Zondag 14/08/2022

InterviewMichel Wuyts

Michel Wuyts debuteert als VTM-commentator in Milaan-Sanremo: ‘Van Aerts achterwiel is het gouden ei’

‘Als je iets met hart en ziel doet, waarom moet je dan stoppen?’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Als je iets met hart en ziel doet, waarom moet je dan stoppen?’Beeld © Stefaan Temmerman

Vandaag wordt Milaan-Sanremo van ­commentaar voorzien door Michel Wuyts (65). Vergis u niet van zender. De door de VRT op pensioen gestuurde Wuyts werkt nu voor VTM. ‘Als je als commentator de Primavera tot een goed einde brengt, kun je veel aan.’

Frank Van Laeken

‘Smijt er een brood naar en het is gesneden’, is een klassiek wielergezegde over de schriele figuren die voorovergebogen over hun stuur kilometers vreten en asfalt klieven. Dwangarbeiders van de weg, imposant ogend op het tv-scherm, in werkelijkheid vel over been. Elke overbodige gram is weggewerkt.

Als je een brood naar Michel Wuyts zou smijten, komt het misschien niet onmiddellijk in gesneden vorm terug, maar de wielercommentator ziet er nog altijd scherp uit. Wakkere ogen, alert, even spraakvaardig als in een commentaarcabine die hij voor het eerst in zeven weken weer mag opzoeken.

Het verhaal is bekend: verplicht met pensioen gestuurd aan de Reyerslaan, op 1 februari begonnen aan een nieuwe opdracht bij DPG Media, waarvoor hij podcasts inkleurt, columns schrijft en commentaar geeft bij Milaan-Sanremo, de Ronde van Lombardije en een aantal veldritten. Veel minder dan wat het was, heel wat meer dan wat het zou zijn geweest mocht hij die 65 inderdaad als eindpunt aanvaard hebben.

Wuyts is in het Vlaamse wielrennen een even gewaardeerde commentator als sommige van zijn illustere voorgangers. Hóé populair hij is, mocht hij vaststellen op 26 september vorig jaar, toen hij op het WK wielrennen in ‘zijn’ Leuven haast even enthousiast gefêteerd werd als de renners zelf.

We moeten het niet al te lang over het verleden hebben, dat stond uitvoerig te lezen in tal van artikels. “De dag voor het EK voetbal begon, was er een persrelease bij de VRT met de melding dat ik met pensioen zou moeten gaan”, doet hij het verhaal van zijn toch wel spraakmakende transfer. “Vijf minuten later kreeg ik al een telefoontje van DPG Media. ’s Anderendaags belde Telenet. Allebei met de mededeling: ‘We komen nog bij jou terug.’ Ze hebben me met rust gelaten tot na de Tour, ik had dan ook nog een goeie acht maanden werk bij de VRT. Véél werk.

“In het najaar heb ik een paar keer samengezeten met mensen van DPG Media, Telenet heeft me pas veel later een tweede keer gecontacteerd. Ik heb hen gezegd dat het mijn uitdrukkelijke wens was om mijn contract bij de VRT tot de laatste dag uit te doen, na afloop van het veldritseizoen. In principe wilde men bij DPG Media dat ik al betrokken zou worden bij de start van het nieuwe wegseizoen. Daar is de consensus uit gegroeid om op 1 februari te beginnen.

‘Er wordt iets te vaak gezegd dat een prestatie fenomenaal is, maar wat Pogacar doet mag wel ­degelijk zo genoemd worden.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Er wordt iets te vaak gezegd dat een prestatie fenomenaal is, maar wat Pogacar doet mag wel ­degelijk zo genoemd worden.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Alle betrokken partijen hebben acht maanden lang gezwegen. Mijn vrouw wist het uiteraard. Mijn naaste familieleden heb ik pas de donderdag voor het WK veldrijden ingelicht. Het nieuws is onmiddellijk na dat WK bekendgemaakt, een laatavonduitzending, wat het bijzonder hectisch maakte. Maar ik was erop voorbereid. Het zwaarst vond ik nog dat ik Paul Herygers moest inlichten, mijn cocommentator op dat WK en ­iemand met wie ik een buitengewoon goede vriendschapsband heb, warme mens die hij is.”

Wie of wat mis je verder nog?

“Het spreekt voor zich dat je met een aantal mensen een warm contact hebt gehad. Je ziet of hoort die nu minder. Wat ik ook mis, is dat aparte vuur van rechtstreekse verslaggeving. Dat wordt een deel van jezelf. Na een aantal jaren heb je dat helemaal onder de knie. Dat dit nu niet meer met dezelfde frequentie gebeurt, is iets wat mij overkomen is, maar anderzijds stel ik vast dat ik nu nog beter oplet wat er overal gezegd en geschreven wordt. Ik heb geen seconde gemist van Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne-Brussel-Kuurne, Strade Bianche, Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico, omdat je de evolutie moet zien in al die wedstrijden.

“Het essentiële verschil met mijn VRT-periode is dat je die spankracht nu moet opzuigen zonder dat je er met iemand kunt over communiceren.”

Hoe zijn de eerste weken in je nieuwe werkomgeving verlopen?

“Ik ben zeer onder de indruk van het punctuele, het efficiënt maken van afspraken, het checken en dubbelchecken, nog een telefoontje vlak vooraf met praktische informatie en de gespreks­onderwerpen. Ze laten bij DPG Media zo weinig mogelijk aan het toeval over. Bij de VRT ging men er meer van uit dat de man die al meer dan twintig jaar on the road was, het wel zou beredderen. Wat meestal ook lukte. Op den duur wist je wat je mocht verwachten. Als ik naar de Vuelta ging, wist ik dat ik een paar uur vroeger op mijn commentaarpositie moest zijn, omdat de verbinding technisch nog niet in orde zou zijn.

“Ik was tot voor kort niet echt close met Tom Boonen (met wie hij samen de podcast ‘Wuyts & Boonen’ maakt, red.). Ik zag hem weleens in een aankomstzone, meer niet. Maar al van bij de eerste contacten manifesteerde zich het ongedwongen doen en laten van Tom. Het debiet dat hij in één minuut kan brengen, is zeer omvattend. Terwijl Tom praat, weet ik dat ik drie, vier, vijf dingen in mijn koker moet knopen, omdat ik verondersteld word erop in te pikken. Tom heeft een grote persoonlijkheid, is snugger, toetst alles snel af aan zijn eigen ervaringen, is godzijdank niet bang van het tegenwoord. Als hij het anders ziet dan jij, zal hij dat ook zeggen. Tom is Tom. Complexloos.”

Je staat op een affiche van de E3 Saxo Bank Classic in Harelbeke met een rollator en de slogan ‘Nooit te oud voor de koers’. Ik zag er twee dingen in: een knipoog, maar ook een sneer naar je vroegere werkgever.

“‘Sneer’ is een zwaar woord. Noem het een signaal. Als je iets met hart en ziel doet, waarom moet je dan stoppen?”

Je hebt door de corona­omstandigheden de voorbije jaren vaak commentaar gegeven vanuit een cabine in Brussel. Wat is het verschil met ter plekke aanwezig zijn?

“Ik was zelf vragende partij. We hadden een reuzegroot scherm ter beschikking in een ruim lokaal met een grote tafel voor ons. Op een commentaarpositie is dat meestal een kleine monitor en heb je nauwelijks of geen plaats om je documentatie uit te spreiden. Dat was een luxe. Maar eendagswedstrijden en kleinere rondes zoals Parijs-Nice moet je ter plaatse kunnen doen, vind ik.

“Ik had graag ook de Vuelta van 2021 in Spanje gedaan. In vergelijking met de Tour is de Vuelta een happening. Veel gemoedelijker, niet die verwoestende druk om tijdig weg te raken, de files te trotseren, 200 kilometer te moeten overbruggen, op een schappelijk uur in je volgend hotel proberen te raken, wat meestal niet lukte voor halftien ’s avonds. Na drie weken kom je dan geradbraakt thuis. Ik kwam veel rustiger uit Spanje terug dan uit Frankrijk.

“Wat ik de jongste jaren wel gemist heb, is de camaraderie in de Tour. De aankomstploeg van radio en televisie reed samen. Dat waren vier scoutsjongens onder elkaar. De grumpies op de achterbank, José De Cauwer links, ik rechts. Vooraan rechts Christophe Vandegoor, die alles graag in het oog hield. En dan de chauffeur, als Chinese vrijwilliger aangeduid, Sven Nys, tijdens de laatste week opgevolgd door Frank Hoste.

‘Milaan-Sanremo is een vieze koers. Je hebt maar één moment. Er is geen kans tot ­herstel. Loopt er iets fout, ­vergeet het dan maar.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Milaan-Sanremo is een vieze koers. Je hebt maar één moment. Er is geen kans tot ­herstel. Loopt er iets fout, ­vergeet het dan maar.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Vier mensen, vier opinies, da’s een zegen. Ook voor de inhoud van je programma’s. Ik zat dan wel weggedoken in mijn atomaschriftje om de uitzending van de dag nadien voor te bereiden, maar ik spitste mijn oren. Zo jammer dat dit aspect was weggevallen. Al was het maar om Sven Nys uit te dagen om ons eindelijk eens op een fles champagne te trakteren. Het is er nooit van gekomen.” (lacht)

Heb je een vast ritueel voor een koers?

“Je voorbereiden is een permanent proces. Ik hou nog altijd consequent mijn steekkaarten bij, ik laat dat niet los. De specifieke voorbereiding op een wedstrijd bewaar ik voor de dag vóór de rechtstreekse uitzending. Dat moet gecomprimeerd zijn. Alles wat ik eventueel zou kunnen gebruiken moet op een A4’tje staan, hooguit nog een half blad extra, mocht ik op het ogenblik zelf in de rats komen te zitten qua ideeën.”

Wat is er zo bijzonder aan Milaan-Sanremo?

“Schoonheid. Het raffinement van een koersend lichaam komt nergens mooier tot uiting dan onderweg naar Sanremo. Dat heeft met verschillende componenten te maken. Meestal is de zon van de partij. Dat veelkleurige peloton glijdt kilometerslang voort op een weg naast een azuurblauwe zee. Het heeft ook met geluid te maken. Nergens zoemt asfalt zo mooi als op de Via Aurelia. Letterlijk, het is echt gezoem.

“In heel Italië liggen de meeste wegen er bijzonder slecht bij, maar ik heb de indruk dat er tussen Milaan en Sanremo elk jaar verbeteringswerken gebeuren in functie van die ene koers. Ik vermoed zelfs dat er op de Poggio om de twee jaar een nieuwe bovenlaag wordt gelegd. Je ziet de snelheid van uitvoering ook nergens beter dan in Milaan-Sanremo. Daarbovenop komt het verlangen naar een vakantiegevoel. Dat heb je al in Parijs-Nice, met die aankomst op de Promenade des Anglais, maar het is nog veel sterker aanwezig in Sanremo.

“Mijn oudste vakantieherinneringen spelen zich af in die regio. Mijn vader had een suikeroom, nonkel Jef, die appartementen bezat in Rapallo en Finale Ligure, daar trok ik als vijfjarig kind met de trein naartoe met mijn ouders. Van Brussel naar Milaan, van Milaan naar Genua en dan nog met de boemel van Genua naar Rapallo. Daar en dan is mijn hechte band met Italië ontstaan.

“Een andere oom, Jacques Demarez, de vader van Eddy, was stekezot van de koers. Als Eddy ­Merckx een koers gewonnen had, sjorde die een paar Merckx­sjaals vast tussen de ruiten van zijn witte Toyota en reed hij een paar rondjes luid toeterend door de dorpskern. Dat was één grote extase. Mensen kwamen buiten en vierden mee omdat ‘onze Eddy’ gewonnen had. Merckx was ook een Hagelander, hij groeide in vogelvlucht acht kilometer van mijn ouderlijk huis op.

“Ik voelde bij de vorige edities van Milaan-Sanremo, die ook al op VTM werden uitgezonden, de neiging om in de finale telkens weg te lopen. Ik had dat als kind al. Van de zeven overwinningen van Eddy Merckx in Milaan-Sanremo heb ik alleen van zijn laatste, in 1976, de aankomst gezien. Als het kantje boord is – en het is in Milaan-Sanremo áltijd kantje boord – loop ik weg.

Michel Wuyts in 1994. ‘Ik hou nog altijd consequent mijn steekkaarten bij, ik laat dat niet los.’   Beeld VRT
Michel Wuyts in 1994. ‘Ik hou nog altijd consequent mijn steekkaarten bij, ik laat dat niet los.’Beeld VRT

“Twee jaar geleden reden Alaphilippe (die er door ziekte dit jaar niet bij is, red.) en Van Aert voorop. Onder de vod weigerde de Fransman nog over te nemen. Ik dacht: is dat nu die grote Alaphilippe?, ben naar de koelkast gestapt, dronk een slok en zei toen in mezelf: ‘Onnozelaar, ga toch kijken!’ Ik heb hooguit 250 meter gemist.”

Milaan-Sanremo, dat is ook 293 kilometer waarvan er alleen de laatste 30 iets gebeurt?

“De beste oefening die er is voor een commentator. Als je Milaan-Sanremo tot een goed einde brengt, kun je veel aan. Spreiding is het ordewoord. Begin op 110 kilometer van de aankomst niet over de finale te praten. Daar heb je nog tijd genoeg voor. Begin er pas over als je aan de capi (heuveltjes) komt: Mele, Cervo, Berta. En wees dan nog een beetje voorzichtig, verspreid je informatie mondjesmaat, blijf zo veel mogelijk bij de koers.

“Milaan-Sanremo is een vieze koers. Het is de koers van de versnelde denkprocessen en de opeengestapelde momentopnamen, en je hebt maar één moment. Er is geen mogelijkheid tot herstel. Loopt er iets fout, vergeet het dan maar om het nog recht te zetten. Grijp je je moment, maar word je alsnog gegrepen, dan word je vervolgens genadeloos afgeschud en is het over.

“Je moet de puzzel exact leggen, zoals Jasper Stuyven vorig jaar deed. Onder de vod kun je meestal nog niet voorspellen of de voorwacht van de meute terugkeert of niet. Dat kun je pas doen aan de fontein, op 340 meter van de streep, en dan nog. En dan komt de Via Roma. De meest unieke straat in Italië, zo wordt beweerd. Wat dikke zever is, want er zijn nog 7.869 andere Via’s Roma. (lacht)

“De laatste keren dat ik Milaan-Sanremo deed, intussen zeven jaar geleden, ging ik na afloop samen met enkele collega’s traditioneel een negroni drinken. Het vreemde is: een uur na de koers flaneren de shoppers weer als vanouds over de Via Roma. Alleen de commentaarcabines herinneren eraan dat er kort voordien een wielerwedstrijd is geweest. Zo relatief is het allemaal.”

Wout van Aert is nu in elke grote eendagskoers waar hij aan de start komt de te ­kloppen man. Op de verrassing spelen zit er niet meer in.

“Veel zal vandaag afhangen van de wisselwerking Van Aert-Roglic. Als de ene de andere een dienst bewijst in een koers, zal dat omgekeerd ook gebeuren in een volgende wedstrijd. Van Aert heeft Roglic geholpen in Parijs-Nice, dus zal Roglic er stevig invliegen in functie van Van Aert op de Poggio, om een bres te kunnen slaan.

“De twee weten elkaar zeer te appreciëren. Wout van Aert was door lichte griepverschijnselen afwezig op de uitreiking van de Kristallen Fiets, maar Primoz Roglic was er wel om de trofee te overhandigen. Ik vroeg hem op het podium waarom hij dat deed. ‘Because I love Wout van Aert’, antwoordde hij. ‘And my wife loves him too’, voegde hij er nog lachend aan toe. Het is dikke mik tussen die twee.”

Is hij de beste klassieke renner van het ­ogenblik?

“Het is een tijdje geleden dat ik nog zo’n allroundfiguur gezien heb. Ik had er me al bij neergelegd dat we het tijdvak van de hyperspecialisatie ingegaan waren en dat veelzijdigheid aan de top uitgesloten was. Dan waren er opeens de renners die én een kasseiklassieker kunnen winnen én een heuvelklassieker. Wat Wout van Aert en Mathieu van der Poel kunnen, dat kon Tom Boonen niet.

‘Ik had dat als kind al, de neiging om in de finale telkens weg te lopen. Als het kantje boord is, loop ik weg.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik had dat als kind al, de neiging om in de finale telkens weg te lopen. Als het kantje boord is, loop ik weg.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik ben ervan overtuigd dat Van Aert Luik-Bastenaken-Luik kan winnen, als hij zich erop zou toeleggen. Hij wint massasprints, tijdritten, een bergrit in de Tour: dat achtte ik een paar jaar geleden uitgesloten. Vergeet ook niet dat de Wout van Aert zoals we die nu kennen, nog maar twee jaar bestaat. Vóór de zomer van 2020 was hij nog voor 80 procent met de cyclocross bezig.

“Hoe meer je je manifesteert in alle details van je kunnen, hoe meer je geviseerd zult worden. Het achterwiel van Wout van Aert is het gouden ei geworden. Misschien is het wel goed dat hij in de eerste etappes van Parijs-Nice een paar keer naast de ritwinst gegrepen heeft. Daardoor zal het verwachtingspatroon misschien iets getemperd zijn. Bij hem en bij de anderen. Het voordeel van Van Aert is dat hij het op verschillende manieren kan afwerken: solo, in beperkt gezelschap of in een massaspurt met een uitgedund peloton.”

Wat is jouw tiercé voor vandaag?

“Tadej Pogacar werpt zich op tot topfavoriet. Hij en zijn UAE Team Emirates kunnen het verloop van de finale veranderen, mogelijk in samenwerking met Jumbo-Visma. Noch Pogacar, noch Van Aert heeft belang bij een grote sprint. Dat verhoogt de kansen op een vlucht met een klein groepje. En ook op meer strijd op de Cipressa, zodat de eindstrijd zich niet zou beperken tot de Poggio. In dat geval zou mijn pret niet op kunnen. Mijn top 3 wordt dan: 1. Van Aert, 2. Pogacar, 3. Caleb Ewan.” (die laatste zegde daags voor Milaan-Sanremo af wegens ziekte, nadat het interview al was afgenomen, red.)

Een heel slimme mens zei in de Wielergids van Het Laatste Nieuws: ‘Als Van Aert in Parijs-Nice één keer de spurt wil aantrekken voor Laporte, gaat de Fransman nadien alle kasseistroken voor hem willen opkuisen.’ In de eerste rit was het al zover.

“Dat stond in een column die ik op 21 januari heb geschreven. Ach, je hoeft niet bijster slim te zijn om dit te bedenken. Als er een renner van net onder de top bij een topploeg wordt binnengehaald ter ondersteuning van een kampioen, moet je hem iets te bieden hebben. Als kopman moet je dat mee organiseren, anders ben je geen goede kopman. Je moet iets kunnen afstaan. Als je dan Christophe Laporte hebt, een Fransman met een explosief vermogen, iemand die top 10 rijdt in ­Parijs-Roubaix, moet je als analist gewoon het een naast het ander leggen. Al kon ik uiteraard niet bevroeden dat Jumbo-Visma het al in de eerste rit zou doen met een allesverpulverend offensief op dat laatste bergje.”

Is Jumbo-Visma momenteel veruit het sterkste team?

“Ze zijn in elk geval coming up. En het kan zijn – al zou dit een voorbarige conclusie kunnen zijn – dat QuickStep stilaan going down is. Stybar is 35, er rijden een paar jongens bij die rond de dertig zweven, er is het fenomeen Asgreen dat zich daar een beetje boven stelt. De vraag is: in welke mate gaan ze zich nog als ‘The Wolfpack’ kunnen presenteren? Ik hoop dat ik ze nu getriggerd heb om het tegendeel te bewijzen. Voor een definitief oordeel wacht ik hoe dan ook tot na Gent-Wevelgem.”

Het adjectief ‘merckxiaans’ wordt al bijna vijftig jaar te pas en te onpas gebruikt. Is Pogacar de eerste bij wie het gepast zou zijn?

“Ik gebruik die term zelf nooit. Je mag niet vergelijken. In de tijd van Merckx klokten profs af op 150 koersdagen per jaar. Van Aert reed er vorig jaar 49. Koersdagen worden in grote mate vervangen door hoogtestages, tot drie per jaar.

“Wat Pogacar in de Strade Bianche deed was knap, maar hij kreeg het op het einde wel moeilijk. Hij kon dat niet wegsteken: je zag dat hij de rug moest stretchen, dat hij zich dikwijls moest verzetten. Van zijn voorsprong van anderhalve minuut bleven nog 37 seconden over. Als Merckx in zijn grote dagen aanging op vijftig kilometer van het einde, zou hij op de streep drie tot vijf minuten voorsprong hebben gehad.

“Er wordt naar mijn zin iets te vaak gezegd dat een prestatie fenomenaal is, tot zeven keer per uitzending zelfs, maar wat Pogacar doet mag wel degelijk zo genoemd worden. Komt daarbij nog dat zijn koersintelligentie een ongelooflijke troef is. Niemand zal nog durven te beweren dat Pogacar iets níét kan. Misschien Parijs-Roubaix, daar zal hij wellicht niet aan beginnen vanwege het grote risico.

BIO

* geboren op 22 december 1956 in Leuven * van 1988 tot 1993 schooldirecteur in Schaffen (Diest) * begon in 1990 bij de sportredactie van de BRTN-televisie; kwam in ’93 vast in dienst * sinds 1999 num­mer 1-wielercommentator van de VRT-televisie * (co)auteur van een twintigtal wielerboeken * na zijn ver­plicht pen­sioen begon Wuyts in februari bij DPG Media

“Als je op je 22ste Luik-Bastenaken-Luik wint, wat toen al de tweede keer had moeten zijn, ben je een grote. Het zou me niet verbazen mocht hij dit jaar alleen aankomen in Luik. Kan Pogacar de Ronde van Vlaanderen winnen? Ja. Zal hij de Ronde winnen? Dat is een andere dimensie, ik wacht er nog even mee om daar een antwoord op te geven.”

Ik laat nog wat namen vallen voor het klassieke voorjaar: Victor Campenaerts?

“Lotto-Soudal heeft altijd al een beroep gedaan op vernieuwende mensen. Zelden in het management, wel bij de renners. Cadel Evans was zo iemand die het in het detail ging zoeken, niet alleen qua materiaal maar ook qua voeding. Daar heeft de hele ploeg zich destijds aan opgetrokken. Uiteraard zet ik Campenaerts niet op hetzelfde niveau van een ex-Tourwinnaar en -wereldkampioen, maar zijn detailzucht is wel vergelijkbaar. Zijn belang naar de jongeren van het team toe is groot. Hij is de man die het pad kan effenen voor de medekopman. Een intelligente rommelaar die nooit kapseist en die desnoods een tweede, derde of vierde keer aanzet.”

Kasper Asgreen?

“Zwijgzame jongen. Die doen het meestal goed in ploegen. Als deze noorderling iets zegt, is het lachen geblazen, zo’n type schijnt het te zijn. Zoals Roglic dat is bij Jumbo-Visma, al zou je hem dat niet nageven als je hem hoort praten. Asgreen heeft een geweldige motor, dat bewijst hij in tijdritten. En dat hij verrassend uit de hoek kan komen, moet je maar aan Mathieu van der Poel vragen (die door Asgreen vorig jaar in de Ronde van Vlaanderen in de sprint werd geklopt, red.).”

Asgreen heeft bij QuickStep wel een interne concurrent met Julian Alaphilippe.

“Ja, maar ze gaan elkaar uit de weg. Alaphilippe laat het Vlaamse luik vallen en concentreert zich op de Ardennen. Ik begrijp dat: hij heeft Luik-Bastenaken-Luik nog niet gewonnen. Dat zit hem hoog. Maar het is een risico: in het Vlaamse voorjaar heb je zeven à acht kansen, in de Ardense klassiekers, Amstel Gold Race meegerekend, zijn het er amper drie.”

Mathieu van der Poel zou nu toch de Ronde van Vlaanderen rijden, zo klinkt het in zijn entourage. (nadat het interview was afgenomen raakte bekend dat Van der Poel zelfs aan Milaan-Sanremo zou gaan deelnemen, red.)

“Ik hoop het, al was het maar voor het genot van het kijken. Niemand heeft zoveel inventiviteit op de meest waanzinnige momenten in een koers als Van der Poel. Hij heeft van de waanzin een gewoonte gemaakt en dat mondt niet zelden uit in succes. Waar hij aan de start verschijnt, mag je meestal een geanimeerd verloop verwachten. Al is mijn vermoeden wel dat Mathieu na alle perikelen de koers wat bedachtzamer zal aanpakken. Tactisch meer doordacht.

“Er komt een nieuw aantrekkelijk segment aan in het wielrennen, gravelen, een amalgaam van wegwielrennen, veldrijden en mountainbiken, waar hij zich wil op toeleggen. Wees gerust: hij gaat dat goed doen. Maar ik hoop wel dat er eens iemand in zijn entourage zegt ‘Hallo Mathieu, kies!’”

Tot slot: Tom Pidcock?

“Heeft hetzelfde probleem als Van der Poel: gulzigheid. Olympisch kampioen mountainbike, wereldkampioen veldrijden, Brabantse Pijl. Altijd dat omschakelen, van de weg naar het bos en van het bos naar het veld: zijn basisconditie kan niet oké zijn, daarvoor is zijn voorbereiding niet lang genoeg. Op talent zal hij uitschieters laten optekenen, maar regelmaat zal hij niet vertonen. Best mogelijk dat Pidcock de E3 wint en dat de verf daarna niet pakt in de Ronde van Vlaanderen.”

Milaan-Sanremo, vanaf 13.30 uur live te volgen op VTM.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234