Donderdag 29/10/2020

Interview

Mathieu van der Poel over de Ronde van Vlaanderen: ‘Van Aert en ik zijn gewoon de sterksten’

Mathieu van der Poel, afgelopen zondag op de Kemmelberg tijdens Gent-Wevelgem.Beeld BELGA

Morgen gaat hij weer in de clinch met Wout van Aert. Weer hard tegen hard. Maar enkel op de fiets deze keer, zegt Mathieu van der Poel (25). Van alle tegenstanders heeft zijn grote rivaal de beste indruk op hem gemaakt. ‘Hij zal weer mijn grootste concurrent zijn.’

We kennen je als iemand die zich normaal weinig aantrekt van wat anderen zeggen, maar na Gent-Wevelgem wilde je per se een statement maken, leek het. Je keerde zelfs speciaal terug naar de studio van Sporza om te reageren op de uitspraken van Van Aert. Zat het zo diep?

“Dat is niet helemaal juist. Ik was al gevraagd om naar de studio te gaan. Maar omdat ik nat was en niet ziek wilde worden, ben ik eerst naar de bus gereden om te douchen. Daardoor duurde het even voor ik er was en zo komt dat misschien anders over bij de mensen. Maar ik vond wel dat ik antwoord mocht geven, ja.”

Was je op je pik getrapt?

“Een beetje wel. Ik vond dat er een zekere arrogantie in zijn interview zat. Dat vond ik niet correct.”

Van Aert heeft zijn mening, jij de jouwe: is alles daarmee nu gezegd?

“Voor mij hoeft dit niet uitgepraat te worden. Zoals je zegt: ik ben iemand die dingen heel makkelijk van zich afzet. Ik trek me daar vrij weinig van aan. Maar voor de buitenwereld wou ik wel mijn mening geven.”

Jullie hadden sowieso een koele relatie. Wordt die verhouding vanaf nu nog moeilijker?

“Geen idee. Ik denk het niet. Ik denk dat hij meer gefrustreerd was dan ik. Blijkbaar was het voor hem zeer vervelend dat ik op zijn wiel sprong. Hij gaf de eerste sneer. Doet hij dat niet, dan moet ik ook niet reageren. Voor mij moet er niks meer aan toegevoegd worden. Er is genoeg over gezegd en geschreven.”

Over naar het sportieve dan: hoe vaak heb je de voorbije dagen teruggedacht aan de Ronde van vorig jaar, en dan specifiek aan die val waardoor je in de finale van heel ver moest terugkeren?

“Ik probeer daar niet te veel aan te denken, want het was zonde. Moet ik die inspanning niet doen, dan denk ik dat ik altijd mee ben met Bettiol. Een jammere zaak, maar ik kan er niks meer aan veranderen.”

Je nam veel risico’s die dag: je reed over stoepranden, je wiel brak toen je over een groenperkje wilde springen. Ben je sindsdien voorzichtiger?

“Ik hecht vooral minder belang aan mijn positie. Vorig jaar was mijn eerste Ronde en er was zo op gehamerd dat ik bij de eerste tien moest zitten aan de voet van de Kwaremont. Ik zat daar te ver, maar ik heb geleerd dat te ver zitten soms beter is dan er alles aan doen om per se vooraan te kunnen opdraaien. Ik wilde forceren en ben dan over die bloembak gesprongen. Maar je kan beter als dertigste of veertigste aan de Kwaremont beginnen dan op de grond liggen. Ik ga niet meer die risico’s nemen.”

Alaphilippe maakt zondag zijn debuut: wordt het voor hem ook een moeilijke wedstrijd?

“Neen, want eigenlijk is het niet moeilijk. Koers rijden in Vlaanderen heeft geen geheim. Als je goed bent op de klimmetjes kom je automatisch vooraan in de wedstrijd.”

Welke collega’s hebben indruk op je gemaakt?

“Ik vond Lampaert sterk rijden in de finale van Gent-Wevelgem. Bettiol vond ik goed, maar die heeft geen enkele beurt gedaan toen we met ons groepje het gat toereden op de kopgroep, dus dat geeft een vertekend beeld. Pedersen is sterk, maar dat wist ik al: ik heb in de jeugd altijd tegen hem gekoerst. Alaphilippe zie ik zeker ook als een concurrent. Maar als je puur kijkt naar de Kemmelberg, die vergelijkbaar is met de beklimmingen in de Ronde, dan waren Van Aert en ik gewoon de sterksten. Hij zal weer mijn grootste concurrent zijn.”

Weet jij wie de laatste Nederlandse winnaar is van de Ronde?

“Niki Terpstra, dacht ik.”

Juist. We hadden gedacht dat je je vader ging noemen.

(lacht) “Neen! Ik weet dat Terpstra hem opgevolgd heeft.”

Wat vind je het moeilijkst: rijden tegen het palmares van je vader of de eeuwige vergelijking met Wout van Aert?

“Goh, dan is de makkelijkste vergelijking die met ons pa. Dat gaat over een andere tijd. Daar heb ik nooit van wakker gelegen.”

Over de strijd met Van Aert wel?

“Ook niet, maar het is wel anders. Met mijn pa zijn het plagerijen. We sturen berichtjes als ik een koers win die hij niet kon winnen, of omgekeerd. Hij heeft na Luik ook weer fijntjes laten weten dat hij daar wel gewonnen heeft (in 1988). Ik kan dat goed verdragen.”

“Bij Van Aert word ik er constant aan herinnerd door de buitenwereld, terwijl ik niet zo bezig ben met die vergelijking. Wij kiezen elk voor een ander traject. Hij heeft veel succes gehad in de Tour, maar ik heb de Tour nog nooit gereden. Ik kan daar tegenoverstellen dat ik in het mountainbiken al wereldbekers heb gewonnen, maar hij heeft nog nooit gemountainbiket. Het is een vergelijking die niet opgaat. In de cross snap ik het wel, maar daarnaast vind ik het soms doorgedreven.”

2020 was geen topjaar voor je, dat wordt het wel nog als je zondag wint. Het overkomt je niet vaak dat je nog zo laat op het jaar je seizoen moet goedmaken: is dat een druk die je voelt?

“Ik voel het een beetje zo aan, maar 2020 is zeker niet slecht geweest. De start in augustus was niet wat ik ervan verwacht had, maar daarna ben ik wel tevreden: Nederlands kampioen, een rit in de Tirreno, rit- en eindwinst in de BinckBank Tour, dat is niet slecht. Ik heb nu niet het gevoel dat ik de Ronde móét winnen om mijn jaar te redden. In de cross is dat anders. Of ik dan twintig of dertig crossen gewonnen heb: dat WK is toch het belangrijkste. Vanuit mijn eigen standpunt is die wereldtitel wél van moeten. Zondag niet.”

Ben je nerveus?

“Neen.”

Hoe vaak heb jij het al meegemaakt dat tegenstanders even goed, of misschien zelfs een tikkeltje beter zijn dan jou?

“Tegen Alaphilippe of Van Aert heb ik nooit echt veel overschot gehad. Maar er speelt ook iets anders: door corona heb ik heel andere koersen gereden dan normaal en heb ik veel minder de kans gehad om mee te doen voor winst. Lombardije is geen koers die me honderd procent ligt, die is eigenlijk wat te lastig. Ook Luik-Bastenaken-Luik had ik normaal niet gereden. Die zesde plaats daar was voor mij en de ploeg een verrassing. Ik vind dat ik in die koersen het hoogst haalbare eruit gehaald heb.”

“Vorig jaar was anders met Dwars door Vlaanderen en de Amstel Gold Race, maar mij stelt het wel gerust dat ik altijd met de besten mee kon in mijn werk. En er komt nog iets: qua profiel is de Ronde de wedstrijd die het best bij mij past.”

Er is deze keer geen publiek toegelaten. Hoe vind je dat?

“Verschrikkelijk. Het pakt een deel van de charme van de koers weg. Ik ben heel blij dat we kunnen koersen, maar de Kwaremont oprijden zonder publiek: ik probeer er nog niet te veel aan te denken.”

Waarom?

“Publiek is motiverend. Het geeft een kick. Je wordt nog een paar procentjes beter dan. Ik heb echt het gevoel dat ik vooruitgestuwd wordt door de mensen. Ik ben iemand die in koers altijd meer kan dan op training. Ik hoor dat van veel renners, dat die supporters een gemis zijn.”

Misschien is het deze keer toch een voordeel: ongetwijfeld had je kampen pro en contra Van Aert en Van der Poel gehad en worden jullie nu gespaard van awoert-geroep of bier gooien.

“Zoiets gebeurt zelden. Op de weg heb ik het nog nooit meegemaakt. Daar staat zo veel volk dat je het niet eens zou horen als iemand je uitjouwt. Die beklimmingen zijn één grote geluidstunnel waar je door gaat. Je hoort geen specifieke woorden. In de cross is dat anders, omdat de snelheid veel lager ligt. En omdat je alleen rijdt. Op de weg komt er ook veel geluid uit het peloton zelf. Geloof me, publiek zorgt voor een heel andere beleving. Zelfs de biergooiers zullen gemist worden. Grapje!”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234