Woensdag 01/02/2023

InterviewGeorges Leekens

‘Ik had in 2012 de nationale ploeg niet mogen verlaten om trainer van Brugge te worden’

Georges Leekens: 'Roberto Martínez heeft structureel fantastisch werk afgeleverd.' Beeld Rebecca Fertinel
Georges Leekens: 'Roberto Martínez heeft structureel fantastisch werk afgeleverd.'Beeld Rebecca Fertinel

Ideaal, zo vat ex-bondscoach Georges Leekens (73) de openingswedstrijd van België op dit WK samen: niet te best spelen, wel winnen en de nul houden. De onverbeterlijke optimist ziet kansen op dit WK. ‘Dit is nog altijd een zeer hongerige groep, die al eens een halve finale heeft bereikt en nog meer wil.’

Frank van Laeken

‘Stel dat de Rode Duivels met 3-0 of 4-0 hadden gewonnen tegen Canada, dan waren we met z’n allen te euforisch geworden. Er zijn in elk geval nog heel wat werkpuntjes”, zegt Georges Leekens over de WK-openingswedstrijd van België. “Zo’n eerste wedstrijd, dat is als het eerste examen op school: je weet nog niet waar je gaat uitkomen. De voorbereiding was kort, er waren nog wat vraagtekens rond geblesseerden, we wisten niet of de balans meteen goed zou zitten. Maar we winnen, daar gaat het om.”

Allemaal mooi en wel, maar u hebt ook gezien wat wij hebben gezien: de Rode Duivels werden overspoeld door een internationale meeloper.

“Dat is waar. We hadden duidelijk niet verwacht dat Canada zo hoog druk zou zetten en slaagden er niet in onder die druk uit te voetballen. De bondscoach weet dat, de spelers ook, ze kunnen daar nu aan werken.”

Waren er buiten het resultaat nog lichtpunten?

“Wat ik mooi vond: zowel de bondscoach als de spelers praatten niet om de kwestie heen na de wedstrijd, er was veel zelfkritiek. En als ex-trainer vond ik het leuk dat Toby Alderweireld en Kevin De Bruyne in discussie gingen op het veld. In moeilijke momenten moeten spelers met ervaring opstaan. Dat getuigt van winning spirit.”

Kevin De Bruyne werd tot zijn eigen verbazing uitgeroepen tot Man van de Match, maar in The Sun noemden ze hem de slechtste van het Belgisch elftal en in de Spaanse sportkrant AS kreeg Eden Hazard de laagste quotering. Een wake-upcall omdat ze in het buitenland objectiever naar de prestaties van de Rode Duivels kijken?

“Kevin zal de eerste zijn om toe te geven dat hij een matige wedstrijd heeft gespeeld en Eden zit ook nog niet op topniveau, maar die kranten overdrijven. Vergeet niet dat er veel jaloezie bij komt kijken: niet Spanje of Engeland stond jarenlang nummer 1 van de wereld, maar het kleine België. En je weet hoe dat gaat met hoge bomen...

“We moeten de kritiek leren aanvaarden, de groep zal zelf de wedstrijd al wel kritisch geanalyseerd hebben.”

Wat vond u van het WK tot nu toe?

“Spanje bracht het beste voetbal: fluks, jeugdig, veel lopend vermogen. Argentinië en Duitsland hadden moeten winnen, maar verliezen. Het gaat op zo’n toernooi om het grijpen van het momentum: de Rode Duivels deden dat wel, de Argentijnen en de Duitsers niet. Argentinië zie ik dat nog wel rechtzetten, dat blijft topniveau. Voor Duitsland wordt het moeilijker, nu ze tegen Spanje moeten spelen.”

Wat verwacht u van de Rode Duivels tegen Marokko zondag?

“Normaal zou het iets makkelijker moeten gaan dan in de openingswedstrijd. Niet te veel liefst, het mag niet té makkelijk zijn in deze fase. De vraag die zich stelt met wedstrijden om de vier dagen is ook: hoe zit het met de recuperatie? Geleidelijk aan moeten we meer een team worden. In een toernooi moet je groeien. Na Kroatië moeten we er helemaal staan. Onze toppers moeten hun topniveau halen in de achtste finale, dan zullen ze de anderen wel meetrekken.”

Hoe heeft Roberto Martínez het gedaan in die zes jaar als bondscoach?

“Hij heeft structureel fantastisch werk afgeleverd, ook bij de jonge Duivels, waar hij sterke persoonlijkheden heeft gepositioneerd als coach. Hij heeft zich goed omringd, nu ook met Thomas Vermaelen, een van de beste verdedigers met wie ik ooit heb gewerkt. Martínez durfde beslissingen te nemen. En hij bouwde een goede groep uit, die jarenlang nummer 1 van de wereld was. Helaas zien de mensen alleen het laatste resultaat en niet het werk in de diepte. De onderbouw is zeer goed bij de nationale ploeg.”

Wat vindt u van de selectie van Martínez?

“Er zal altijd kritiek zijn op wie de bondscoach meeneemt. Omdat je te veel spelers van Anderlecht selecteert, bijvoorbeeld, of van Club Brugge, of, zoals nu, geen enkele van Genk. Waarom Zeno Debast wel en Brandon Mechele niet? Dat gaat om een persoonlijke interpretatie van het scoutingapparaat en de bondscoach zelf. Wij beschikken niet over die informatie, waarom zouden we er dan een oordeel over vellen?

‘In Boedapest bouwden ze een nieuw stadion in twee jaar tijd. Orbán duwde dat gewoon door. In België mag of kan niets.’ Beeld Rebecca Fertinel
‘In Boedapest bouwden ze een nieuw stadion in twee jaar tijd. Orbán duwde dat gewoon door. In België mag of kan niets.’Beeld Rebecca Fertinel

“Je kunt altijd over details discussiëren, maar ik vind deze selectie logisch passen binnen de visie van Martínez. Hij is trouw aan zijn groep. En hij heeft zes jaar stabiliteit gebracht. Daarom is Dries Mertens er ook bij. Dries is een mentor binnen de spelerskern, of hij nu speelt of niet. Ik heb Dries destijds op zijn 24ste bij de nationale ploeg gehaald, toen hij nog voor FC Utrecht speelde. Dat verbaasde hem. Maar Dries kon verschillende posities aan, was dribbelsterk, kon vrijschoppen trappen en werd al snel meer dan een invaller. Schitterende mentaliteit, altijd positief. Dat straalt hij ook nu nog uit. Er zit geen weemoed in zijn ogen. Ik zie nog altijd hetzelfde gastje dat bij de jeugd van AA Gent rondliep toen ik daar hoofdtrainer was.

“Dit is nog altijd een heel hongerige groep, die al eens een halve finale heeft bereikt en nog meer wil. Maar daarvoor moet alles perfect verlopen. Wij moeten de tegenstander in de fout lokken en mogen zelf geen fouten maken. Belangrijk wordt om de nul te kunnen houden. Slim zijn. Moet het altijd mooi zijn? Het doel is: winnen. De 3-4-3-tactiek is daarbij slechts een detail: voetballers van dit niveau kunnen drie, vier systemen spelen, dat doen ze bij hun clubs ook. Het gaat er ook niet om elke match 60 procent balbezit te hebben, het draait om wat je met die bal doet. Efficiëntie. Van de twee, drie kansen die je krijgt, moet er minstens eentje binnen. Op topniveau volstaat soms één doelkans. Er moet gezonde agressie zijn, controle, verticaal spel. Alleen op stilstaande fases zouden we nog beter moeten worden.

“We moeten van niemand bang zijn, maar het is ook niet zo dat we 70 procent kans maken om wereldkampioen te worden. De wil om te winnen moet veel groter zijn dan de angst om te falen. 1 + 1 kan 3 zijn, maar ook -1. Bij de Rode Duivels onder Roberto Martínez is het meestal 3 geweest.”

Deze ‘gouden generatie’ heeft nog niets gewonnen, natuurlijk.

(sarcastisch) “Wanneer zijn we ook weer wereldkampioen geworden? Of Europees kampioen? Dit is de beste generatie voetballers die we ooit hebben gehad. We hebben wereldtoppers in het elftal, spelers die op hun plaats bij de beste van de wereld zijn. Dat hebben we nog nooit eerder meegemaakt.

“Toen ik in mei 2010 opnieuw bondscoach werd, stond België 59ste op de wereldranglijst, Nederland 4de. Ik heb toen een grote mond opgezet en gezegd dat deze generatie Rode Duivels Nederland zou voorbijsteken, wat ook gebeurd is. Tijdens mijn eerste wedstrijd tegen Bulgarije zaten er 7.000 toeschouwers in het Koning Boudewijnstadion: 5.000 genodigden en 2.000 betalende mensen. Er is sindsdien een hele weg afgelegd.”

Twee keer was Leekens bondscoach van de Rode Duivels. Van begin 1997 tot augustus 1999 en van mei 2010 tot mei 2012. In 1998 leidde hij België naar het wereldkampioenschap in Frankrijk, waar de Rode Duivels al na de groepsfase naar huis moesten. Magere troost: naast wereldkampioen Frankrijk was België het enige land dat niet verloor op dat WK. In zijn tweede periode als Belgisch bondscoach zag hij de huidige generatie opkomen.

Op 12 mei 2020 stapte hij zelf op bij de Iraanse club Tractor Sazi.

“Werken in Iran was een moeilijke bevalling. Toen ik er arriveerde werd ik nochtans door tienduizend fans opgewacht op de luchthaven. Tractor Sazi speelt in Tabriz, helemaal in het noorden, tegen de grens met Azerbeidzjan, in een stadion van 66.000 man. Dat zat elke thuiswedstrijd helemaal vol en dan zaten er nog eens 20.000 toeschouwers op de bergen eromheen. Maar je voelde toen al de spanningen die er de voorbije maanden opgeborreld zijn.

“Tof land, toffe mensen, maar dat werd volledig getorpedeerd door het regime. Vrouwen mochten het stadion niet in. Toegang tot het internet werd streng gecontroleerd. Zes maanden ben ik er geweest. Er was geen sprake van dat mijn echtgenote zou meegaan. Drie maanden ginds, drie dagen thuis, weer drie maanden ginds, dat was het ritme. Ik zat er op hotel, wat ik meestal deed als ik in het buitenland trainer was. Ach, ik heb altijd het avontuur opgezocht, niet altijd de makkelijkste oplossingen gekozen. Dan moet je niet beginnen te wenen als de situatie ter plekke eens tegenvalt of wat moeilijker is.”

Opportunist, werd hij weleens genoemd, of jobhopper, vanwege zijn zeer gevarieerde cv als trainer. In 36 jaar tijd had hij 20 clubs en 6 landen onder zijn hoede. Nergens bleef hij langer dan drie seizoenen. Als voetballer was Leekens honkvaster. Negen jaar lang centrale verdediger bij Club Brugge. Het no-nonsensetype, met zijn messcherpe tackles de schrik van heel wat spitsen, wat hem de bijnaam Mack the Knife opleverde. Op zijn 71ste wenkte het pensioen.

‘Ik ben avontuurlijk en onrustig van nature. Als het te makkelijk begon te gaan, keek ik uit naar nieuwe uitdagingen.’ Beeld Rebecca Fertinel
‘Ik ben avontuurlijk en onrustig van nature. Als het te makkelijk begon te gaan, keek ik uit naar nieuwe uitdagingen.’Beeld Rebecca Fertinel

“Achteraf bekeken ben ik heel blij met die lockdown van twee jaar geleden, want die heeft me doen nadenken over mijn toekomst. Wie mij een beetje kent, weet dat ik een workaholic ben. Ik heb nog heel wat aanbiedingen gekregen, van landen en van clubs, de ene telefoon na de andere, maar ik voelde dat het goed geweest was. Ik wilde er meer zijn voor mijn dierbaren, zoals zij er in heel mijn carrière voor mij geweest zijn.”

Had u verwacht dat de Rode Duivels de mensenrechtenkwestie in Qatar zouden aankaarten, wat de Duitsers wel deden door op de ploegfoto met de hand voor de mond te poseren en de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Hadja Lahbib (MR) deed met een regenboogarmband op de viptribune?

“Men moet nu niet aan spelers en bondscoaches vragen om een statement te maken. Dat is te laat. Dat had men twaalf jaar geleden moeten doen, toen men die WK’s toewees aan Rusland en Qatar. Natuurlijk ben ik tegen elke vorm van discriminatie, maar wat kun je daar ter plekke nog aan doen? Focus op het voetbal.

“Dat onze minister daar met die regenboogarmband stond, vind ik goed. Dat is háár job, niet die van onze voetballers. En het gebaar van de Duitsers vond ik origineel, maar als je dan achteraf door eigen arrogantie de wedstrijd verliest, spreekt niemand daar nog over.”

Dus: we moeten het nu maar laten passeren, maar in de toekomst moeten we op het ogenblik van de verkiezing van een WK-organisator landen die de mensenrechten verwaarlozen uitsluiten?

“Zo is dat. De stemprocedure is trouwens veranderd: het gebeurt niet meer door een uitvoerend comité van 24 leden, maar door álle FIFA-leden. Ik denk dat dit soort zaken dus niet meer zullen kunnen in de toekomst, omdat ze op voorhand zullen worden aangekaart binnen een grote groep landen.

“We kunnen de wereld niet in één keer veranderen. Het moet met overleg gebeuren. Je lost zulke problemen niet op door een armband te dragen of je vast te kleven aan een doelpaal, een tennisnet of een schilderij.”

Roberto Martínez krijgt steeds vaker het verwijt dat hij té positief is, te wollig praat, te weinig echt zégt. Klinkt dat herkenbaar voor u?

“We krijgen heel veel respect in het buitenland. Belgische voetballers worden gegeerd in topcompetities. De Belgische competitie is verbeterd. Maar we zijn daar zelf te negatief over. In mijn tijd als bondscoach schilderde de pers de nationale ploeg af als losers, maar ik heb toen, samen met Vincent Kompany, proberen te benadrukken dat het een goede groep was, die uit toekomstige winnaars bestond. Maar we waren nog niet gereed.

“Martínez is positief ingesteld, is niet egocentrisch, doet het graag, is er elke dag mee bezig, heeft klasse. Moet hij dan een tiran zijn? Moet hij zijn spelers afmaken na een mindere prestatie? Het is niet voor niets dat spelers uit buitenlandse topclubs graag voor de nationale ploeg komen spelen. Een bondscoach is geen magiër, een titel komt niet op bestelling. Pep Guardiola heeft ook de Champions League nog niet gewonnen met Manchester City.

“Communicatie is een van de belangrijkste aspecten van de job geworden. Als je een goed product hebt, moet je het ook kunnen verkopen. Een bondscoach is een ambassadeur van het land dat hij vertegenwoordigt. Je moet de tendensen binnen de pers kennen, die in België dan nog kunnen verschillen tussen Nederlandstalige en Franstalige journalisten.

“In welke taal je de persconferentie begint, is al een eerste vraag die je jezelf moet stellen. In mijn tweede periode als bondscoach was Marc Wilmots mijn assistent, we hadden de afspraak dat hij Frans zou praten en ik Nederlands. Dat had hij ook al gedaan toen Dick Advocaat bondscoach was, die enkel Nederlands sprak. Met Martínez stelt zich dat probleem niet, omdat hij Engels spreekt.

“In het buitenland werkte ik met een vertaler. Daarmee maakte ik goede afspraken over wat ik van plan was te zeggen, want hij moest dezelfde intentie geven aan de woorden als ik. Ook tegenover de spelers. Woorden kunnen zacht of hard klinken.”

Laten we even teruggaan naar vrijdag 3 juni 2011. Een teleurstellende 1-1 tegen Turkije, maar achteraf werd er vooral gepraat over het ‘hamburgerincident’: Eden Hazard stond een hamburger te verorberen aan een kraam buiten het stadion, nadat hij in de 60ste minuut tegen zijn zin vervangen was.

“Mij ging dat niet om die hamburger, maar ik nam het hem kwalijk dat hij de ploeg in de steek had gelaten. De dag nadien confronteerde ik hem in Rijsel, waar hij toen nog speelde, met zijn statistieken. ‘Jouw rendement moet omhoog, als je straks voor een topclub wil spelen zul je meer intensiteit moeten tonen’, zei ik. ‘Je moet niet spelen om te spelen, maar spelen om te winnen.’

“Hij had in die dagen ook een shirt gedragen van een andere sponsor dan die van de Rode Duivels. ‘Wat moet ik met jou doen?’, vroeg ik. ‘Er zijn mensen die vinden dat ik je voor zes maanden moet schorsen. Ik weet dat je een kwajongen bent, niet meer dan dat, maar ik kan dit zo niet laten. Als we allebei slim zijn in onze commentaren, hoeft dit geen grote rel te worden. Ik ga je voor drie wedstrijden schorsen, maar na één wedstrijd neem ik je terug op in de selectie.’ Die ene match was een vriendschappelijk duel in Slovenië, dat was niet zo erg. Als aanvoerder was Vincent Kompany heel blij met deze uitkomst. Intrinsiek was Eden toen al de beste.

“Iedereen brak Eden de laatste tijd af. Hij was inderdaad niet in grote vorm, maar hij kan wel nog het verschil maken. In de nationale ploeg speelt hij met vertrouwen.”

U bent bondscoach geweest in Algerije, Tunesië en Hongarije. Viel dat te vergelijken met België?

“De belangen waren er nog groter. Niet alleen sportief, maar ook politiek. In Algerije en Tunesië was de passie maal twee in vergelijking met België. Voetbal is daar het leven, het leven is voetbal. Dat is eten, drinken en slapen tegelijk. De eer van het land gaat er boven alles. Als bondscoach van Tunesië hebben we ons gekwalificeerd voor de Afrika Cup van 2015. Dat was onvoorstelbaar. Natuurlijk mag je dat qua organisatie en faciliteiten niet vergelijken met een WK, maar de beleving was er fenomenaal. Een en al emotie.

null Beeld Rebecca Fertinel
Beeld Rebecca Fertinel

“In Boedapest heb ik meegemaakt dat ze in twee jaar tijd in staat waren een nieuw stadion te bouwen. Orbán duwde dat gewoon door. In de Puskás Aréna met zijn bijna 70.000 plaatsen werden vorig jaar wedstrijden van het EK gespeeld en zal volgend jaar de Europa League-finale worden georganiseerd. Terwijl in België niets kan of mag. Een ondernemer mag hier niet ondernemen.”

We moeten het toch nog eens over die uitspraak van u uit 2012 hebben, toen u zei dat 90 procent van het werk bij de Rode Duivels af was.

“Die blijft mij achtervolgen. Het ging mij om de professionele structuur, de organisatie, niet om de sportieve resultaten. Ik had de technische en medische staf uitgebouwd, daar plukken ze vandaag nog altijd de vruchten van. Ik heb bijvoorbeeld fysiotherapeut Lieven Maesschalck bij de Rode Duivels gehaald. Die man is wereldtop in zijn vak. Er kwam een extra conditietrainer bij en een videoanalist. Toen ik eraan begon, moest je als coach nog heel veel zelf doen, maar met alle data die beschikbaar zijn, heb je een heel team rond je nodig. We hebben met de bond ook grotere sponsors kunnen aantrekken in die periode. Dat was een voorwaarde om te groeien en een hype rond de nationale ploeg te kunnen creëren.”

U zette in al uw clubs eerst een structuur op, dokterde dan een langetermijnvisie uit, waarna u weer vertrok zonder die visie zelf uitgevoerd te hebben. Hoe verklaart u dat?

“Ik ben avontuurlijk en onrustig van nature. Als het te makkelijk begon te gaan of als ik het gevoel had dat het bestuur niet mee wilde in de volgende stappen van het project, keek ik uit naar nieuwe uitdagingen. Soms nam ik zelfs ontslag zonder een andere ploeg achter de hand te hebben. Ervaring is goed maar ook gevaarlijk. Je riskeert op je lauweren te gaan rusten, terwijl de job intussen evolueert. Ik pushte mezelf voortdurend. Tevreden zijn? Er kon altijd nog wel 5 procent bij. Het leven is: vooruit met de geit. Ik dacht vroeger dat ik de wereld kon veranderen, maar dat kan niet, je moet de wereld laten draaien.

“Op mijn vijfendertigste werd ik trainer van Cercle Brugge. In mijn eerste seizoen wonnen we de beker, dat was geleden van 1927 en is sindsdien nooit meer gebeurd. Elk jaar werden de beste spelers verkocht, maar toch bleven we het goed doen. Opeens was ik the golden boy. Op mijn achtendertigste kwam Anderlecht aankloppen. Ik kon de wereld aan, dacht ik. Ik zei tegen Constant Vanden Stock dat hij niet elke wedstrijd champagnevoetbal moest verwachten. Typisch voor een jonge coach die zich te veel wil manifesteren.

“Na een paar maanden moest ik vertrekken, omdat de resultaten tegenvielen. We stonden vierde, dat was toen een schande, vandaag zouden ze daar blij mee zijn. Dat ontslag heeft mijn ogen geopend. Tien jaar later riep Constant me eens bij zich: ‘Menneke, ge hebt rap geleerd hé.’ ‘Ja, voorzitter, ik heb leren kijken, luisteren en inschatten. Bedankt om mij die levensles te geven.’ Vallen en opstaan.

“Belgische trainers zijn misschien nog net iets te veel verknocht aan hun kerktoren. Nederlanders hebben dat veel minder. Henk Houwaart, Aad de Mos en Johan Boskamp hebben het heel goed gedaan hier, maar dat kunnen Belgische trainers ook in het buitenland. Waarom zou Philippe Clement geen trainer kunnen worden van Manchester City?

BIO

• geboren op 18 mei 1949 in Meeuwen • speelde als verdediger voor o.a. Club Brugge; heeft 3 interlands achter zijn naam • was trainer van o.a. Cercle, Club, Anderlecht, Trabzonspor (Turkije), Al-Hilal (Saudi-Arabië) en Tractor Sazi (Iran) • was bondscoach van België (2x), Algerije (2x), Tunesië en Hongarije • co-auteur van Winnen door teambuilding en De match van je leven

“Ik heb in mijn periode als profspeler en trainer ook nog jarenlang mijn praktijk als kinesitherapeut behouden. Soms zag ik vijftien tot twintig patiënten op een dag. Ik zie graag mensen. Ik zie ook graag evolutie. Ik werkte graag met jongens die je kon toeduwen naar succes en dat waren niet altijd topvedetten. In Gent heb ik met Wouter Vrancken gewerkt, een speler die altijd collectief dacht en die nu in Genk bewijst dat hij een toptrainer is. Ik heb van Hein Vanhaezebrouck, die bij Lokeren op de bank zou belanden, mijn assistent gemaakt. Daar was hij een paar dagen kwaad om. Ik zei: ‘Hein, jij gaat ongelukkig zijn als bankzitter, je hebt persoonlijkheid en vista, je moet trainer worden.’ Een stappenplan is belangrijk: eerst assistent, dan trainer. Of zoals Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku: het moeilijk hebben bij een topclub en dan een stap terugzetten om daarna volledig te ontbolsteren.”

Weldra moeten 55 personen en één vennootschap voor de rechter verschijnen in de zaak-Propere Handen. U zit daar, voor alle duidelijkheid, niet tussen, maar makelaar en spijtoptant Dejan Veljkovic liet eind 2021 in Pano wel verstaan dat u Derrick Tshimanga in de nationale ploeg had laten debuteren, zodat de speler meer waard zou zijn op de transfermarkt en u daardoor 200.000 euro zwart geld die u van Lokerenvoorzitter Lambrecht zou hebben ontvangen, kon behouden. Wat is daarvan aan?

“Laat ik het zo stellen: ik ben tegen cafépraat. Tijdverlies. Tshimanga heb ik van bij de jeugd van Lokeren naar de eerste ploeg gebracht. Op dat moment waren er heel wat geblesseerden bij de Rode Duivels, zeker op zijn linksbackpositie. Ik heb in de zaak-Propere Handen een verklaring afgelegd op het parket van Hasselt, daarna mocht ik zonder probleem weer naar huis vertrekken. Meer woorden maak ik daar niet meer aan vuil. Vraag aan de mensen met wie ik gewerkt heb of ik eerlijk ben. Denk je echt dat ze me bij verschillende landen en clubs zouden hebben teruggevraagd, mocht dat niet het geval zijn?”

Wat moeten de mensen van de trainer Georges Leekens onthouden?

“Ik heb altijd hard gewerkt, kon in meerdere culturen mijn plan trekken, denk niet dat ik een egoïst ben geweest. Het ging er mij om individuele spelers en groepen beter te maken. Als het goed ging, zat ik er korter op en was ik strenger. Ging het wat minder, dan ondersteunde ik hen, zeker als ze het maximum gaven. Ik was niet de gemakkelijkste, maar ik denk wel dat ik mezelf een goede peoplemanager mag noemen.

“Angst is nooit een factor geweest in mijn carrière, misschien later wel de angst om te sterven, maar nu zeker nog niet. Mijn gezondheid is prima, dank u God!”

Wat was uw grootste verwezenlijking?

“Mijn carrière zelf. Ik heb in acht landen gewerkt, heb me geweldig geamuseerd.”

Waar hebt u spijt van?

“Spijt heb ik van niets, maar ik had in 2012 de nationale ploeg niet mogen verlaten om opnieuw trainer van Club Brugge te worden. Daar werd toen over geschreven dat ik het voor het geld deed, wat niet klopte. In het leven gaat het om andere waarden. Ik had het gevoel dat ik mijn spelers in de steek zou laten, we hadden net samen ‘The road to Brazil’ uitgedokterd, maar Bart Verhaeghe drong aan en speelde in op mijn blauw-zwarte sentiment. Daarna kreeg ik het hele land over me heen. In het stadion van OH Leuven hing een spandoek waarop stond dat ik een bedrieger was. Dat staat in mijn hart gegrift.

“Dat minpuntje stelt echter weinig voor in vergelijking met de dankbaarheid die ik koester, omdat ik van mijn hobby mijn beroep heb kunnen maken en dat ik een mooie, lange carrière kon beleven. Passioneel bezig zijn en kunnen evolueren als mens, dat is het mooiste wat er is.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234