Maandag 19/04/2021

InterviewHugo Camps en Tom Boonen

‘Lefevere is een Mussolini in het kwadraat’

Hugo Camps en Tom Boonen in Antwerpen. Beeld Gregory Van Gansen / Photo News
Hugo Camps en Tom Boonen in Antwerpen.Beeld Gregory Van Gansen / Photo News

December is prijzenmaand, met de Kristallen Fiets en het Sportgala. Koersminnaar Hugo Camps en voormalige wielergod Tom Boonen blikken alvast terug op een bijzonder Belgisch wielerseizoen. ‘Dries Devenyns is de renner van het jaar.’

Het wielerjaar was kort maar sensationeel. Zijn jullie al een beetje bekomen?

Hugo Camps: “Ik heb het publiek gemist en de mozaïek van de koers. Binnen twee weken moest alles klaar zijn. Er werd bij wijze van spreken met een brommer gefietst, het kon niet snel genoeg gaan. Het was winnen, afgelopen en weg. Het uithijgen, het jammeren, het discours viel weg. De filosofen gaven verstek. Wielrenners vragen om commentaar, vind ik. Je moet hen laten spreken, anders is het te kaal.”

Tom Boonen: “Ik volg jou helemaal. Een renner in iemands armen zien rijden, direct een microfoon daarbij, een camera, roepen en tieren, reacties die je liever niet had gegeven maar die er toch zijn: dat is gewoon mooi. Dat zie je in geen enkele andere sport op dit niveau. Dat zou hetzelfde zijn als iemand die met een microfoon het veld op loopt nadat er is gescoord in de Champions League. Ik zou het zonde vinden mocht dat verdwijnen.”

In 2021 dus toch maar weer een normaal wielerseizoen dat tien maanden duurt?

Camps: “Graag. Want zoals het nu was, met kale bergen, geen vlaggetje, geen meisje of moeder in de buurt, dan zeg ik: ik mis iets.”

Heeft het verhaal van Wout van Aert u dan niet geraakt? Zijn valpartij, zijn miserie om terug te keren en dan die indrukwekkende zegetocht.

Camps: “Dat is absoluut een mooi verhaal, ik ben daardoor geraakt. Ik heb bewondering voor Wout van Aert, zonder meer. Maar ik vind wel dat het iets te veel Van Aert is. We hebben maar één vedette meer. Zo zit het peloton niet in elkaar. Greg Van Avermaet is ook nog coureur. Philippe Gilbert ook. Zo zijn er nog tien, vijftien. Die zijn in één keer van de wereldbol verdwenen. Dat kwetst mijn rechtvaardigheidsgevoel.”

Is dat niet de harde wet van de topsport: the winner takes it all?

Camps: “Wie heeft daar genot van? Ik heb Dries Devenyns genoemd als renner van het jaar, de man die het offer van het jaar heeft gebracht door niet naar het WK te gaan (Devenyns wilde niet achter zijn Franse ploegmaat Julian Alaphilippe rijden, red.). Zo’n jongen zou dan niet voorkomen in de hiërarchie van winnaars en verliezers?”

Boonen: “Die twee hebben elkaar op een natuurlijke manier gevonden. Devenyns zorgt voor Alaphilippe, Alaphilippe ziet dat, wordt erdoor gemotiveerd en wint veel. Devenyns is een van de belangrijkste puzzelstukjes in de ploeg Deceuninck-QuickStep geweest dit jaar.”

Zou Devenyns dan een verdiende winnaar van de Kristallen Fiets zijn?

Boonen: “Ik heb op Van Aert gestemd, omdat de Kristallen Fiets verkozen wordt op uitslagen. Dat is altijd zo geweest.”

Camps: “Van Aert staat boven elke discussie, qua klasse, prestatie, motivatie. Hij wou het, hij heeft ervoor gereden en gestreden, en hij heeft gewonnen. Maar vereng het peloton niet tot één kampioen. Je mag wel oog hebben voor renners met minder talent die het epos van de wielersport een gezicht geven, die de mens in beroering brengen door hun exploten. Jullie zullen zeggen: ouwe koek, maar ik ben ontroerd als ik Valverde zie rijden. Veertig jaar, doping – wat mij niet kan schelen want ik ben een dopingliberaal – en die gaat nog altijd een berg op, die probeert te sprinten om een prijs te rijden. Dat vind ik veel mooier dan een sprint in de Tour gewonnen door Van Aert.”

De Belgische topzege van 2020: Wout van Aert (rechts) verslaat Julian Alaphilippe in Milaan-Sanremo. Beeld BELGA
De Belgische topzege van 2020: Wout van Aert (rechts) verslaat Julian Alaphilippe in Milaan-Sanremo.Beeld BELGA

Van Aert leek heel gericht bezig in zijn voorbereiding, terwijl anderen een beetje n’importe quoi deden. Oliver Naesen reed een rondje om de provincie Oost-Vlaanderen. Laurens De Vreese stapte een marathon in de weide achter zijn deur. Remco Evenepoel reed vijftig keer de Muur van Geraardsbergen naar boven.

Boonen: “Al die show in de coronaperiode, dat is voor mij nutteloos. Zeker als je daarmee naar buiten komt. ‘Aandacht alstublieft!’ Daar kan ik niet goed tegen. Van Aert heeft alles benut om klaar te zijn op het juiste moment. Je concentratie houden, de goesting om er alle dagen voor te gaan zonder dat je weet wanneer er weer gekoerst wordt, dat is bewonderenswaardig.”

Camps: “Je mag ook niet vergeten dat Van Aert een fantastische ploeg had. Er wordt altijd gezegd dat hij in de Tour hard gewerkt heeft voor de ploeg, maar wat de anderen voor hem hebben gedaan is ook niet min. Jumbo-Visma heeft het peloton gedomineerd zoals Sky het vroeger deed, of Patrick Lefevere met zijn ploeg.”

Boonen: “Het is de beste ploeg van het moment. Dan gaat het niet enkel over renners, maar ook over de staf. Die zijn een voorbeeld voor andere ploegen.”

Welke renners zijn we nog vergeten?

Boonen: “Ik vond Oliver Naesen in de Ronde van Vlaanderen de vierde beste man in de koers. Hij was een van de weinigen die zijn voet kon zetten naast Van Aert en Van der Poel, maar hij was altijd net te laat of te vroeg om mee te zijn.”

Camps: “Met de furie en het zelfvertrouwen van Tom Boonen had Jasper Stuyven veel meer gewonnen. Nu is het net niet. En zijn ploeg is los zand.”

Boonen: “Over een paar jaar zal hij gestopt zijn en is het voorbij. Dan zijn we nog altijd aan het wachten op zijn eerste grote overwinning. Daar is niks mis mee. Je kunt een vogel niet verwijten dat hij niet onder water kan leven.”

Camps: “Tiesj Benoot werd tweede in Parijs-Nice. Hij is een misdienaar gebleven: zacht, beleefd, alles wat je wilt. Maar waar zit de grinta? Hij is een mooie coureur, je zou hem strelen als hij voorbij komt, maar er ontbreekt iets.”

Boonen: “Talent, dat is niet alleen hard kunnen fietsen. Al de rest is veel belangrijker. Hoe hard ben je in je hoofd?”

Wat is het succes van Patrick Lefevere? Dat de ploeg belangrijker is dan het individu?

Boonen: “Als je met Alaphilippe in een koers start, heb je echt wel een kopman. Op voorhand aangeduid. Maar binnen de ploeg heb je wel een groepsgevoel. Het inwisselbare kopmanschap brengt het gevoel mee dat renners ervoor moeten gaan. Vandaag is het voor mij, morgen is het voor een ander.”

Camps: “Onderschat Lefevere niet. Hij schaakt met 27 stukken op de tafel. Hij weet wat hij wil, en hij is geen heilige. Hij kan er serieus in vliegen, op zijn West-Vlaams, met de grofste schuttingwoorden. Hij is gevoelloos voor alles wat zijn winst, zijn zege, zijn ploeg in de weg kan staan. Hij is wat dat betreft een kolonel, een Mussolini in het kwadraat. Hij laat zich door niemand beïnvloeden. Hij heeft het relationele privilege. Ik zeg niet dat koersen verkocht worden, maar er zijn renners die voor de ene ploeg en voor de ene renner wat harder rijden dan voor de andere. Een beetje wheelen en dealen. Het is geen wereld van maagden. Daar is niks mis mee.”

Boonen: “Lefevere is een topmanager. Hij zorgt dat hij de juiste mensen rond zich heeft. Lefevere is ook niet bang om iemand opzij te zetten die overbodig is. Hij is de harde manager die je op dit niveau verwacht. Topsport gaat niet over pamperen. Voor de renners die je in huis hebt, moet je zorgen zodat ze niks tekort komen. Daar is hij ook heel goed in, maar op een manier dat je nog altijd ontzag hebt voor hem. Ik durf te zeggen: ik heb nog veel bewondering voor Lefevere, maar we zijn nooit vrienden geweest. Omdat hij mijn baas was en ik zijn renner. Veel managers en ploegleiders gaan veel te vriendschappelijk om met hun renners.”

Patrick Lefevere, manager van Deceuninck-QuickStep.
Patrick Lefevere, manager van Deceuninck-QuickStep. "Hij laat zich door niemand beïnvloeden."Beeld Thomas Sweertvaegher

Allan Peiper, die met Tadej Pogacar de Tour wint, weent mee met zijn renner. Is dat niet de juiste manier?

Boonen: “Als ploegleider in de Ronde van Frankrijk leef je drie weken mee in de spanning. Als je op het punt staat om een heel spannende Tour te winnen, dan worden er banden gesmeed tussen renner en ploegleider die nooit meer weggaan. Maar een manager staat daarboven.”

Hoeveel Peiper zit er in de Tour-zege van Pogacar?

Camps: “Twintig procent, en dat is weinig. Peiper is de liefste mens die je kunt tegenkomen, maar hij is geen motivator, geen oorlogshitser. Hij heeft het zelfvertrouwen niet om met de vuist op tafel te slaan. Natuurlijk weet hij hoe hij een ploeg moet leiden, maar hij máákt geen renners.”

Boonen: “Het belang van een ploegleider voor iemand die de Tour wint, wordt overschat. Behalve voor een jonge renner. Wie twee jaar prof is, kijkt anders naar een ploegleider dan iemand die vijftien jaar prof is. Alles is groot en nieuw als je in de Tour arriveert. Dan kun je beter iemand met maturiteit naast je hebben. Dan is Peiper wel de juiste man op de juiste plaats. Hij zit daar niet omdat het de enige manier is waarop hij zijn geld kan verdienen. Hij haalt daar nog echt levensvreugde uit.

“Waarom zou hij nog onrustig worden van een koers? Hij heeft de voorbije jaren genoeg meegemaakt. Maar als je in een situatie komt waarin die kleine Pogacar de Tour kan winnen, ga je natuurlijk mee in dat verhaal. Die dag van de tijdrit was heel emotioneel. Met Jasper Philipsen heeft Peiper ook heel mooi werk geleverd. Hij verdient zijn plaats bij de toppers onder de ploegleiders.”

Camps: “En hij is bescheiden, wat je niet van alle ploegleiders kunt zeggen. Hij heeft antennes voor de mens in de renner. Dat zijn troeven. Daarnaast is er zijn ziekte. Dan wil je als renner iets meer doen voor je ploegleider. Hij is een soort antichrist in het peloton. Je ziet hem niet, je hoort hem niet, hij verschijnt clair-obscur af en toe in een programmaatje. Hij krijgt de sympathie van de underdog. Daar haalt hij alles uit.”

Hoe moeten we Lotto-Soudal inschatten?

Camps: “Lotto is een zieke ploeg. Al jaren. Met de renners die ze hebben moeten ze een grote klassieker winnen. Ik moet eerlijk zeggen, ik geloof die John Lelangue niet op zijn woord. Er hangt een flou artistique boven Lotto waar je geen vat op krijgt. Ze leven boven hun stand en ze kunnen zich dat permitteren. Zij zijn de staatsploeg van het land en ze bakken er niks van.

“Ik feliciteer Lelangue wel voor het feit dat hij Gilbert een contract van drie jaar geeft. Iemand als Gilbert kan nog drie jaar koersen, ook met het kleine verval dat hij zal kennen. Hij zal niet elke keer op het podium komen, maar als karaktermens, als symbool voor de ploeg, heeft hij nog altijd zijn waarde.

“Het punt is dat er geen eenheid zit in die ploeg. Het is een wirwar. Tiesj Benoot is een halve pastoor en die gaat weg. Dan krijg je het signaal over de ambiance, de sfeer, de leiding van zo’n ploeg. Marc Sergeant is geliquideerd, er is geen ander woord voor. Dat passeert allemaal. Lotto is ziek.”

Philippe Gilbert trekt door op het BK in Anzegem. Beeld Photo News
Philippe Gilbert trekt door op het BK in Anzegem.Beeld Photo News

Misschien hebben ze minder talent in huis dan andere ploegen? Of minder centen?

Boonen: “Neen, het probleem is dat 80 procent van de renners die naar Lotto gaat het liefst elders was gaan fietsen. Dat is een troostprijs. De ploeg heeft geen uitstraling. Er is een laksheid die niet weggaat. Ze hebben uitschieters gehad, André Greipel kon in de sprint zijn ding doen, maar iets groots doen in een koers, iets wat niemand verwacht, er een patat op geven en dat tot een goed einde brengen, dat niet. Ze hebben altijd talent gehad. Tien jaar geleden hadden ze betere renners dan wij bij QuickStep, maar dat kwam er nooit uit. Alsof daar een toverspreuk over hangt dat het altijd moet mislukken.”

Camps: “Het is ook gemakzucht. Ze kiezen een sprinter, Caleb Ewan, dan hebben ze hun vier overwinningen per seizoen, eentje in de Tour, en dan is het goed. Er zit geen enkele ambitie in die ploeg.”

Boonen: “Lefevere heeft altijd goede sponsors gehad, maar hij moet zelf het geld gaan zoeken. Als je iemand aan het hoofd van Lotto zet die door Lotto wordt betaald om te doen wat hij denkt dat het best is, waar is die zijn risico? Dat is er niet. Die krijgt zijn geld elke maand op zijn rekening. Waarom zou die man out of the box moeten denken? Die doet gewoon zijn job. Die zorgt dat er renners zijn, dat er een omkadering is, dat de logistiek in orde is, dat iedereen een fiets heeft en dat er cola staat in de frigo op de bus. Wonderbaarlijk genoeg hebben de renners wel het ethos om goed te willen koersen, ook al is er niemand voor wie ze dat moeten doen.”

Camps: “Neem Tim Wellens. Een beetje sportleider haalt daar toch het dubbele uit? Wellens is toch geen slechte coureur? Probeer die maar in te halen wanneer die weg is.”

Boonen: “Wellens blijft waar hij is, hij kan waarschijnlijk nergens meer verdienen dan bij Lotto.”

Is Gilbert niet de man die dat kan omkeren?

Boonen: “Ik weet niet wat de redenering is van Gilbert om nog drie jaar bij Lotto te koersen. Misschien denkt hij: laat dat hier maar vierkant draaien, straks neem ik de ploeg over. Dan kan hij het alleen maar beter doen. Zo ver durft Gilbert wel te denken.”

Camps: “Ik geloof het niet. Gilbert heeft een beetje rust gevonden. Nieuwe dame, alles erop en eraan. Ik heb me regelmatig verkeken op zijn ambities. Ik dacht dat hij een ambitieuze klootzak was van de ergste soort. Dat is niet zo. Hij heeft graag het goede leven. Ik ben hem in Monaco gaan opzoeken. Hij nodigde me uit in het duurste restaurant, we dronken de duurste wijnen, sans gêne. Hartelijk, gemoedelijk, lief, je kon er niks over zeggen. Volgens mij is hij begonnen aan een tweede leven dat zich niet zal afspelen in de koers. Als hij zelf niet kan fietsen, dan heeft hij geen zin om achter zo’n bende renners aan te hollen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234