Vrijdag 30/09/2022

PortretJonas Vingegaard

Jonas Vingegaard, van schriel mannetje tot Tourwinnaar: ‘Mijn vriendin Trine hielp me om de confrontatie aan te gaan’

Vingegaard won de slotrit van de Dauphiné en is klaar voor de Tour.   Beeld AFP
Vingegaard won de slotrit van de Dauphiné en is klaar voor de Tour.Beeld AFP

Jonas Vingegaard (25) was vorig jaar de revelatie van de Tour de France met een tweede plaats. Samen met zijn Sloveense kompaan Primoz Roglic mikt hij nu op de eindzege. En dat voor een schraal mannetje dat vier jaar geleden nog bijkluste in een vismijn.

Ann Braeckman

Dit portret van Vingegaard werd aan het begin van de Tour gemaakt. Maar in de slotfase van wat een adembenemende Tour de France is geweest, stellen we dit verhaal weer ter beschikking.

Jonas Vingegaard – spreek uit Vin-ge-go – maakte in 2021 met Team Jumbo-­Visma zijn debuut in de Tour de France. Ook voor hem was dat een grote verrassing. De jonge Deen, een lookalike van Macaulay Culkin uit Home Alone, verving Tom Dumoulin in de selectie nadat die zijn fiets tijdelijk aan de haak had gehangen.

“Oorspronkelijk zou ik alleen als helper starten,” blikt hij nog even terug, “maar omdat de Ronde van het Baskenland zo succesvol was verlopen (hij won het jongerenklassement, red.) besloot de ploeg om me als wisselkopman uit te spelen. De eerste dagen mocht ik in de luwte opereren. Het doel was om me vooraan in het klassement te houden, zodat we in de slotfase, net zoals in Baskenland, een tactisch steekspel konden voeren tegen Pogacar.”

Dat was het plan, maar na enkele valpartijen stapte Primoz Roglic vroegtijdig uit de Tour. En was Vingegaard plots de enige kopman bij Jumbo-Visma. Met succes: hij reed naar een tweede podiumplaats en overtrof ieders verwachtingen. Een sprookje, en dat voor een renner die bij de nieuwelingen amper kon volgen.

Witte trui Vingegaard en gele trui Pogacar in duel in de Tour vorig jaar. Beeld REUTERS
Witte trui Vingegaard en gele trui Pogacar in duel in de Tour vorig jaar.Beeld REUTERS

Vingegaard groeide op en woont nog steeds in het noordwesten van Denemarken: Hillerslev, een dorpje van 1.500 inwoners. Amper vijftig kilometer verder ligt Herning, de thuishaven van de Deense wielerlegende en oud-Tourwinnaar Bjarne Riis. “Toch was ik nooit fan van hem”, zegt Vingegaard. “Hij was al gestopt met wielrennen toen ik het een ­beetje begon te volgen en kende hem niet. Mijn eerste idool was (de Italiaan) Riccardo Riccò, maar die liefde was snel bekoeld toen bleek dat hij aan de doping zat. (lacht) Ik keek daarna vooral op naar Alberto Contador. Hij gaf zich nooit gewonnen en wilde altijd koers maken.”

Lichtgewicht

Vingegaard kreeg de smaak te pakken toen de Ronde van Denemarken vlak bij zijn huis passeerde. “Ik was een jaar of tien en speelde voetbal en handbal, deed aan gymnastiek en zwom veel. Het merendeel van de tijd kon je me vinden op het voetbalveld. Ik was er niet slecht in, maar was wel altijd de kleinste en smalste van de groep. Ik was aanvaller, maar een tegenstander passeren, dat lukte niet zo vaak. (lacht) Toen ik het peloton van de Ronde van Denemarken zag langsrijden, was ik geweldig onder de indruk. Zo rolde ik in het wielrennen.”

Toch duurde het nog een tijd vooraleer de Deen door de grote teams werd opgemerkt. “Dat kwam vooral door mijn gestalte”, zegt hij. “Ik was een kleine jongen, kreeg pas laat mijn groeischeut en het duurde lang vooraleer ik goeie uitslagen behaalde. Bovendien koers je in Denemarken vaak over vlakke wegen, met veel wind. Als lichtgewicht miste ik de kracht om forse beren zoals Mads Pedersen te kunnen volgen. Bij de nieuwelingen was ik altijd de eerste die moest lossen. Maar het deerde me niet. Ik was graag renner en genoot ervan om op pad te zijn met andere jonge gasten en samen naar een wedstrijd toe te leven.

“Op dat moment droomde ik totaal nog niet van een profcarrière. Pas op mijn zestiende, toen ik voor het eerst in Italië koerste en over een berg moest, ontdekte ik mijn klimmersbenen en besefte ik dat er best wel wat talent in me school. Maar dromen van een carrière als prof, dat deed ik nog niet.”

Pas in de Ronde van China in 2016 groeide het besef dat hij het wel degelijk tot profrenner zou kunnen schoppen. “Ik was belofte en mocht twee weken door China koersen. Fantastisch! Er ging een heel nieuwe wereld voor me open. Soms stonden er duizenden fans langs de kant, andere dagen zagen we niemand. Het was een ervaring voor het leven én een die me de ogen opende. Als kleine Deen kwam ik plots in zo’n groot land. Ik werd tweede in het eindklassement en voor het eerst drong het tot me door dat ik misschien best wel prof kon worden.”

Vismijn

Dat was 2016, maar ook in 2017 en 2018 bleef hij nog koersen bij het bescheiden Deense team ColoQuick. “In 2017 brak ik mijn heup en stond ik lange tijd aan de kant. Dat zette een stop op mijn ontwikkeling. In 2018, mijn laatste jaar als belofte, won ik weer een paar koersen en raakte Jumbo-­Visma geïnteresseerd.”

Toch was de Deen niet hun eerste keuze. “Ze waren eigenlijk geïnteresseerd in Mikkel Honoré (die nu bij QuickStep-Alpha Vinyl koerst, red.), maar van een ploegleider kregen ze te horen dat er nog een andere Deen sterk bergop reed. Dat was ik. Toen ik de snelste tijd neerzette op de Spaanse Coll de Rates, mocht ik bij hen komen testen.”

null Beeld AFP
Beeld AFP

Jumbo-Visma geloofde vooral in het potentieel van de Deen, die het wielrennen op dat moment nog combineerde met een job in de vismijn. “Na mijn middelbare studies kwam ik voor de keuze te staan: wat wil ik doen met mijn leven? Het antwoord was: profwielrenner worden. Ik wilde leven als een prof, er 100 procent voor gaan. Maar na twee weken werd ik gek, ik dacht: dit kan ik niet, zo kan ik niet leven. Je moet weten, op dat moment, op die leeftijd en op dat niveau, hoefde ik bijna niet te reizen, ik koerste vooral in Denemarken en had enkel in het weekend een of twee koersen. Ik was vaak thuis, verveelde me en wilde er nog iets bijdoen. Zo belandde ik in de vismijn.

“Ik hield van die job. Het was relaxed, er kwam niet te veel denken aan te pas, gewoon die ingewanden verwijderen. Natuurlijk was het hard werken en moest je vroeg uit de veren, maar ik vond het fijn om met mijn handen bezig te zijn. Ik werkte zo’n dertig uur in de week, van 6 tot 12 uur, en in de namiddag ging ik trainen. Ik had het geld eigenlijk niet echt nodig, ik wilde gewoon bezig zijn. Aan studeren dacht ik niet, mijn hoofd stond daar niet naar. Ik heb er ruim twee jaar gewerkt, tot Jumbo-Visma me contracteerde.”

Stresskonijn

Sinds 2019 koerst hij bij de Nederlandse formatie. Hij reed meteen enkele mooie resultaten bij elkaar, pakte in de Ronde van Polen in de zesde rit de dagzege én de leiderstrui, maar kraakte daags nadien onder de druk. Vingegaard kreeg die dag bij het ontbijt geen hap binnen en kwam energie tekort om de eindzege te grijpen. Hij verloor in de slotrit bijna een kwartier.

Maar sindsdien zette hij mentaal grote stappen. “Ik heb moeten leren omgaan met stress”, legt hij uit. Hij prijst daarbij niet alleen zijn mental coach, maar ook zijn vriendin Trine. “Zij wist me in bepaalde ongemakkelijke situaties te pushen. Als ik vroeger iets moest vertellen aan mensen van wie ik wist dat ze er niet blij mee zouden zijn, ging ik dat gesprek uit de weg. Trine gaf me het zetje om toch dat gesprek aan te gaan, ik moest uit mijn comfortzone treden en de confrontatie aangaan. In de loop van de jaren heb ik geleerd wat ik moet doen als ik zenuwachtig word.

“Met ouder worden kan ik de dingen ook beter relativeren. Ik ben sinds die Ronde van Polen papa geworden (van dochter Frida, red.) en dat heeft mijn blik verruimd. Wielrennen is niet meer mijn hele wereld, dat helpt me zeker en vast. In de Tour van vorig jaar kreeg ik wél elke dag mijn ontbijt binnen.” (lacht)

Twee kopmannen

In coronajaar 2020 zette de Deen flinke stappen en liet hij meermaals flitsen van zijn klasse zien. Winnen lukte niet dat seizoen, maar in de Vuelta ontpopte hij zich wel tot meesterknecht van Roglic, die ook de eindwinst pakte. 2021 begon al meteen goed, met een ritzege bergop in de UAE Tour en twee ritzeges en eindwinst in de Coppi e Bartali. Vooral in de Ronde van Baskenland toonde hij zijn waarde en de ploeg duidde hem daarom aan als wisselkopman voor de Tour van 2021. De rest is intussen geschiedenis, met een tweede plaats in Parijs als topresultaat.

Vingegaard neemt zijn Jumbo-Visma-kopman Roglic op sleeptouw in de Dauphiné.  Beeld AFP
Vingegaard neemt zijn Jumbo-Visma-kopman Roglic op sleeptouw in de Dauphiné.Beeld AFP

Na twee mislukte pogingen moet 2022 voor Jumbo-Visma het jaar worden waarin ze wél huiswaarts keren met de gele trui. Daarvoor pakken ze uit met twee kopmannen. De generale repetitie in de jongste Dauphiné was alvast een succes, met Roglic op één en Vingegaard op twee. Grote afwezige was evenwel Tadej Pogacar, de tweevoudige Tourwinnaar.

“Het lijkt wel alsof Tadej geen slechte dagen heeft op de fiets”, beseft Vingegaard. “Hij kent bijna geen zwakte. We zullen diep moeten graven om die te vinden. Hij lijkt onklopbaar, maar iedereen is te verslaan. Wij starten met twee kopmannen, hij moet het op z’n eentje rooien, al heeft hij wel een sterk team achter de hand. We zullen moeten aanvallen, zijn team bestoken. Ik hoop dat we met twee sterker zijn dan hij alleen, dat wordt misschien onze sleutel tot succes.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234