Dinsdag 27/09/2022

InterviewLotte Kopecky

‘Je hoeft niet graatmager te zijn om te winnen’

Lotte Kopecky wint de Ronde van Vlaanderen, twee weken geleden. ‘Wat het verschil heeft gemaakt? Ik start nu ontspannen in Parijs-Roubaix.’ Beeld BELGA
Lotte Kopecky wint de Ronde van Vlaanderen, twee weken geleden. ‘Wat het verschil heeft gemaakt? Ik start nu ontspannen in Parijs-Roubaix.’Beeld BELGA

Na winst in de Ronde van Vlaanderen, zaterdag ook in Parijs-Roubaix? Belgisch kampioene Lotte Kopecky (26) maakte naar eigen zeggen een klik op het WK, vorig jaar. ‘Ik ben liever gelukkig met één kilogram meer, dan ongelukkig met één kilogram minder.’

Ann Braeckman

Zes jaar lang speelde ze voetbal bij Schelle Sport, maar toch zit vandaag voor ons geen Red Flame, wel de winnares van de Ronde van Vlaanderen. Enkele weken daarvoor graaide Lotte Kopecky ook al de Strade Bianche mee. Het luidde het begin in van een succesreeks bij haar nieuwe ploeg Team SD Worx. Toch vroeg ze zich in december op de eerste trainingsstage nog af of ze wel paste in het Nederlandse superteam.

BIO * geboren op 11 oktober 1995 in Rumst * succesvolle Belgische baan- en wegwielrenster * palmares op de baan: wereldkampioen ploegkoers (2017) en puntenkoers (‘21), Europees kampioen ploegkoers (’16) en een tiental Belgische titels * palmares op de weg: 2x Belgisch kampioen (2020, ‘21), 3x BK tijdrijden (‘19, ‘20, ‘21) en 1 Giro-rit (‘20). Won dit jaar de Strade Bianche en de Ronde van Vlaanderen * rijdt sinds dit jaar voor Team SD Worx; voorheen voor onder meer Lotto Soudal Ladies (2016-’20) en Liv Racing (2021)

Vier maanden later is het antwoord volmondig ja. Vandaag is ze ook topfavoriete voor Parijs-Roubaix, een wedstrijd waar ze vorig jaar als vijftiende eindigde, na pech onderweg.

Mathieu van der Poel durft zich na een grote zege al eens te belonen met een exuberant geschenk. Hoe heb jij jouw winst in de Ronde gevierd?

(lacht) “Niet met een groot cadeau. Totaal niet. Normaal geniet ik altijd te weinig van een overwinning, kijk ik meteen naar een nieuw doel, maar nu heb ik wel geprobeerd om er even bij stil te staan. De ploeg had me aangeraden om er echt van te genieten. Door de Franse verkiezingen kon de riem er ook even af, want Parijs-­Roubaix valt nu een week later. Dus ik heb wel een beetje geprofiteerd van mijn vrije tijd. Het gaat om kleine dingen: gewoon bij elkaar zijn, genieten van wat qualitytime met mijn vriend en z’n zoontje die door de paasvakantie thuis was.”

Wat heb je dan gedaan?

“We zijn gaan skydiven. Dat was geweldig. Niet buiten, maar indoor. Je vliegt als het ware en je moet je evenwicht proberen te behouden. Helemaal te gek eigenlijk. Daarnaast gingen we karten, eens lekker uit eten met de familie. Simpele dingen waar anders nooit ruimte of tijd voor is. Het was goed om de focus even te verleggen, eens met iets anders bezig te zijn dan koers. Die overwinningen zijn leuk, maar vreten wel energie, dus ik had er nood aan om even stoom af te blazen.”

In die vrije week verkende je wel de kasseien van Roubaix.

“Inderdaad, maar dat is plezant. Die verkenning gaat zo snel voorbij, de stroken volgen elkaar zo snel op, en voor je het weet ben je aan de finish op de piste in Roubaix. Ik kijk er enorm naar uit om die wedstrijd te rijden. Vorig jaar viel mijn koers qua resultaat een beetje tegen, maar nu met Team SD Worx zie ik het enorm goed zitten.”

Lizzie Deignan won de eerste vrouweneditie na een solo van 80 kilometer. Heroïsch, maar ook een beetje saai om naar te kijken.

(lacht) “Dat klopt. Anderzijds: het is echt wel straf wat ze voor elkaar heeft gekregen. Toen ze in de aanval trok, geloofde ik niet in haar kansen. Het leek me veel te vroeg, aanzetten op die eerste kasseistrook. Echt bijzonder, want onderweg had ik in de koers nooit het gevoel: ‘We staan hier stil, het gaat niet vooruit en we halen haar nooit meer in.’ Het was iedere keer een gevecht van kasseistrook naar kasseistrook en op de stroken zelf werd een stevig tempo gereden.

“Toch bleef ze voorop, ze moet enorm hard geknald hebben. Echt straf. Het is nog maar eens het bewijs, dat zie je bij de mannen ook, dat renners uit de vroege vlucht tot heel diep in de finale voor de zege kunnen strijden. In Roubaix kun je in de vroege vlucht krachten sparen, zit je niet in die nervositeit van het peloton. Dus ik verwacht dat er stevig geknokt zal worden om de vroege kopgroep te vormen.”

Vorig jaar had je pech en moest je met een ploegmaat van fiets wisselen. Je moest een tijdlang verder met een fiets die veel te groot was. Toch vertelde je na afloop: ‘Ik heb me geamuseerd.’ Hoe rijm je dat, zeker in zo’n helleweer?

“Ik was zo blij met die eerste Parijs-Roubaix. We hebben er enorm lang op moeten wachten en dan werd de koers door corona nog eens twee keer uitgesteld. Het verlangen was groot. Bovendien rijd ik heel graag in de regen. Veel anderen zakt de moed dan in de schoenen, zeker in Roubaix omdat het gevaarlijker koersen is, maar ik keek er enorm naar uit. Natuurlijk, op het moment dat ik pech heb en voort moet op die veel te grote fiets, was ik een half uur even gefrustreerd, maar nadien draaide ik de knop om. In Roubaix moet je erin blijven geloven, blijven rijden, want je weet nooit wat er nog gebeurt. Dus ik bleef hard gaan. Ik haalde de finish en was daar heel blij om. Onderweg heb ik me gewoon geamuseerd.

“Kijk, als je niet meer kunt winnen, heeft het geen nut om gefrustreerd op je fiets te zitten. Dan moet je proberen om er het beste van te maken. Dat heb ik gedaan. Het was bijzonder, onze eerste Roubaix en dan nog in zulke omstandigheden. Veel meisjes zijn blijven doorrijden, ook al kwamen ze buiten tijd aan, omdat ze die finish per se wilden halen.” (61 rensters finishten binnen de tijd, 44 haalden de finish ook, maar buiten tijd, red.)

Is het een eerlijke wedstrijd?

“Ja, op zich wel, maar er komt wat geluk bij kijken. In feite mag er niets mis lopen. Soms val je door anderen, en dat is dikke pech, maar je hebt het grotendeels toch zelf in de hand. Je moet je fiets beheersen, baas zijn op die kassei­stroken en vóór elke strook moet je kunnen wringen voor je positie. Dat zijn basisvaardig­heden waarover je al zeker moet beschikken.

“Je mag zeker niet verkrampt rijden. Het is een ander aspect van het wielrennen, maar het hoort erbij, zoals je ook moet kunnen dalen of klimmen. Soms is het gevaarlijk, maar daar mag je vooraf niet te veel over nadenken. Je moet gewoon een beetje uitkijken waar je rijdt. Ik vind het een eerlijke wedstrijd. Als je in een kopgroep van tien koerst, gaan er geen negen uitvallen of lek rijden waardoor jij de winnaar wordt. De sterkste wint, het is nooit een pannenkoek, dat zie je toch ook bij de mannen. Deze koers heeft zeker en vast een toegevoegde waarde op onze kalender.”

Start je zaterdag met stress aan de start van Parijs-Roubaix? Je hoort bij de topfavorieten.

“Er is wel wat stress, maar het is gezonde stress. Ik ben zeker niet nerveus, alles wat er nu nog bijkomt is bonus. Natuurlijk wil ik deze koers ooit eens winnen in mijn carrière, maar dat hoeft daarom niet dit jaar te zijn. Eigenlijk denk ik eerder aan mijn ploegmaten. Ze hebben dit seizoen al zo veel werk voor me verricht. Als ik zaterdag in staat ben of in de positie verkeer om iets terug te doen, doe ik dat met plezier.”

Je spreekt zelf over gezonde stress. Mag ik stellen dat stress je in het verleden soms ­gehinderd heeft? Je had moeite met de druk, waardoor je soms minder presteerde.

“Dat mag je zeker zeggen. Ik heb moeten leren om met stress om te gaan. Ik had heel vaak het woord ‘moeten’ in mijn hoofd en als iets moet, lukt het meestal niet. In dit team ligt dat anders, het ‘moet’ niet alleen van mij komen, de druk ligt niet alleen op mijn schouders. Er kunnen nog vijf andere ploegmaten winnen. Dat maakt een groot verschil. De afgelopen wedstrijden stond ik heel ontspannen aan de start en dat helpt.

‘Ik heb moeten leren om met stress om te gaan. Ik had heel vaak het woord ‘moeten’ in mijn hoofd en als iets moet, lukt het meestal niet.’
 Beeld ID/Christophe De Muynck
‘Ik heb moeten leren om met stress om te gaan. Ik had heel vaak het woord ‘moeten’ in mijn hoofd en als iets moet, lukt het meestal niet.’ Beeld ID/Christophe De Muynck

“Bovendien kwam er vorig jaar een klik op het WK piste. Eigenlijk was daar het vat compleet leeg en de goesting weg. Dus ik startte met de mindset: ‘Wat het resultaat ook wordt, het maakt niet uit.’ En ik werd wereldkampioen in de puntenkoers en pakte nog twee keer zilver. Dat heeft me de ogen geopend. Voortaan moet ik koersen aanpakken zoals het WK, het heeft geen zin om me extra druk op te leggen. En dat doe ik nu elke koers: ik start met een ontspannen gevoel en dat leidde intussen toch tot enkele mooie resultaten.” (lacht)

Het ‘moet’ niet meer omdat je een sterke ploeg hebt. Sorry dat ik het zeg, maar op WK’s en EK’s zul je niet de steun van je teamgenoten hebben, maar van de Belgische meisjes. Hun niveau is toch iets minder hoog.

“Dat weet ik.”

Je kunt natuurlijk nog van nationaliteit veranderen.

“Dat ga ik niet doen. (lacht) Ik begrijp wat je bedoelt, maar ook daar zal ik moeten mee leren omgaan. Ik zal nog vaak het enige kopmanschap moeten dragen in de nationale ploeg. Daar kan ik niets aan veranderen. Dus als ik start op kampioenschappen, zal die druk er zijn. Op fysiek vlak heb ik de voorbije maanden stappen gezet, maar ook mentaal, en dat blijft een aandachtspunt. Alles wat de voorbije maanden is gebeurd in koers, zal me helpen. Het zijn ervaringen die ik meeneem naar kampioenschappen. Door finales te rijden, grote koersen te winnen, kun je jezelf beter inschatten en weet je de volgende keer beter wat te doen in zulke situaties.”

Je doet een beroep op Bert Van Poucke, een mental coach. Wat moet ik me daarbij voorstellen: lig je in de zetel, gaat dat via Zoom?

(gniffelt) “Neen, we zitten niet in de zetel te mediteren. We praten vooral heel veel. Over mijn gevoelens, in en naast de koers. Hij probeert me om op een andere manier naar dingen te laten kijken en zaken anders aan te pakken. Hij hamert sterk op de ‘cirkels van aandacht’. Persoonlijk heb ik vaak het idee dat ik dingen doe omdat ik te veel bezig ben met wat anderen van mij zullen denken. En dat mag je niet doen. Je moet steeds vanuit jezelf vertrekken, niet vanuit het oordeel van anderen. Je moet dingen ‘willen’ en niet ‘moeten’ doen.

“Daar hebben we het vaak over en die gedachten worden dan automatismen. Het zorgt er onder meer voor dat je in moeilijke situaties in staat bent om de focus te verleggen en geen aandacht te besteden aan het negatieve. Misschien klinkt dat allemaal wat raar, maar ik heb veel aan zijn raad.”

Bijvoorbeeld in de Strade Bianche. Je liet op die slothelling even een gaatje op Annemiek van Vleuten, maar zette door en won. Fysiek zien jullie beiden af, mentaal maak je daar misschien het verschil.

“Misschien wel. Anderzijds, ik ben natuurlijk wel fysiek sterker geworden, dus ik kon haar langer volgen. Maar inderdaad, als je jezelf inprent ‘hier rijdt ze me er niet meer af’ en als ze dat ook nog eens door je oortje schreeuwen, ga je wellicht nog meer door die pijngrens. Ik wilde niet lossen, kwam terug en vloerde haar in de sprint.”

Je won nu twee keer van Van Vleuten, zowel in de Ronde als in de Strade Bianche. Ze noemde je haar kwelduivel in een interview. Doet jou dat plezier?

(grappend) “Jazeker, daar word ik heel gelukkig van. Annemiek is zo’n grote kampioene. Dat ik juist haar heb verslagen, geeft die zeges extra glans.”

Het is opvallend hoe sterk je veranderd bent. Je komt veel zelfverzekerder over. Een paar maanden geleden vroeg je je nog af: pas ik wel in deze nieuwe ploeg met al die grote sterren? Nu heb je twee klassiekers gewonnen.

“Die bevestiging is er intussen wel, dat ik hier pas. Van nature ben ik vrij introvert en ik zal mezelf niet snel blootgeven bij mensen die ik niet ken. Anderzijds, ik had wel een contract getekend voor drie jaar, dus het zou wel moeten klikken. Kijk, ik startte in een ploeg die al een tijdje bestaat en waar met Marlen Reusser en ik slechts twee nieuwe rensters bijkwamen. Dus was ik even bang: ‘Wat als er geen match is?’

“Gelukkig voelde ik tijdens de eerste stage al snel dat het goed zat. Ik keek om me heen, analyseerde hoe de verschillende persoonlijkheden in elkaar zaten en dat viel allemaal heel goed mee. Ik voelde me meteen op mijn gemak en intussen voel ik me alleen maar beter in dit team. Ik ben al zeker niet meer de meest introverte van de groep, of de stille. Ik kan hier mezelf zijn en als je je ergens goed voelt, presteer je ook beter.”

Hoe komt het dat je zo snel bent geïntegreerd? Ligt dat aan bepaalde ploegmaten, de cultuur in de ploeg?

“Ploegleider Danny Stam is echt wel bezig met de rekrutering. Het is niet van: ‘We kopen een goeie renster, we droppen die in de ploeg en that’s it.’ Hij kijkt verder dan de resultaten van die rensters en houdt rekening met hun persoonlijkheid.

“Wanneer we met een andere ploeg een hotel delen, kijkt Danny goed rond. Als hij een transfer op het oog heeft, houdt hij die persoon in de gaten: ‘Hoe ligt ze in de groep, hoe is ze aan tafel?’ Hij let op de verschillende karakters. Een renster moet in het team passen en dat is misschien wel de sleutel tot ons succes: er is een enorme gunfactor voor elkaar. We zijn blij als een ander wint.”

Botst het dan nooit, met zo veel kampioenen samen? Wat Chantal van den Broek-Blaak, ex-winnares van de Ronde, voor jou doet in de finale van de Ronde, lijkt me niet evident.

“Natuurlijk is dat niet vanzelfsprekend, maar we weten dat we met zes supersterke renners aan de start staan en als zich een bepaalde kans voordoet voor een renster, geven we haar negen op de tien keer die kans. Toen Chantal in de finale in de aanval ging, was dat puur voor zichzelf, om zelf te kunnen winnen. Indien ­Annemiek daar het gat niet dichtrijdt, wint Chantal de Ronde van Vlaanderen.

‘Ik voelde me meteen op mijn gemak in de nieuwe ploeg. Ik ben al zeker niet meer de stilste, of de meest introverte. Ik kan hier mezelf zijn.’ Beeld BELGA
‘Ik voelde me meteen op mijn gemak in de nieuwe ploeg. Ik ben al zeker niet meer de stilste, of de meest introverte. Ik kan hier mezelf zijn.’Beeld BELGA

“Zo gaat dat in onze ploeg en dat maakt ons ook sterker. We zitten niet in een keurslijf, we moeten niet met ‘die of die kopman’ naar de finish. Iedereen weet dat hij z’n kans krijgt, iedereen voelt die vrijheid, en als een ploegmaat in een winnende positie verkeert, trekken we haar kaart. Op het moment dat Chantal wordt ingehaald, weet ze ook: mijn kans is verkeken, nu doe ik alles voor Lotte.”

Die Nederlandse directheid, heb je dat graag?

“Ja, echt wel. Ik ben nu vier jaar samen met Kieran (De Fauw, haar trainer en coach, red.) en hij zegt ook waar het op staat. In het begin had ik daar wat moeite mee, maar nu apprecieer ik dat enorm. Ook in de ploeg heb ik liever dat ze het meteen op je bord gooien in plaats van ­dingen achter je rug te zeggen of helemaal niets te zeggen. Nu zit ik ook zo in elkaar, ik zeg waar het op staat. In deze ploeg moet je dat ook wel doen.”

Ik kom nog even terug op Annemiek van Vleuten. Eerder noemde je haar de grootste renner van haar generatie. Waarom?

“Omdat ze echt het uiterste uit haar carrière en lichaam haalt. Ze traint enorm hard: laat dat tien andere vrouwen doen en slechts een halve zal het overleven. (lacht) Dat is niet voor iedereen weggelegd en chapeau dat ze het kan en wil opbrengen. Kijk ook eens naar foto’s van Annemiek van tien jaar geleden. Ze is fysiek een heel ander persoon geworden. Ze is extreem mager en ik hoop dat niet iedereen zich daar op blindstaart. Gewicht is belangrijk, meer dan vroeger in het dameswielrennen, maar je hoeft niet zo mager te zijn om te scoren. Daar ben ik vandaag het beste bewijs van.

“Als je Annemiek en mij naast elkaar zet, zie je dat het niet nodig is om graatmager te zijn om grote of lastige wedstrijden te winnen. Je hebt ook een ander type rensters, zoals ik, die het meer van hun kracht moeten hebben en op die manier koersen winnen. Er wordt soms te veel belang gehecht aan het gewicht.”

Toch las ik onlangs dat je ook iets scherper staat dan vroeger? Twee, drie kilogram.

(denkt even na) Ik ben inderdaad een beetje afgevallen, maar ik zal nooit het type renster zijn dat supermager is en maar 60 kilogram weegt. Ik ben liever gelukkig met 1 kilo te veel dan ­ongelukkig met 1 kilo minder. Dat heb ik in de loop van de jaren ook ondervonden.”

Voeding wordt steeds belangrijker, ook in het damespeloton.

“Klopt, en we hebben een foodcoach in de ploeg, maar het is niet dat wij een uitgebalanceerd schema krijgen in de trant van ‘en nu moet je dat eten met zoveel gram van dit en zoveel milligram van dat’. (lacht)

“Ik heb in het verleden nog samengewerkt met een diëtiste en toen kreeg ik een volledig schema waarbij alles tot in de puntjes was uitgeschreven en ik dingen moest afwegen. Dat werkt niet bij mij. Ik doe dat niet meer. Ik heb voldoende aan de grote richtlijnen, ik weet wanneer ik wat kan eten en heb daar een goede balans in gevonden.”

Jouw vriend Kieran De Fauw is ook je trainer. Werkt dat altijd?

“Neen, niet altijd. Dat botst soms wel eens. Het is niet dat het allemaal zo simpel gaat. Het is zelfs minder makkelijk dan het lijkt, want op een bepaalde manier komt er ook druk op je relatie. Als je het niet met elkaar eens bent of een andere visie hebt op bepaalde zaken, kan het moeilijk worden. Anderzijds, het heeft ook z’n voordelen: hij kent me door en door en dat communiceert heel gemakkelijk. Hij weet het als ik me iets minder voel. Daarvoor hoef ik de telefoon niet te nemen. Andere renners bellen wekelijks eens met hun trainer en zitten af en toe eens samen, wij zien elkaar dagelijks. Ik zeg hoe ik me voel en de training kan meteen aangepast worden. Soms is er eens discussie of vallen er woorden, maar voorlopig gaat alles goed. Als ik ooit zou voelen dat het feit dat hij mijn trainer is op onze relatie begint te wegen of als ik voel dat onze relatie in gevaar komt, ga ik meteen op zoek naar een andere trainer.”

Als je eens wil klagen over je trainer, bij wie doe je dat nu?

(lacht) “Niet bij mijn vriend dus..., maar momenteel heb ik weinig klachten.”

Je moet toch eens kunnen ventileren?

“Goh ja. Ik zeg gewoon meteen tegen hem wat er scheelt en waarom ik niet blij ben met een bepaalde keuze. Dan praten we dat rustig uit. Als profwielrenner heb je weinig tijd voor een sociaal leven, hij is mijn grootste uitlaatklep.”

Een topsporter is van nature heel egoïstisch, ook dat weegt vaak op een relatie.

“Klopt, en ik voel me soms wel schuldig. Soms gebeurt het dat ik vier, vijf uur heb getraind, thuiskom en boven even op bed ga liggen omdat ik heel moe ben. Tijdens echt zware trainingsperiodes gebeurt dat soms dagen aan een stuk. Hij heeft zelf gekoerst, hij weet hoe zwaar het soms is, maar dat neemt niet weg dat ik dat soms ambetant vind voor hem. Vandaar dat ik vorige week echt nood had aan die qualitytime, met ons allen samen. Wellicht gaat dat een béétje ten koste van mijn rust, maar dat zal bij andere renners met kinderen ook wel het geval zijn, dat je soms kiest voor ontspanning, wat tijd met de familie. Ik heb daar ook deugd van. Vorige week kwam ik niet op de eerste plaats, maar de topsporter hoeft niet altijd baas te zijn in huis.” (lacht)

Parijs-Roubaix voor vrouwen is zaterdag vanaf 13.30 uur te volgen op Eén.

De wedstrijd van de mannen is zondag, eveneens vanaf 13.30 uur te zien op Eén.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234