Vrijdag 30/10/2020

InterviewPrimoz Roglic

‘Ik train hard en heb niks te verbergen. Dat mensen twijfelen, moet je erbij nemen als renner’

Wout van Aert is zó’n kanjer. Misschien moet ik ook gaan veldrijden, want je wordt er beter vanBeeld BelgaImage

Het had niet veel gescheeld of de man die straks misschien de Tour de France wint, was nooit wielrenner geworden. Primoz Roglic was ooit een beloftevol schansspringer, maar een zware val dwong hem tot een carrièreswitch. Zo diep de afgrond was waarin hij zich vroeger onbevreesd stortte, zo steil is zijn opmars in de wielerwereld. De 30-jarige Sloveen maakt zich nu op voor zijn grootste sprong ooit: die naar de bovenste trede van het Tourpodium.

Het kan verkeren. Als kleine jongen droomt Primoz Roglic niet van geel in Parijs, wel van winst in Garmisch-Partenkirchen. Als junior is hij een meer dan verdienstelijk schansspringer: hij springt naar verschillende WK-medailles. In 2007 slaat het noodlot toe: hij komt zwaar ten val bij een sprong. Als bij wonder loopt hij 'slechts' een gebroken neus en een zware hersenschudding op. Maar zijn oude niveau zal hij nooit meer halen. 22 is hij, wanneer hij zijn droom van het Vierschansentoernooi moet opbergen. Op zoek naar een nieuwe uitdaging kruipt hij op de fiets - hij volgt de Tour de France op tv, en koersen lijkt hem wel wat. Maar Slovenië is geen wielerland en hij kan niet meteen ergens terecht. In 2012 koerst hij noodgedwongen als enkeling in het amateurcircuit, een ploeg heeft hij niet. Hij houdt het hoofd boven water met verschillende jobs. Hij werkt onder meer 's nachts als onderhoudsman in een shoppingcenter, zodat hij overdag kan trainen. Stap voor stap timmert hij aan de weg. Zijn eerste noemenswaardige team is het bescheiden Adria Mobil, in 2013. Daar wordt hij drie jaar later ontdekt door Team LottoNL-Jumbo, het huidige Jumbo-Visma. De Nederlandse ploeg neemt de Sloveen in 2016 onder haar vleugels en sindsdien groeit hij gestaag. De eerste jaren pakt hij een ritzege in de Giro en de Tour, en presteert hij vooral sterk in rittenkoersen van één week. In 2018 ontdekt hij zichzelf als ronderenner, en mist hij maar net het podium in Parijs. Een jaar later is het wel raak, met een podiumplek in de Giro en eindwinst in de Vuelta. Maar Roglic droomt van meer: 2020 moet het jaar worden waarin hij de kroon op het werk zet, met eindwinst in de Tour.

De Sloveen is een killer op de fiets, maar in interviews valt daar weinig van te merken. Hij is kort van stof, op het saaie af soms, maar vergis u niet: eigenlijk is Rogla best een fijne jongen. Hier en daar gooit hij er een grapje tussen, en openen doet hij zelfs met een heus charmeoffensief.

PRIMOZ ROGLIC «Jullie zijn een echt wielerland, hè? En een bierland. O, ik hou van jullie bier. Jullie drinken véél bier (lacht). Alles wat uit België komt, is goed. Bier, Wout (van Aert, zijn ploegmaat bij Jumbo-Visma, red.) en veldrijden.»

Hou je van cyclocross?

“Eerlijk? Ik ken er niet veel van. In Slovenië is wielrennen op de weg nog maar een paar jaar populair. Veldrijden staat er nog helemaal in de kinderschoenen. Er zijn misschien vijf à tien veldritten per jaar. Nu, het lijkt me wel fun, op tv toch.”

“Misschien moet ik het ook maar eens proberen? Je wordt er een betere renner van. Als je kijkt naar Wout en Mathieu van der Poel: dat zijn kanjers. Cyclocross draagt bij tot je ontwikkeling, zeker weten. Je ziet dat ze er de vruchten van plukken op de weg.”

Je techniek zal er niet slechter van worden.

“Klopt. Vergeleken met andere jongens fiets ik nog niet lang - ik ben nog maar acht jaar wielrenner - dus het zou mijn stuurvaardigheid en explosiviteit ten goede komen.”

Veldrijden kun je nog niet, maar zingen wel. Begin juni verscheen een videoclip van de Sloveense zanger Dejan Zujic met jou in de hoofdrol. Er zijn weinig renners die hun eigen song hebben.

(lacht) “Ik ken de zanger en hij vroeg me of hij een lied over mij mocht componeren. Waarom niet? Het leek me wel een tof idee. Het is een song die over de belangrijke dingen in het leven gaat, zoals familie. Mijn zoontje en vrouw betekenen alles voor mij.”

Je figureert niet alleen met je fiets in de clip, maar ik zag je ook gitaar en drums spelen. Schuilt er een muzikant in Primoz Roglic?

“Zag het er zó echt uit? (lacht) Neen, dat was maar voor de show. Ik hou het beter bij fietsen.”

Door Covid-19 was er lange tijd geen koers. Heb je het wielrennen gemist?

“Ja, heel hard. Ik miste niet alleen de competitie, maar ook het samen trainen, deel zijn van een team. Normaal bereid je je voor op een wedstrijd en heb je een doel voor ogen. Nu was het lange tijd behelpen op training. Je kon niet veel meer doen dan je conditie onderhouden en hopen op betere tijden.”

Oliver Naesen vertelde me dat hij zich een gepensioneerd wielertoerist voelde. 'Je rijdt nog wel je kilometers, maar daarnaast leef je niet meer als professioneel atleet.'

“Ik begrijp wat hij bedoelt, maar ik stelde me wel nog doelen. Ik probeerde mezelf uit te dagen en mijn vorm te behouden, zodat ik snel weer op een hoog niveau zou kunnen koersen. Ik wil altijd de beste zijn: dat hield me gemotiveerd. Ik heb niet in zak en as gezeten.”

“Kijk, het is een vreemd seizoen, maar dat geldt voor iedereen. Uiteraard is het raar om zo weinig koersdagen in de benen te hebben. De voorbereiding op mijn grote droom, de Tour de France, is nu anders, maar dat geldt voor het hele peloton. De koers zal uitwijzen hoe iedereen daarop reageert.”

Normaal woon je in Monaco, maar ik zag dat je tijdens de lockdown bent teruggekeerd naar Slovenië. Waarom?

“In Monaco mocht je lange tijd niet buiten trainen.”

Philippe Gilbert kreeg een boete toen hij dat toch deed.

(lacht) “Ik heb dat ook gelezen. Nee, ze lachen er niet mee in Monaco.”

“Ik was echt blij dat ik terug in Slovenië was. Het was plezant om na al die jaren nog eens een paar maanden dicht bij mijn familie te zijn. Normaal ben ik vaak van huis, nu kreeg ik de kans om wat meer tijd met hen te spenderen. Ik ben een gewone jongen, dus naast het fietsen deed ik niets speciaals. Gewoon, genieten van de kleine dingen. Vorig jaar werd ik papa en nu kon ik mijn zoontje van dichtbij zien opgroeien. Ik wil echt een goede vader zijn, hem dingen bijbrengen, maar in een normaal seizoen is dat heel moeilijk.”

Veel renners deden gekke dingen tijdens de lockdown, zoals 380 kilometer op de rollen trainen. Hoe zat dat bij jou?

“Ik hield het bij normale trainingstochten. Hopelijk kan ik daardoor nu gekke dingen laten zien tijdens de wedstrijden.”

‘Wielrennen is een teamsport, dat was aanpassen. Het is niet zo makkelijk om aan anderen te vragen om voor jou tot het uiterste te gaan.’Beeld HUMO

HEEL COOL

Vorig jaar ging je van start als de grote favoriet in de Giro, maar je werd derde. Enkele maanden later won je wel de Vuelta. Wat is het verschil tussen de Primoz van het voorjaar en die van het najaar?

“In de Giro startte ik voor het eerst als kopman. Dat is iets wat je moet leren. Dat heb ik gedaan, en die lessen heb ik meegenomen naar de Vuelta. Die begon dramatisch met onze valpartij in de ploegentijdrit (door een lekkend zwembadje naast het parcours, red.), maar daarna maakten we weinig fouten. In de Vuelta bleef ik cool, heel cool.”

In de Giro etaleerde je in de eerste twee weken vaak dat je sterk was. Woekerde je daar met je krachten?

(twijfelt) “Goh... Verschillende factoren speelden een rol. Ik had al een sterk seizoensbegin gereden (eindwinst in de Tirreno-Adriatico, de UAE Tour en de Ronde van Romandië, red.). Als je dan nog derde wordt in de Giro, is dat toch niet zo slecht?”

Was je misschien te vroeg in vorm?

“Moeilijk te zeggen. Het was de eerste keer dat ik echt drie weken voluit moest gaan voor een klassement. Dat is iets anders dan een rittenkoers van een week. Vergeet ook niet dat ik viel in die Giro, en met maagproblemen sukkelde. Ik heb echt afgezien in die slotweek en verloor bijna elke dag tijd.”

Ik las ergens dat je trotser bent op die podiumplek in de Giro dan op je eindwinst in de Vuelta. Is dat echt waar?

“Ja. De inspanning die ik in de Giro moest leveren om derde te worden, was zwaarder. Ik ben toen veel dieper moeten gaan. Ondanks alle problemen zette ik toch door. Die Giro was echt een doel, dan geef je niet zomaar op.”

Wat heb je geleerd uit die Giro?

“Het was nieuw voor mij dat je als leider in het klassement na elke rit beschikbaar moet zijn voor de pers, en dus veel tijd verliest. Ik ben ook meer aandacht gaan besteden aan voeding. En als ploeg hebben we er ook lessen uit getrokken. Kortom, we waren een pak wijzer toen de Vuelta begon. Het was mijn vijfde grote ronde, al die ervaringen maken me sterker.”

“Kijk, ik had nooit gedacht dat ik hier zou staan. Toen ik na mijn carrière in het schansspringen begon te koersen, merkte ik al snel dat ik niet slecht was. In mijn eerste koers reed ik tegen ervaren renners, maar toch ging ik best wel snel omhoog. Daarna wilde ik beter worden, maar prof? Dat had ik niet durven denken. Laat staan dat ik de Vuelta zou winnen. Maar jaar na jaar zette ik stappen, en wilde ik meer. Ik wil altijd de beste zijn. Dus nu is de Tour het doel. Dat spreekt voor zich. Als je prof bent, wil je de Tour winnen. Dat is de grootste koers ter wereld.”

Na zijn val in de Dauphiné, die hem tot opgave dwong. ‘Het gevaar loert om elke hoek. Waaiers, valpartijen... Het kan snel voorbij zijn, en het kan overal gebeuren.’Beeld PRESSE SPORTS

COJONES

Ik hoorde dat je al een aardig mondje Nederlands begrijpt. Spreek je het ook, of blijft het bij scheldwoorden?

(lacht) “Ik begrijp al veel en ik spreek het een beetje, maar zal dat niet te vaak tonen. De teammeetings verlopen nog altijd in het Engels.”

Jouw team, Jumbo-Visma, brengt een enorm sterk blok aan de start van de Tour, met onder anderen ook Tom Dumoulin. Heb je een sterk team nodig om Team Ineos van rivaal Egan Bernal te kloppen?

“Ik denk het wel. Je hebt beter veel troeven om uit te spelen, dan slechts één kaart in de hand. Ik hoop dat we er een mooi gevecht van kunnen maken.”

Heb je de Netflix-documentaire over Movistar Team gezien? Hun drie kopmannen – Alejandro Valverde, Mikel Landa en Nairo Quintana – leken elkaar wel stokken in de wielen te steken.

(lacht) “Ja, dat liep niet zo goed af, hè? Eén ding is zeker: ze hebben wel stevige cojones, daar bij Movistar. Het was interessant om die documentaire te zien, je kunt er zelf lessen uit trekken. Nu, ik denk wel dat wij een sterkere ploeg hebben dan Movistar. We hebben meer kwaliteit in huis om Ineos te verslaan.”

De sfeer bij Movistar leek slecht. Vrees je daar niet voor bij jouw team?

“Neen, we komen goed overeen. We zijn vriendelijke jongens en gaan goed met elkaar om. We hebben samen één doel: de Tour winnen.”

Maar is er geen interne strijd om het kopmanschap? Rijden jullie elkaar kapot op trainingskamp om te laten zien wie de beste is?

(lacht) “Nee, zo zit het niet in elkaar. We trainen samen en in de wedstrijden zien we wel hoe het loopt. Het is niet dat we elkaar afpeigeren op stage om te bewijzen wie de sterkste is. Trouwens, Ineos, en vroeger Team Sky, heeft toch ook al bewezen dat je met meerdere leiders kunt starten in een grote ronde. De koers zelf zal wel uitwijzen wie de sterkste is. We moeten gewoon proberen om die slotweek zo goed mogelijk in te gaan, met nog drie renners van ons bovenaan in het klassement. Daarna zien we wel.”

Maar jij hebt toch een streepje voor op Dumoulin?

(ontwijkend) “Ik ben gewoon één van de kopmannen. We willen het geel in Parijs, dat is het belangrijkste.”

Tom Dumoulin is dit jaar bij de ploeg gekomen. Heb je overwogen om te vertrekken bij Jumbo-Visma?

“Neen, ik heb daar niet over nagedacht. Helemaal niet. Tom heeft de Giro al gewonnen. Hij is door een moeilijke periode gegaan, maar hij is nog steeds een sterk renner en ik ben blij dat hij erbij is. Als ik niet de sterkste blijk, dan moet ik me daarbij neerleggen. Alleen zal ik er wel alles aan doen om top te zijn. (lacht) Er is maar één nadeel nu Tom erbij is: hij is een Nederlander, dus nu zal er nog meer Nederlands worden gesproken aan tafel.”(lacht)

Egan Bernal noemde jou zijn grootste uitdager voor de Tour.

(grijnst) “Hij wil me gewoon een beetje charmeren. Ik weet niet of ik zijn grootste uitdager ben. Ik ga dat alleszins niet over mezelf zeggen.”

“Ik heb Egan wel graag. Hij is een groot kampioen en ik vind hem een nice guy: altijd vriendelijk, altijd met de glimlach. Ik hou ervan om tegen hem te koersen. Hij is erg sterk en als renner wil je nu eenmaal tegen de beste van je generatie koersen.”

“De Tour wordt geen simpele opdracht. Bernal is buitengewoon sterk. Dat zagen we vorig jaar: hij stond er van start tot eind, kan zijn mannetje staan in vlakke etappes en vliegt in de bergen. Het wordt zaak om alert te koersen, zeker aangezien er al een bergrit is rond Nice. Egan is de grote favoriet als titelverdediger, maar je mag de strijd niet herleiden tot een duel. Je moet ook rekening houden met andere renners.”

Bernal post zijn trainingen op de Strava-app. Daar zie je dan hoe hij ritten van zeven uur afwerkt, met soms meer dan 5.000 hoogtemeters. Word je bang als je dat ziet?

“Ik geef daar niet om. Echt, ik ben er niet mee bezig. Ik heb al genoeg werk met mezelf. Ik focus liever op mijn trainingen, om met de best mogelijke conditie aan de start te staan.”

Waarom zien we jouw trainingen niet op Strava?

“Gewoon, omdat het zo is. Er schuilt niets achter. Soms deel ik eens iets, maar alleen als ik echt heel snel ben. Meestal ben ik zo traag dat het niet de moeite is om op Strava te posten.” (lacht)

WAAIERS

Renners zeggen vaak: ‘Je moet het parcours nemen zoals het komt.’ Maar zeg eens eerlijk: het parcours van de Tour de France dit jaar is toch in het voordeel van punchers zoals Pinot of Alaphilippe?

“Het parcours zou ook mij wel moeten liggen, denk ik. Het is anders dan andere jaren. Op dag twee trekken we al de bergen in. De kaarten zullen al op tafel liggen. Het wordt fun voor de fans om te volgen.”

Vind je het niet jammer dat er geen ploegentijdrit is? Vorig jaar knalde jouw team naar de winst in Brussel.

“Natuurlijk is dat jammer, zeker als je zag hoe ons team vorig jaar iedereen naar huis fietste. Aan de andere kant: in de Vuelta was er wél een ploegentijdrit, en lagen we door een lekkend zwembadje tegen de grond. Het is wat het is, je moet het parcours nemen zoals het komt.” (grijnst)

Er is slechts één individuele tijdrit. Jij moet gevloekt hebben, als tijdritspecialist.

“Neen, eigenlijk niet. Ik beschouw mezelf niet echt als een tijdrijder.”

Echt? Je won vorig jaar twee tijdritten in de Giro, en één in de Vuelta.

“Er zijn andere specialisten. Ja, ik kan snel fietsen, maar dan eerder op een parcours met wat hoogtemeters. In de pure, vlakke tijdritten schiet ik tekort. Ik ben een smalle, kleine jongen. Tegen die rouleurs kan ik niet op. Dus eerlijk: ik vind het niet erg dat er slechts één tijdrit is. Bovendien is die ene tijdrit in de Tour (met aankomst boven op La Planche des Belles Filles, op de voorlaatste dag in de Tour, red.) er één die me wel moet liggen.”

Is er een sleutelrit in deze Tour, of wordt elke dag een loterij?

“Elke dag wordt belangrijk. Al vanaf de start. Je moet elke dag alert zijn voor waaiers, valpartijen... Het kan snel voorbij zijn, en het kan overal gebeuren.”

Is het om die reden belangrijk enkele klassiekerspecialisten in je team te hebben?

“Ja. Tony Martin is van groot belang voor de ploeg, maar ook Wout. Man, wat een kerel. Je hebt sterke jongens nodig om de boel te controleren en Wout kan ook bergop een eindje mee. Ik kan me niet voorstellen dat ik de Tour zou rijden zonder hem.”

Vorig jaar verloor je in een waaierrit bijna de Vuelta.

“Klopt, daar lieten we ons even verrassen. Daarom moet je een paar van die sterke jongens in je team hebben.”

“Kijk, in de bergen weet je waar het kan gebeuren, maar in een vlakke rit loert het gevaar om elke hoek. Je moet op alles voorbereid zijn. Met een paar van die jongens in je team ben je in het voordeel. We kunnen een scheve situatie rechtzetten of zelf iets forceren in een waaier.”

Ben jij nog kwaad op Movistar? Jij viel in de 19de rit en meteen daarna trok het team van Valverde stevig door, terwijl het een ongeschreven regel is: als de leider valt, ga je niet in de aanval.

“Natuurlijk stelde ik me daar vragen bij, maar vandaag is dat niet meer aan de orde. Je moet je ook afvragen: wat was hun beweegreden, hoe was de communicatie, waarom deden ze dat? Het is niet aan mij om daarover te oordelen. Het belangrijkste is dat ik die Vuelta gewonnen heb, punt.”

Kun je je voorstellen dat jij hetzelfde had gedaan in die situatie?

“Neen, ik zou dat niet doen. Zeker niet. Maar andere renners dus wel. Uit zo'n situatie moet je lessen trekken.”

Voelde je de eindwinst door je vingers glippen? Wat ging er toen door je heen?

“Veel gaat er niet door je hoofd op zo'n moment. Je denkt alleen maar aan rap rijden en geen tijd verliezen.”

‘Ik vind het niet erg dat Tom Dumoulin (r.) bij onze ploeg is gekomen. Er is maar één nadeel: Tom is een Nederlander, dus nu wordt er nog meer Nederlands gesproken aan tafel.’Beeld Raymond Kerckhoffs

GIN-TONIC

Jij komt uit het schansspringen, een individuele sport. Was het moeilijk om de transitie te maken naar een teamsport?

“In de koers win je niet alleen, dat was inderdaad nieuw. Maar ik vind het wel fijn om iets te bereiken met de hele ploeg, samen naar een doel te werken. Onze slogan is niet voor niets 'Samen winnen'. En dan praat ik niet alleen over de renners, maar over de hele ploeg: soigneurs, ploegleiders, mecaniciens, de voedingsdeskundigen, echt iedereen.”

 In korte tijd moest je ook leider worden van een team. Was dat moeilijk?

“Het was een rol waarin ik moest groeien. Je moet vragen aan anderen om tot het uiterste te gaan voor jou. Dat is niet makkelijk.”

Toen je vorig jaar ziek was in de Giro, stapte je niet af. Is het dan de verantwoordelijkheid voor jouw team die je in koers houdt?

“Die speelt zeker een rol. Je wilt niet zomaar de handdoek in de ring gooien. Je rijdt voor de jongens die je al weken steunen, en voor de supporters langs de kant van de weg.”

Je hebt in korte tijd heel grote stappen gezet.

“Misschien lijkt dat zo, maar wie me van dichtbij bezig ziet op training, zal zeggen dat de weg die ik heb afgelegd, niet zo abnormaal is. Ik heb zelf niet het gevoel dat ik grote sprongen maak, en zie het meer als een geleidelijk proces. Ik heb elk jaar progressie gemaakt en ik word omringd door een sterk team dat met me meegroeit. Dat mag je ook niet vergeten.”

Maar kun je je voorstellen dat mensen zich vragen stellen over jou? Het wielrennen heeft een geschiedenis.

“Dat is vervelend, maar wat kan ik eraan doen? Ik train hard en doe niets verkeerds.”

Was je kwaad toen de naam van Milan Erzen, jouw vroegere teammanager bij Adria Mobil, vorig jaar in verband werd gebracht met de dopingaffaire Aderlass? Onrechtstreeks werd jij zo ook aan doping gelinkt.

“Daar kon ik niet veel aan doen. Die man is ook niet mijn grote ontdekker, hoor. Die hele affaire is een spijtige zaak voor het Sloveense wielrennen. Ik heb daar niets mee te maken, mijn naam duikt ook niet op in het dossier.”

“Kijk, ik kan niet veranderen wat een journalist over me denkt of schrijft. Ik kan alleen maar antwoorden op jullie vragen. Natuurlijk is het niet leuk om bepaalde beweringen te zien verschijnen in de media, maar dat moet je er als wielrenner bij nemen. Ik heb alleszins niets te verbergen.”

Welke marginal gains maken dan wel het verschil?

“Elk detail telt. Bij Jumbo-Visma staan alle neuzen in dezelfde richting: van ploegleiders tot mecaniciens. Iedereen is superprofessioneel en wil de beste zijn in zijn vak. We streven op alle vlakken naar succes.”

Het ligt dus niet alleen aan ketonen, jullie wonderdrankje?

(lacht) “Neen, ik denk het niet.”

Hoe groot is het effect van ketonen?

“Ik weet het niet, ik ben maar een wielrenner. We hebben voedingsdeskundigen die daarmee bezig zijn. Het is gewoon een supplement, zoals er zoveel bestaan.”

Je ploegmakker Laurens De Plus vertelde dat het met een beetje verbeelding naar gin-tonic smaakt.

“Echt? Dat vind ik niet. Ik hou meer van de echte gin-tonic. En als ik er daar een paar van drink, is het effect toch groter dan bij ketonen. Helaas: niet op de goeie manier.” (lacht)

Hou je ook van champagne? Het zou zomaar eens kunnen dat je in Parijs een fles mag ontkurken.

“Ik hoop het.” (lacht)

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234