Mocht ik José hebben ingelicht, dan was de kans groot dat we tijdens een van de uitzendingen toch op dat pensioen zouden alluderen. Dat wilde ik vermijden. Ik heb dan maar beslist om even voor grote jongen te spelen en het nieuws voor mezelf te houden.”

De Cauwer: “Mijn zus was toen ook net gestorven. Ik had al genoeg aan mijn hoofd. Ik vind het een heel vervelende situatie. Ik mag verder doen. Hij niet. Leuk is anders.”

Wuyts: “Wanneer volgend jaar Parijs-Nice eraan komt en ik weet dat José weer op pad gaat, zal dat toch pijn doen. Dat was echt een week waar ik naar uit keek. Het leven on the road, weg van de besognes thuis.”

Kunnen jullie begrip opbrengen voor de redenering van VRT-CEO Frederik Delaplace? Hij vindt dat gevestigde waarden te gepasten tijde plaats moeten maken voor jong talent.

Wuyts: “Diegenen die me nu opvolgen kun je bezwaarlijk nog jonge talenten noemen. Het zijn vijftigers. Renaat Schotte draait als commentator haast zo lang mee als ikzelf. De boodschap van mijnheer Delaplace is bovendien dubbel. In Het Nieuwsblad vertelt hij dat mensen als Linda De Win en ikzelf nu moeten genieten van onze welverdiende rust. Maar tegelijk laat hij weten dat hij ervan uitgaat dat Linda actief zal blijven en zonder problemen haar gading elders zal vinden.”

Daarover gesproken: Michel heeft al duidelijk laten verstaan dat andere zenders hem mogen bellen. Maken jullie dan als duopakket de overstap?

Wuyts: “José zei me onlangs dat hij graag meegaat. Op voorwaarde dat ik de prijs weet te verdubbelen.” (lacht)

De Cauwer: “Ik ben zelfstandige. Hij mag me altijd bellen.”

Voorlopig voorzien Wuyts en De Cauwer de Tour nog op de openbare omroep van commentaar. Al gebeurt dat sinds corona net iets anders dan ze gewoon zijn. Al voor het tweede jaar op rij werkt het duo aan de Reyerslaan. Een ingreep die niet alleen het besmettingsgevaar minimaliseert, maar tegelijk het budget drukt. Beide heren spenderen hun dagen in een van alle daglicht verstoken ruimte waar enkel een verloren geplaatste fles Ricard op de koelkast aan la douce France doet denken.

Tussen hen in plexiglas, voor hun neus twee gigantische televisieschermen.

“Die hebben ze speciaal voor de Tour opgehangen”, zegt Wuyts. “Normaal zitten we hier met z’n tweeën op een minischermpje te turen. We hebben een paar keer gesignaleerd dat het wel wat meer mocht zijn. En blijkbaar is er geluisterd. Of misschien zit het feit dat het mijn laatste optreden is er wel voor iets tussen.”

Ondanks die upgrade hadden De Cauwer en vooral Wuyts de Tour toch liever een paar honderd kilometer meer zuidwaarts beleefd.

Wuyts: “Ik had gehoopt afscheid te kunnen nemen op het terrein. Nog één keer door Frankrijk en Spanje en dan adios. Je wilt de mensen van andere zenders, waarmee je in de loop van de jaren een goede band hebt opgebouwd, toch nog gedag zeggen. Nu is de kans groot dat ik die nooit meer zie. Als ik daar te veel bij stilsta, word ik chagrijnig.”

Wuyts: ‘José zei me dat hij graag meegaat naar een andere zender. Op voorwaarde dat ik de prijs weet te verdubbelen.’ Beeld Tim Dirven
Wuyts: ‘José zei me dat hij graag meegaat naar een andere zender. Op voorwaarde dat ik de prijs weet te verdubbelen.’Beeld Tim Dirven

De Cauwer: “Ik vind het vooral vervelend dat we het parcours niet meer op voorhand zien. De laatste dertig, veertig kilometer wil je toch beleven. Al was het maar om te voelen uit welke hoek de wind komt. Vroeger deed ik die verkenningen nog met de fiets, maar ik weet ondertussen dat dat niet altijd een goed beeld oplevert. (lacht) Wanneer mijn benen me signalen geven dat het lastig is, is dat niet noodzakelijk zo voor de prof­renners die na mij komen.”

Mis je vanuit Brussel het contact met het peloton niet?

De Cauwer: “Dat contact is er tijdens de Tour sowieso amper. Vroeger waren renners blij toen ze een journalist zagen. Nu gaan ze lopen of blijven ze tot de allerlaatste seconde voor de start in de ploegbus zitten.”

Wuyts: “In zo’n Tour rij je als commentator constant voor het peloton uit. Wanneer zij van start gaan moet jij al aan de aankomst zitten. Het werken van een afstand gaat wat mij betreft vooral ten koste van de romantiek. Ik vraag me af of jonge commentatoren nog wel geïnteresseerd gaan zijn om hun job op die manier te doen. Hoe hou je het wielervuur bij zo’n jongeman brandend wanneer die aan het thuisfront op een bureaustoel voor een scherm wordt gezet?”

De Cauwer: “Wij hebben het voordeel dat we het allemaal al hebben meegemaakt. Wij hebben over de Mont Ventoux gereden tussen het uitzinnige publiek, we hebben op de top commentaar gegeven. Ook al hangen ze hier een scherm zo groot als een huis, die beleving, dat gevoel kun je nooit overbrengen.”

Wout van Aert tijdens zijn raid over de Ventoux. De Cauwer: 'Hij zit nu meer op zijn gemak dan mocht Roglic nog in koers zijn.' Beeld Photo News
Wout van Aert tijdens zijn raid over de Ventoux. De Cauwer: 'Hij zit nu meer op zijn gemak dan mocht Roglic nog in koers zijn.'Beeld Photo News

Wuyts: “Vandaag kwam het peloton aan in Valence. Daar hebben we al ettelijke keren overnacht. En dus konden we het in de uitzending over het Hotel de France hebben. Ik had ook over de waardin van dat hotel kunnen vertellen. Een beeldschone blondine die ’s avonds aan tafel hét gespreksonderwerp was.”

Nog een nadeel van het werken vanuit Brussel: jullie missen de kans om de Franse keuken te degusteren. Dat moet bij twee fijnproevers toch steken?

Wuyts: “Stel je daar vooral niet te veel bij voor. In de hotels die wij ons kunnen permitteren is het eten sowieso slecht. We doen tijdens de Tour een poging om één keer goed te eten. Slagen we daarin, dan zijn we gelukkig.”

De Cauwer: “We logeren in transithotels genre Novotel of Mercure, wat concreet betekent dat je eigenlijk drie weken lang hetzelfde eet. Je kunt meestal kiezen tussen diepgevroren vis, steak haché en nog iets anders. Ook alles wat daar bij komt, of het nu de frieten, de wijn of de mosterd zijn, smaakt steeds exact hetzelfde.”

Wuyts: “Ik eet in zo’n Tour zeker zeventien tot achttien keer gerookte zalm. Ik heb van nature last van hoge cholesterol waardoor ik het noodgedwongen steeds in diezelfde richting moet zoeken. José eet ’s avonds al eens escargots de bourgogne, maar als ik de vettigheid op die slakken zie broebelen dan weet ik dat ik daar beter voor pas. De zalm wissel ik af met steak haché, dat is een gerecht waaraan ik moeilijk kan weerstaan.”

De Cauwer: “Een veilige keuze ook. Je ziet tenminste wat er in zit.”

Wuyts: “Al is het ook wel eens gebeurd dat zo’n steak met een vreemd groene schijn op tafel komt.”

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

De Cauwer: “Laten we het erop houden dat de Tour en lekker eten geen goede combinatie is. Geef mij op culinair vlak dan maar de Vuelta.”

Voor er vanaf half augustus in Spanje gekoerst wordt, zijn er eerst nog de Olympische Spelen in Tokio. Aan de olympische wegrit van 2016 in Rio houden Wuyts en De Cauwer bijzondere herinneringen over. Toen kroonde Greg Van Avermaet zich op een voor hem normaal gezien veel te zwaar parcours totaal onverwacht tot olympisch kampioen.

Wuyts: “De allermooiste wedstrijden zijn deze waarin het onverwachte gebeurt. Wedstrijden waar je zonder verwachtingen naartoe stapt, waar je winnen uitgesloten acht en het dan toch gebeurt. De olympische wegrit in Rio was er zo eentje, maar bijvoorbeeld ook het wereldkampioenschap in Lugano (1996), waar Museeuw won. Die koersen neem je mee voor het leven.”

In Tokio komen we met Wout van Aert in topvorm en Remco Evenepoel deze keer met veel meer winstkansen aan de start. Of niet?

De Cauwer: “Natuurlijk zijn er hoge verwachtingen. Maar de wegrit tijdens de Spelen is een heel aparte koers. Kleine teams, een raar samengesteld peloton en dan is er nog het parcours. Tijdens de Tour rij je op vertrouwd gebied. De Ventoux is de Ventoux en de Tourmalet blijft de Tourmalet. In Tokio weten we niet goed wat we kunnen verwachten.”

Wuyts: “Gezien de beperkte tijd tussen Tour en Olympische Spelen moet je de Tour gereden hebben om in Tokio te oogsten. Je moet dus naar de waardeverhoudingen in de Tour kijken om te zien wie kans maakt op olympisch eremetaal. Al is dat moeilijker dan het lijkt. Er zitten renners in het peloton die de Tour helemaal in functie van Tokio rijden. Iemand als Jakob Fuglsang bijvoorbeeld hebben we in de Tour nog amper gezien, in Tokio zal dat anders zijn.”

Is wat Wout van Aert in de Tour doet dan wel verstandig? Moet hij het niet wat rustiger aan doen, of zoals Mathieu van der Poel vroegtijdig uit de race stappen?

Wuyts: “Van der Poel is een totaal ander verhaal. Hij wil goud halen in het mountainbiken. Dan hebben we het over een totaal ander vak.”

De Cauwer: “Wat Mathieu doet is niet normaal.”

Wuyts: “Het is alsof je een marathonloper zou vragen om zich in twee weken tijd klaar te stomen om op de Spelen de 3.000 meter steeple te winnen. Laat Kipchoge (huidig olympisch marathonkampioen, red.) dat doen en de kans is groot dat hij over de eerste balk struikelt.”

De Cauwer: “Van Aert zit nu meer op zijn gemak dan mocht Roglic nog in koers zijn. Dan zouden ze hem toch op tijd en stond opgetrommeld hebben voor wat kopwerk. Nu kan hij de ritten waarin hij wil uitpakken beter kiezen.”

Er werden de voorbije dagen vragen gesteld bij de topprestaties van Tadej Pogacar. Terecht?

Wuyts: “Het wansmakelijke verleden van de wielersport bepaalt dat iedereen die boven het maaiveld uitsteekt – zoals Pogacar nu – in twijfel zal worden getrokken. Dat is bitter.”

De Cauwer: “Je moet zijn prestaties in perspectief plaatsen. Zijn rechtstreekse concurrenten zijn letterlijk weggevallen. Daardoor steekt hij er nu zo fel bovenuit.”

Tadej Pogacar bij de start van de 13de etappe, afgelopen vrijdag. Michel Wuyts: 'Wie in twijfel trekt wat hij nu doet, heeft de voorbije jaren niet goed opgelet.' Beeld REUTERS
Tadej Pogacar bij de start van de 13de etappe, afgelopen vrijdag. Michel Wuyts: 'Wie in twijfel trekt wat hij nu doet, heeft de voorbije jaren niet goed opgelet.'Beeld REUTERS

Wuyts: “Wij waren erbij in de Vuelta van 2019 waar hij als twintigjarige op exact dezelfde manier tekeerging. Alleen heb ik de indruk dat wij de enige twee zijn die dat gezien hebben. Wie in twijfel trekt wat hij nu doet, heeft de voorbije jaren niet goed opgelet.”

Een uitzonderlijk talent dus? Precies wat volgens professor Peter Van Eenoo, gereputeerd dopingjager, in de jaren 90 over de epo-generatie werd verteld.

De Cauwer: (windt zich op) “Dat Van Eenoo argwaan koestert is logisch. Het is zijn job. Als er één iemand achterdochtig moet zijn, is hij het wel. Maar ga eens praten met inspanningsfysiologen of met iemand zoals Serge Pauwels, performancemanager bij de wielerbond. Die zullen je vertellen over betere ­scouting, betere begeleiding en geavanceerde vormen van training. Dan krijg je een totaal ander verhaal.”

Wuyts: “Ik baseer me op wat ik hoor bij radio peloton: de verhalen die de gasten die zelf meerijden vertellen. Voor en na een programma als Extra Time Koers pik je wel eens iets op. Afgaande op wat ik daar hoor kan ik met een gerust gevoel aan mijn volgende uitzending beginnen.”

Toch zijn het renners als Thomas De Gendt en Greg Van Avermaet die de kat de bel aanbonden. Zij gaven aan het peloton niet meer te kunnen volgen, hoewel ze dezelfde wattages trappen als de voorbije jaren.

De Cauwer: “Ik wil het verhaal van De Gendt niet in twijfel trekken. Maar wat doe je dan met iemand als Brent Van Moer? Die is 23 jaar, zit in dezelfde ploeg als De Gendt en rijdt wél in de spits van de wedstrijd. Of neem nu Peter Sagan. Is er iemand die zich vragen stelt bij het feit dat hij minder wint dan vroeger? Misschien is het mindere presteren van renners als Sagan, De Gendt en Van Avermaet gewoon een logische evolutie.”

Wuyts: “Al blijft het wel een gezonde instelling om je die vragen te blijven stellen. Je moet de dingen af en toe laten bezinken en goed nadenken over wat je net gezien hebt. Als ik dat doe zie ik, op het verleden van zijn ploegmanagement na, geen signalen die me zeggen: ‘Ik moet mijn slaap laten om wat Pogacar presteert’.”

De Cauwer: ‘De Tour en lekker eten is geen goede combinatie: altijd diepgevroren vis of steak haché. Geef mij dan maar de Vuelta.’
 Beeld Tim Dirven
De Cauwer: ‘De Tour en lekker eten is geen goede combinatie: altijd diepgevroren vis of steak haché. Geef mij dan maar de Vuelta.’Beeld Tim Dirven

Waren die indicaties er ten tijde van Armstrong dan wel?

Wuyts: “Armstrong deed plots dingen die hij voor hij ziek werd niet kon. Hij had al wel de Waalse Pijl gewonnen en hier en daar een etappe in een rittenkoers, maar wat het algemeen klassement betreft werd hij in de Tour in de bergen weggereden. Bij zijn comeback was het plots helemaal anders.”

Hoe lang moeten we nog wachten op een Belgische Tourwinnaar?

Wuyts: “Ik ga daar geen datum op plakken. Ik ben in 1996 met Lucien Van Impe (laatste Belg die de Tour won, in 1976, red.) naar de Tour geweest. Ik heb hem toen, tijdens een reportage op de Champs Élysées net dezelfde vraag gesteld. Zijn antwoord was: ‘Het zal nog wel tien jaar duren’. We zijn intussen vijfentwintig jaar verder.”

Onze grote hoop Remco Evenepoel rijdt volgend jaar de Tour sowieso niet. Een verstandige beslissing?

Wuyts: “Ja. Hij moet de Tour pas rijden als hij zich klaar voelt om Pogacar te bestrijden.”

De vraag is of die dag ooit zal komen.

Wuyts: “Dat is een vraag die niemand zich zes maanden geleden stelde. Het is goed dat dat nu wel gebeurt. De heisa rond de figuur Evenepoel mag gerust wat minder. Geef die jongen nog wat tijd om te rijpen.”

Er wordt spectaculairder gekoerst dan ooit. Er rijdt gigantisch veel talent in het peloton. Maakt dat het dubbel zuur om er net nu te moeten uitstappen?

Wuyts: “Natuurlijk is het niet prettig om af te haken net nu de wielersport naar een hausse evolueert. Maar je mag ook het verleden niet vergeten. Ik heb onlangs voor het wielertijdschrift Bahamontes een artikel geschreven over alle olympische wegritten die ik in mijn carrière heb becommentarieerd. Dan zie je toch ook een heleboel figuren passeren die minstens evenveel tot de verbeelding spreken als de tenoren van nu. Maar jeugd trekt nu eenmaal aan. Logisch ook. De jeugd draagt de hoop in zich op nog veel meer schoonheid.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234