Vrijdag 18/10/2019

Interview

Lauren Flemings (24), vrouw van Hans Vanaken: ‘Voor zijn stijl ben ik niet op hem gevallen: hij liep er héél fout gekleed bij’

Lauren Flemings en Hans Vanaken. 'Soms voel ik de mensen denken: 'En, wat doe jij? O, niets?' Dat stoort me, dat vind ik zo hatelijk.’ Beeld Marco Mertens

‘Zo’n lange levensweg heb ik helemaal nog niet afgelegd’, zegt Lauren Flemings haast verontschuldigend en een tikkeltje onzeker terwijl ze plaatsneemt naast haar man Hans Vanaken (27), de metronoom van Club Brugge, dat vanavond in de Champions League Real Madrid in de ogen kijkt. Anderhalf uur lang zal de frêle Limburgse met aandoenlijk verliefde blik bevestiging zoeken bij haar voetballer. ‘Toen hij me ten huwelijk vroeg, heb ik heel hard moeten wenen.’

Lauren Flemings: “Ik ben enig kind. Een gelúkkig kind ook: ik heb een heel mooie jeugd gehad en heb nooit een broer of zus gemist. Mijn ouders hadden een beddenzaak – nog altijd, trouwens. Omdat het altijd druk was, namen ze me in het weekend vaak mee naar de winkel. Maar als ik van school thuiskwam, was mijn moeder er altijd. Alleen op woensdagmiddagen was ik alleen thuis. Dan stond mijn eten klaar en moest ik het maar in de microgolfoven zetten. Ik studeerde en sprak af met vriendinnen, maar zonder deugnieterij: ik was een rustig meisje. Mijn ouders hebben niet te klagen gehad.”

Was je ook een zelfstandig meisje?

Flemings: “Toch niet, ik moest niet veel doen thuis. Pas toen Hans voor Lokeren ging voetballen en we samen op kot gingen in Antwerpen, heb ik mijn plan leren trekken: eten maken en (kijkt naar Hans) voor u zorgen.”

Waar droomde je van?

Flemings: “Dat ik de beddenwinkel zou overnemen. En later dat ik samen met een vriendin in Amsterdam mode zou gaan studeren. Maar toen kwam Hans in mijn leven en veranderde dat de plannen.”

Je was erg jong.

Flemings: “Net geen 17. Mijn ouders hadden al vaak gezegd: ‘Het kan toch niet dat jij nog nooit een liefke hebt gehad?’ Ik had nog nooit iemand mee naar huis genomen, veel van mijn vriendinnen wel. Tot een vriendin die hostessenwerk deed op het voetbal in Lommel me eens meevroeg omdat ze iemand tekortkwamen. Mama vond het goed, papa had het liever niet: ‘Je zult nog zien dat ze met een voetballer naar huis komt!’ (giechelt) Daar heb ik Hans voor het eerst gezien. Nadien begon ik hem ook op café tegen te komen.”

'Mensen hebben een vertekend beeld van Hans. 'Dat is toch die zure kerel die niet kan lachen?' Onzin, hij kan niet zonder humor.’ Beeld Marco Mertens

Bij wie sloeg de vonk over?

Flemings: (tot Hans, aarzelend) “Jij was direct overtuigd, hè? (Snel) Ik óók, maar veel moeite heb ik niet moeten doen. Toch?”

 Vanaken: (trekt een gezicht alsof hij het zich niet meer herinnert)

Flemings: “De eerste keer dat hij op de club aan mijn ouders is voorgesteld, wisten ze nog niet dat hij mijn lief was – ik had het geheimgehouden. Die avond heb ik het moeten opbiechten: dat de kans erin zat dat… Mijn mama heeft direct gezegd dat ik die jongen niet aan het lijntje mocht houden.”

Wat trok je in hem aan?

Flemings: “Dat hij een gewone jongen is. Dat paste bij mij. Voor zijn stijl moest ik het niet doen: Hans liep er vroeger héél fout gekleed bij. Het eerste wat we samen hebben gedaan, is gaan shoppen. Hij moest helemaal gerestyled worden (lacht).”

Vanaken: “Op café gebeurde er nog niet veel. Maar het klikte meteen: ze zag er goed uit en we konden goed praten. We zijn contact blijven houden via het internet, tot ik – op een woensdagmiddag (grijnst) – naar haar thuis ben gegaan.”

Hans bleef al snel bij je slapen. Heb je ruimdenkende ouders?

Flemings: “Eigenlijk niet. Ik zat nog in het middelbaar en had het hun niet eens gevraagd. Hans was wat zattekes…”

Vanaken: “Ik had gedronken, ja.”

‘Voor zijn stijl ben ik niet op Hans gevallen: hij liep er vroeger héél fout gekleed bij. Het eerste wat we samen hebben gedaan, is gaan shoppen.’ Beeld Marco Mertens

Flemings: “… en had geen fiets of auto om thuis te raken. Te voet zou het nog gelukt zijn, maar dat vond ik zo zielig. Ik heb mijn ouders, die al lagen te slapen, wakker gemaakt en heb hen voor een voldongen feit geplaatst (lacht). Maar goed, ze hadden hem al eerder gezien. En in het weekend is hij nooit blijven slapen, dat mocht niet van zijn ouders, zo kort voor de match. Weet je, voor mijn papa is het heel hard wennen geweest: hij zag me liever niet voor mijn 18de verjaardag thuiskomen met een lief. Maar goed, nu zijn ze heel blij met Hans.”

Ook al is hij een voetballer.

Flemings: “Het eerste wat ze zegden was: ‘Zo ne grote!’ (lacht)”

Je kwam in een heuse voetbalfamilie terecht: Hans’ vader is zelf profvoetballer geweest en ook zijn broer Sam voetbalt.

Flemings: “Dat was raar! Bijna alle gesprekken gingen over voetbal. Stap voor stap ben ik erin gerold. (Tot Hans) Ben je toen niet redelijk snel naar Lokeren gegaan?”

Vanaken: “Toen we zeven of acht maanden samen waren.”

Flemings: “Alles kwam in een stroomversnelling. Ik zou in Hasselt gaan studeren, maar dat is niet doorgegaan: we gingen in Antwerpen wonen en zagen het niet zitten dat ik zou pendelen. Van onze ouders mocht het, dat samenwonen: zij zagen dat het goed zat tussen ons. Ik ben kmo-management gaan studeren, maar kwam er snel achter dat dat niets voor mij was. Ik ben gestopt, maar ben nadien toch nog een moderichting ingeslagen en voor styliste gaan studeren.”

Voetballeek

Je bent snel volwassen moeten worden.

Flemings: “Heel snel! Mocht ik Hans niet kennen, zou ik nog altijd thuis wonen, denk ik. Alle andere spelersvrouwen waren getrouwd of hadden kinderen. Ik was de jongste en heb vaak gedacht: zie mij hier nu zitten! Nu, ze waren wel lief voor mij. En doordat het zo goed klikte tussen Hans en mij, konden we het samen aan.”

Nooit spanningen gekend?

Flemings: “Die vraag hebben we vaak gekregen, ook van onze ouders: ‘Hebben jullie nu nog nooit ruziegemaakt?’ Welnéé! Echt niet.”

Het lijkt wel een sprookje.

Flemings: “Dat ís het ook. We waren elkaars eerste liefje. Het zat direct zó goed.”

Hoe leer je iemand als Hans, die niet als een groot prater bekendstaat, écht goed kennen?

Flemings: “Zodra hij op z’n gemak is – en dat is hij snel – komt hij los, hoor. Hans voelt zich snel ergens thuis. Hij kwam nog maar pas bij ons over de vloer of hij stapte recht op de koelkast af. Daar schrokken mijn ouders wel van: wat dóét die hier? Hans trekt zich daar niets van aan, hij praat en lacht. Mensen hebben een vertekend beeld van hem.”

Besefte je dat je leven voortaan in het teken van voetbal zou staan?

Flemings: “Hij speelde nog bij Lommel, in de tweede klasse. Dan denk je daar niet aan. Vooral sinds hij bij Club Brugge speelt, is dat veranderd. We moeten weleens feestjes overslaan. Of ik ga alleen. Dat is niet altijd leuk, zoals onlangs nog: hij kon niet mee naar het verjaardagsfeest van Jelle (Vossen, ploegmaat bij Club Brugge, red.). Heel jammer.

“Als hij weg is voor een Europese verplaatsing of met de nationale ploeg, ga ik meestal voor een paar dagen terug naar Limburg. Ik ben niet graag alleen. Hij ook niet, trouwens. In Antwerpen waren we niet gelukkig. Ik was nog héél jong, we hadden met niemand contact en ons appartement viel tegen. Zodra we konden, gingen we naar onze ouders. In Knokke hebben we snel onze draai gevonden.”

Vanaken: “Je komt hier altijd wel iemand tegen. De man van de frituur of de bakker: ‘Hey, hoe is ’t?’ We hebben ons hier gesetteld. Jelle woont 500 meter verder, die zien we heel vaak. Dat helpt, zeker omdat het ook nog eens supergoed klikt tussen de vrouwen. Die lopen bij elkaar binnen als wij weg zijn voor het voetbal.”

De zee is vlakbij. Gaan jullie er weleens uitwaaien?

Flemings: “Toen Hans dit huis kocht, hebben we ook een hondje in huis genomen. Thuis had ik er vroeger ook één, maar die is gestorven op mijn 18de verjaardag. Ik heb altijd gezegd dat ik ooit opnieuw een cavalier zou willen. Sinds hij er is, gaan we geregeld wandelen op het strand. Soms ook samen met Jelle, die heeft ook een hond.”

Vanaken: “Of we gaan een pannenkoek eten. Dingen die normale mensen ook doen.”

FLEMINGS (lacht) “Zo normaal is dat nu ook weer niet, Hans.”

Hoe sportief ben je?

Flemings: “Níét! (lacht) Ik heb als klein meisje ballet gedaan en doe nu fitness en pilates, maar verder? Mijn ouders porren me aan om tennislessen te volgen. Hans is een goede tennisser en heeft in zijn jeugd voor de keuze gestaan: tennis of voetbal? We zouden het samen kunnen doen. Op vakantie, bijvoorbeeld. Dat kan nu niet. Maar goed, erg is dat niet: vakantie is voor Hans vaak ook écht rusten.

“Mijn ouders zijn evenmin sportief. Door de zaak gebeurde het weleens dat we werden uitgenodigd op Anderlecht. Dan ging ik mee, voor het eten, niet voor de wedstrijd: ik kende niets van voetbal.”

Vanaken: “Haar papa had amper een match gezien voor hij mij kende. Nu is het een drama als hij er één mist.”

Flemings: “Niet alleen voor hem, voor ons allemáál. Ik had het nooit voor mogelijk gehouden, maar het voetbal boeit me enorm. Als Hans op zaterdag moet spelen, kijken we op vrijdagavond altijd naar een wedstrijd op tv en in het stadion verveel ik me ook nooit. Tenminste, als Hans erbij is. Anders boeit het mij minder. Maar goed, dat heb ik nog niet vaak meegemaakt: meestal speelt hij.”

Overweldigt zijn bekendheid jou?

Flemings: “Voor mij is Hans nog altijd Hans: een heel gewone jongen. Mensen komen weleens een foto vragen, maar dat went. Mijn ouders vinden het wel nog altijd raar.”

Vanaken: “Ik voel me geen ster. De behoefte om me anders te gaan gedragen is me totaal vreemd. Maar als wij een bekende acteur over straat zien lopen, stoten we mekaar toch ook aan?”

Flemings: “Eén keer nog maar zijn we uit een restaurant vertrokken omdat we ons bij elke hap bekeken voelden. We hebben de rekening gevraagd en zijn weggegaan. Hier in Knokke valt het allemaal goed mee. Mensen roepen weleens: ‘Hey, Hans!’ Dan vraag ik: ‘Ken je die?’ Maar dat blijkt dan helemaal niet zo te zijn, ik tuin er nog altijd in (lacht).”

‘Er gaat geen week voorbij of iemand vraagt me wanneer er kinderen komen. Voor Hans zou dat nu al mogen, maar ik voel me nog te jong’ Beeld Marco Mertens

Gezond jaloers

Je hebt Hans al eens ‘mijn eerste en laatste lief’ genoemd. Hoe kun je daar zo zeker van zijn?

Flemings: “Wat er tussen ons is, is meant to be. Vrienden zeggen ons dat als wij uit elkaar zouden gaan, liefde niet meer bestaat.”

Hij staat vast ook in de belangstelling van andere vrouwen. Ben je snel jaloers?

Flemings: “Hans staat daar niet voor open, hè?”

Vanaken: “Het hangt ervan af hoe je daarmee omgaat.”

Flemings: “Als je uitgaat en bij de vrouwen gaat staan… Maar zo is Hans niet. Ik kan hem vertrouwen, en hij mij ook. Natuurlijk krijgt hij aandacht, maar niet in die zin. Dus, ben ik jaloers? Laat het me zo zeggen: gezónd jaloers.”

Je was 20 toen hij je ten huwelijk vroeg.

Flemings: “Amai, dacht ik, ik ben écht nog jong! Ik vond het raar. Mijn vriendinnen studeerden nog en ik woonde al samen met Hans. Ik zag me nog niet trouwen, hoe goed het tussen ons ook zat. Dus ik had het helemaal niet zien aankomen. Het gebeurde tijdens een vakantie in New York. (Tot Hans) Je ouders hadden wel al een vermoeden: ‘Die gaan naar New York, nu gaat het gebeuren.’”

Vanaken: “We hadden die reis lang op voorhand gepland, zonder dat er toen al iets in mijn hoofd speelde. Maar toen we daar waren, stonden we plots voor de bruidsafdeling van zo’n gigantisch warenhuis en zei ik: ‘Kijk eens rond, misschien is er iets wat je graag ziet.’”

Flemings: “De hele dag al had hij van die hints gegeven. Ik lachte ze weg: ‘Wanneer ga jij mij ooit ten huwelijk vragen? Gij zijt zo ne chille!’ Hans straalt altijd iets uit van ‘we zien morgen wel’. Maar toen kwam het dus toch. Hij had gereserveerd in een restaurant en ondertussen met het hotel geregeld dat onze kamer versierd werd. Ik had niets in de gaten. Toen we terug op onze kamer kwamen en hij me ten huwelijk vroeg, heb ik heel hard moeten wenen. Ik was zelfs niet in staat om mijn ouders te bellen. Telkens als ik iets probeerde te zeggen, schoot ik vol.”

Toch heeft het nog twee jaar geduurd voor het huwelijk werd voltrokken.

Flemings: “Als je je verlooft, trouw je normaal binnen het jaar. Dat dachten ze ook in de familie: ‘Waarom wachten?’ Maar ik had tijd nodig om het te laten doordringen. Het ging zo snel: ik was amper naar een trouw geweest en plots moest ik er zelf één organiseren.”

Jelle Vossen was Hans’ getuige.

Flemings: “En zijn vrouw Audrey de mijne.”

Vanaken: “We zijn in dezelfde zomer bij Club gekomen. Voordien konden we elkaar niet luchten. Jelles vader heeft het onlangs nog verteld in een interview: ‘Jelle kwam thuis en zei: die Vanaken, wat is dat voor een eikel! En nu zijn het de beste vrienden.’ (lacht) Het heeft een paar maanden geduurd, maar tussen Limburgers klikt het uiteindelijk altijd wel. Tijdens het eerste kerstfeestje op de club zaten we met onze vrouwen aan dezelfde tafel. Zo is het gegroeid. Als je allebei ver van je familie woont, is het fijn om op iemand te kunnen terugvallen. Zij hebben nu twee kleine kindjes, dus zitten wij vaker bij hen dan andersom. Ik ben ook de peter van zijn tweede dochtertje. En als zij het te druk hebben en de oudste moet van school worden gehaald, springt Lauren in.”

Flemings: “Héél graag, zelfs.”

Rituele Biefstuk

Jullie hebben geen kinderen. Een bewuste keuze?

Flemings: “Er gaat geen week voorbij of iemand stelt ons die vraag. Er zullen zeker kinderen komen, maar wij laten ons niet onder druk zetten. Voor Hans zou het nu al mogen, en vaak zie je dat koppels in de voetbalwereld er vroeg aan beginnen, maar ik voel me nog te jong. In Lommel hebben we een uitdrukking: ‘Jong met jong.’ Wel, ik wil niet dat ze dat van mij kunnen zeggen.”

Jelle komt amper aan spelen toe. Drukt dat op jullie vriendschap?

Vanaken: “Totaal niet. Op de keper beschouwd kun je zeggen dat ik Jelle z’n plaats afpak, want hij kan ook op mijn positie spelen. Maar onze vriendschap staat boven het voetbal, zij mag er niet onder lijden. Jelle loopt er minder gelukkig bij, dat is normaal, maar hij misgunt mij niets. Toen ik de Gouden Schoen won, waren hij en Audrey net zo trots als wij.

“Ik heb het ook meegemaakt dat ik op de bank zat, in het begin onder Leko (de vorige trainer van Club Brugge, red.). Maar Lauren mag daar niets van merken. Ik wil niet ’s middags thuiskomen en de rest van de dag met een lange lip rondlopen. Ik hou privé en werk gescheiden. Momenteel gaat het mij allemaal voor de wind, dan ben je automatisch gelukkiger. Maar mocht het ooit keren, moet ik niet beginnen te mokken. Gelukkig kan ik goed relativeren, dat ligt nu eenmaal in mijn aard. Ik kan negentig minuten tegen de scheidsrechter lopen zagen, maar vijf minuten na de match ben ik het al vergeten. En ook al kan ik niet tegen mijn verlies, ik ga ’s nachts nooit wakker liggen van een nederlaag. (Tot Lauren) Júllie daarentegen…”

Flemings: (lacht) “Ik kan zó opgaan in een match! Als ze verliezen, ben ik daar toch even lastig om. Ook de sfeer in de auto, met al onze ouders erbij, is er dan naar: veel gebabbeld wordt er dan niet. Je hoort weleens over spelers die na een nederlaag niet aanspreekbaar zijn, maar zo is Hans niet: hij blijft onder alle omstandigheden cool. Tenminste, als het over voetbal gaat. Daarbuiten is hij een hele droge grappenmaker. De man van de droge mopkes. Veel mensen geloven dat niet: ‘Hans? Dat is toch die zure kerel die niet kan lachen.’ Onzin, Hans kan niet zonder humor.”

Jullie ouders komen met z’n vieren in een busje naar de wedstrijden.

Flemings: “Dat busje is altijd papa’s droom geweest. Hij vindt het fijn om er mensen in rond te rijden.”

Ook bij Hans’ laatste contractverlengingen waren ze aanwezig.

Flemings: “Hans betrekt iedereen graag overal bij.”

De laatste keer duurde het niet lang: Hans moest nog naar de kapper.

Flemings: “Die afspraak stond al vast. Toen kwam die contractverlenging er plots ook nog bij.”

Vanaken: “We zaten in een vergaderzaal en dronken een glas champagne met de voorzitter en Vincent (Mannaert, CEO van Club Brugge, red.). Heel gezellig, maar het had lang genoeg geduurd.”

Flemings: “Die dag zat overvol. We moesten nog taart gaan eten voor de verjaardag van Jelles oudste dochter Alixe.”

Wat zou er met Hans gebeuren mocht jij er niet zijn?

Flemings: (tot Hans) “Jij zou je snel ongelukkig voelen, hè? Ik weet niet hoe jij je plan zou trekken. Dat zeg je zelf ook: ‘Ik kan dat niet.’”

Vanaken: “Het zou me zwaar vallen. Ik zou veel hulp moeten vragen.”

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat jij je makkelijk wegcijfert, Lauren.

Flemings: “Hans gaat voor, hij staat op de eerste plaats. (Tot Hans) Dat is toch zo?”

Vanaken: “Lauren is erg zorgzaam, dat zit in haar familie.”

Flemings: “Ik heb dat van thuis meegekregen. Soms gebeurt het dat hij toch eens een paar dagen zonder mij is. Dan leg ik zijn kleren klaar en zorg voor eten. (Tot Hans) Jij hebt graag dat ik er ben voor jou, hè? Het gaat goed met zijn carrière en misschien heeft dat er ook mee te maken. Tenminste, dat zeggen zijn ouders toch. Zo zou ik me slecht voelen mocht ik de dag voor de match geen biefstuk voor hem bakken. Dat is een vast ritueel. Eén keer ben ik ervan afgeweken en heb ik een lasagne gehaald bij de traiteur. Speelde hij de volgende dag toch wel een slechte wedstrijd, zeker! (lacht) Ik zag het vanuit de tribune gebeuren: ‘Dju, mijn schuld!’ Puur bijgeloof, natuurlijk. Maar het zit wel in mijn hoofd sindsdien.”

Heb je nooit het gevoel dat je jezelf tekortdoet?

Flemings: “Nee, ik haal hier veel voldoening uit. Hans laat me vrij, zolang ik er maar ben als hij er is. Dat maakt het niet makkelijk om een job te vinden, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets mis. Hans is er altijd: dat is het belangrijkste.”

Eeuwige gelukzak

De man als kostwinner, de vrouw bij de haard: klassieker kan het niet.

Flemings: “Weet je wat mij stoort? Dat mensen in mijn plaats denken: ‘En, wat doe jij? O, niets?’ Hatelijk vind ik dat. Wij zijn gewoon heel graag samen, mag het? Trouwens, ik weet heus wel wat ik wil: samen met een vriendin ga ik een webshop voor vrouwenkleren beginnen. We zitten midden in de opstart. Stel dat Hans uit Brugge zou vertrekken, kan ik het zonder probleem van thuis uit – waar dat ook is – blijven doen.”

Vanaken: “Lauren zou in een winkel kunnen werken in Knokke. Maar hoe moet dat dan met het voetbal in het weekend?”

Flemings: “Ik zou het doodjammer vinden mocht ik zijn wedstrijden moeten missen. Dus maak je een keuze.”

Wat zal jullie binden als het voetbal over pakweg tien jaar wegvalt?

Flemings: “Kinderen, waarschijnlijk. En heel de weg die we dan samen afgelegd zullen hebben. De vraag is ook: wat zal Hans dan doen? Blijft hij in het voetbal of niet? Op dit ogenblik zegt hij van niet.”

Vanaken: “Ik heb altijd gezegd dat we de beddenwinkel van je ouders overnemen. Maar stel dat we kinderen hebben die hier naar school gaan en vriendjes hebben: zullen we dan nog naar Limburg terugkeren? Ik ga van hieruit geen winkel openhouden in Tongeren. Los daarvan: ik zie die winkel wel zitten. Het spreekt me aan om na mijn carrière iets totaal anders te doen.”

Ben je bang voor de toekomst, Lauren?

Flemings: “Ik maak me snel zorgen, ja. Over Hans, over de familie. Maar ik probeer meer in het nu te leven. Van Hans geleerd. Jij leeft van dag tot dag, hè?”

Vanaken: “Ik héb ook niks om me zorgen over te maken. Iedereen noemt mij een gelukzak, zelfs Jelle zegt het: ‘Jij bent voor het geluk geboren.’”

Het noodlot is jullie vooralsnog bespaard gebleven.

Flemings: (klopt op de tafel) “Afkloppen! (Tot Hans) Tenzij, het overlijden van bompa en oma misschien…”

Vanaken: “Bompa is de dag na onze trouw gestorven. Hij lag al een paar maanden in het ziekenhuis. Op donderdag zijn we nog bij hem op bezoek geweest, twee dagen later zijn we getrouwd.”

Flemings: “Hij lag op intensieve zorg, maar mocht naar een gewone kamer. Alles leek in orde te komen. De ochtend na ons huwelijksfeest hadden we een ontbijt met de familie. Zijn mama was er niet, de bomma ook niet. Toen beseften we: hier klopt iets niet.”

Vanaken: “Papa wist het, maar zei niets. Pas na het ontbijt heeft hij ons op de hoogte gebracht: bompa was gestorven.”

Flemings: “We vielen van het ene uiterste in het andere.”

Hoe sta jij tegenover een buitenlands avontuur?

Flemings: “Ik had verwacht dat er deze zomer iets zou gebeuren. Ik had me voorgenomen: zolang Hans me niks vertelt, is er niks en hoef ik me ook geen zorgen te maken. Anders zat ik toch maar te piekeren: moet ik nu inpakken of niet?

“Hans bespreekt alles met mij. Hij wil dat ik gelukkig ben en me veilig voel. We kennen de verhalen van spelers die zich eenzaam hebben gevoeld met hun gezin in het buitenland. Mocht ik ongelukkig zijn en dat uitstralen, zou Hans zijn voetbal daar ook onder kunnen lijden. Dat wil ik niet. Maar ik zal hem nooit tegenhouden. Trouwens, het is nu even niet aan de orde. We zitten hier goed, dat beseft hij ook. Ik weet dat hij niet naar Rusland of Oekraïne zal gaan.”

'We kennen de verhalen van spelers die zich eenzaam hebben gevoeld in het buitenland. We zitten hier goed, dat beseft Hans ook' Beeld Marco Mertens

Rusland is nochtans heel concreet geweest, Hans kon er een veelvoud van zijn Brugse loon gaan verdienen. Toen hij het voorstel niet eens in overweging wilde nemen, deden die Russen er nog een schep bovenop. Hij bleef het afwijzen.

Vanaken: “Dat was na mijn eerste seizoen bij Club.”

Flemings: “Was dat die keer dat we samen met Evert (Maeschalck, zijn makelaar, red.) op dat bankje zaten?”

Vanaken: (knikt) “Het zei me niks. Ik had niet het gevoel dat wij daar gelukkig konden zijn. Dan haalt geld het niet. Ik zal nooit iets doen waar Lauren zich niet goed bij voelt.”

Flemings: “Dat geeft mij rust.”

Vanaken: “Wij verdienen nu ook goed onze boterham en hebben het niet slecht. Dat zet ik niet op het spel voor drie keer meer geld en minder geluk. Nu, mocht de kans op een jaartje Qatar of zo zich voordoen als ik 34 ben, zou ik er wel over nadenken.”

Is hij ambitieus genoeg?

Flemings: (lacht) “Dat komt in elk interview terug, hè? Hans is een winnaar, maar hij zal nooit zeggen dat het tijd is voor een vertrek. Dat is om problemen vragen. Hij zal zijn makelaar ook nooit opdragen: ‘Zóék een ploeg voor mij!’ Nee, clubs die geïnteresseerd zijn, moeten zich zelf melden. Dan pas zal hij erover nadenken.”

Vanaken: “Ik heb nog vijf jaar contract bij Club, maar daarna? In het voetbal weet je nooit waar je morgen woont. Ik zal nooit impulsief beslissen. Lauren mag altijd mee aan tafel tijdens de besprekingen met mijn makelaar.”

Flemings: “Ik heb daar niets te zoeken. Dat zijn mannenzaken.”

Praat hij over de nationale ploeg met jou?

Flemings: (lachje) “Ja. Hij kan niet meer doen dan zich hier in Brugge te bewijzen. Vooral de vragen achteraf – of hij niet op speelminuten had gerekend – vindt hij vervelend.”

Vanaken: “In de kranten wordt nu al een tijdje voorspeld dat ik mijn debuut in de basis zal maken. Op het internet wordt dat nog eens opgeblazen. Maar dan vallen er andere spelers in en weet ik dat de vragen zullen komen. Terwijl ik er niets aan kan doen: de bondscoach beslist. Ik moet zijn keuzes respecteren.”

Flemings: “Hij is erg fier dat hij erbij is, en ik ook. Het betekent dat hij tot de beste spelers van het land behoort. Eén keer ben ik mee geweest: vorig jaar in Schotland, toen hij er voor het eerst bij was. Ik heb toen heel impulsief een ticket geboekt, samen met een vriendin. Dat hij ook nog eens mocht invallen en veertig minuten spelen, was onverhoopt. Na de wedstrijd ben ik naar het spelershotel geweest, het was mijn verjaardag. Om middernacht hebben we samen iets gedronken en ’s ochtends ben ik terug naar België gevlogen. Ik was hooguit 24 uur weg geweest. Maar het was zó fijn!”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234