Donderdag 18/07/2019

Interview Roger Federer

Lunch met Roger Federer in zijn privéjet: ‘Ik maak weleens een fles wijn soldaat’

Roger Federer tijdens zijn match tegen de Brit Jay Clarke, afgelopen week op Wimbledon. Beeld AFP

Hij kwam begin deze week wat moeizaam op gang op Wimbledon, maar is nu zoals vanouds op dreef op het heilige gras. Hij is een grote, Roger Federer (37), en blijkt net zo genereus als geniaal te zijn. ‘Jonge spelers moeten zich welkom voelen.’

In de 25 jaar dat ik atleten interview, heb ik geleerd dat ze je nooit wat terug­vragen. Roger Federer is de uitzondering. In het busje naar zijn privé­vliegtuig bestookt hij me met vragen. Hoe lelijk hebben de gele hesjes huisgehouden in Parijs, waar ik woon? Heb ik kinderen? Als hij hoort dat ik een tweeling heb (hij heeft er twee, een mannelijke en een vrouwelijke) en dat mijn moeder zoals de zijne uit het noorden van Johannesburg komt, glundert hij: “We zouden broers kunnen zijn.” Hij spreekt bijna perfect Engels, met het zangerige ritme van zijn Zwitsers-Duitse moedertaal.

We vertrekken vanuit zijn woonplaats Zürich en stijgen nagenoeg verticaal op: privévliegtuigen (Federer is deel­eigenaar bij NetJets) vliegen hoger dan commerciële vluchten door de dunne, bijna verkeersvrije lucht.

We zitten tegenover elkaar in zachte beige zetels. De stewardess ontvouwt een eettafeltje tussen ons. De andere passagiers – twee conditietrainers van Federer en een man van NetJets – rusten op een bank achteraan in de cabine. Ik heb het gevoel dat ik me in een advertentie voor het goede leven bevind.

Mijn disgenoot heeft, ondanks een wat bolvormige neus, de schoonheid van een Romeinse god. Met zijn lange benen over elkaar geslagen lijkt hij volkomen op zijn gemak in zijn lichaam. Hij glimlacht en maakt oogcontact met het zelfvertrouwen van een man die het gewoon is dat mensen positief op hem reageren. Anders dan veel atleten heeft hij geen agent aan zijn zijde nodig die toekijkt op wat hij zegt.

Federer is 37 en draait al twintig jaar mee in het circuit met zijn unieke, prachtige tennis. Tien jaar geleden al begonnen tenniskenners zijn pensioen aan te kondigen, maar in 2017 won hij nog maar eens een Wimbledon, vorig jaar een Australian Open (zijn twintigste grand­slam­toernooi) en deze week begon hij als derde op de wereldranglijst (na Novak Djokovic en Rafael Nadal) en als tweede reekshoofd aan Wimbledon. Hij mikt op een negende toernooi­zege, een absoluut record. Hij lijkt oprecht niet te weten wanneer hij ermee wil stoppen. In het vliegtuig etaleert hij de energie van een puber.

Federers vrouw Mirka en de twee tweelingen zijn getuige van de achtste Wimbledon-zege van Roger in 2017. Beeld EPA

Ik wil hem doen terugblikken op zijn leven en zijn carrière. Maar eerst brengt de stewardess ons mini­croissants en fruit­spiesjes. Ik had me al afgevraagd of Federer menselijk voedsel eet; Djokovic heeft zijn eten het liefst gluten­vrij en rauw, als hij al eet. Maar Federer smeert confituur op zijn croissant. De stewardess biedt hem ‘detox­sap’ aan. “Ochtend­energie!” Federer glimlacht. “Drink ik nooit, maar ik zal er een proberen.” Ze geeft hem drie verschillende sappen. Ik bestel een cafè latte, hij een espresso, en we nemen beiden muesli. Het lijkt een stuk minder spartaans te worden dan ik gevreesd had.

“Eigenlijk heb je vele carrières gehad”, zeg ik. “Je kwam op, daarna was er alleen­heerschappij, toen kwamen er rivalen op de proppen...”

“Ik zie het ook zo”, onderbreekt hij.

Ik ga voort: “En nu knok je je opnieuw een weg naar de top.”

Hij aarzelt. “Het zijn eigenlijk mooie tijden. Ik reis rond en kan echt genieten van de momenten. Niet weten hoe het afloopt, is ook wel leuk.” Hij zegt dat hij ten volle geniet van elke trip omdat hij weet dat het zijn laatste bezoek aan die stad kan zijn.

Hoe zou hij zijn carrière samenvatten? “Het is veel te snel gegaan. Ik heb het gevoel dat ik gisteren nog een junior was.”

De bourgeois­jongen uit Bazel (zijn ouders werkten voor het farmaceutische bedrijf Ciba-Geigy) verliet op 14-jarige leeftijd het ouderlijke huis om naar de tennisacademie te gaan. “Ik weende als ik weg was. Elke keer dat ik om 18 uur zondagmiddag de trein nam, was ik doodbedroefd, maar het was mijn keuze. Je geeft je kindertijd een beetje op, maar ik zou het wellicht opnieuw doen.”

Op zijn vijftiende oefende hij in Frankrijk zijn handtekening op papieren tafel­kleden. “Voor als ik ooit beroemd zou worden. Ik dacht: ‘Hopelijk win ik ooit toernooien en zit ik in de top 100. En, wie weet, speel ik ooit tegen gasten die ik op tv heb gezien.’ Ik denk dat ik op mijn achttiende in de top 100 stond. Je denkt: ‘Wow, ik kan echt deel uitmaken van het circuit. Ik zit hier in de kleedkamer met Andre Agassi en Pete Sampras. Hoe cool is dat?’”

De grootste uitdagingen voor de tiener bevonden zich buiten de tennisbaan. “De rode lopers, belangrijke mensen ontmoeten, naar vrouwen kijken, met vrouwen praten, met mensen praten die ik niet kon thuisbrengen... Het was zwaar. Ik was verlegen. Maar tennis heeft me geholpen, heeft me echt gevormd.”

Op zijn negentiende leerde hij op de Olympische Spelen in Sydney zijn latere vrouw Mirka Vavrinec kennen, die voor Zwitserland tenniste. Een paar maanden later won hij eindelijk een toernooi. Hij herinnert zich dat zorgeloze tennis uit zijn jeugd. “Op je 20ste heb je een fantastisch punt en denk je: ‘Ik ga zo hard op die bal meppen dat ik gewoon een gat in de grond sla.’ Op je 37ste denk je: ‘Hm, misschien moet ik de bal daar raken, dan probeer ik die gast in die hoek te krijgen en probeer ik aan het net te komen en maak ik het af met een fraaie volley.’” Tegenwoordig, zegt hij, moet hij zich soms forceren om “zotte slagen” te proberen. Hij maakt zich zorgen dat het te gelikt wordt, dat tennis te professioneel wordt.

Messi

Hij heeft alles opgegeten, behalve zijn fruit. Ik ga ervan uit dat het ontbijt voorbij is, maar de stewardess verschijnt opnieuw om bestellingen op te nemen. “Mag ik nog een espresso?” vraagt Federer, en hij laat er een erg Britse “sorry” op volgen.

Federer verloor dit jaar de halve finale op Roland Garros van Rafael Nadal. ‘Ik denk dat wij altijd wel vrienden blijven.’ Beeld REUTERS

Ze suggereert een omelet. “Waarom niet”, zegt Federer. Ik steun hem en vraag naar zijn appetijt. “Ik wil niet al te ernstig worden”, zegt hij. “Misschien houd ik me zo ook voor ogen dat ik meer ben dan gewoon een tennisser.” Heeft hij echt KitKats gegeten voor finales van majors? “Ik drink voor elke wedstrijd een koffie, en als er een chocolaatje naast ligt, dan zal ik het opeten. Of een koekje.” Genieën moeten geen offers brengen zoals gewone stervelingen.

Maar Federer moest zijn genie leren te controleren. Ik vraag hem of hij parallellen ziet met een ander natuurtalent, Lionel Messi. Federer, een voetballiefhebber, straalt. Hij vraagt opgewonden of ik Messi ooit ontmoet heb – hij nog niet. “Vreemd genoeg heb ik veel te weinig over Messi gesproken”, zegt hij. “Wat ik waarschijnlijk het meest waardeer aan Messi, is de manier waarop hij, als hij de bal krijgt, zijn lichaam naar de goal draait en meteen een volledig zicht heeft. Hij kan een pass geven, of dribbelen, of schieten. Hij heeft altijd drie opties. Hij is een van de weinigen die dat hebben.”

Ik wijs op de parallel: ook Federer heeft veel keuzes. Tennis­schrijver en coach John Yandell telde ooit twintig varianten van zijn forehand alleen. “Ja”, knikt Federer. “Het probleem als je jonger bent, is weten wanneer je welke moet gebruiken. Dat is nogal – hoe zal ik het zeggen – complex. Als je een speler bent die gewoon de hele dag heel goed forehands of backhands klopt op de baan, dan is dat makkelijker.”

“Ik heb veel verschillende opties. Dat maakt het uitdagender. Als je de kunst beheerst om te weten welke club je moet selecteren voor dat of dat shot, dan wordt dat ongelooflijk boeiend. Misschien is dat wel de reden waarom ik dezer dagen zo hard van het spelletje houd. Geometrie, hoeken, wanneer je welk shot moet nemen, moet ik serve and volley spelen? Moet ik blijven? Moet ik chip and charge spelen? Moet ik vol slaan?”

Toen hij meester was van zijn opties, won hij zijn eerste grand­slam­toernooi: Wimbledon in 2003. In januari 2004 voegde hij daar de Australian Open aan toe. Toen, zegt hij, “nam ik een bewuste beslissing: ik wilde zo lang mogelijk tennis spelen.” Zijn conditietrainer raadde hem aan regelmatig een pauze in te lassen, in plaats van elke kans om geld te verdienen aan te grijpen.

“Je kon gewoon voluit gaan en zeggen: ‘Ik plan tot mijn dertigste te spelen’, zoals iedereen toen. Maar ik dacht altijd dat het heel fijn zou zijn om over de generaties heen te spelen. Onze generaties zijn geen tien of vijftien jaar. Elke vijf jaar staat er een nieuwe klaar. Mijn generatie, daarna Rafael, Novak en Andy (Murray). Nu heb je weer een nieuwe generatie. Ik wilde dat beleven, en misschien ook – al klinkt dat onnozel – jonge gasten de kans geven om tegen oude mannen zoals ik te spelen.”

Jaren van strijd

Van 2004 tot januari 2010 heerste hij over het mannentennis (behalve tegen Nadal op gravel) en won hij vijftien grandslamtoernooien. In 2009 werd zijn meisjestweeling geboren. “Voor mij zijn 2010 en 2011 wazig, vanwege de kinderen. Ik kan me alleen momenten met mijn gezin herinneren, geen resultaten. Ik ben blij dat het zo is.”

Blij met de Wimbledon-zege in 2017. Beeld Photo News

Maar terwijl Federer luiers ververste, werden Nadal en Djokovic beter en begonnen ze hem op alle ondergronden te verslaan. In de onderlinge confrontatie na een rivaliteit van vijftien jaar haalt Nadal het met 24-15, na zijn jongste overwinning tegen Federer in de halve finale van Roland Garros begin juni. Tussen 2013 en 2016 won Federer geen enkele grand slam. Gezien zijn leeftijd gingen veel kenners ervan uit dat hij op de terugweg was. Hij zegt: “Dat waren jaren van strijd voor mij. Hier moest ik vechtlust tonen.”

Was hij liever onbedreigd blijven heersen? “Natuurlijk. Ik had het heerlijk gevonden om voor altijd te domineren. Toen Rafael en anderen doorbraken, moest ik daar echt aan wennen. Maar op een bepaald moment neem je je hoed af: jij bent echt heel goed. Je beseft met enige tevredenheid: je kunt niet alleen zijn aan de top. Je hebt rivalen nodig. Ik ben die mannen dankbaar, want ze hebben een betere speler van me gemaakt.”

Federer en Nadal hebben een vriendschappelijke sfeer in de kleedkamer gebracht. In de jaren 80 spraken Jimmy Connors en John McEnroe soms niet met rivalen en jonge spelers. Federer hoorde vertellen dat “sommige gasten elkaar in de jaren 80 en 90 niet konden uitstaan”.

Toen hij tot het circuit toetrad, was het al beter. “De sfeer was al gemoedelijk in de kleedkamer, ik heb dat gewoon voortgezet. Ik vind het heel belangrijk dat jonge spelers zich welkom voelen en beseffen: ‘Dit wordt leuk’, en dat ze de top­spelers oké vinden.”

Dus als een broekje de kleedkamer binnenkomt, dan gaat Federer hem even gedag zeggen? “Ja. En dan vraag ik misschien: ‘Wil je wat trainen?’ En tijdens dat trainen kun je een praatje slaan: ‘Hoe gaat het? Heb je broers of zussen? Wie was je held toen je opgroeide?’”

Ik werp op: “Maar jij was hun held.”

“Niet altijd. Soms. Dat is altijd ongemakkelijk, zeker als het je de eerste keer overkomt.”

In 2014 werden Federers zonen geboren. Ik citeer de schaker Garry Kasparov, die me in 2003 vertelde: “Op je veertigste kun je niet meer op nucleaire schaal energie in het spel gooien. Je hebt je gezin, je kinderen, misschien bedrijven, je hebt andere problemen.”

Federer werpt enthousiast tussen: “Ik heb altijd het gevoel dat ik twee horloges draag, een voor mezelf en een voor het gezin, want ik ken hun schema door en door. Ik weet wanneer ze naar bed gaan terwijl ik aan het tennissen ben. Ik weet dat ik ze nog snel kan FaceTimen voor ze naar bed gaan, 45 minuten voor ik moet spelen.”

“Ik kom thuis nadat ik een wedstrijd of toernooi gewonnen of verloren heb, en ze vragen: ‘Speel je mee Lego?’, en ik zeg: ‘Natuurlijk.’ Ondertussen gaat die match misschien door mijn hoofd, maar toch probeer ik mijn zoon mijn volle aandacht te geven. Dit had ik nooit voorzien als kleine jongen, dat ik ooit Wimbledon zou winnen en dan naar huis zou gaan om met de kinderen te spelen. Het is nogal onwerkelijk.”

De Zwitserse egalitaire samenleving staat hem ook toe een normale vader te zijn. “Ik ga gewoon naar de speeltuin met de kinderen. Ik praat dan wat met andere ouders, net zoals jij zou doen.”

Willen sommige ouders dan geen selfies? “Ja, en dat is normaal. Ik moet een besluit nemen als ik er ’s morgens op uit trek: heb ik er zin in of niet? Zo niet, dan heb ik de keuze om thuis te blijven. En ik kan altijd beleefd zijn en zeggen: ‘Ik ben nu met de kinderen. Ik probeer een huis in het bos te bouwen of wat dan ook, maar op dit moment ben ik tevreden zoals het is.’”

Wijnkelder

Na zijn knie­operatie in 2016 kondigden velen zijn pensioen aan. Maar sindsdien heeft hij nog drie grand­slam­toernooien gewonnen. “Ik geloof dat ik nog altijd op de top van mijn fysieke mogelijkheden zit”, zegt hij. Hij last wel meer rustmomenten in, maar dat is niet alleen om zijn verouderende botten te sparen. “Je wilt geen carrière waarin je alles op een drafje doet en nooit geniet van de beste momenten.” Een poosje geleden stelde hij zijn vrouw voor wat meer tijd te nemen om van zijn toernooi­over­win­ningen te genieten. “In plaats van meteen naar huis te vliegen, kunnen we misschien pas de volgende ochtend vertrekken. We kunnen lekker uit eten gaan, glaasje champagne drinken, ontspannen.”

Met Kim Clijsters en Serena Williams op het Arthur Ashe Kids' Day Event in 2012. Beeld Photo News

Heeft hij een gelukkige twintig jaar in het circuit gehad? “Absoluut.”

Vreest hij het zwarte gat? “Niet echt. Er is de stichting, er zijn de vier kinderen, sommige sponsors blijven aan boord na mijn actieve carrière. Ik denk dat het wel goed komt.” En hij zal de stress zeker niet missen.

“Die andere familie zal ik wel missen: de spelers. Dat wordt waarschijnlijk het moeilijkst. Als je echt weg bent, dan is de vraag met wie je contact zult blijven houden. Op dat moment besef je wie je echte vrienden in het circuit zijn. En je beseft dat dat er niet veel zijn.”

Wie zijn ze? Zijn antwoord is aangrijpend: “Ik denk dat ik contact ga houden met Rafael.”

Na bijna twee uur ononderbroken conversatie dalen we en Federer wijst naar de dorre velden beneden. “Europa is zo leuk. Kijk, we hebben maar eventjes gevlogen en het landschap is al bijna verbrand door de zon. In Zwitserland is alles groen. Dat vind ik fijn aan Europa.”

Hij probeert te genieten van de steden die hij bezoekt. “Het is nooit ‘hotel, club, luchthaven, tot ziens’ geweest. We proberen een hotel in het stadscentrum te boeken, zodat we naar buiten kunnen voor een wandeling of een bezoek aan het park. Via de dierentuinen zien we de steden tegenwoordig ook van een andere kant met de kinderen. Ik hou van restaurants ’s avonds, om me te ontspannen met mijn vrouw en vrienden.”

Federer beweert dat hij interviews fijn vindt. Ik vraag hem wat wij journalisten nog altijd niet begrijpen over hem. Dat hij privé een grappenmaker is, zegt hij. En ook: “Misschien weten ze ook niet dat ik een wijnkelder heb en weleens een fles soldaat maak met vrienden.”

Op het tarmac neemt de man van NetJets een foto van ons. Federer slaat zijn arm om mijn schouder en ik leg een hand op zijn rug. Elke andere rug die ik ooit aangeraakt heb, voelde aan als een uniforme, ongedefinieerde massa. Op Federers rug voel je elk bot en elke spier. Het is alsof je een anatomie­handboek in braille leest.

Waarna ik me naar de gewone terminal begeef voor de vlucht in economy naar huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden