Zaterdag 24/10/2020

Interview

Marathonloper Bashir Abdi : ‘Als ik liep, zag ik geen kalasjnikovs meer voor me’

Bashir Abdi: ‘Evengoed zat ik nu op een brommer in Djibouti, was ik dik, en kauwde ik de hele dag qatbladeren.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Sinds de Gentse wereldrecordhouder 20 km Bashir Abdi (31) zijn ruwe jeugd van zich afwierp, rent hij steeds harder. Was lopen als kind nog een medicament tegen angst, dan geeft het nu zijn leven vorm. ‘Ik ben een diesel. En ik kom onder stoom.’

Kort geleden ging Bashir Abdi in Gent de grote El Fath-moskee binnen, voor het eerst sinds de lockdown. “Iedereen moest zijn eigen bidtapijtje meebrengen.” Hij moet er nog altijd om lachen. “Maar die moskee is al één groot tapijt!” Zijn lach kaatst als een tennisbal tegen de muren en ramen van de Gentse Topsporthal. Wat hem voorts nog verbaasde in de moskee: social distancing. “In Somalië is me geleerd dat de voeten van de gelovigen bij het bidden zo dicht mogelijk bij elkaar moeten staan, opdat de duivel er niet door kan. Nu heeft de duivel vrije baan door het virus.” Weer lacht hij.

In de catacomben van de hal passeren tieners aan het raam van het bureel waar we zitten. Jongens komen uit het krachthonk. Ze dragen shirts die als cellofaan om hun natte borst plakken. Bij de meisjes zien de handen wit van het grijpkrijt. Allemaal dromen ze van goud en laurier, zoals Nina, en allemaal kennen ze Bashir, ‘hey’. Maar weinigen kennen de achtergrond van deze man. “Het leven kent veel beproevingen”, zegt hij. “Maar ooit schijnt de zon, altijd. Dat heeft het geloof me geleerd.”

BIO • geboren in Mogadishu, Somalië • ontvluchtte met zijn familie Somalië, kwam als tienjarige aan in België • Belgisch kampioen veldlopen in 2012 • tweede op het EK 10.000 m in 2018 • sinds kort houder van het Belgisch marathonrecord (2:04.49), het wereldrecord 20 km (56.20,02) en het Belgisch uur-record (21.322 m) • een van de drijven-de krachten achter Sportaround, dat ijvert voor toegankelijke, naschoolse sportlessen  • vader van Khadra en Ibrahim

Als kind voelde hij de liefde voor het lopen niet. In Somalië droomde Bashir Abdi van de Premier League en Manchester United. Er hingen prentjes van David Beckham in zijn kamer. “Maar hier in België bleek lopen het geschikte medicijn om tot rust te komen. In mijn nieuw land kon ik letterlijk weglopen van de problemen van mijn oud land.”

Duizenden rondjes liep de man in deze hal. Voorheen, als kind, liep hij anoniem in de Blaarmeersen, een paar honderden meters verderop. Samen met zijn broer Ibrahim. “Als ik liep, dan zag ik geen beelden van kalasjnikovs of witte tenten. Als ik liep, was alles helder. Dan was ik zorgeloos.”

Zes minuten

Dit verhaal kent een lange aanloop. In 2012 werd Bashir Abdi al Belgisch kampioen veldlopen. Toen kende zelfs de speaker zijn naam niet: Abdu, euh, Abadi, euh, Abashi. Ja, die ja, die heeft gewonnen. Maar zelfs als kampioen in het veld kent niemand je, in een wereld die gedomineerd wordt door Eden en Kevin. Veldlopen zie je op zondagmiddag, verscholen in de leegte van een winterdag. Dan zie je linten die flapperen in een weide en grauwe atleten die uit hun broek waaien en door de modder lopen. Hun verhaal lees je in een klein kadertje, bij de lottonummers en doodsberichten. Ook Bashir Abdi was lang niks meer dan een ­weetje in een sportquiz.

Bashir Abdi wordt in maart dit jaar tweede op de marathon van Tokio en verbetert meteen het Belgische record met een tijd van 2:04,49, de op één na beste Europese tijd ooit.Beeld AFP

De jaren na zijn titel in het veld ontplooide hij zich nochtans op de 5.000 en 10.000 meter. Hij nam deel aan de Olympische Spelen in Rio en werd in 2018 vice-Europees kampioen op de 10.000 meter. “Eindelijk kon ik iets teruggeven aan mijn nieuw land”, zegt hij daarover. Om zich dan toe te leggen op de marathon. Sindsdien stijgt de curve exponentieel.

Datzelfde jaar nog, 2018, liep hij in Rotterdam zijn eerste marathon, in 2:10.46. Ter vergelijking: het officiële wereldrecord (2:01.39) is in handen van de Keniaan Eliud Kipchoge, dat is de man die vorig jaar als eerste mens ooit onder de 2u dook, als was dat niet in een officiële wedstrijd.

“In Rotterdam was ik echt bang voor de marathon”, zegt Abdi. “Bang voor de afstand. Na al die jaren op de 5.000 en 10.000 meter stond mijn lichaam onder grote spanning. Mijn hamstrings voelden aan als strak gespannen kabels. Daarom had ik ook veel blessures. Soms voelde ik de pijn tot in mijn nek. Dus leek de overstap naar de minder snelle, maar uitdagende langere afstand logisch. Maar ik was echt bang. Hoe zou mijn lichaam reageren?”

Soldaten met geweren

Een jaar na zijn debuut in Rotterdam werd Abdi zevende op de marathon van Londen, in 2:07.03, bijna vier minuten sneller dan in Nederland. Hij verbeterde het Belgisch record dat een kwarteeuw op naam stond van Vincent Rousseau. Na Londen volgde Chicago, en weer sneuvelde het record: 2:06.14 dit keer, om het in 2020 nog een keer te verbeteren. Op de marathon van Tokio werd Bashir Abdi tweede, in 2:04.49. In vier marathons tijd verbrak hij dus drie keer het Belgisch record en liep hij meer dan zes minuten sneller dan bij zijn debuut. Vorige maand nog stelde Abdi ook het (wereld)record op de weinig gebruikelijke 20 kilometer scherper. Volgend doel: het Europees record op de marathon. Dan moet hij nog een halve minuut van zijn beste tijd knabbelen. Maar het kan. De bomen groeien tot in de hemel.

“Ik heb me nooit beter gevoeld dan nu”, zegt hij. “Nooit. Ik ben een diesel. En ik kom onder stoom. De voorbije drie jaar waren een openbaring. Nieuwe coach, nieuwe trainingen, nieuwe afstand.” En nieuwe schoenen, dat ook. De beruchte Nike Vaporfly Next%, die net als de LZR Racer van Speedo destijds in het zwemmen, recent voor een resem nieuwe records heeft gezorgd in de atletiek. “Ja, ook die schoenen tellen mee”, zegt Abdi. “Dat is technologische vooruitgang. Ze rijden nu ook niet meer op fietsen uit de tijd van Merckx.”

‘Online ben ik plots ‘die Afrikaan’ die de records afpakt van de Echte Vlamingen, maar ik blijf er rustig onder.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Hij zegt het niet uit vrije wil, maar het is niet anders: samen met de prestaties groeit ook de kritiek. “Er duiken steeds meer rotte appels op”, zegt hij. “Online ben ik plots ‘die Afrikaan’ die de records afpakt van de Echte Vlamingen. Face-to-face durft niemand me dat te zeggen. Maar goed, ik blijf er rustig onder. Zolang de positiviteit groter is dan de negativiteit, kan ik daar mee om. Maar de balans mag niet overhellen.”

Het leven van Bashir Abdi is gekarteld, als bij een bergrit. De man groeide op in Somalië, in de hoorn van Afrika. “Ik heb beelden van Mogadishu voor ogen”, zegt hij. “Het huis waarin we woonden. Vader, moeder en de vier kinderen. Mijn moeder was de kostwinner. Zij reisde naar India, kocht er grote hoeveelheden kleding. Die typische, kleurrijke, Somalische gewaden. Dan arriveerde een container in de haven van Mogadishu en verkocht mama die kleren in eigen land. Een kind stelt zich geen vragen. Ik speelde op straat en hield van voetbal. Op school kreeg ik Arabische les om de Koran te kunnen lezen. Meer niet. Biologie, aardrijkskunde, geschiedenis: het was me vreemd. Thuis leerde een oom me wel rekenen. Dat was het dan. Het leven was goed, het was gewoon. En plots waren ze er. Soldaten met geweren. Ik hoor mijn moeder nog roepen: ‘Houd de deur dicht! Houd de deur dicht!’”

Abdi voelt pijn als het journaal bericht over Somalië. Of Rudi Vranckx die in De eeuwige oorlog praat over de burgeroorlog die al dertig jaar duurt, en de jihadistische terreur van Al Shabaab. Somalië is een land waar de overheid is verdampt en het volk als in een mijnenveld hinkt tussen clans, warlords en terreurgroepen. “Ik ben er niet meer geweest sinds onze vlucht”, zegt Abdi. “Somalië is zo’n mooi land, met de Golf van Aden en de nabije Rode Zee in het noorden, en de Indische Oceaan in het oosten en zuiden. Welk land kan dat zeggen?

“Mijn vaderland verviel in oorlog en wij raapten onze bezittingen bijeen. We vluchtten uit Mogadishu. Mijn mama was toen in het buitenland. In India, denk ik. De prent van Beckham bleef achter. Samen met de buren kropen we dicht opeen in een busje en stapelden de matrassen op het dak. Ik viel in slaap. De putten in de weg schudden me dooreen. Toen ik wakker werd, zag ik alleen maar witte tenten. We kreeg een nummer toebedeeld, konden een zak rijst ophalen en een kommetje olie. En dat was het. VN-soldaten patrouilleerden. Mijn moeder kon het land niet meer in. Ik zou haar vier jaar lang niet zien.”

Schuifdeur

’Hij die goed nieuws brengt’, dat betekent ‘Bashir’. Dat nieuws werd hem als een wortel voorgehouden door zijn broer, Ibrahim. “We gaan mama terugzien”, zei die. Telkens opnieuw. “We gaan mama terugzien.” Het werd een mantra in het hoofd van het jongetje dat na maanden in witte tenten met lange schaduwen, de grens over vluchtte naar buurland Djibouti. Daar waren de randen minder scherp, verbleven de Abdi’s bij familie, maar het gemis was groot. De steen in de schoen. We gaan mama terugzien. “Mijn karakter is toen gevormd”, zegt Abdi. “Er was genoeg liefde, dat wel, maar een kind kan niet zonder zijn moeder.”

'Denk ik aan Zaventem, dan spelen mijn herinneringen zich af in een waas. Ik wist niet waar eerst gekeken. Al die blanke mensen, de kleuren, de geuren.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Begin jaren 2000 belandde de familie Abdi uiteindelijk in Addis Abeba, in Ethiopië. Bashirs moeder was intussen van Azië naar Europa getrokken. Haar tocht eindigde via Spanje in België. Ze werd erkend als politiek vluchtelinge en kon haar gezin laten overkomen. “We gaan naar Brussel”, zei mijn vader. “Ik was tien jaar en kende dat land niet.” (lacht)

“Denk ik aan Zaventem, dan spelen mijn herinneringen zich af in een waas. Ik was zenuwachtig, liep ongeduldig naar de bagageband met mijn vader, twee broers en mijn zus. Alles duurde zo lang. Ik wist niet waar eerst gekeken. Al die blanke mensen, de kleuren, de geuren. En dan ging de schuifdeur open. Daar stond mijn moeder. Ze zag er nog net hetzelfde uit. Ik liep in haar armen.

“We sliepen die nacht in haar studio in Ledeberg. Ik kon niet goed slapen. ’s Ochtends werd ik vroeg wakker. Het was oktober, dat weet ik nog, en de wereld was wit. Ik rende het appartement naar beneden en kreeg de voordeur niet open. Ik kende dat niet, deursloten, maar glipte alsnog naar buiten. Suiker, dacht ik dat het was, of zout. Ik liep op blote voeten. “Dat is sneeuw”, hoorde ik achter me, en keek om. Daar stond moeder. “We gaan een jas voor je zoeken, een muts en handschoenen.”

Vriend Mo

Dit verhaal loopt niet in een rechte lijn naar records op de marathon, maar vloeit samen met dat van een andere Somaliër, die ook aan de burgeroorlog ontsnapt. Die arriveert niet in Brussel, maar in Groot-Brittannië. Mohamed Farah is zijn naam. Op het EK veldlopen in Brussel, in 2008, vraagt Bashir Abdi een handtekening aan Farah, en wat begint bij een minzame glimlach, leidt tot een innige vriendschap en tot Farah die onaangekondigd de trappen neerdaalt op het huwelijk van zijn vriend Bashir. Die kan zijn ogen niet geloven. Hij trouwt met zijn Nederlands-Somalische vrouw, in het bijzijn van zijn Brits-Somalische held.

Afgezien van zijn familie, is Mo Farah de belangrijkste persoon in het leven van Bashir Abdi. Farah is meervoudig Brits-, Europees-, wereld- en olympisch kampioen op de 5.000 en 10.000 meter. ­Farah is een wereldster en het jongetje dat voor het eerst sneeuw zag in Ledeberg, vindt in hem de sensei die de weg wijst. Abdi wordt de trainingspartner van Farah en absorbeert al wat Mo hem zegt. Die leert hem het leven anders te bekijken, positief te denken. Als een training niet lukt, denk dan aan de trainingen die wel lukken. Dat soort simpele, efficiënte raad.

Bashir Abdi in het kielzog van zijn grote voorbeeld en vriend Mo Farah tijdens de Memorial Van Damme op 4 september in Brussel. Beeld BELGA

Twaalf jaar na hun eerste ontmoeting gaan de twee nu samen op trainingskamp, weken, soms maandenlang, en lopen in Ethiopië tot tweehonderd kilometer per week, in voorbereiding op marathons. ’s Avonds spelen ze Fifa op de gouden Playstation van Farah, die fan is van Arsenal, en het online opneemt tegen de werkelijke spelers van club. Dan zitten Farah en Abdi in Ethiopië en spelen virtueel voetbal met Pierre-Emerick Aubameyang. Twee Somaliërs die hun land ontvluchtten als kind, om als Brit en Belg samen te komen, records te lopen en de wereld als een basketbal op hun vinger te laten draaien. “Maar eerlijk?”, zegt Abdi. “Evengoed zat ik nu op een brommer in Djibouti, was ik dik, verkocht sigaretten en kauwde de hele dag qatbladeren (een roesmiddel).”

In 2011 vat Bashir Abdi een bachelorstudie sociaal werk aan. Dat combineert hij met een atletiek­carrière. Van hechte vriendschap met Farah is dan nog geen sprake, wel van een naïeve Oost-Vlaming die voordien als jonge atleet aankwam in Zele, voor zijn eerste wedstrijd, vijf minuten voor het startschot, zich snel inschreef, niet opwarmde en dacht dat hij in navolging van die succesvolle Afrikanen op de televisie moeiteloos zou winnen. Abdi vertrok als een raket, dook als koploper het veld in, en eindigde als laatste, totaal leeg, verzuurd en verward.

Maar hij leert snel, en krijgt grip op het leven. Atletiek geeft dat leven vorm: de trainingen bij Racing Gent leiden tot een beter taalbegrip, hij leert nieuwe mensen kennen en als hij wint klapt het volk in de handen. Maar dan is het 2011 en wordt zijn moeder ziek. Alles verandert. Opnieuw.

Huilend van de pijn

“Maagkanker. Dat was de diagnose. Ik kon dat niet geloven. Ik kon niet geloven dat mijn moeder kon sterven. Moeders sterven niet. Ik dacht aan de woorden van mijn broer: ‘Het komt goed. Het komt goed.’ Mama Abdi verzwakt heel snel. Naar een ziekenhuis wil ze niet. “Op een middag riep ze ons samen. ‘Dit zijn mijn laatste uren met jullie’, zei mijn moeder. Alle kinderen stonden om haar bed in de woonkamer. We belden een arts. Nog voor hij aankwam stierf mama in ons bijzijn. ‘Wees goed voor elkaar, en voor dit land’, dat is het laatste wat ze zei. ‘Dit land heeft ons veel gegeven.’ En dat is zo: België heeft mijn lege dromen weer opgevuld.

“Net wanneer ik lopen het hardste nodig had, als medicijn tegen stress en angst, scheurde ik het peesblad van mijn hiel, de fascia plantaris. Dat gebeurde op een veldloop in Mol, ook in 2011. Ik liep huilend van de pijn over de finish. Mensen dachten dat ik huilde om mijn goede prestatie.

“De wereld was zwart. De winter naderde, ik kon niet meer lopen, mijn moeder was gestorven en om wat geld binnen te halen voor het gezin, zette ik mijn studies stop en werd koerier. Ik reed rond met medicijnen, van ’s ochtends 7u tot ’s avonds 7u.

“Maar ooit schijnt de zon, altijd.”

'Mijn moeder zei op haar sterfbed: wees goed voor elkaar, en voor dit land dat ons veel heeft gegeven. En dat is zo: België heeft mijn lege dromen weer opgevuld.'Beeld Thomas Sweertvaegher

“Zit het leven niet gewoon in kleine dingen?”, vraagt Abdi. Omgekeerd luidde de vraag wat hem tot hier bracht, hoe het komt dat hij het verleden niet meer als een zandzak achter zich aan sleept, maar bevrijd loopt en wint en lacht. “Nog één extra tegenslag in 2011 en er was van dit verhaal geen sprake. De opgave was dichterbij dan het nu lijkt. Maar vergeet de kracht van het geloof niet: beproevingen zijn er om te doorstaan. En de kracht van mijn familie. Mijn broer Ibrahim was als een vader voor me: het komt goed, Bashir, het komt goed.”

Lossen

“Ik weet niet wat de toekomst biedt, maar mijn vertrouwen is groot. In juni kregen we een zoontje, Ibrahim, en er was al een dochtertje, Khadra. Als ik erin slaag om de harde trainingskampen in de aanloop naar de marathons te verteren, ook mentaal, is er nog veel mogelijk. Zelfs het Europees record, ja, als ik blessurevrij blijf, zoals de voorbije jaren.”

Op de 5.000 en 10.000 meter kon Abdi zijn vriend Farah nooit bijbenen. Op de langere afstand liggen de kaarten kennelijk anders. Vorig jaar nog eindigde Abdi voor Farah, in Chicago. En het valt ook op: in wedstrijden mét Farah loopt Abdi beter dan in wedstrijden zonder zijn held/vriend/mentor/­trainingsmaat.

“Ik geef toe dat het lastig is om beide rollen te combineren, die van vriend en concurrent. Als Mo meeloopt voel ik me veiliger in een wedstrijd, ook op tactisch vlak. Hij heeft altijd alles onder controle, en ik volg. Als ik met Mo loop, dan ben ik weer het kind dat ik vroeger was, die liep om de stress en de angst te verdrijven. Dat zorgeloze. Als hij er niet is moet ik meer verantwoordelijkheid nemen. En ja, dat klopt: soms loop ik dan ook beter, zonder hem. Maar hoe dan ook: ik zal niet aarzelen als ik hem kan lossen in een wedstrijd.”

Mo Farah kwam de voorbije jaren een paar keer in opspraak. Hij werkte samen met de nu verguisde, en aan doping en machtsmisbruik gelieerde ex-topcoach Alberto Salazar. “Dat frustreert me”, zegt Abdi. “Mo is een van de vaakst gecontroleerde atleten ter wereld. Ik vertrouw hem, en het raakt me diep als hij beticht wordt van dopinggebruik. Mo Farah is een eerlijke atleet en een fantastische mens. Ik zal hem nooit laten vallen.”

De topsporthal loopt leeg. Buiten staan ouders op hun kinderen te wachten. Ook zij dromen van goud en laurier. Of niet? Bashir Abdi ontsmet zijn handen en maakt zich klaar voor een looptraining op de Blaarmeersen. ‘Hey Bashir’, zegt een jongetje. Abdi rijgt zijn veters dicht en verdwijnt in het groen. Lichtvoetig. En zorgeloos.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234