Vrijdag 10/04/2020

Wielrennen

In het spoor van Tour-winnaar Egan Bernal: ‘We klimmen uit dal van armoede’

Egan Bernal (in oranje Ineos-shirt) koerst van het stadje Pacho naar zijn thuisdorp Zipaquirá, met in zijn spoor de trainingsmakkers Oscar Sevilla en Camilo Castiblanco.Beeld Klaas Jan van der Weij

Egan Bernal traint in de ijle lucht van Colombia en heeft geen oog voor de wereld. Er is maar één zaak die telt: komende zomer wil hij voor de tweede keer op rij de Tour de France winnen.

Zo te zien zit het wel goed met de vorm van Egan Bernal, net 23 geworden. De winnaar van de laatste Tour de France is zojuist begonnen aan de klim van 21 kilometer vanuit het stadje Pacho, gelegen op een hoogte van 1.900 meter, naar ijlere regionen, waar de páramo begint. Dat is het alpiene milieu van de Andes, zompig veen en grasland op ruim 3.000 meter.

De jonge Colombiaan, gehuld in het oranje trainingstricot van zijn ploeg Ineos, legt er meteen de pees op, de armen licht gebogen, de handen in de beugels, de rug vrijwel recht. Het kluitje trainingsmaatjes heeft moeite om het wiel te houden. De weg slingert omhoog, langs een enkel fruitstalletje, finca's tussen bescheiden akkertjes, bananenbomen en eucalyptus.

Dit jaar hoopt Bernal met een tweede achtereenvolgende Tour-zege te bevestigen dat hij de beste ronderenner ter wereld is. Aan de andere kant van de klim ligt op 2.600 meter zijn geboorteplaats Zipaquirá, een levendig stadje met veel rood-blauwe veranda's. Daar weten de bewoners het zeker: Egan is gemotiveerder dan ooit om die status te behouden. Hij moet het van zichzelf, voor zijn familie, voor zijn stad, ja, voor de natie. Hij gaf de Colombianen de hoop dat er licht gloort na de duisternis van de gewelddadige drugskartels en de uitzichtloze guerrilla van de revolutionaire strijdkrachten, de Farc. Zijn zege drong ook een handvol recente dopingaffaires in eigen land naar de achtergrond.

Ze zijn in Zipaquirá zo zeker van hun zaak omdat zelfs zijn naasten nauwelijks contact met hem hebben. Zijn eerste trainer, Fabio Rodríguez, laat hem na enkele pogingen met rust. Pablo Mazuera, de manager van het mountainbiketeam waar hij voor reed totdat hij in 2016 naar Italië vertrok, laat zijn telefoon zien: een serie appjes waar nooit antwoord op kwam.

Mazuera ontmoette hem pas nog bij toeval in een groot winkelcentrum. Ze spraken elkaar vijf minuten. “Hij zei: sorry, sorry, ik train, ik wil geen afleiding, niks. Ik zei: je bent niet te bereiken. Hij antwoordde: ja, dat zei mijn moeder ook.” De toewijding weerspiegelt zich op prestatieapp Strava: er is geen profrenner die er meer kilometers op heeft zitten dan Bernal.

Huurmoordenaar

Het wegdek zit vol kuilen, diepe voren en overal verkeersremmers of betonnen richels. Achter het pelotonnetje rijden een politiemotor met zwaailicht, een motor met bidons en reservewielen en twee breedgeschouderde SUV's.

Het is zijn favoriete trainingsrit, vanuit Zipaquirá naar 3.200 meter, goed voor nog wat extra rode bloedlichaampjes, vervolgens dalen naar Pacho en dan terug omhoog. Zijn moeder komt ervandaan, maar het stadje is bekender als de geboorteplaats van huurmoordenaar José Gonzalo Rodríguez Gacha, bijgenaamd ‘El Mexicano’, die voor het Medellín-kartel drugssmokkelroutes uitzette naar de Verenigde Staten; in 1989 schoot de politie hem en zijn zoon dood.

Een muurschildering van Egan Bernal. 'El orgullo de mi patria’ staat er in grote letters over zijn gele trui gespoten, ‘de trots van mijn vaderland’.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het is een divers gezelschap dat deze dag met Bernal de hoogtemeters maakt. Esteban Santos fietst mee, de 26-jarige zoon van de oud-president Juan Manuel Santos, die in 2016 de Nobelprijs voor de Vrede won. Brandon Rivera is plaatsgenoot en onlangs op Bernals aandringen door Ineos gecontracteerd. Camilo Castiblanco rijdt voor het Amerikaanse team Illuminate. Hernando Bohórquez draagt het shirt van Astana. Degene die het laatst plooit in het wiel van Bernal is een taaie veteraan uit Spanje: Oscar Sevilla, 43 en in 2001 tweede in de Vuelta. Hij raakte in opspraak wegens betrokkenheid bij het dopingschandaal rond dokter Fuentes.

Als Bernal door Zipaquirá rijdt, komt hij zichzelf geregeld tegen. Er zijn vijf muurschilderingen en een metalen sculptuur aan hem gewijd. Na schrijver Gabriel Garcia Márquez, die hier enkele jaren woonde en in 1946 aan het Liceo National zijn eindexamen haalde, heeft de stad een tweede persoonlijkheid als uithangbord. 

De grootste afbeelding van de renner is aangebracht op een leegstaand pand vlak bij de grootste toeristische attractie, de ondergrondse zoutkathedraal in de vroegere mijnen. ‘El orgullo de mi patria’ staat er in grote letters over zijn gele trui gespoten, ‘de trots van mijn vaderland’. Het is een lied van zanger Carlos Vives, gewijd aan de Colombiaanse nobele krijgers en berghaviken op de fiets. 

Een andere mural is te zien in de wijk Los Cambulos, een wanordelijke verzameling van woonblokken langs ruw geplaveide straatjes. Kluwen elektriciteitsdraden verbinden telegraafpalen. Het is de buurt waar Bernal opgroeide. Zijn vroegere huis staat halverwege een steil steegje, zoals overal met tralies voor de ramen.

Vader Germán Bernal, ooit beveiliger bij een stuwdam, woont er nog. Zijn motor, een Yamaha Fazer, staat onder een zeiltje voor de deur. Het is het voertuig waarmee hij met zijn zoon op de fiets duizenden kilometers heeft afgelegd, reservewielen op het rek.

Eganmania

Rodríguez, trainer in dienst van de gemeente met steevast een honkbalpetje op het hoofd, moet nog altijd zijn emoties wegslikken als hij zich herinnert hoe Bernal hem tijdens het onthaal op het plein voor de kathedraal de witte trui uit de Tour overhandigde. “Ik had niet verwacht dat hij me zou roepen.”

Bernal was acht toen zijn vader en moeder hem aanmeldden. “Hij was een van de armere kinderen bij ons. Het was een stil mannetje, niks speciaals. Ik zou liegen door te beweren dat ik in hem een toekomstig Tour-winnaar zag. Maar het ging ineens zo snel. In één jaar ging hij al podia rijden. Zijn eerste fiets was heel basic, maar zijn ouders kochten meteen een betere. Toen die werd gestolen, heeft iedereen geld gestort voor een nieuwe.”

Zijn ouders hamerden erop dat er meer was dan de fiets. Trainingen mochten niet leiden tot het missen van lessen op school. “Ze wilden geen groot kampioen opvoeden, ze wilden een jongen opvoeden die discipline had en intelligent was.” De Tour-winst leidde tot een explosie van aanmeldingen. “We hadden er veertig, nu zijn er honderd, er komen er nog meer bij. Er is een Eganmania.”

Egan Bernal op het Tour-podium in Parijs, vorige zomer. Hij is de eerste Colombiaanse eindwinnaar.Beeld REUTERS

Bij een cafeetje onder golfplaten houden wielrenners halt en bestellen een agua de panela, gedroogd sap uit suikerriet overgoten met kokend water, goed voor wat extra energie. Er horen stukjes kaas bij. Bernal verschijnt niet. Het is zowaar de presidentszoon die als eerste de top bereikt. Esteban Santos: “De anderen zijn na vijftien kilometer teruggekeerd naar Pacho, ze doen de klim twee keer.” 

Hij is neergezegen op een stoeltje en lurkt gretig aan een flesje frisdrank. “Ik ben best een goede amateur, maar een kleine jongen vergeleken met deze kerels.” Hij fietst sinds vier jaar geregeld met Bernal. “Zijn succes heeft hem niet veranderd, hij is die bescheiden jongen gebleven. Maar hij is gedisciplineerder dan hij al was, de wil om te winnen is nog groter geworden. Als wij vijf, zes uur hebben gereden en volledig uitgeput zijn, plakt hij er nog twee uur aan vast.”

De Tour-zege was volgens hem de belangrijkste overwinning in de geschiedenis van zijn land. “Wij zijn bezig uit het dal van de armoede te klimmen, van chaos en oorlog, en Egan heeft dat hele proces een slinger gegeven. Colombia kon drie weken de ellende opzijzetten. Fietsen zit ook in ons DNA. Velen zijn te arm om de bus te betalen. Denk aan Quintana. Die reed vroeger op een stalen fiets van wel twintig kilo naar school en zijn zus zat bij hem voorop.” 

Kampioenen in spe

In een nagelnieuw fitnesscentrum in Chía, tussen Bogotá en Zipaquirá, liggen twee beugelbekkies op de massagetafel, het onderlijf gestoken in een compressiepak. Herstel is nodig na een trainingskamp van een week. Hugo Rodríguez is vijftien, Camilo Gómez is zestien. Ze willen beiden hetzelfde: eerst wereldkampioen mountainbike worden, daarna de Tour de France winnen, net als Bernal. 

Mazuera geniet. “Dit vind je nergens in Colombia.” Hij is de oprichter van een stichting voor twaalf jonge mountainbikers, de Fundación Mezuena. De geluidstechnicus uit Bogotá begon tien jaar geleden naar eigen zeggen uit sociale betrokkenheid met een MTB-team, gesponsord door fietsfabrikant Specialized en Tugó, een Colombiaanse meubelketen. Naast de training is er ruimte voor Engelse les.

Onder de eerste vier die destijds onder zijn vleugels belandden, zat het jongetje met de flaporen, Bernal. Brandon Rivera was er ook bij. “Het was een lot uit de loterij. We hebben geluk gehad.” Bernal ontmoette later in het team Xiomara Geurrero, ze is nog steeds zijn vriendin. “Hij trainde steevast langer dan alle coaches hem opdroegen. Hij is ongekend hongerig.”

Die eerste jaren was het budget 5.000 euro, nu hebben ze 100.000 euro tot hun beschikking. Hij weet nog dat Bernal zich als junior kwalificeerde voor het WK in Noorwegen, “zo'n beetje het duurste land ter wereld”. Hij zou er zilver halen. De wielerfederatie betaalde de tickets, de rest pasten Mazuera en diens vader bij uit eigen zak.

Bernal is van arme komaf, vertelt Mazuera. Zijn moeder werkte in de kassen; ze plukte er rozen, anjers, chrysanten. “Het is erg ongezond werk, er worden pesticiden gebruikt. Later was ze schoonmaker in bedrijven. Ik weet dat Egan vooral voor zijn familie rijdt. Toen hij twaalf of dertien was, zei hij tegen zijn moeder dat ze ander werk moest gaan doen, beter werk. Zo is hij: hij houdt ervan dingen te managen. Hij is bescheiden, ja, maar vergis je niet, het is een sterke persoonlijkheid.”

Opleiding journalistiek

Op zijn zeventiende kreeg Bernal een beurs en pendelde op de fiets naar de universiteit tussen Zipaquirá en Bogotá (veertig kilometer heen en terug) voor een opleiding in de journalistiek. Hij genoot. Hij leest graag, volgt documentaires en houdt van geschiedenis. Hij zei tegen Mazuera dat hij twijfelde om alles op het wielrennen te zetten. Als hij stopte met zijn studie, zou hij later geen kans meer maken op een beurs.

Mazuera: “In Frankrijk zei hij dat ik had beloofd zijn studie te betalen als het na een jaar niks zou worden op de fiets. Ha! Ik kan me dat echt niet herinneren. Wat ik wel heb gezegd: je hebt een groot talent en studeren kan altijd nog.”

Bij hun recente ontmoeting werd hem duidelijk wat er voor Bernal is veranderd. “Elke halve minuut stopt er iemand, iedereen wil een foto. Hij begrijpt het, het is zijn werk, maar het valt hem soms zwaar. Als ze hem zomaar beetpakken, bijt hij van zich af. Als hij fietst toeteren alle auto's naar hem, ze stoppen, ze proberen hem tegen te houden. Hij is verdorie aan het trainen!”

Heeft hij een idee van hoe Bernal tegen de komende Tour de France aankijkt? Houdt de concurrentie met het team Jumbo-Visma hem bezig? “Ik heb het er twee minuten met hem over gehad. Mijn indruk is dat de situatie in zijn eigen team hem meer zorgen baart. Hij is de titelverdediger, maar Chris Froome, zijn vriend, probeert terug te komen. Wat gaat Geraint Thomas nu precies doen? Ik ken Egan, hij wil het allerbeste van zichzelf laten zien en is graag de leider. Maar hij is ook gedisciplineerd en professioneel. Hij zal orders van het team opvolgen. Als hij Froome naar de top moet leiden, zal hij het doen.”

Daar nadert Bernal uit de diepte, hij verslaat in de laatste meters met enige moeite in een sprint Castiblanco. Even lijkt hij in te houden bij het wachtende gezelschap bij het cafeetje, maar dan verschijnt een grijns op het gezicht en neemt hij de bocht naar beneden, richting Zipaquirá. 

De bestemming moet wel de wijk Sindamanoy zijn, een verzameling condominiums zuidelijk van Zipaquirá. Op de app Strava is het geregeld zijn vertrekpunt. Een brede, steile klinkerweg leidt tot aan een slagboom. De appartementen liggen op de top van een heuvel. Misschien heeft hij gedacht: het kan geen kwaad, nog wat extra hoogtemeters, een verblijf in nog wat ijlere regionen. Maar het kan ook omwille van het uitzicht op de Andes zijn, de biotoop waarin hij de allerbeste is geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234