Vrijdag 23/04/2021
Wout Van Aert aan het werk in Hulst.

InterviewWout van Aert

‘Ik besef nu hoe graag ik wel wielrenner ben’

Wout Van Aert aan het werk in Hulst.Beeld BELGA

Van een renner wiens carrière aan een zijden draadje hing naar een alleskunner en veelvraat: miraculeuzer is een verrijzenis op de fiets nooit vertoond. Wout van Aert (26) domineerde het door corona ontregelde sportjaar, en de prijzenregen was er ook naar. Van Kristallen Fiets over Sportman van het Jaar tot – tsjakka! – Humo’s Pop Poll: Van Aert gaf de concurrentie glansrijk het nakijken. En dan wacht hem nog het vaderschap, zijn eerste overwinning van 2021: ‘Mensen zeggen me dat ik straal als ik erover praat. Dat geloof ik: ik kijk er enorm naar uit.’

Het liefst gaat hij op in de anonimiteit en mijdt hij rode lopers, maar dat is lastig als je zoveel wint als Van Aert.

Wout van Aert: “Het is er zeker niet beter op geworden (lacht). Een tijdje geleden ging ik joggen in het bos. In gewone loopkleren, zonder logo’s van Jumbo-Visma: onherkenbaar dus, dacht ik. Wel, ik geloof niet dat één mens me níét heeft aangesproken of herkend. Ik ben vaak in het buitenland en als ik dan thuiskom, blijkt het telkens nog erger te kunnen. Dat is ook één van de redenen waarom Sarah en ik zo graag in Girona zijn: omdat we daar nog ongestoord op restaurant kunnen gaan. Dan denk ik weleens: kon het maar altijd zo zijn. Maar goed, ik klaag niet: het is de keerzijde van een medaille die toch vooral mooie kanten heeft.”

Heb je ’t voorbije, uiterst geslaagde wegseizoen een beetje kunnen vieren?

Van Aert: “Daags na de Ronde van Vlaanderen, mijn laatste wedstrijd, ging de horeca op slot. De timing kon niet slechter: op restaurant of op de lappen gaan was me niet meer gegund. Ik heb bij vrienden gevierd die ik lang niet had gezien – coronaproof, uiteraard – en thuis een paar flessen wijn gekraakt. Mensen zeggen altijd: ‘Geniet ervan’, maar het passeert allemaal zo snel. Mede doordat ik, zoals altijd, alweer vooruitkeek: het crossseizoen kwam eraan.”

Volgens je coach wordt het steeds lastiger voor jou om die overgang van de weg naar het veld te maken.

Van Aert: “Ik kom nooit aan de start om geklopt te worden. Ook niet in het veld: het is nog altijd mijn ambitie om het Mathieu (van der Poel, red.) zo moeilijk mogelijk te maken. Maar ik ben het veldrijden wel anders gaan bekijken: niet als een tussendoortje, maar toch als minder belangrijk dan het nieuwe wegseizoen. De kampioenschappen zitten in mijn hoofd, zoals het wereldkampioenschap eind januari in Oostende. Maar ik kan nu wel makkelijker een cross verliezen dan de Ronde van Vlaanderen.”

Een jaar geleden kroop je voorzichtig weer op de fiets na die gruwelijke val in de Tour van 2019. Wat heeft het voorbije jaar je geleerd?

Van Aert: “Dat het leven snel kan veranderen. En dat het loont als je niet opgeeft. Een jaar geleden zat ik midden in een moeilijke periode met heel veel vraagtekens. Ik was pas opnieuw beginnen trainen na drie maanden revalidatie en nietsdoen. Er zat totaal geen structuur in wat ik deed. Als wielrenner ben je het gewoon een schema te volgen, maar dat had ik niet. Mijn lichaam was de baas. En de kinesist: die bepaalde of ik mocht fietsen en wat ik daarnaast nog mocht doen. Lastig, maar noodzakelijk om weer wielrenner te worden. Tijdens de eerste lockdown ben ik weer beginnen lopen. Algauw had ik de smaak helemaal te pakken: ik heb nooit zo veel gelopen en gefietst als tijdens de voorbije rustperiode. Ik heb geen zin meer in stilzitten en besef nu hoe graag ik wel wielrenner ben. Dat klinkt als een huizenhoog cliché, maar zo is het echt wel.”

Je stond al bekend als een trainingsbeest.

Van Aert: “Begrijp me niet verkeerd: ik zeg niet dat ik het vroeger níét graag deed. Maar er zijn jaren geweest dat ik de fiets na het crossseizoen vier weken aan de kant zette en de dag dat ik er terug op moest, dat met frisse tegenzin deed. Dat kan ik me nu niet meer voorstellen. Misschien omdat het vroeger niet móést tijdens rustperiodes, en ik nu heel lang niet mócht: omdat ik in een ziekenhuisbed lag of aan de zetel gekluisterd was. Op zulke momenten ga je beseffen hoe mooi fietsen toch wel is. Vroeger stond ik daar niet bij stil, alles was vanzelfsprekend.”

Tijdens je revalidatie zei je in Humo dat je gelooft in karma: ‘Alles gebeurt met een reden.’

Van Aert (lachje): “Klinkt een beetje vaag, hè? Terwijl ik het zei, dacht ik al: wat zeg je nu? Karma is het lot, zoals bij die valpartij. Je kunt dan blijven denken: ‘Waarom moest míj dit overkomen?’ Maar dat is een erg negatieve gedachte, waar je geen energie van krijgt. Liever denk ik: het moest nu eenmaal gebeuren. Om mij de kans te geven nog beter te worden, bijvoorbeeld. Het heeft me enorm geholpen om het zo te benaderen. Als je negatief blijft denken, kun je nooit die bladzijde omdraaien en het achter je laten.”

Afgelopen zomer wees je vrouw Sarah in Humo op de belangrijke rol die mental coach Rudy Heylen heeft gespeeld: ‘Als Wout bij Rudy was langsgegaan, kwam hij altijd rustig terug.’

Van Aert: “Rudy is altijd een grote hulp geweest. Hij heeft me geleerd om te focussen op wat belangrijk is en de rest weg te filteren. Na die valpartij ben ik lang niet bij hem langs geweest. Ik had er de moed niet voor. Afgelopen winter ben ik toch weer beginnen gaan, ik voelde dat het nodig was. Rudy beheerst een aantal technieken om trauma’s in je hoofd te doen vervagen. Met één ervan, EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een vorm van traumatherapie, red.), zijn we aan de slag gegaan. Wilde ik als een volwaardig renner in het peloton terugkeren, dan moest ik ook weer hard door een bocht durven te gaan. Daar hebben we hard aan gewerkt.

“Ik denk niet dat ik iemand tegen de schenen stamp als ik zeg dat we bij Jumbo-Visma niet zo iemand als Rudy hebben. Van alle coaches is Merijn Zeeman zeker het meest met de mentale kant van de renners begaan: het komt dus wel aan bod. Alleen ziet de ploeg het niet als iets wat standaard tot de begeleiding van een renner behoort, maar als iets voor probleemsituaties. Daarom werk ik met Rudy: ik ben er oprecht van overtuigd dat mentale training je sterker maakt. Maar goed, ook al is het taboe errond stilaan verdwenen, het blijft ieders persoonlijke keuze.”

Heb je er altijd op vertrouwd dat je tot dezelfde prestaties in staat zou zijn als voor de val?

Van Aert: “Nee. Op zeker moment heb ik me losgekoppeld van die vraag: ik wilde ze niet blijven stellen, maar vertrouwen hebben in de mensen rond mij en het proces waarmee we bezig waren. Stap voor stap volgde telkens een stukje bevestiging. Op stage met de ploeg vorig jaar in december voelde ik dat ik weer mee kon. Dat heeft veel betekend, want we zaten daar met de ploeg die naar de Tour zou gaan. Geleidelijk is het vertrouwen teruggekeerd. Zeker toen ik ook wedstrijden begon te rijden, want dan komt toch weer de sportman in je boven en ben je even ambitieus als voordien.”

‘Toen ik de fietsproef in ‘De Container Cup’ won, was ik vooral opgelucht. Ik had net twee, drie weken niets gedaan en was bang dat ik me belachelijk zou maken.’ Beeld VIER
‘Toen ik de fietsproef in ‘De Container Cup’ won, was ik vooral opgelucht. Ik had net twee, drie weken niets gedaan en was bang dat ik me belachelijk zou maken.’Beeld VIER

KANTELPUNT

Tot het coronavirus toesloeg en je die ambities weer mocht opbergen.

Van Aert: “Gelukkig mochten we in België altijd blijven fietsen. Toen het seizoen dan toch hervatte, was het bijna een vol jaar geleden – de crossen niet meegerekend – dat ik nog echt had gekoerst. Mijn motivatie was héél groot (lacht). Doordat we noodgedwongen veroordeeld waren tot vele en lange trainingen, konden we meer dan andere jaren een stevige basis leggen en heb ik ook meer dan ooit tevoren bergop gereden. De les die ik daaruit geleerd heb, is dat ik veel aankan.”

Zoveel zelfs dat 2020 is uitgedraaid op het beste jaar uit je carrière. Heb je jezelf verbaasd?

Van Aert: “Ja. Ik had niet verwacht dat ik zo’n grote stap vooruit zou zetten. Trouwens, ook zonder blessure zou het dat geweest zijn.”

Binnenkort word je vader (intussen is Van Aert vader geworden van Georges, red). Volgens de amateurpsychologen onder ons is het niet uit te sluiten dat Sarahs zwangerschap je boven jezelf heeft doen uitstijgen.

Van Aert: “Daar heb ik toch van staan kijken: hoe mensen maar naar verklaringen bleven zoeken. Mooi, toch? (lacht) Nu, ik ga er wel een eind in mee. We wisten het van begin mei, tijdens de eerste lockdown. Dat ik iets had om naar uit te kijken, heeft me zeker geholpen om die moeilijke periode door te komen. Maar ik heb hard moeten trainen ook, en als er geen duizend-en-één puzzelstukjes perfect samenvallen, lukt het niet. Als je dan toch wilt zoeken naar een kantelpunt, dan was het de Strade Bianche. Als je eerste koers zo goed meevalt, sta je ’s anderendaags op als een ander mens. Uit die zege heb ik zoveel zelfvertrouwen geput dat alles nadien vanzelf ging.”

Heeft de zwangerschap geholpen om je nederlagen in het wereldkampioenschap en de Ronde van Vlaanderen te relativeren?

Van Aert: “Zeker bij de Ronde heeft het níét geholpen (lachje). Sarah heeft van alles geprobeerd om me op te beuren, maar ik ben er toch een paar dagen slecht van geweest. Dan blijkt hoe belangrijk de koers nog altijd is. Nu, het is leuk om met die zwangerschap bezig te zijn. Mensen zeggen me dat ik straal als ik erover praat. Dat geloof ik wel: ik kijk er enorm naar uit.”

BAAL, BELGIUM - JANUARY 01 :  VAN AERT Wout of (BEL) JUMBO VISMA pictured during the GP Sven Nys Trofee Veldrijden Cyclocross race. 5th leg of 8. on January 1, 2021 in Baal, Belgium, 1/01/2021 ( Photo by Gregory Van Gansen / Photonews Beeld Photo News
BAAL, BELGIUM - JANUARY 01 : VAN AERT Wout of (BEL) JUMBO VISMA pictured during the GP Sven Nys Trofee Veldrijden Cyclocross race. 5th leg of 8. on January 1, 2021 in Baal, Belgium, 1/01/2021 ( Photo by Gregory Van Gansen / PhotonewsBeeld Photo News

Door de coronapandemie had je onverwachts meer tijd om je voor te bereiden op je terugkeer in het peloton. Is het virus in dat opzicht een geluk bij een ongeluk geweest?

Van Aert: “Dat zullen we nooit weten. De Omloop Het Nieuwsblad was als enige koers al gereden, en op dat moment denkt iedere coureur nog dat hij er helemaal klaar voor is. Het zou bijzonder lullig van mij zijn mocht ik nu zeggen dat ik Milaan-San Remo ook dan had gewonnen. Maar ik voelde me keigoed: toen de Strade Bianche werd uitgesteld, had ik net enkele persoonlijke records gebroken op training en had ik een prima hoogtestage in Tenerife achter de rug. Niets wees erop dat ik niet klaar was. Maar goed, het heeft weinig zin om daar nog over te speculeren.”

Volgens Sarah had je door de lockdown plots te veel tijd om na te denken.

Van Aert: “Vooral de onzekerheid was lastig. Niemand wist precies wat dat virus was en hoelang het zou duren. Ik denk altijd op lange termijn, het hele voorjaar en de rest van het seizoen waren netjes in een planning gegoten. Dat is mijn houvast, en plots viel dat weg. Dat was lastig, want behalve thuisblijven en een paar uur per dag fietsen – om de tijd te verdrijven, letterlijk – had ik niets omhanden. Dat was echt geen aangename periode. Misschien heeft het me lichamelijk deugd gedaan, maar om nu te zeggen dat mijn goede seizoen te danken is aan corona: dat denk ik toch niet. Hoe goed ik ook was in de zomer, ook in het voorjaar was ik er volgens mij al klaar voor. Dus als ik blij was, dan toch vooral omdat ik die moeilijke maanden goed verteerd heb en de knop heb kunnen omdraaien.”

Spookten er ook sombere gedachten door je hoofd?

Van Aert: “Zo erg was het niet. Ik had nog genoeg redenen om gelukkig te zijn. Thuis waren we met z’n tweeën en dat was echt plezant. Maar ik miste perspectief. Mocht men mij in maart gezegd hebben dat het nog tot 1 mei zou duren, dan was ik er makkelijker mee omgegaan. Nu leek er maar geen eind aan te komen.”

Mathieu van der Poel (links) wint de Ronde van Vlaanderen: ‘We koersen niet om elkaar te kloppen, we jagen onze eigen doelen na. Alleen moet ik daarvoor heel vaak voorbij hem.’ Beeld Photo News
Mathieu van der Poel (links) wint de Ronde van Vlaanderen: ‘We koersen niet om elkaar te kloppen, we jagen onze eigen doelen na. Alleen moet ik daarvoor heel vaak voorbij hem.’Beeld Photo News

BEEN THERE, DONE THAT

Gelukkig was er De Container Cup ter afleiding. Mathieu van der Poel won hem, maar jij verpulverde het fietsrecord.

Van Aert: “Dat het een welkome afleiding was, moet ik toch ontkrachten. Ik was vooral blij dat ik ervanaf was! (lacht) Ik had net twee, drie weken letterlijk niets gedaan en was ernaartoe gegaan met de schrik dat ik me belachelijk zou maken. Gelukkig verliep de fietsproef vrij goed, daar was ik al blij mee. Het voelde helemáál niet als ik-weet-niet-wat. Ik schrok ervan dat de media het nadien oppikten als een heuse prestatie. Het was maar tv, hè.”

Je leek meer af te zien in die container dan nadien op de cols van de Tour.

Van Aert (lacht): “Ik zeg niet dat ik geen moeite heb gedaan: zoals altijd heb ik me volle bak gesmeten. Maar ik ben niet op een wolk naar huis gegaan omdat ik de beste fietstijd had neergezet. Het was been there, done that. Met het gevoel een koers gewonnen te hebben had het in de verste verte niets te maken.”

Van de Tour gesproken: je hebt je er geopenbaard als een klimmer en een sprinter, boven op de klassieke renner die je al was. Heeft dát je verbaasd?

Van Aert: “Zeker! Vooral het bergop rijden. Ik heb altijd gedacht dat ik daar te zwaar voor was. Nu is gebleken dat ik tot op een bepaald niveau goed mee kan.”

En als sprinter?

Van Aert: “Ik weet nu dat ik ook op het eind van een zware koers een goede sprint in de benen heb. Het peloton zit vol snelle jongens, maar na 200 kilometer speelt ook altijd de vermoeidheid mee. Dan gaat het erom hoeveel overschot je hebt, en hoe beter je conditie, hoe meer overschot. Niet mijn sprint is veel beter geworden, ík ben in het algemeen gewoon een veel betere renner geworden.”

Ga je je nu andere doelen stellen?

Van Aert: “Voorlopig niet. In de eendagskoersen heb ik altijd hoge ambities gekoesterd. Ook de komende jaren blijven ze bovenaan op mijn lijstje staan. Al geloof ik nu wel dat ik ooit een kleine ronde of een klimklassieker als de Ronde van Lombardije of Luik-Bastenaken-Luik kan winnen. Maar goed, dat is toekomstmuziek. Ik ga niet direct alles omgooien.”

Volgens Adrie van der Poel zullen jij en Mathieu nooit de Tour winnen: ‘Laten we die discussie maar meteen sluiten.’

Van Aert: “Ik geloof hem graag. Ik had nooit gedacht dat ik dit jaar al zover zou raken in een bergrit. Dat sterkt me in de gedachte dat ik op termijn misschien op een klassement in de Tour kan mikken. Over winnen spreek ik niet: tot op vijf kilometer van de top op kop rijden is iets totaal anders dan de finale mee voorin rijden en er drie weken lang elke dag moeten staan. Pas als ik in kleinere rondes als de Dauphiné, de Tirreno-Adriatico of de Ronde van Zwitserland iets kan laten zien, wordt het misschien een haalbaar doel. Vergeet ook niet dat het een totaal andere manier van trainen vereist, en er dan van de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix geen sprake meer kan zijn. Voorlopig is dat niet aan de orde.”

Zou je toch niet volgend seizoen al pakweg de Tirreno- Adriatico kunnen winnen?

Van Aert: “Dat zou kunnen. Er zitten een paar tijdritten in, dat maakt het interessant. Volgens mij is het ook de perfecte voorbereiding op het voorjaar. En een mooi doel op zich.”

Maar eerst toch je palmares stofferen.

Van Aert: “Dat blijft mijn prioriteit, dat heb ik altijd gezegd. Ik ben goed op weg, maar heb nog veel te winnen vóór ik me andere doelen kan stellen. En dan nog blijft de vraag: is het realistisch?”

‘Primoz Roglic (rechts) verdiende die kritiek in Imola niet. Hij zei me dat hij gedaan had wat hij kon: daarmee was de kous af.’ Beeld Photo News
‘Primoz Roglic (rechts) verdiende die kritiek in Imola niet. Hij zei me dat hij gedaan had wat hij kon: daarmee was de kous af.’Beeld Photo News

IN DE OGEN GEKEKEN

Wanneer voelden je benen het best?

Van Aert: “Op het wereldkampioenschap in Imola. Ik reed supergoed, maar jammer genoeg was er één beter (Julian Alaphilippe, red.). Als je ziet met hoevelen we daar nog samen zaten nadat we er al ik-weet-niet-hoeveel wereldcoureurs hadden afgereden: dat was fenomenaal.”

Wat overheerste: trots om het zilver, of ontgoocheling?

Van Aert: “Eerst was ik teleurgesteld, dat heeft iedereen kunnen zien. Nadien is er trots voor in de plaats gekomen. Ik had het gevoel dat ik er dichtbij was geweest, maar ik besef nu dat er niet meer in zat. Ik heb niet echt iets fout gedaan.”

Na afloop was er kritiek op Primoz Roglic, je Sloveense ploegmaat bij Jumbo-Visma: nogal wat volgers vonden dat hij harder zijn best had mogen doen voor jou in de achtervolging op Alaphilippe, na al het werk dat jij voor hem had opgeknapt in de Tour.

Van Aert: “Kritiek went. Maar als iemand met wie je een band hebt zo als zondebok te kijk wordt gezet, krijg ik het toch lastig. Primoz verdient dat niet. Ik kwam pas na de podiumceremonie in de mixed zone, een halfuur na de koers, en werd onmiddellijk met een spervuur aan vragen bestookt. Ik snapte er niets van. Ik heb het ontkracht en vervolgens Primoz opgezocht bij de bus van de Sloveense ploeg. We hebben elkaar in de ogen gekeken en hij heeft me verteld wat hij me ook in de koers al had gezegd: dat hij niet beter kon. Ik heb hem geantwoord dat ik hem verdedigd had en hoopte dat dit niet tussen ons zou komen. Daarmee was voor ons de kous af. Primoz is een man van weinig woorden, maar heel slim. Iemand die zich minutieus voorbereidt ook, in dat opzicht lijken we op elkaar. Het is een plezier om met hem in de ploeg te rijden.”

‘Wout is nu evenveel een fenomeen als Mathieu’, zei je coach Marc Lamberts in Knack. Ben je het met hem eens?

Van Aert: “Ik vond het een mooie quote. We hebben dit jaar vergelijkbare prestaties neergezet. Dat ik die stap heb gezet, vervult me met trots. Zelfs als ik door Mathieu geklopt word, zoals in de Ronde van Vlaanderen, ben ik nog altijd de op één na beste van de wereld. Zo verkeerd is dat niet (lacht).”

Jullie worden nog altijd met elkaar vergeleken. Hoe vervelend vind je dat?

Van Aert: “In het veldrijden had ik er meer last van. Neem nu wat me in de Ronde van Vlaanderen overkomen is: als dat in de cross gebeurt, ben ik in de ogen van de mensen altijd de loser. In de cross is het lang maar tussen twee renners gegaan: Mathieu en ik. Wie dan als tweede over de meet komt, heeft het slecht gedaan. Op de weg is het anders: ook al word je tweede in de Ronde, iedereen beseft dat je er al die andere kleppers hebt afgereden. Nu, het is niet altijd leuk om voortdurend vergeleken te worden. Maar de kunst is om er niet te veel energie in te steken. Dat lukt me wel.”

Na je tweede plaats in de Ronde bedankte je Mathieu op Instagram: ‘Thanks for pushing me to my limits for years. This was our closest battle ever. To be continued.’ Ook Mathieu heeft al meermaals toegegeven dat hij zonder jou niet dezelfde renner zou zijn geweest.

Van Aert: “We hebben elkaar altijd gepusht. Het is mooi dat we dat ook allebei durven toe te geven. Ik geloof nog steeds dat geen van ons tweeën koerst om de ander te kloppen, maar dat we onze eigen doelen najagen. Alleen moet ik daarvoor heel vaak voorbij Mathieu. Zo wordt hij automatisch degene door wie ik het vaakst getriggerd word. In het veldrijden nog veel meer dan op de weg: in het verleden wisten we vaak al na twee ronden dat we onder elkaar zouden uitmaken wie er won. Uiteraard spookt dan de hele week maar één vraag door je hoofd: hoe ga ik Mathieu kloppen? Op de weg is het anders: daar ben ik op het parcours gefocust.”

Met vriendin Sarah: ‘Wie de pampers zal verversen? Daar heb ik nog stilletjes over gezwegen.’ Beeld BELGAIMAGE
Met vriendin Sarah: ‘Wie de pampers zal verversen? Daar heb ik nog stilletjes over gezwegen.’Beeld BELGAIMAGE

PAMPERS VERVERSEN

2021 wordt een bijzonder jaar.

Van Aert: “Zeg dat wel! (lacht) De geboorte van ons eerste kindje komt er snel aan. Uiteraard is dat oneindig veel belangrijker dan de koers, ook al zal ik er als kersvers vader niet zo vaak kunnen zijn als ik zou willen. Het wordt een erg druk jaar, met dank aan corona. Normaal waren er de twee wereldkampioenschappen in België – in het veld in Oostende, en op de weg in Leuven – maar daar zijn nu de Olympische Spelen bij gekomen. Het wordt een grote uitdaging om een goede jaarplanning op te stellen.”

De Olympische Spelen volgen al snel op de Tour. De wegrit belooft bovendien een lastige klus te worden, met behoorlijk wat hoogtemeters en een slotbeklimming van bijna zeven kilometer.

Van Aert: “Ik heb het parcours bestudeerd, en het ziet er inderdaad erg lastig uit. Op het eerste gezicht lijkt het meer op het lijf van Remco (Evenepoel, red.) geschreven. Maar goed, het is één eendagskoers en dan kun je altijd iets meer dan wanneer de beklimmingen zich opstapelen in een grote ronde. Maar het wordt kantje boord, ja. Wellicht maak ik meer kans op eremetaal in de tijdrit.”

Die wordt gereden op een golvend parcours. In Imola verloor je het goud aan Filippo Ganna op een vlak traject.

Van Aert: “In dat opzicht is het parcours in Tokio inderdaad in mijn voordeel. Maar Ganna heeft al bewezen dat hij ook heuvelachtige chronoritten aankan. Hoe hij die laatste tijdrit in de Giro op zijn naam schreef, dat was bepaald indrukwekkend. Onderschat hem dus niet. Trouwens, ook klassementrenners als Primoz zijn niet kansloos.”

Mocht je van de tijdrit je hoofddoel maken, ben je dan bereid om je op de weg ten dienste van Evenepoel te stellen?

Van Aert: “Het is nog veel te vroeg om al over een rolverdeling te spreken. Maar als Remco als speerpunt van de Belgische ploeg wordt uitgespeeld, zal ik dat zeker doen. Ik heb al getoond dat ik er niet vies van ben om iemand te helpen.”

Nu maar hopen dat het coronavirus niet weer alles in de war stuurt.

Van Aert: “De Vuelta heeft toch standgehouden tijdens de tweede piek? Dat doet me erop vertrouwen dat we, mits we de juiste maatregelen nemen, naar een min of meer normaal wielerjaar kunnen gaan. Dat is toch wat ik hóóp.”

Al afspraken gemaakt met Sarah over wie de pampers zal verversen?

Van Aert: “Daar heb ik nog stilletjes over gezwegen (lachje). Ik blijf natuurlijk wielrenner, maar als ik thuis ben, ben ik in de eerste plaats papa en hoort dat er zeker bij. We vinden wel een goede oplossing (lacht).”

BK Veldrijden in Meulebeke op 10/01 te volgen op Sporza. De mannen rijden om 15.15 uur.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234