Zondag 22/09/2019

Interview

Kylian Hazard: ‘Ik heb alles te danken aan mijn familienaam’

Zo veel furore als broers Eden en Thorgan heeft Kylian Hazard nog niet gemaakt, maar hij timmert wel aan de weg. Na avonturen in Frankrijk, Hongarije en Engeland beproeft de snelste van de broers – hij zou onlangs geflitst zijn met 240 kilometer per uur – zijn geluk in eigen land. Terwijl Eden Chelsea verliet voor Real Madrid, deed Kylian dat voor Cercle Brugge. ‘Dit is wat mijn broer van kleins af aan heeft gewild. Ik ben superfier op hem.’

Geen twee zonder drie Hazards? Mag bondscoach Roberto Martínez je bellen?

“Graag, het is een droom om ooit voor de Rode Duivels te spelen. Het liefst van al samen met mijn broers. Maar dan moet ik eerst mooie dingen laten zien bij Cercle.”

Terwijl de Rode Duivels vorige zomer Brazilië klopten op het WK, zat jij op een hotelkamertje in Venlo, waar je testte bij godbetert VVV.

“Zat ik toen in Venlo? Dat weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik die wedstrijd op televisie zag en dat Eden geweldig was. Ik had erbij willen zijn, maar ik moet ook aan mijn carrière denken. Ik was blij voor hem, maar voor mij was het een dag als een andere: ík heb Brazilië niet uitgeschakeld, hè.”

Je gelooft in jezelf. Een uitspraak van jou: ‘Ik heb het in mij om Champions League te spelen.’

“Dat heb ik inderdaad gezegd. Ik weet zeker dat ik het in mij heb, nu moet ik het ook tonen. Met hoogmoed of arrogantie heeft dat niets te maken, het is gewoon een gevoel. Vraag me niet waarom. Ik weet alleen dat het me zal lukken. Wat anderen van die uitspraak denken, maakt me niets uit: het zal me niet afremmen.”

Je hebt voor vier seizoenen getekend bij Cercle Brugge nadat je er vorig seizoen al op huurbasis speelde. Waarom?

“Het is nog maar de tweede keer dat een club me ook na het eerste seizoen nog vertrouwen geeft. Ik was op zoek naar stabiliteit en heb met veel plezier getekend, ondanks de dertiende plaats van vorig seizoen. Hopelijk eindigen we dit jaar hoger.”

Wat heeft de doorslag gegeven?

“François (Vitali, red.), de sportief directeur. Hij was destijds directeur van het opleidingscentrum van Lille, waar ik als tiener speelde. Hij kent me. Zijn aanwezigheid geeft me vertrouwen. Hij zei dat ze aan een grote ploeg zouden bouwen en mij erbij wilden hebben.”

Van Chelsea naar Cercle Brugge is een serieuze stap terug.

“Ik ben natuurlijk niet écht als een speler van Chelsea naar hier gekomen. Ik was een jeugdspeler in Londen. Ik speelde niet bij het eerste elftal, daar had ik het niveau niet voor: er liepen een pak spelers rond die stukken beter waren dan ik.

“Eerst moet ik me bewijzen. Daarom zit ik bij Cercle, om te laten zien dat ik hoger mag mikken. Ik had ook bij Chelsea kunnen blijven, ik lag er nog twee jaar onder contract, maar dat zag ik niet zitten: ik wilde niet nóg langer bij de jeugd spelen.”

Was jouw lot bij Chelsea verbonden aan dat van Eden?

“Helemaal niet, het was lang niet zeker dat hij ook zou vertrekken. Het klopt wel dat ik dankzij hem bij Chelsea zat. Ik speelde bij het Hongaarse Újpest en wilde daar weg. Toen heeft hij me geholpen.”

Hoe was je bij Újpest terechtgekomen?

“Een vriend van mijn papa kende Roderick Duchâtelet (zoon van Roland Duchâtelet, eigenaar van Újpest, red.). Ik had een gesprek met hem, bezocht het stadion en de stad, en het beviel me. Ik heb er niet te veel over nagedacht. Het Hongaarse voetbal is in volle ontwikkeling en moet niet onderdoen voor dat in België. Het was geen stap achteruit.

“Ik ben er erg graag geweest, het waren twee zalige jaren. Vrienden met vakantieplannen die niet weten waar naartoe, geef ik steevast één tip: Boedapest!

“Op het einde van het eerste seizoen speelden we de finale van de beker. Na tien minuten raakte ik geblesseerd aan de kruisbanden. We verloren met 1-0. Jammer, ik had mijn eerste trofee kunnen winnen. Maar goed, c’est la vie: het loopt niet altijd zoals je zou willen. Roderick geloofde erg in mij. Nog tijdens mijn revalidatie liet hij me een nieuw vijfjarig contract tekenen. Maar eens terug op het veld voelde ik dat ik niet meer paste in de plannen van de coach. Hij had liever dat ik opkraste, maar door mijn nieuwe contract kón ik niet zomaar weg. Ten einde raad heb ik de hulp van Eden ingeroepen.”

Zo simpel is het dus: jij belt je broer, die vraagt het even aan Chelsea, et voilà, transfer in kannen en kruiken?

“Precies, zo is het gegaan. Eden was de grote man rond wie Chelsea draaide. Zo’n speler willen ze natuurlijk niet tegen de haren in strijken. Ze hebben hem een plezier gedaan. Dat zie je wel vaker bij grote clubs.”

Je ging bij de U21 spelen. Dat was een stap achteruit, toch?

“Zo zou ik het niet noemen. Chelsea blijft Chelsea, ook bij de U21 gaat het er erg professioneel aan toe. En hoe je het ook draait of keert: ik had geen andere keus. Ik kon nergens anders naartoe.”

Was het geen slimme manier van Chelsea om te vermijden dat Eden de club zou verlaten? Door jou te helpen, kocht het als het ware zijn loyaliteit af.

“Volgens mij niet. Het was op dat ogenblik zeker Edens bedoeling niet om te vertrekken. Ik geloof ook nooit dat hij zich schatplichtig voelde aan Chelsea door hun geste en daarom nog twee jaar is gebleven. Als hij had willen vertrekken, had hij dat gedaan.”

Heb je altijd beseft dat er voor jou geen toekomst was in Londen?

“Tuurlijk. Ik wist voor 100 procent zeker dat ik nooit in de A-ploeg zou raken. Daar had ik vrede mee, want ik wist drommels goed waarom ik daar zat: omdat ze Eden een plezier wilden doen. Maar zodra ik had getekend, was ik wel een van de spelers, niet de broer van. De coach was even intensief met mij bezig als met de andere spelers. Ik heb er veel opgestoken.”

Cercle is al je vijfde club in zes jaar tijd.

(blaast) Het is niet altijd eenvoudig geweest. Maar goed, naar voetbalnormen is het alles bij elkaar toch een vrij gangbaar parcours geweest. Van het opleidingscentrum in Lille heb ik de sprong naar het profvoetbal bij White Star Brussel gemaakt. Sportief gezien was dat geen succes, maar ik heb er wel geleerd dat het echte voetballeven opofferingen vereist. Ook bij Zulte Waregem heb ik weinig gespeeld, maar het niveau was hoger, dus daar leerde ik ook weer van. Újpest was, tot mijn blessure, een meevaller op alle vlakken.”

White Star Brussel had veel weg van een gedwongen keuze. John Bico, de makelaar van je broers, en tevens de man die na White Star ook Antwerp bijna te gronde richtte, zwaaide er de plak.

“Na mijn opleiding bij Lille had ik de clubs niet voor het uitkiezen. John had White Star gekocht en deed me een voorstel. Ik was 17 en zag het helemaal zitten: eindelijk mijn eerste stappen in het profvoetbal! Hij was de makelaar van mijn broers, maar tijdens dat seizoen is die samenwerking gestopt. Dat heeft hij slecht opgevat, waarna ik de schuld kreeg: ik heb niet veel meer gespeeld.”

Klopt het dat je toen hebt overwogen te stoppen met voetbal?

“Heb ik dat gezegd? Dat kan ik mij niet herinneren. Nu, de dag dat ik geen plezier meer vind in het voetbal, kap ik ermee. Want zelfs al is het je vak: je moet het graag doen. Anders hou je het niet vol.”

Waarom werd het daarna ook niets bij Zulte Waregem?

“Omdat ze dachten een tweede Thorgan in huis gehaald te hebben. Dat ben ik niet. De coach (Francky Dury, red.) had succes geboekt met mijn broer en dacht dat met mij nog eens te kunnen overdoen. Dat is niet zijn fout – Francky is een erg goede coach en ik verwijt hem niets – maar het verklaart wel waarom het op een mislukking is uitgedraaid.”

Wat opvalt, is dat je vaak in de voetsporen van je broers bent getreden. Waarom?

“Omdat al die clubs mijn broers kenden en weleens wilden zien of nummer drie ook talent had. Dat ik zover ben geraakt, heb ik te danken aan mijn familienaam.”

Heeft dat je nooit gestoord, dat clubs mogelijk meer in je naam geïnteresseerd waren dan in je kwaliteiten?

“Als Cercle me alleen wegens mijn naam had gewild, had het mij nooit een contract van vier jaar aangeboden. Het is een vraag die ik me nooit stel. Willen ze me als broer van Eden of Thorgan, of omdat ik Kylian ben? Zodra ik op het veld sta, is dat van geen tel meer.”

Ervaar je je naam als een voor- of een nadeel?

“Soms als een voordeel, soms als een nadeel. Dat ik bij Zulte Waregem terechtkwam, dankte ik aan het feit dat ik het broertje van Thorgan was. Maar toen ik er was, werkte het alleen maar tegen mij: ze verwachtten een tweede Thorgan en dat was ik niet.”

Volgens mij hou je niet van die vergelijkingen.

“In elke familie worden kleine jongens met hun oudere broers vergeleken. Het stoort me niet. Mijn broers zijn mijn grote voorbeelden.”

Jennen tegenstanders je nooit met je naam?

“Nooit. Toch niet sinds ik in het profvoetbal zit. Op wat grapjes na van ploegmaats, maar dat is niet om te kwetsen.”

Geen verdedigers die je treiterend inblazen dat je niet half zo goed bent als je broers?

“Nee. Maar stel dat ze het toch doen, moet ik dan zeggen dat ze zich vergissen? Nee toch? Nu, hoeveel beter moeten mijn broers dan niet zijn als die verdedigers? Dát zou ik hun antwoorden. Ach, ik ben niet gauw uit mijn lood te slaan. Velen zouden in mijn schoenen willen staan. Waarom zou ik dan klagen of me opwinden over zo’n prul?”

Heb je altijd voetballer willen worden?

“Nee. Bij Lille voetbalde ik voor het plezier. Ik dacht eraan sportleraar te worden, zoals mijn ouders, en zou dat ook heel graag gedaan hebben. Pas bij White Star is het beginnen te dagen: dit is wat ik wil.”

Wie op zijn 15de in het buitenland op voetbalinternaat gaat, doet dat toch maar met één doel: profvoetballer worden?

“Ik niet. Ik ben vertrokken omdat ik zo veel mogelijk wilde voetballen. Bij Lille trainden we elke dag. In België kon dat niet.”

Over die Franse jaren zei je: ‘Ik was jong en nog een beetje een clown.’

“Ik heb nooit om een grap verlegen gezeten. Ik begreep niet dat je zelfs al op die leeftijd als een prof moest leven. Niet dat ik dwaze stoten uithaalde, maar ik zat wel de hele tijd te grappen en te grollen, ook als het er niet het moment voor was.”

Eden is ook een speelvogel en zie waar het hem gebracht heeft.

“Om te beginnen heeft hij een pak meer talent dan ik. En in tegenstelling tot mij wist hij heel goed wanneer er gewerkt moest worden. Ik had het daar veel lastiger mee.”

Wanneer heb je de knop omgedraaid?

“Ik weet niet of ik dat al gedaan heb: ik hou nog altijd van een geintje. Ach, beetje bij beetje leer je het. Het komt met de leeftijd en hangt ook af van de mensen die je pad kruisen. Misschien was het het moment dat ik van Zulte Waregem naar Újpest ben gegaan. Voor het eerst was ik ver weg van mijn familie. Ik zat daar alleen met mijn vrouw. Op dat moment heb ik me gerealiseerd: dit is een beróép.”

‘Zonder mijn vrouw zou ik niet veranderd zijn’, heb je gezegd.

“Nu, zíj heeft mij niet veranderd, dat heb ik zelf gedaan. Maar wat ik ook doe, zij zal me altijd steunen. Als je eenzaam en alleen ver van huis bent, wordt het een pak moeilijker. Dan zet je al eens wat vaker een stapje in de wereld met vrienden. Met een gezin eet je thuis en let je ook op wat je eet, al is het maar voor de kinderen. Je legt meer verantwoordelijkheidszin aan de dag, quoi.

“Ik ben iemand die snel afgeleid is en altijd moeite zal moeten doen om er zijn hoofd bij te houden. Altijd volgt er wel weer een moment dat de speelvogel het van me overneemt. Het makkelijkste wordt dan een probleem.”

Word je nooit boos op jezelf?

“Dat lukt me niet. (grijnst) Ik zeg weleens tegen mezelf dat ik beter dit of dat had gedaan, maar dan is het al te laat en kan ik er niets meer aan veranderen. Nu, ik ben wie ik ben en heb daar vrede mee. Ik probeer gewoon beter te worden in kleine dingetjes in de hoop zo toch als voetballer steeds hoger te klimmen.”

Nu je op de goede weg bent: hoe zit het met je overgewicht? Vorige zomer viel te lezen dat je met te veel kilo’s op Cercle was aangekomen.

“Overgewicht? (met gespeelde verontwaardiging) Leugens zijn het, het waren spieren! In vergelijking met een jaar geleden ben ik bijgekomen noch vermagerd. Mocht het kloppen dat ik hier met overgewicht ben aangekomen, zou ik er nog steeds mee zitten want ik weeg nog altijd evenveel. Dat heb je toch verkeerd gelezen, hoor. (knipoogt)

In Spanje meenden ze Eden ook al op een buikje te betrappen tijdens zijn eerste trainingen bij Real Madrid.

“Ach, die Spanjaarden! Die kletsen almaar door en blijven vissen tot ze iets bezwarends vinden. In Engeland zag hij er precies hetzelfde uit en is hij uitgeroepen tot beste speler van het kampioenschap. Nooit heeft iemand over zijn gewicht geklaagd. Maar hij heeft nog maar net voet gezet op Spaanse bodem, of de kranten staan er vol van.”

Vervelend?

“We snappen het niet: waarom toch? Maar dan lachen we er eens goed mee, al moet ik toegeven dat we hem soms ook plagen: ‘Wat ben je toch een dikkerdje!’ Wat hij – voor alle duidelijkheid – níét is.”

Eden is een ster bij Real Madrid: knijp je je soms in de arm?

“Waarom? Ik ben blij voor hem omdat ik weet dat dit is wat hij van kleins af aan heeft gewild. Verder doet het me niets. Als hij zich maar amuseert.”

Ben je jaloers?

“Integendeel, ik ben juist superfier! Mensen dwepen met hem, maar voor mij blijft hij gewoon mijn broer. Zo bijzonder is dat toch niet: wat is er nu speciaal aan het hebben van een broer?”

Voor zijn 28ste verjaardag zette je een foto van jou en de 8-jarige Eden in Standard-tenue op Instagram.

(lacht) Waarna die foto overal opdook! Of hij ook echt supporter was van Standard, weet ik niet meer. Als kind ben je blij met elk truitje. Nu, ik denk niet dat hij het erg vond. Hij heeft me er in ieder geval niet op aangesproken.”

Hebben jullie afspraken over wat je prijsgeeft over elkaars privéleven?

“Niet echt. Het woord zegt het zelf: je privéleven is privé. Niemand hoeft te weten wat er zich bij iemand anders thuis afspeelt.”

Je bent moeilijk te doorgronden. Het lijkt wel een familietrek.

“Vind je? Volgens mij zijn we eenvoudige, oprechte mensen die zeggen wat ze denken. We maken het leven niet ingewikkelder dan het is. Doen wat je graag doet, daar gaat het om, ook al is dat niet altijd mogelijk.”

Je hebt een dochtertje van anderhalf: Alyah. Wat heeft haar geboorte voor jou en je carrière betekend?

(denkt lang na) Je maakt je vooraf allerlei voorstellingen van hoe het zal zijn. Maar eens het zover is, blijkt er niets van te kloppen. Ik zou graag willen dat mijn dochter later trots kan zijn. Dat ze kan zeggen: ‘Dát heeft mijn vader gepresteerd!’ In die zin heeft het mij veranderd: ik wil de best mogelijke voetballer worden voor haar.”

Vader worden op je 23ste: da’s jong.

Ça va, toch? Ik zal tenminste langer met haar kunnen spelen. Het was een bewuste keuze, we wilden zo snel mogelijk kinderen. Als je de juiste persoon gevonden hebt om een gezin te stichten, waarom dan wachten? Mijn vrouw en ik zaten samen in de schoolbanken, zolang kennen we elkaar al. Da’s echte liefde, hein. (grijnst) Je weet nooit wat het leven nog in petto heeft, maar ik hoop dat er nooit iemand anders zal zijn.

“Trouwens, mijn broers zijn ook nog altijd samen met hun jeugdliefdes. En ze waren nog jonger dan ik toen ze vader werden: Eden was 20, Thorgan 21. Ik heb dus nog lang gewacht. In zekere zin ben ik de oudste vader! (lachje)

Maak je je zorgen om de wereld waarin Alyah zal opgroeien?

“Een beetje wel, ja. Er komt zo veel op ons af: we verknoeien onze planeet, mensen worden gek… De wereld wordt steeds complexer, terwijl het een prachtige plek zou kunnen zijn als we maar wat meer moeite zouden doen. In ons eentje kunnen we het niet ten goede veranderen, maar ik probeer mijn steentje bij te dragen. Bijvoorbeeld door plastic zo veel mogelijk te vermijden en bioproducten te kopen.”

Is dit je gelukkigste periode?

(denkt na) Ik denk het wel. Het heeft me verrast dat iedereen me hier zo graag ziet, in Brugge. Daarom ben ik gebleven. Het moment dat ik mijn contract tekende, was het mooiste: het maakte van mij een volwaardig Cercle-speler!”

Stak de thuiswedstrijd tegen Anderlecht vorig seizoen er niet bovenuit? Jullie wonnen, jij werd uitgeroepen tot man van de match en Hein Vanhaezebrouck kreeg zijn C4.

“Dat was mijn fout toch niet? Ik scoorde, lokte een strafschop uit en werd inderdaad uitgeroepen tot man van de match. Dat een trainer dan het gelag betaalt is jammer, maar zo werkt het nu eenmaal in het voetbal. Ik vond het niet eens mijn beste wedstrijd. Er waren er betere, waarin ik niet scoorde. Maar tegenwoordig onthouden ze alleen je doelpunten en assists.”

Wat beschouw je als het voorlopige hoogtepunt uit je carrière?

“De eerste training samen met mijn broer bij Chelsea. Dat was toch anders dan al die keren dat we samen in de tuin hadden gevoetbald. Telkens als ik de bal had, zocht ik hem. Waar is hij? Zal ik hem aanspelen? Of toch maar niet?”

Zal je ooit zonder voetbal kunnen?

“Waarschijnlijk niet. Ik moet kunnen bewegen, stilzitten is niets voor mij. Ik kan weleens voor een film gaan zitten, maar daarna moet ik snel weer naar buiten. Ik moet iets omhanden hebben, anders word ik onrustig. Het leven vliegt voorbij, dan kun je er maar beter het maximum uit halen. Dat lukt niet vanuit je luie zetel.”

Verklaart die onrust waarom je onlangs met 240 kilometer per uur werd geflitst?

“Ah, maar dat hebben de kranten overdreven! Ik reed te snel, maar niet zó snel.”

Ik zou doodsangsten uitstaan.

(blaast) Goh, je hebt nu eenmaal wagens waarbij je die snelheid amper voelt. De snelweg was leeg en voor ik het goed en wel besefte, reed ik veel te snel. Tot ik de snelheidsmeter in de gaten kreeg: putain! Ik ben meteen op de rem gaan staan. Het had maar 30 seconden geduurd, maar het waren 30 seconden te veel. Gelukkig zat ik alleen in de wagen en heb ik geen andere mensen in gevaar gebracht. Nu, het blijft een fout. Ik heb verkeersslachtoffers ontmoet die de rest van hun leven boeten voor één moment van onoplettendheid, of omdat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren. Dan ga je nadenken.”

Ik moest meteen denken aan Junior Malanda, de Belgische jeugdinternational die vier jaar geleden op weg naar zijn club Wolfsburg verongelukte.

“Hij zat niet zelf aan het stuur, maar je hebt gelijk. Ik heb nog met hem samengespeeld bij Lille. Anderhalf jaar lang zagen we elkaar dagelijks in het trainingscentrum. Ik speelde bij Zulte Waregem toen het is gebeurd. Veel ploegmaats kenden hem nog, hij was van Zulte Waregem naar Wolfsburg gegaan. We waren op stage in Marbella, plots stroomden al die berichten binnen. Heftig.”

We vergeten snel.

“Dat is het niet, maar het leven gaat wel door. Het overkomt iedereen, niet alleen voetballers. Alleen krijgen wij dan meer aandacht.”

Zal het je nog overkomen?

“Zeker niet.”

Zou je het een jeugdzonde noemen?

“Nee, je hebt hardrijders van alle leeftijden.”

Jonge voetballers worden in de watten gelegd. Maakt dat het lastig om de voeten op de grond te houden?

“Het feit dat wij ietsje meer geld verdienen, speelt volgens mij geen rol. Wel de opvoeding die je thuis hebt gekregen. Bij ons was die heel normaal. Mama en papa vonden school belangrijker dan voetbal. Mijn huiswerk moest klaar zijn voor ik mocht gaan voetballen.”

Hoe zou je je ouders omschrijven?

“Mama ziet altijd in alles het positieve. Leven en laten leven. Papa vindt altijd wel iets om negatief over te zijn. Hij is strenger. Zoals in alle families, zeker?”

Je ouders hebben allebei gevoetbald. Heb je daar herinneringen aan?

“Nee, ik heb het alleen gezien op foto. Mama is gestopt toen ze zwanger was van Eden, papa toen ik nog heel klein was. Mama was snel en maakte veel doelpunten, papa was een verdediger. Meer weet ik niet. Het voetbal zit in onze genen. Familiefeesten liepen altijd uit op voetbalpartijtjes. Maar onze ouders hebben ons nooit tot iets verplicht.”

Herinner je je het moment dat Eden en nadien ook Thorgan het huis verlieten?

“Natuurlijk. Heel vreemd, hoor, je grote broers zien vertrekken. Ik was 10 toen Eden wegging, 12 toen het Thorgans beurt was. Zelf ben ik pas op mijn 15 vertrokken. Ethan was 7 toen: ik heb meer tijd met de grootste twee doorgebracht dan met hem.”

Je hebt Ethan al ‘de meest getalenteerde’ van jullie vier genoemd.

“Hij is de strafste, zonder twijfel!”

Dat belooft.

“Anders zou ik het toch niet zeggen? Nu, misschien wil hij gewoon blijven voetballen met zijn vrienden. Hij is 16: op die leeftijd waren wij het huis al uit. Misschien is hij er nog niet aan toe en komt het later. Dat kan. Maar net zo goed vindt hij het prima zo en zegt een voetbalcarrière hem niets.”

Eden en Thorgan lijken zo te zien altijd het meest ambitieus te zijn geweest.

“Ze hebben in ieder geval meer dan ik alles gegeven om er te raken. Van Ethan weten we nog niet of hij dat ook wil.”

In de krant stond dat Chelsea aan zijn mouw trekt.

(geeuwt) Zo zijn de kranten: als ze hun pagina’s maar kunnen volpennen. Of het allemaal klopt, kan hun minder schelen. On verra.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234