Zondag 07/06/2020

PortretMichael Jordan

Michael Jordan, de man die alles kon

Michael Jordan in 1993. Het legendarische nummer 23 van de Chicago Bulls zweeft naar de ring voor een slamdunk tegen de New York Knicks. Beeld NBAE via Getty Images

Hij kon vliegen, en voor een mirakel draaide hij zijn hand niet om: hij redde een sport van de ondergang, verkocht schoenen aan de hele wereld, blies een stad nieuw leven in en deed Wall Street beven. The Last Dance, de docuserie over Michael Jordan, is een megahit. Maandag serveert Netflix de laatste afleveringen.

Michael Jordan is niet geboren, hij werd geschapen, uitverkoren om de grootste sportman aller tijden te worden. Morgen om 21 uur Eastern Time zien de Amerikanen in primeur hoe dat in zijn werk is gegaan. Dan zendt de Amerikaanse sportzender ESPN aflevering negen en tien van The Last Dance uit. Maandag om 9.01 uur zet Netflix ze online voor de rest van de wereld en valt het doek over de meest gehypete – eerlijk is eerlijk, ook de allerbeste – sportdocu aller tijden.

Het succes van ‘TLD’ in de VS is vergelijkbaar met dat van de iconische sitcom Friends en komt in meer gedaanten dan in kijkcijfers. Zo ging de vraag naar retro­merchandising van de Chicago Bulls door het dak. Een shirt van het Dream Team van Jordan is laatst voor 200.000 euro verkocht en is daarmee het duurste stukje sport­textiel ooit. Zelfs sidekicks van sidekicks profiteren mee. Hoe anders te verklaren dat op Pornhub de vraag naar video’s van Carmen Electra steeg van bijna geen aanvragen tot 1,7 miljoen op één dag? Niet toevallig nadat ze in episode vier haar verhaal deed van hoe ze zich verborgen hield toen Michael Jordan in 1998 was binnengevallen bij haar lief Dennis Rodman om hem aan te manen terug te komen trainen.

Nog opvallender: de hele NBA van vandaag zit elke zondag­avond braaf voor de tv – of in de thuisbioscoop – te wachten op een dosis jeugdsentiment die wekelijks bijna homeopathisch wordt aangeboden.

Het succes van The Last Dance is uiteraard terug te voeren op de figuur van Jordan, de sportman die won als hij wilde winnen, maar het is geen highlight reel zoals hier veel dvd’s met hoogtepunten in de kast stof liggen te vergaren. Dit is een document, gefilmd van binnenuit. De commentaar van Jordan op de tussentijdse vakantie die Rodman opeist in 1998 is hilarisch, net als bij diens terugkeer van Las Vegas de conversatie met coach Phil Jackson die vraagt of Rodman er is: “His body is here, Phil, now we need his mind to be back.” Dat alles wordt nog eens versterkt door de aandacht voor de jonge jaren van Jordan omdat die veel verklaren van wat later zou gebeuren.  

Postmodern sporticoon 

Er is sprake van een Michael Jordan-obsessie, maar mag het even? Hij overstijgt alle sporters, moeiteloos. Jordan begon als basketbal­speler, werd een marketing­wonder en eindigde als eerste post­modern sport­icoon dat zijn sport en zijn ras oversteeg.

Jerry Reinsdorf, de Chicago Bulls-eigenaar die hem in zijn laatste twee seizoenen in Chicago 33 en 36 miljoen dollar betaalde, twijfelde ook. “Is Michael Jordan zwart? Ik weet het niet: ik denk dat hij geen kleur heeft.” Geen kleur (niet kleurloos) was handig: het gold alvast in de eerste plaats voor Michael Jordan.

Donald Dell was de grote baas van ProServ toen zijn werknemer David Falk de jonge basket­baller van de Bulls tot een contract verplichtte. Dell zag het in 1985 al: “Jordan heeft een charisma dat de sport overstijgt.” Het was het begin van de sport­marketing­story van de eeuw, een verhaal in drie episodes.

Michael Jordan na een zege van de Bulls tegen de Portland Trail Blazers in the NBA Finals van 1992. Beeld AP

In een eerste fase stond Jordan er op het veld grotendeels alleen voor. Hij eindigde ooit een wedstrijd uit bij de grote Celtics met 63 punten, maar de Bulls verloren. “Ik heb God gezien,” zou de (blanke) Celtics-ster Larry Bird na die wedstrijd zeggen, “hij droeg nummer 23.”

In 1982 scoorde Michael Jordan als eerstejaars aan de University of North Carolina een shot dat in de Amerikaanse sportgeschiedenis wordt aangeduid als ‘The Shot’, een ultieme jumper die UNC de titel opleverde. Twee jaar later was hij co-captain van het olympisch team dat in Los Angeles goud won. Nog eens twee jaar later incasseerde hij 2,5 miljoen dollar voor vijf jaar van Nike, een contract dat door Wall Street werd weggelachen.

De vlucht van Jordan

Het toen nog kleine Nike creëerde de eerste Air Jordan-schoen en hoopte in drie jaar tijd op een omzet van 3 miljoen dollar. Een meevaller was het dat de NBA die schoen tijdelijk verbood wegens te veel kleur. Dat was niet de enige reden dat ze in het eerste jaar voor 130 miljoen dollar Air Jordans verkochten, wel het instant-aura van Jordan.

De eerste campagne werd ondersteund door een memorabele videoclip waarin Jordan een schijnbaar eeuwige vlucht onderneemt op weg naar een dunk. Het achtergrondgeluid is dat van een straaljager, de voice van Jordan: “Who said man was not meant to fly?” Jordan Flight portretteerde Jordan als geboren atleet. Sociologen steigerden. Dit was de bevestiging van een raciale voor­ingenomen­heid (maar soms een wetenschappelijke realiteit) waarbij zwarten een beter fysiek potentieel wordt toegedicht.

Anderen wezen erop dat een wig werd gedreven tussen de beste basketbal­speler ter wereld en zijn ras. Jordan was als student op de University of North Carolina al lid van de zwarte studentenbroederschap Omega Psi Phi. Wie ooit beroepshalve dicht bij een half­naakte Jordan stond, kon zien dat er op zijn borst een omega als symbool van dat broederschap is getatoeëerd.

In The Last Dance komt de rassenproblematiek ook ter sprake. Jordan zou zich nooit hebben uitgesproken over de vele incidenten aan het eind van jaren 80 en 90. Jordan zou ooit hebben verklaard: ‘Republikeinen kopen ook Nike-schoenen.’ In The Last Dance – daarom is het ook zo’n goeie docu - geeft hij toe dat hij dat heeft gezegd, maar eerder als cynische opmerking op de bus tegen een aantal Dream Teamers.

Volgens de wetenschappers Cole en Andrews van Memphis University was de NBA gediend met dat rassen­loze statuut voor haar ster: “Met zijn imago maakte Jordan de NBA aanvaardbaar voor de midden- en top­laag van blanken die zich in de voorgaande jaren hadden afgekeerd van profbasketbal als een broeihaard van drugs en corruptie.”

Niet langer zwijgzaam

In interviews ten tijde van de Rodney King- en O.J. Simpson-affaires (1991 en 1995) – toen zwart en niet-zwart in de VS lijnrecht tegenover elkaar stonden – heeft Michael Jordan ook nooit een standpunt ingenomen. Inmiddels had hij tien bedrijven die hem met miljoenen dollars steunden en in alle spots was hij de all American boy, de eerste met een zwarte huid.

In juli van 2016 kwam Jordan met een statement: “Ik kan niet langer zwijgzaam toezien.” Hij zou geld doneren aan twee organisaties die de bevordering van de inter­raciale verstandhouding als doel hebben, waaronder de NAACP, de National Association for the Advancement of Colored People, die als behoorlijk militant bekend­staat. Veel had natuurlijk te maken met de onvoorwaardelijke steun van Nike voor Colin Kaepernick, de zwarte quarter­back die knielde tijdens het spelen van het Amerikaans volkslied en geen contract meer kreeg.

Het rebelse Nike en Jordan zijn al 35 jaar twee handen op één buik. Nike haalde Reebok halfweg de jaren 80 in als wereldwijd marktleider en verpletterde vervolgens alle concurrentie, mede dankzij de stuwende kracht van het icoon Jordan. Het zakenblad Forbes rekende voor dat Michael Jordan sinds 1984 voor meer dan 1 miljard euro (1,3 miljard dollar) aan royalty’s van Nike heeft getrokken, eerst voor de schoenen die zijn naam droegen, later voor zijn aparte ­Jordan-kleding- en schoenen­lijn.

In het seizoen 1991-’92 en 1992-’93 moest de goddelijke Jordan even van zijn voet­stuk, na beschuldigingen over machtsmisbruik binnen het team en herhaalde berichten over een al of niet vermeende gokverslaving. Het boegbeeld had een scheve schaats gereden en op slag verschenen in de pers weer grote berichten over de foute levenswijze van de (hoofdzakelijk zwarte) NBA-sterren: smijten met geld en promiscuïteit.

Jordan stopte een eerste keer aan het eind van het seizoen 1992-’93. Alle bedrijven die hem sponsorden, verloren terrein op Wall Street en president Clinton sprak: “We zullen hem missen, in elke dorps­tuin of op elk pleintje waar kinderen één-tegen-één spelen en dromen dat ze Mike zijn.”

‘Zijn zoals Mike’ of ‘Be like Mike’ was een oneliner uitgevonden door de copy­writers van de sportdrank Gatorade. Mike ging honkbal spelen, maar dat wilde niet echt lukken. No problem. Dat was de start van de laatste episode in het sport­marketing­sprookje van de 20ste eeuw: na de bovennatuurlijke Michael Jordan en de betrouwbare rassenloze passe-partout was het tijd voor de twijfelende, kwetsbare Michael Jordan.

Gatorade beet de spits af. Jordan dronk een slok en zei: “Als basketballer wilde ik altijd de bal en bepaalde ik waar hij heen moest. En ik dronk altijd Gatorade. Als honkballer drink ik nog altijd Gatorade, ik wil nog steeds die bal en ik weet nog steeds waar hij heen moet. Vroeg of laat zal ik ook die bal daar krijgen waar ik wil... hoop ik.” En dronk weer een slok.

Verrijzenis

Tijdens zijn afwezigheid kwam de NBA zwaar onder vuur te liggen. De nieuwe generatie zwarte spelers had problemen met de discipline. De NBA (85 procent zwarten) was ineens weer een metafoor voor de Amerikaanse maatschappij (11 procent zwarten) die in 1994 voor de conservatieve Republikeinen had gekozen: jonge, losgeslagen horden zwarten die alle waarden overboord gooien. ‘Waarom kan Shaquille O’Neal zich niet als Mike gedragen?’, vroeg ook Sports Illustrated zich af. Men ging driftig op zoek naar alternatieven voor Jordan. Niemand kon die schoenen vullen. Al helemaal niet toen hij in februari 1995 zijn baseball­avontuur overboord gooide en terugkeerde naar de NBA. Slam, een officieel NBA-blad, schreef: ‘Michaels terugkeer naar de NBA heeft meer weg van de heropstanding van Jezus of Dr. King dan van een zwarte broeder die terugkeert om te ballen.’

Toen Hij in de lente van 1995 terugkeerde naar het basketbal, luidde een kop in een Nederlands sportblad: ‘De grootste comeback sinds Jezus Christus.’ Gelovige lezers kropen in hun pen en zegden hun abonnement op. Sports Illustrated kon het niet beter illustreren dan met de cartoon op de cover: ­SuperMichael als een soort Superman die terugkeert en de NBA en Chicago van de ondergang redt.

Als direct effect was er de gunstige reactie van de beurs op Wall Street. Zijn vierde titel pakte hij op vaderdag. Hij barstte in tranen uit (zijn vader was drie jaar eerder vermoord). Jordan bedankte zijn vrouw, zijn goede vriend Scottie Pippen, zijn waterdragers in het team en nam zijn kinderen op de arm. Vervolgens sloeg hij zijn armen om de slechte zwarte, de getatoeëerde Dennis Rodman. Wat de blanke couch potato het gevoel gaf dat er nog hoop was voor zijn fantastische land.

Jordan in de armen van vriend Scottie Pippen.Beeld AP

In juni 1997 volgde een vijfde titel. Na beide trofeeën werd scherp onderhandeld. Het kostte de Bulls respectievelijk 33 en 36 miljoen dollar om hem een jaartje aan het ballen te krijgen. Nike had er een bestuurdersfunctie binnen een apart te runnen business­unit voor over om hem eeuwig aan hun logo swoosh te binden. Jordan zou in zijn laatste twee Bulls-jaren ongeveer 75 miljoen dollar verdienen, waarvan meer dan de helft afkomstig was van commerciële deals.

Maandag krijgen we te zien hoe hij het in juni 1998 voor de zesde keer klaar­speelde. Weer zal hij een onmogelijke situatie in de laatste seconden van de wedstrijd omdraaien en soeverein beslissen over winst en verlies met één shot: The Shot, derde versie. De ultieme krijger Jordan deed wat elke sportliefhebber diep vanbinnen wil meemaken: weggaan, sterker dan ooit terugkeren en winnen.

Zijn passage als speler bij de Washington Bullets in zijn tweede comeback, niet zeker of die nog aan bod komt. Laten we die toegift vergeten. Hij moest zijn gedeeld eigenaarschap van dat team opgeven om nog eens twee seizoenen te tonen hoe het moest. In tegenstelling tot Mohammed Ali, die hij overtreft als sportman aller tijden en die aan zijn nacarrière een hersenletsel overhield, kwam Jordan gezond uit dat overbodige avontuur. Hij verloor wel meer wedstrijden dan hem lief was. Op avonden dat het hem afging, speelde hij tegenstanders die vaak zijn kinderen konden zijn, vrolijk op een hoopje.

Vandaag is Michael Jordan businessman met een geschat vermogen van meer dan 2 miljard dollar. In 2010 kocht hij de Charlotte Hornets voor 175 miljoen dollar van een andere zwarte eigenaar. Winnen zit er niet direct in. Winst maken daarentegen... In 2019 verdiende hij omgerekend meer dan 30.000 euro per uur.

Allesbehalve een heilige

Jordan is de vitruviaanse man van de homo ludens. De fascinatie voor Jordan is van alle milieus en alle sporten. In The Last Dance wordt hij als allesbehalve een heilige neergezet, zelfs als een vervelende teamgenoot die steeds maar weer alle ballen opeiste. Hij verlangde opperste concentratie van wie dacht met hem in het veld te kunnen/mogen staan. Wie zich daaraan ergert, begrijpt niks van de jungle die topsport is.

Dat donkere kantje van de topsporter fascineert, die wil om koste wat kost te winnen, het vermogen om als het er echt om gaat boven zichzelf uit te stijgen en de tegenstand te verlammen. The Last Dance brengt die momenten mooi in beeld. Zijn terugkeer in zijn eerste jaar na een stress­fractuur, zijn vele memorabele buzzer beaters, zijn The Shot II tegen Craig Ehlo van de Cleveland Cavaliers in 1989, zijn homerische strijd tegen de bad boys van de Detroit Pistons en hoe die ruzie met Isaiah Thomas nog steeds leeft, zijn titels, het Dream Team en ten slotte The Shot III in Delta Center op 14 juni 1998, met onder­getekende in de tribune als een van de vier Belgen aanwezig.

Benieuwd of en hoe ze in aflevering tien die sequentie zullen uitrafelen. Die paar seconden waarin hij als verdediger zijn aanvaller (Jeff Hornacek) laat lopen, terugkeert op zijn stappen, langs de blind side van een hoogst verbaasde Karl Malone opduikt en hem de bal uit zijn handen slaat. Geniaal, de meester-­aanvaller en de meester-­verdediger in één persoon verenigd. In die ene fase keert hij een rampzalige situatie.

Maar dan, nog twintig seconden, wat nu? Zijn vorige actie was een tweepunter geweest, een eenvoudige lay-up voorbij Bryon Russell, maar de vijf shots daarvoor waren allemaal missers. De laatste minuten is geen Bull meer aan de bal geweest en ook nu houdt Jordan de bal bij, op zijn huid gezeten door meester-verdediger Bryon Russell die gezworen heeft dat hij zich niet meer zal laten verrassen door een drive naar doel. En dan. Jordan dreigt toch naar doel, houdt plots in, geeft Russell een zetje en krijgt een open shot: jump, release, follow through, nothing but net. 86-87 met vijf seconden te gaan. John Stockton probeert het nog en mist op een haar. Game over. Titel zes is binnen.

Eindeloos werden de beelden in het media­hotel teruggespoeld, waarop ondergetekende en Eric Goens een beladen begrip lieten vallen: ‘offensive’ zoals in aanvallende fout. Elke andere speler behalve Jordan had met dat zetje een aanvallende fout geriskeerd. Later dat jaar zou Sports Illustrated in een lang uitgesponnen artikel dezelfde theorie aanhangen, maar die avond in de Marriott werden we terecht­gewezen. “Come on, this is a storybook ending. Don’t ruin it.” Zo was het ook: een sprookjesachtig einde van een fabelachtige carrière in een van de moeilijkste sporten die de mens speelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234