Dinsdag 15/10/2019
Youri Mulder (rechts): ‘Je moet dat voetballen niet romantiseren. Als je tien keer speelt, is het één keer fantastisch.’

Interview Jan en Youri Mulder

‘Ik ben ooit eens tegen papa uitgevlogen op tv. De volgende dag kreeg ik een vermaning: ik moest hem laten uitspreken’

Youri Mulder (rechts): ‘Je moet dat voetballen niet romantiseren. Als je tien keer speelt, is het één keer fantastisch.’ Beeld Johan Jacobs

De belangrijkste transfer van het nog jonge voetbalseizoen is ongetwijfeld die van Vincent Kompany naar Anderlecht, maar de overstap van Jan Mulder, jarenlang voetbalanalist bij Extra Time op Canvas, naar concurrent VTM kan ook tellen. Lang hebben Frank Raes en co. niet getreurd om het vertrek van hun goudhaantje: Jans zoon Youri was meteen bereid om zijn plaats in te nemen. Na de Mulder-mercato drong het allereerste dubbelinterview zich op. ‘Ik ben ooit eens tegen papa uitgevlogen op tv. De volgende dag kreeg ik een vermaning: ik moest hem voortaan laten uitspreken.’

Ik tref Jan Mulder aan bij vrouwlief Johanna op het terras van zijn villa in Nieuwolda, in Groningen. Johanna heeft Grolsch-bier en Gandaham klaargezet, wat me de autorit van vijf uur al snel doet vergeten. Voor het eerst in de geschiedenis staat er een Mulder-dubbelinterview op het programma, maar zoon Youri is nog in geen velden te bespeuren. “Hij moest naar de begrafenis van de vader van een goede vriend, in Enschede”, zegt Jan. “Maar hij is op komst. Net als jij moet hij ook nog een eind rijden.”

Waarom ga je in het noorden van Nederland wonen als je zo vaak naar België moet? Zijn dat je Groningse roots die opspelen?

Jan: “Absoluut niet. ‘Terug naar de roots’, wat een vreselijke gedachte. Dan kun je er evengoed een eind aan maken. Ik ben gewoon verknocht aan dit huis. Het was oorspronkelijk van mijn schoonouders. Toen we erin konden trekken, heb ik geen seconde getwijfeld. Maar had het in Antwerpen gestaan, dan leefde ik nu daar. Alleen zou het daar wel iets meer kosten dan hier.”

Met je overstap van de VRT naar VTM kan dat geen probleem meer zijn. Het Nederlandse magazine Weekend schreef dat je 1 miljoen euro per jaar gaat verdienen.

Jan: “Weekend. Slecht geïnformeerd, vrees ik. Geloof de magazines maar niet. Maar ik klaag niet, ik heb me financieel verbeterd. Eigenlijk wilde ik niet weg. Maar mijn contract liep af en ik had nog niets van de VRT gehoord. Dat was in december. Op mijn leeftijd ga je dan twijfelen: ‘Willen ze me wel nog?’ Net op dat moment werd ik door VTM gepolst. Achteraf wilde de VRT een tegenvoorstel doen, maar ik had al mijn woord aan VTM gegeven. En ik ben dan niet de man die twee partijen tegen elkaar gaat uitspelen. Al deed het me wel pijn om afscheid te nemen van Frank Raes, Filip Joos en Pieter Boone (eindredacteur van ‘Extra Time’, red.). Die mensen liggen me na aan het hart. Ik ga ze missen.”

Je lijkt me steeds gemoedelijker te worden. Zijn de scherpe kantjes van Jan Mulder eraf?

Jan: “Met de ouderdom komt er wel enige zelfreflectie. Ik was als jonge kerel een hevig haantje: ruzies met trainers, opgewonden zijn om niets. Ik begrijp nu heel goed dat mensen zich ergerden aan mij. Bij Anderlecht vertrok ik door ruzie met Georg Kessler (toenmalige trainer, red.). Nu krijg ik de neiging om hem te bezoeken. Het gaat niet goed met hem, hij heeft alzheimer. Ik wil zulke zaken goed afsluiten.”

Met Wilfried Van Moer moet je ook eens bellen. Die is nog boos op je omdat je hem de grond inschreef toen hij bondscoach was.

Jan: “De grond inschrijven niet, maar een giftig ironisch stukje was het wel. Dat is bijgelegd, hoor. Ik was kwaad omdat hij als assistent van de Rode Duivels niet trouw was aan Paul Van Himst. De schrijver heeft niet altijd door hoe dat aankomt bij het slachtoffer – je denkt enkel aan de schoonheid van het stukje. Ach, je kunt als voetbalanalist nooit ongeschonden uit de strijd komen. Iedereen heeft lange tenen in deze wereld. Maar ik was als speler net hetzelfde, een slechte score in de krant en ik ging al steigeren.”

Jan Mulder: ‘Ik weet het, ik kan nogal fel zijn. Youri is een veel leuker iemand. Dankzij mijn overstap naar VTM kan hij mijn plaats in ‘Extra Time’ innemen. België gaat erop vooruit. (lacht)’

Hoeveel uur voetbal kijk je per week?

Jan: “Sommige collega’s bekijken elk weekend vijf matchen, maar ik ben eerder een samenvattingenkijkertje. Het liefst maak ik live de actie mee, langs de zijlijn. Zoals tijdens Club Brugge – Kiev. Toen bracht Simon Mignolet me in totale vervoering door een bal weg te boksen. Die bal was van een onpeilbare schoonheid, hij zou als olympische discipline niet hebben misstaan. Het viel me trouwens op dat ik in het Jan Breydelstadion veel met Club-fans op de foto moest. Niemand herinnert zich blijkbaar nog dat ik bij de aartsvijand heb gevoetbald. Ook Youri is om de verkeerde redenen populair: de jeugd herkent hem alleen als inleesstem van het FIFA-spel. (lacht)

Je tv-carrière stopt ook niet bij het voetbal. Zo onderzocht je in een Nederlandse documentairereeks de mogelijkheid van een eeuwig leven. Zit dat er voor jou nog in?

Jan: “Ik vrees dat ik het niet meer haal. Maar voor de volgende generaties oogt de toekomst rooskleurig: ze knippen de ziektes uit je DNA. Te veel rimpels? Ze geven je een nieuw velletje en je kunt weer verder. Je moet wel de kleine lettertjes van het contract lezen: als je onder een auto loopt, is het onherstelbaar. Daarom begrijp ik de angst van veel mensen voor een eeuwig leven niet. Je kunt er na een paar honderd jaar toch gewoon uitstappen? Maar voor mij mag het blijven doorgaan. Overal heb ik plezier. Als ik de grens oversteek, denk ik: ‘Aah, de skyline van Antwerpen lonkt!’ Ik ben niet bang voor de dood, maar het lijkt me zo saai: die onbevattelijke stilte, en nooit meer wakker worden. Alles wat ik heb, is mijn bewustzijn. En dat ben je dan plots kwijt? ‘Had me het leven dan niet geschonken’, denk ik dan. Hoe langer ik leef, hoe onrechtvaardiger ik het vind dat ik er ooit afscheid van moet nemen.”

Neem je dat iemand kwalijk? God, bijvoorbeeld?

Jan: “Religie, daar doen we in Groningen niet aan. (lacht) Terwijl Het eeuwige leven op tv liep, kreeg ik talloze brieven: ‘Jan, zoek niet verder, je hebt het eeuwige leven al. Pak het boek der boeken uit de kast en ga naar Genesis vers 2.360.’ Ik ben mijn ouders zo dankbaar dat ze me niet naar de kerk hebben meegesleurd. De katholieke kerk en al dat kindermisbruik: als je een beetje fatsoen hebt, hef je die vereniging toch op?”

“Daar is hij”, zegt Johanna, terwijl ze nog een lading ham serveert. Een Volkswagen scheurt de oprit op. “Je ziet dat ik mijn kinderen goed heb opgevoed, hè”, lacht ze. “Hij is maar een uur te laat.”

We zijn net over het eeuwige leven bezig, Youri. Jouw vader wil graag dat je meedoet. Zie je dat zitten?

Youri: “Ja, als er een paar anderen afhaken. (lacht) Neen, ik maak maar een geintje. Het zou lullig zijn als mensen zouden lezen dat ze uit mijn leven moeten verdwijnen. Iedereen is welkom. Zelfs mijn exen.”

‘Ik ben bereid half als robot te leven’, zei je vader op tv. En dat voor een man die van esthetiek en onvoorspelbaarheid houdt.

Jan: “Dat is het compromis dat ik sluit. Ik pak wat ik pakken kan. Ik verkies ‘iets’ boven ‘het grote niets’. Maar als iedereen eeuwig leven wil, wordt het wel een ramp: onze planeet kan dat niet aan.”

Youri: “Wij zien robots als een hoop ijzer met veel lampjes, maar de robot van de toekomst zal op een gewone mens lijken. Het eeuwige leven zal wel niet voor iedereen zijn. Elon Musk komt meer in aanmerking dan Pedro uit de favela’s van Rio de Janeiro. En ik doe alleen maar mee als ik de leeftijd voor mijn eeuwige bestaan kan bepalen. Voor altijd als baby door het leven gaan lijkt me niet bijster interessant.”

Jan koos voor vijftig. Ik zou in zijn plaats toch een iets potentere leeftijd kiezen.

Jan: “Ach man, al dat vermoeiende gehobbel. Kijk hoe goed Youri eruitziet. Hij is vijftig.”

Youri: “Doe mij maar veertig. Te jong is ook niet goed, en de pubertijd zou ik zeker mijden.”

Ik dacht dat jullie beiden eeuwig als profvoetballer zouden willen voortleven. Knap, fit en een publiek dat je op handen draagt.

Youri: “Je moet dat voetballen niet romantiseren. Als je tien keer speelt, is het één keer fantastisch. Vier keer is het tussen hangen en wurgen – een zesje in de krant. En die andere vijf keer verlies je, word je uitgefloten of raak je gekwetst. Of je moet Lionel Messi heten. En dan krijg je gedonder naast het veld, kijk maar naar wat er met Maradona is gebeurd.”

En toch vrezen alle topsporters het zwarte gat na hun carrière. Komt dat door de erkenning die plots wegvalt?

Youri: “Het heeft vooral met het gemis van de sport te maken. Zowel het fysieke als alles eromheen. Dat afbeulen op de training, de stress om te presteren, de ontlading bij een doelpunt. Toen ik stopte met voetballen, ging ik vreemd. Er valt iets weg en je gaat dat compenseren.”

Jan: “Onzin, Youri. Dat je de hort opgaat en meisjes ontmoet, komt gewoon omdat je meer tijd hebt. Je hoeft immers de dag erna niet te voetballen. Je zoekt er een psychologische verklaring achter, maar het is gewoon een praktisch gegeven.”

Youri: “Neen, het is wel psychologisch. Volgens mij ging ik vreemd om spanning te zoeken, een nieuwe kick te vinden. Terwijl ik dat vroeger in het voetbal had.”

Jan, herken je dat? Ging je ook vreemd toen je stopte met voetballen?

Jan: “Neen. Ik had daar helemaal geen behoefte aan. (Youri gniffelt) Jaaa, het overkwam me ooit weleens, hoor. Dan liep ik uit een soort goedertierenheid tegen iemand aan. Toen ik stopte, was ik vooral blij dat ik eindelijk eens op mijn gemak in een restaurant kon blijven zitten. En niet vóór het dessert naar mijn bed moest.”

Youri: “Het mooiste aan stoppen met voetballen is dat de voorbereidingsmaanden in juli wegvallen. Die zomerse strafkampen mis ik echt niet.”

En de sfeer in de spelersbus, het groene gras, de geur van massageolie?

Youri: “(zucht) Néén. Het kleedkamergevoel, de jongens onder elkaar, daar heb ik helemaal niets mee.”

Jan: “Ik wel. Als ik zo’n spelersbus aan het stadion zie stoppen, bekruipt me een nostalgisch gevoel. Dan zie ik me uit de spelerstunnel komen om de grasmat te testen. Die eerste stap op het veld is altijd een sacraal moment. Even terzijde: wat ligt dat veld van Club Brugge er prachtig bij, Youri. Een biljart, dat heb ik nog nooit gezien. Blijkbaar zit er 6 procent nylon in.”

Youri: “Het speelveld wordt nu eindelijk ernstig genomen. Vroeger had je in elke club één mannetje dat besliste hoe de grasmat erbij moest liggen. Had je de pech dat die man huwelijksproblemen had, dan kon je een seizoen lang op een aardappelveld spelen. Nu zijn er symposia met 150 bedrijven waar ze het over voetbalgras hebben.”

Kunnen we stellen dat Jan de gepassioneerde voetballiefhebber is en Youri de nuchtere analist?

Jan: “Nuchter? Youri is een cynicus. Verrot voetballen en met 1-0 winnen. Hij kan zelfs genieten van Mourinho.”

Youri: “Niet als voetballiefhebber, maar wel als analist. De oersaaie Champions League-finale tussen Liverpool en Tottenham bijvoorbeeld, die was razend interessant. Twee coaches die hun aanvallende stijl verloochenen uit angst om te verliezen. Op zo’n hoog niveau niet doen waar je goed in bent. Ongelooflijk, toch? Maar het is een feit: Jan is meer voetballiefhebber dan ik.”

Jan kan nog ontroerd worden door het clublied van West Ham United. Jij niet meer?

Jan: “Schrijf op: ‘Youri keek verveeld de tuin in.’”

Youri: “Als kind kreeg ik het nochtans met de paplepel mee. Bij elke Cup Final moesten we van papa naar de supportersgezangen luisteren. Een uur voor de aftrap stond de BBC al op, zo zou ik zeker ‘Abide with Me’ niet missen. Volgens mij heb ik toen een overdosis gehad.”

Was je als speler bij Schalke 04 niet onder de indruk van Die Gelbe Wand bij Borussia Dortmund?

Jan: “(heftig) Je belde me tijdens de opwarming op, Youri! ‘Papa, ik sta hier voor de indrukwekkendste tribune die ik ooit heb gezien!’ Waar is je passie gebleven? Kun jij nu echt niet meer genieten van een avondje San Siro? Waar de stadionlampen de avonddauw op een perfecte grasmat verlichten? En waar rond die bloedmooie kalklijnen vijftigduizend Italianen gek worden?”

Youri: “Nou, ik ga er niet expres voor omrijden. Alhoewel, toen ik de Spurs tegen Ajax ‘The Saints Go Marching In’ hoorde zingen, bezorgde dat me wel kippenvel. Maar ik word niet lyrisch over voetbalkousen zoals jij.”

Kreeg je als kind voetbaltips van je vader, Youri?

Youri: “Ja, maar ik moest er wel eerst om vragen. En dan zei hij waar het op stond. Je hebt veel ouders die net het omgekeerde doen: ze hemelen hun kind op, zelfs al speelt het rotslecht. Nefast, want kinderen hebben dat fake gedoe snel door. Ik herinner me vooral dat ik me sportief moest gedragen. Tegen ploegmaats of een scheidsrechter schelden, daar kon hij niet tegen.”

Jan: “Toen hij prof werd, nam ik zijn verdediging op. Hij kreeg bij Schalke 04 eens een doodschop van Alfred Nijhuis, de stopper van Dortmund. Ik was woedend. Maar Alfred was een vriend van Youri, hij accepteerde dat. Ik kon dat niet begrijpen.”

‘We zeggen niet snel dat we elkaar graag zien’, zei Jan ooit in een interview over vader-zoonrelaties.

Jan: “Dat is die Groningse nuchterheid, denk ik. Maar we zijn wel een warm nest. Het liefst zou ik Youri en Geret, mijn andere zoon, gewoon thuis bij me hebben.”

Youri: “Je was ook aanwezig in ons leven. Het was een leuke boel. Alleen toen je stukjes voor Humo schreef, moesten we stil zijn. Dat artistieke van Jan heb ik niet geërfd, Geret wel.”

Jan: “Geret is verbaal ook sterk. Ik hoor hem graag praten. Wel een slechte voetballer. (bulderlach)

Jullie zijn beiden voetbalanalist, maar de stijl is wel anders. Ergeren jullie elkaar soms niet?

Youri: “Papa kan drammerig zijn, al noem ik dat liever een werkpuntje dan een ergernis. Bij de NOS vloog ik ooit eens tegen hem uit: ‘Nou weten we het wel, hou eens je mond!’ Ik dacht het programma een dienst te hebben bewezen, maar de presentator was boos op me. ’s Anderendaags kreeg ik zelfs een brief van de eindredacteur dat ik mijn vader moest laten uitspreken. (lacht)

Jan: “Nochtans weiden we beiden te weinig uit. ‘We moeten onze zinnen beter afmaken, papa’, zegt Youri vaak. We maken ons punt niet, halverwege de redenering stoppen we. Uit een soort Groningse nederigheid denken we: laten we maar niet te lang doorratelen, de kijker snapt het wel.”

Youri: “We kunnen veel van Peter Vandenbempt leren. Hij is taalvaardig en kan perfect een redenering afmaken. Bovendien krijg je het gevoel dat hij volledig onafhankelijk is. De perfecte journalist, en net als Filip Joos een echte voetbalkenner. En: hij blijft altijd rustig.”

Jan: “Ik weet het, ik kan nogal fel zijn. Youri is een veel leuker iemand. Dankzij mijn overstap naar VTM kan hij mijn plaats in Extra Time innemen. België gaat erop vooruit. (lacht) Ernstig, het is niet zo dat we een één-tweetje hebben gedaan. Met zijn aanwerving heb ik niets te maken.”

Je hoeft ook niet meer door die lange gang van de VRT te wandelen, Jan. ‘Niet echt het paradijs op aarde’, vertelde je in Gazet van Antwerpen. Staat de nieuwe werkomgeving je meer aan?

Jan: “(lacht) Die VTM-gang ziet er wel gezelliger uit. Veel licht, mooie planten, een koffiebar en een restaurantje erin. Al is het ook een wirwar van gangetjes en deuren, waar je overal mensen met een badge ziet sukkelen. Kunnen ze zo’n tv-gebouw niet eenvoudiger maken? De lange gangen van de VRT hebben wel het voordeel dat je heel soms Hanne Decoutere uit de verte ziet aankomen. Prachtige tred.”

Youri Mulder: ‘Toen Kompany ­tegen Oostende eventjes uit zijn rol viel en een vrije trap blindelings naar voren joeg, zag je de spelers stomverbaasd naar hem kijken: ‘O, mag dat toch?!’’

Jan, jij vindt dat trainers niet belangrijk zijn.

Jan: “Correctie: ik vind dat hun rol zwaar wordt overschat. Echt waar, Barcelona zou met jou als trainer niet minder goed spelen. Het zijn de spelers die de kwaliteit van een ploeg bepalen. Lionel Messi heeft meer voor Barcelona gedaan dan Pep Guardiola. Net zoals Johan Cruijff het Nederlandse elftal meer heeft bijgebracht dan Rinus Michels.”

Youri: “Daar ben ik het niet mee eens. Raheem Sterling zou niet zo goed zijn zonder Guardiola. En Michels was wel de architect van het totaalvoetbal.”

Jan: “Denk je nu werkelijk dat Michels op een dag zei: ‘We gaan totaalvoetbal spelen?’ Dat heeft hij niet uitgevonden, hoor. Willem van Hanegem vertelde me dat dat automatisch tussen de spelers is gegroeid.”

Youri: “Maar Michels zorgde er wel voor dat ze fit waren. Ik zag de beelden terug van Johan Cruijff, Piet Keizer en Sjaak Swart bij het grote Ajax. Die bleven maar lopen. Hij liet ze harder trainen dan andere coaches.”

Jan, jij wil voor elke fout een rode kaart trekken. Het voetbalspel lijkt me nochtans minder ruw dan dertig jaar geleden. Toen had je doodschoppers als Andoni Goikoetxea, de Slager van Bilbao.

Jan: “Dat waren enkelingen, nu is het constant en overal. En wat me het meest stoort, is dat degene die de gruwelijkste overtreding maakt, ook het meest verontwaardigd is.”

Youri: “(schudt het hoofd) Het was vroeger véél ruwer. Een tackle over de bal is nu altijd rood. Vroeger keek de ref eerst of je been gebroken was. Het gaat er nu misschien geniepiger aan toe, maar dankzij de VAR (video assistant referee of videoscheidsrechter, red.) vermindert dat ook. Links of rechts een elleboogje uitdelen, dat lukt niet meer.”

Zijn jullie voorstander van de VAR?

Youri: “Absoluut. Het voetbal is rechtvaardiger geworden. Het enige nadeel vind ik de beleving. Er wordt ingetogener gevierd na een doelpunt, want je moet nog door de VAR-controle. Dat is telkens nagelbijten. Maar dat de VAR alle twijfel uit het voetbal zou helpen, is een fabel. Er zijn meer discussies over spelfases dan vroeger.”

Veel heeft te maken met de zogenaamde clear error, een vergissing van de scheidrechter in een cruciale spelfase, die zich moet voordoen vóór de VAR mag beslissen.

Youri: “Daar is men in Nederland al van afgestapt. Want wat voor jou een duidelijke overtreding is, is dat voor mij misschien niet.”

Jan: “Misschien moet het begrip clear error ons behoeden voor overdreven mierenneuken? Een afgekeurde goal na een millimeter buitenspel, daar word je toch gek van?”

Youri: “Ga je dan ook een goal afkeuren als de bal máár een halve millimeter over de doellijn is?”

Jan: “Dat is iets anders. Een doel staat stil, de geldigheid van een goal is makkelijk te meten met een camera loodrecht boven de lat. Buitenspel is afhankelijk van vage dingen als het vertrekpunt van de bal van de schoen van de passer van de bal. Ik kan er niet tegen dat een prachtige aanval wordt tenietgedaan omdat iemands teennagel buitenspel stond. Ze moeten dringend de offsideregel afschaffen. Die brengt niets aan het voetbalspel bij.”

Youri: “Daar ben ik het niet mee eens. Het mooie aan het voetbalspel is dat het moeilijk is. Door de buitenspelval krijg je meer ruimte op het veld.”

Jan: “Totaal niet. Kunnen omgaan met die ruimte is net zo moeilijk.”

Youri loopt plots naar het midden van de tuin en toont met weidse gebaren waarom Jan ongelijk heeft. Een kwartier lang wordt er gediscussieerd, maar ze raken er niet uit. Over één ding zijn ze het wel roerend eens met elkaar: Messi boven Ronaldo.

Youri: “Omdat hij een dribbelaar is. Dribbelen wordt zwaar onderschat. Je hebt individuele acties nodig om de code van de tegenstander te kraken: spelers zoals Mousa Dembélé en Frenkie de Jong, die met de bal op wandel gaan. Men hamert bij de jeugd te veel op in één of twee tijden spelen, waardoor ze het dribbelen verleren.”

Is de job van een voetbalanalist anders in Vlaanderen dan in Nederland?

Youri: “In Vlaanderen krijg je meer tijd om je punt te maken. In Nederland moet het sneller gaan.”

Mag men in Nederland brutaler zijn? Elke week zorgen Johan Derksen en René van der Gijp wel voor een relletje in Veronica Inside.

Jan: “Het is onzin dat Belgen braver zijn dan Nederlanders. Ze zijn even direct. Wesley Sonck bijvoorbeeld, die zegt echt wel waar het op staat.”

Youri: “In België zijn analisten misschien vriendelijker aan tafel, maar uit het gezichtsveld zijn ze scherper. Wat ik nu al over Vincent Kompany in de kranten lees, is toch wel even schrikken. Ik heb de indruk dat je in Nederland meer krediet krijgt. Je kunt Veronica Inside ook niet met Extra Time vergelijken. Er is een grote dosis entertainment, de gasten weten wat ze van Derksen en Van der Gijp kunnen verwachten.”

Jan: “En ach, in het vuur van de strijd een misplaatste grap maken, dat gebeurt nu eenmaal. Ik werd pas écht populair in België toen ik tijdens het WK in Brazilië koningin Mathilde schoffeerde. Ze veerde schattig op na de goal van Divock Origi, maar feliciteerde achteraf Romelu Lukaku. ‘Een beetje dom is ook wel lekker’, floepte ik eruit. Daar teer ik nog altijd op.”

Hoe kijken jullie naar de open oorlog tussen Roger Vanden Stock en Marc Coucke?

Jan: “Ik had zowel dat interview van Roger in De Morgen als de tweet van Marc liever niet gelezen. Het woord ‘voorbeeldfunctie’ neem ik niet snel in de mond, maar dat twee voorzitters van Anderlecht zich als straatvechters gedragen, vind ik geen reclame voor de club. Roger Vanden Stock kruipt nu in de slachtofferrol, maar eigenlijk is dat onterecht. Hij heeft Anderlecht zelf verkocht.”

En het stadion heet nu Lotto Park. Voor een voetbalromanticus als jij is dat toch heiligschennis?

Jan: “Tegenwoordig wijkt traditie voor commercie. Dat wondermooie shirt van Barcelona, met zijn verticale blauw-rode strepen, ziet er nu uit als een versleten dambord. Verschrikkelijk, maar in Shanghai zijn er wel al honderd miljoen stuks van verkocht. Mag ik erop wijzen dat Constant Vanden Stock zaliger ook de naam van het Anderlecht-stadion heeft veranderd? Toen ik er speelde, heette het Stade Emile Versé, genoemd naar zijn voorganger. De Marc Coucke-arena had dus gekund, en het zou legitiem geweest zijn.”

Geloven jullie in de speler-trainerfunctie van Vincent Kompany?

Youri: “Ik vind dat iets voor lagere klassen. Het is fysiek ook bijna niet te doen, die twee functies combineren. Ze hadden hem gewoon als speler moeten inlijven en een trainer moeten aanstellen die naar hem luistert. Anderlecht is een instituut in slecht weer, en je legt het lot in handen van iemand die nul ervaring met het trainerschap heeft. Dat is toch gek?”

Jan: “Anderlecht had wel een medicijn nodig, Youri. En dat heeft Marc Coucke gegeven. De supporters juichen nu als ze verliezen, vorig jaar braken ze de tribune af.”

Youri: “Maar ik vind het niet kunnen dat Kompany geen interviews wil geven. Komaan zeg, je wordt als de grote verlosser van Anderlecht binnengehaald, maar je wilt niet uitleggen aan de pers waarmee je bezig bent.”

We weten wél waarmee hij bezig is: het systeem-Guardiola invoeren.

Youri: “Die uitspraak beklaagt hij zich nu al. Een ervaren trainer weet dat dat zich op een dag tegen je keert. Daarom zijn de meeste coaches heel terughoudend als journalisten om hun speelstijl vragen. Je kunt beter zwijgen over je plannen, want als het mislukt, sta je voor paal.”

Jan: “Hij heeft ook niet het spelersmateriaal om zo te spelen. Je kunt Verschaeren toch niet met Kevin De Bruyne vergelijken? Ik hou van combinatievoetbal, maar voetbal is ook risico nemen: een pass geven die mogelijk onderschept kan worden. Ken uw statistieken: de universiteit van Freiburg heeft twintig jaar Bundesliga geanalyseerd. Slechts 50 procent van de goals wordt gescoord na samenspel, de rest na een bal uit de kluts, een corner of een blunder van de tegenstrever.”

In het systeem-Kompany lijkt balbezit belangrijker dan winnen. In blessuretijd tikten ze tegen Moeskroen de bal rond alsof ze 4-0 voor stonden.

Youri: “Ook tegen Oostende deden ze dat. Kompany moet hun toch eens vertellen dat je, om een goal te maken, naar het doel moet trappen. Weet je wat het probleem is? Een hele week hebben die jongens onder het alziend oog van Kompany obsessief op balbezit getraind. Normaal kun je dan als speler tijdens de match zeggen: ‘Hèhè, eindelijk zijn we van het gezeur van de coach af, we gaan effe lekker ballen.’ Maar hij staat mee op het veld, ze kúnnen niet anders dan zijn orders uitvoeren. Zijn aanwezigheid verkrampt hen. Toen hij tegen Oostende eventjes uit zijn rol viel en een vrije trap blindelings naar voren joeg, zag je de spelers stomverbaasd naar hem kijken: ‘O, mag dat toch?!’ (hilariteit)

Anderlecht beleefde vorig jaar zijn slechtste seizoen in vijftig jaar. Komt het nog goed met de grootste club van het land?

Youri: “Zeker weten. Anderlecht is een instituut. Zulke clubs komen er altijd weer bovenop.”

Jan: “Niet te snel, Youri. Het is wél mogelijk, FC Kaiserslautern speelt nu in derde klasse. In de jaren 50 was dat de absolute top in de Bundesliga. Fritz Walter, de beste Duitse voetballer aller tijden, heeft er gespeeld.”

Waar ligt volgens jullie de oorzaak van de malaise bij Anderlecht?

Youri: “Ze hebben de voorbije jaren te veel ondermaatse spelers gekocht.”

Jan: “En toch wil ik niet te hard zijn. Ik herinner me nog de eerste match van Nicolae Stanciu, hun duurste miskoop ooit. Marc Degryse en ik zagen hem uit tegen Charleroi spelen en vertelden achteraf in Extra Time dat we de nieuwe Zetterberg hadden gezien. Laaiend enthousiast waren we, maar het is bij die ene goede match gebleven. Je hebt geen garanties in het voetbal.”

‘Club Brugge heeft zes jaar voorsprong op Anderlecht’, vertelde Marc Degryse in de krant.

Youri: “Dat is onzin. Het is voldoende dat er één sterke lichting opstaat en je bent vertrokken.”

Jan: “Die hebben ze: Doku, Amuzu, Verschaeren. Maar in het voetbal tellen de punten: met twee op negen kun je de titel nu al vergeten. Het zal tussen Club en Standard gaan. Genk is met het vertrek van Trossard en Malinovksi te veel kwaliteit kwijt.”

Youri: “Onderschat Antwerp niet, volgens mij kunnen die ook kampioen spelen. En KV Mechelen zou de revelatie kunnen worden.”

KV Mechelen had in principe nooit in eerste klasse mogen starten. Of delen jullie de mening dat spelers en supporters niet het slachtoffer mogen zijn van wandaden van het bestuur?

Youri: “Een club wordt nu eenmaal vertegenwoordigd door het bestuur. Anders kun je nooit straffen uitspreken. Ik zeg niet dat ze in 1B zouden moeten zitten, maar een puntenaftrek leek me wel gepast.”

Ondertussen is de voetbalbond met de aanstelling van Mehdi Bayat als voorzitter en ex-bajesklant Luciano D’Onofrio in de Hoge Raad zijn geloofwaardigheid volledig kwijt. Is het Nederlandse voetbal properder dan het onze?

Youri: “Je weet nooit wat zich in de bestuurskamers afspeelt, maar historisch gezien zijn er bij jullie wel meer onfrisse zaken uitgekomen.”

Jan: “Inderdaad. De Bellemans-affaire, Anderlecht – Nottingham Forest, de gokchinees: zulke schandalen hebben we in Nederland nog niet gehad. Is het bij jullie niet overgewaaid uit de koers? Daar wordt toch veel gesjoemeld? Het voetbal ligt me na aan het hart, maar de ergernissen stapelen zich op. De nieuwe trend is nu een clubvoorzitter die zich met het sportieve moeit. AA Gent-preses Ivan De Witte vertelde in Sports Late Night dat hij er bij de trainer op had aangedrongen om Vadis Odjidja de kapiteinsband te geven. Dat is toch not done?

“En dan die kapsones van jonge voetballers. Neymar is een prachtvoetballer, maar als mens onuitstaanbaar. Balotelli vergat een auto van een half miljoen op een parking. ‘Is die Bentley van u, meneer Balotelli?’, vroeg de politie aan de telefoon. ‘Dat zou kunnen, geef hem maar aan mijn ploegmaat Urby Emanuelson, die heeft nog een auto nodig’, antwoordde hij. En toch zijn er nog clubs die zo’n idioot inlijven. Zulke kerels zijn totaal bedorven. Losgeslagen. Maar dan zie ik weer een beeldschone actie en verzoen ik me met die lui. Ik deug niet.”

Helemaal pijnlijk wordt het als de mindere goden zich aan hetzelfde hautaine gedrag bezondigen. Je ziet nu ook spelers uit de Jupiler Pro League met een koptelefoon op uit de bus stappen.

Youri: “Bij Twente en Ajax mogen de spelers geen koptelefoon dragen als ze van de spelersbus stappen, omdat er altijd wel een meisje of jongen een handtekening vraagt. Doen alsof je ze dan niet hoort, is onbeleefd.

“Wat ik vooral schrijnend vind, is dat veel topvoetballers later financieel niet rondkomen. Uit een onderzoek in de VS bleek dat 95 procent van de American football-spelers hun fortuin kwijtraakt. Heb je die documentaire over Cristiano Ronaldo gezien? Hoe hij daar voor de camera’s tegen zijn zoontje loopt te pochen over alle dure auto’s die in zijn garage staan, dat is toch intriest? Maar eigenlijk is die blingbling bij voetballers van alle tijden, Günter Netzer reed in de jaren 60 ook in een gele Ferrari rond.”

Jan: “Dat waren enkelingen. Iedere scholier die nu bij Manchester United speelt, heeft al een Rolls-Royce.”

Youri: “Papa, jij kwam als jonge snaak toch ook in Winschoten aangereden met een MGB? Wel, dat staat vandaag gelijk aan een Lamborghini.”

Jan: “(kurkdroog) Dit interview is afgelopen.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234