Zondag 12/07/2020

Jarige legende Jacky Ickx (75)

‘Ik ben een rebel tot op vandaag’

Beeld Geert Van de Velde

Hij is de meest veelzijdige autopiloot die ooit op een circuit heeft rondgereden, met overwinningen in zowel de formule 1, de 24 uur van Le Mans als Parijs-Dakar. Het maakt van Jacky Ickx één van de grootste Belgische iconen, een icoon dat op 1 januari bovendien 75 jaar werd. Maar mocht u zich willen reppen om hem te feliciteren, weet dan dat hij daar niet mee gediend is: ‘Ik heb zo’n hekel aan verjaren dat ik zowel mijn telefoon als het internet uitschakel, zodat niemand me kan bereiken.’

Verbazend gewóón, met felblauwe loopschoenen onder zijn pak, wandelt Jacky Ickx Le Club des V binnen, een clubhuis van Brusselse autosportliefhebbers. Hij is net komen aanrijden in een Volkswagen Golf, terwijl we op z’n minst een blitse Porsche hadden verwacht. Toch voelen we onmiddellijk dat we met een levende legende te maken hebben. Iemand die uit één brok charisma is opgetrokken – die engelachtige oogopslag, dat gebeeldhouwde hoofd. Maar er is vooral zijn brede glimlach, en zijn warme welkom: ‘Aah, mes chers amis. Waar kan ik het met jullie over hebben? Ik ben een oude man (lacht).’

Over het intense leven dat je hebt geleid?

Ickx: “Intens is het zeker geweest, daar heb ik een erezaak van gemaakt. Ik ben een dinosaurus, net als mijn goede vriend Eddy Merckx. We zijn allebei in 1945 geboren, hij is een halfjaar jonger. Ik beschouw hem als een veel grotere kampioen dan mezelf – un champion planétaire.”

Of ‘un métronome’ zoals Tour-baas Jacques Goddet hem noemde.

Ickx: “Op Eddy is elk superlatief van toepassing, je riskeert nooit te overdrijven. Hij zal voor eeuwig de grootste Belgische ambassadeur blijven. Met zijn palmares kent hij zijn gelijke niet, maar ook zijn menselijkheid is enorm.”

Jij zet je toch ook in voor allerlei goede doelen in Afrika.

Ickx (wuift weg): “Ik kom in zijn buurt, maar ook op dat vlak overtreft hij me: Eddy est une belle personne. Heb je hem al ontmoet?”

Ja, en dan krijgt hij telkens telefoon van jou. Als Eddy in de put zit, ben jij diegene die hem eruit trekt, vertelde zijn vrouw Claudine.

Ickx: “Het omgekeerde geldt ook als ik het even niet zie zitten. Daar draait echte vriendschap om: je bent er voor de mensen van wie je houdt. Eddy zit momenteel niet in zijn beste periode: er was zijn val en die bloeduitstorting in de hersenen in oktober, en zijn kleindochter heeft een tumor in haar been – hij kan alle steun gebruiken. We vormen een trio, met Paul Van Himst erbij, en soms ook met Roger De Coster. Klinkende namen, hè. We mogen niet vergeten dat ons kleine land een plejade van topsporters heeft voortgebracht om wie de hele wereld ons benijdt. In onze tijd had je nog Miel Puttemans, Ivo Van Damme en Gaston Roelants. Recent waren er nog Kim en Justine, en nu de broers Borlée en vooral Nafi Thiam. Ik moet haar naam maar noemen of ik krijg al kippenvel. En te weten dat België nooit een echte topsportcultuur heeft gehad.”

Jij was altijd trots dat je je land kon vertegenwoordigen.

Ickx: “Als op het podium de Belgische vlag werd gehesen en de Brabançonne speelde, was ik altijd heel geëmotioneerd. Ik vond het bijzonder om daar te staan. Het was het resultaat van jaren van opoffering en afzien. Op zulke momenten vereenzelvig je je met het land waar je vandaan komt. We hebben onze wortels hier, wij zíjn Belgen.”

Doet het dan pijn als je geliefde land in vraag wordt gesteld, en er zoveel separatistische krachten op inwerken?

Ickx: “We leven nu eenmaal in een democratie, iedereen mag zijn gevoelens uitspreken. Ik ben een belgicist, maar ik moet bekennen dat ik nóg een grote handicap heb vergeleken met Eddy: ik spreek nauwelijks Nederlands, en ik verontschuldig me daarvoor. Ik kom uit een periode waarin de hegemonie van het Frans nog niet in vraag werd gesteld. Ik ben al niet lang naar school geweest, maar ook daar deed men geen moeite om het me aan te leren. Die onrechtvaardigheid heeft geleid tot de problemen die zich vandaag stellen. Ik hou niet van het huidige politieke discours, vol polemiek, dat de tegenstellingen enkel aanwakkert. Ons devies luidt: ‘l’union fait la force.’ Als men klein is, heeft men er alle belang bij om solidair te zijn met elkaar. Als er problemen zijn, moeten we ze oplossen, en niet in extremisme vervallen.”

Maakt je verjaardag je nostalgisch?

Ickx: “Ik heb nooit veel van verjaardagen gehouden, het ligt niet in mijn natuur. Ik heb een gevuld leven gehad, maar wat er met ons gebeurt, is altijd al vooraf geschreven.”

Geloof je zo sterk in het lot?

Ickx: “Absoluut. Wat is het lot? Timing, toeval, geluk en… ‘de voorzienigheid’ – wie of wat dat ook moge zijn. Er gebeuren dingen in het leven die je niet verwacht. Een toevallige ontmoeting kan je lot in een bepaalde richting duwen. Ik ben iemand geworden dankzij de mensen die ik ben tegengekomen, zoals Enzo Ferrari of Thierry Sabine (de oprichter van Parijs-Dakar, red.).

“Als ik vandaag terugkijk, moet ik besluiten dat het lot me gunstig gezind was: ik heb een magnifiek leven gehad, ik heb alles meegemaakt. Maar vooral: ik heb het er heelhuids van afgebracht, zonder me ernstig te blesseren. Want in het tijdperk waarin ik heb geracet, was de kans heel reëel dat je niet overleefde. Daarom zou je me net zo goed kunnen vragen: ‘Geloof je in iets als een beschermengel?’ Eerlijk? Ik denk dat ik er een heel goede heb gehad. En toen hij zijn pluimen begon te verliezen, heb ik goed geluisterd en meteen de voet van het gaspedaal gehaald. Maar in het begin van mijn carrière, toen zijn vleugels nog blonken, was ik me van geen gevaar bewust. Ik heb een fantastisch parcours gereden, werkelijk alles is me gelukt. Maar ik heb ook grote tragedies meegemaakt waarvan de littekens nóóit zullen helen.”

Het is een wrede sport, te veel mensen lieten het leven.

Ickx: “Voilà, daarom kan ik niet zeggen dat het allemaal zo geweldig was. Er wordt altijd gepraat over het gevaar in de autosport, maar voor ons was dat nooit een criterium. Ook al loerde de dood na elke bocht, je mocht niet aan de risico’s denken, anders was je al van bij de start verloren. Als ik angst had gekend, had ik onmogelijk zoveel overwinningen behaald.

“Maar wij waren geen waaghalzen: het is fout om te denken dat we het deden voor de kick. Als je tijdens de 24 uur van Le Mans met 360 kilometer per uur op de rechte lijn van Les Hunaudières rijdt, doet je dat na enkele ronden niks meer. Je zou zelfs een sigaret durven op te steken. En geld was ook nooit de motor. De béste willen zijn, wínnen – dát was mijn drijfveer.”

Slangen vangen

Vanwaar kwam die drang om steeds te willen winnen?

Ickx: “Ik heb er nooit van gedroomd om racepiloot te worden. Mijn vader was dan wel een gekend autosportjournalist, die zelf racete en wedstrijden organiseerde, maar ik voelde me nooit aangetrokken tot zijn wereld. Omdat ik er op school niks van terechtbracht, heb ik mijn ouders wel tot grote wanhoop gedreven. Mijn leraars vertelden hun dat ik intelligent genoeg was, maar lui. Een beleefde manier om te zeggen: votre fils est un cancre. Ik was gewoon niet geïnteresseerd in de lessen en zat altijd door het raam naar buiten te staren. Zo heb ik op verschillende scholen gezeten, telkens zonder succes. Mijn ouders bleven zich grote zorgen maken over mijn toekomst. Omgekeerd maakte ik me ook zorgen om hen, want ik wilde hun hart niet breken met mijn slechte schoolresultaten. En daarom liet ik in juni met opzet mijn rapport in mijn bank liggen. Maar ze toonden wel begrip, en zochten samen naar iets dat wel op mijn lijf is geschreven.

“Weet je, ik was gemaakt om iets in de natuur te doen: ik droomde ervan om tuinman of boswachter te worden. Als kind dwaalde ik dagen door de bossen en de velden.”

Wat trok je zo aan in de natuur?

Ickx: “Ik hield enorm van de stilte die er heerste. Het was een omgeving waarin ik me gelukkig voelde. Als kind was ik ook dikwijls alleen. Ik had een broer die acht jaar ouder was, zijn interesses lagen elders. En in de natuur vond ik vertroosting. (Enthousiast) Ik verzamelde ook amfibieën en reptielen die ik nadien in mijn terrarium zette. Op vakantie in Zuid-Frankrijk joeg ik zelfs op slangen en schorpioenen.

“Maar om het leed van mijn ouders te verzachten, heb ik wel honderd keer beloofd beter mijn best te doen. En om me voor dat voornemen te belonen, kreeg ik een 50cc-motor. Ik schreef me in voor wedstrijden en behaalde vrijwel onmiddellijk resultaten. Dat waren ongelooflijke momenten voor mij: gedurende vijftien jaar had ik gehoord dat ik voor niks deugde, dat het nooit iets zou worden met mij, en plots ontdekte ik dat ik ergens succesvol in was. Dat werkte extreem motiverend, het plezier van die overwinningen gaf me kracht. En het schonk vreugde aan mijn ouders, die ik zo toch gelukkig kon maken. Zo kwam er een einde aan een moeilijke periode voor hen en voor mij. Enfin, voor mij toch. Mijn ouders hebben nog jaren de angst voor het gevaar moeten ondergaan die ik nooit voelde. Na een raceweekend waren ze ziek, de angst dat ik het niet zou overleven bezorgde hun zelfs levercrisissen. Zeker als ik aan de andere kant van de wereld zat, duurde het een tijdje voor ze nieuws hadden. De communicatie was in die tijd nog niet zoals nu, je kon niet eens rechtstreeks bellen. Ik liet soms niks van me horen, en deed ze zo twee keer pijn.”

Je zegt weleens: ‘Mijn carrière heeft me helpen groeien in het leven, het heeft een beter mens van me gemaakt.’

Ickx: “Dat is niet eenvoudig uit te leggen. Kijk, mijn carrière was nogal succesvol. Ik zal je mijn palmares eens doorsturen als ik het vind.”

Niet nodig, we kennen het uit het hoofd: twee keer vicewereldkampioen en acht overwinningen in de formule 1, zes keer de 24 uur van Le Mans, en we kunnen nog even doorgaan. In één woord: indrukwekkend.

Ickx: “Inderdaad, het was indrukwekkend. Maar het is Parijs-Dakar dat de grootste impact op mij heeft gehad. Die race heeft mijn horizon enorm verbreed en mijn kijk op de wereld compleet veranderd. Je vertoeft er in een omgeving die de mens tot zijn ware proportie herleidt, je voelt je plots heel klein door de onmetelijkheid van het landschap. Je begrijpt dat je een passant bent op deze aardbol, en dat je hier in de eeuwigheid der dingen een belachelijk korte tijd rondloopt. Ik kwam van de formule 1 en vond mezelf heel bijzonder. Terwijl ik mentaal niet volwassen was, en op een heel bekrompen manier in het leven stond. Maar Parijs-Dakar heeft mijn levenshouding totáál veranderd. Behalve het prachtige Afrikaanse continent, heb ik er ook de mensen leren kennen. Ze leven er in moeilijke omstandigheden, maar slagen erin hun lot te aanvaarden én altijd hoop te behouden – hun veerkracht laat me niet los. Sindsdien hou ik ervan de zaken in de juiste context te plaatsen, en mezelf nederiger op te stellen. Het zou bijvoorbeeld verkeerd zijn om het de hele tijd over mezelf te hebben. Ik ben altijd formidabel omringd geweest. De inbreng van een piloot bedraagt amper 20 procent, de rest gebeurt door een team van gepassioneerde mensen die hem een winnende wagen bezorgen. Zij treden nooit voor het voetlicht, en dat is een grote onrechtvaardigheid”

'Ik heb er nooit van gedroomd racepiloot te worden. Ik wilde tuinman of boswachter worden. Als kind dwaalde ik dagen door de bossen en de velden. Ik hield enorm van de stilte die er heerste.' Beeld Geert Van de Velde

Voel je je nog verwant aan de jonge Jacky Ickx, die iedereen in de formule 1 verbaasde met zijn rijkunsten?

Ickx: “Nee, ik ben niet meer de persoon die ik in de jaren 60 en 70 was. Als ik me nu vlak voor de Grand Prix van België op de startgrid begeef, denk ik de hele tijd: heb ik híér zelf ook ooit aan deelgenomen? Het voelt heel ver van mij verwijderd. Ik kan moeilijk geloven dat ik ooit in zo’n bolide kroop, om vervolgens met een duizelingwekkende snelheid rond te razen. Enkel de supporters, die me komen bedanken omdat ik ze als kleine jongen een mooie tijd heb bezorgd, doen me beseffen dat ik het echt was. Pas na verloop van tijd realiseer je je welke impact je als atleet hebt op het leven van mensen.”

Schaam je je omdat je vroeger zo egoïstisch en individualistisch was ingesteld? Zonder die eigenschappen had je misschien nooit zulke grootse prestaties neergezet.

Ickx: “Ik ben blij dat ik een beter mens ben geworden, ja. Mijn ego is danig gekrompen. Ik ben verre van perfect, er is nog een grote weg af te leggen, maar ik ben erop vooruitgegaan, en dat is al iets. Al hoor ik je graag zeggen: om te slagen, moet je een egoïst en een individualist zijn. Dat zijn eigenschappen die je in het normale leven beter niet hebt. Dat wringt natuurlijk, maar het hoort nu eenmaal bij topsport.”

De geur van benzine

Volg je de autosport nog?

Ickx: “Natuurlijk, het is de wereld waar ik altijd van deel heb uitgemaakt. Gisteren heb ik nog de jaarlijkse prijzen uitgereikt van de RACB (Royal Automobile Club Belgium, red.), het was vooral geweldig om al die jonge gasten uit de karting te bekronen. Weet je, de wereld behoort toe aan de jeugd. Al die jongeren die op straat komen en duidelijk maken dat ze er genoeg van hebben, zullen het voor het zeggen hebben en onze maatschappij fundamenteel veranderen. De bewustwording groeit, en dat valt niet meer terug te draaien.”

Wat vind je van Greta Thunberg?

Ickx: “Een fantastische jongedame! Ik bewonder haar moed. Politici lachen met haar en nemen haar niet serieus. Maar zij dwalen. Er zijn studies en voorbeelden genoeg die bewijzen dat het de verkeerde kant opgaat met onze planeet. Er valt veel te zeggen over Facebook en Instagram – mensen ontmoeten er elkaar minder door – maar anderzijds weten jongeren vandaag veel meer dan ik wist in 1960, en ze kunnen zich dankzij sociale media meteen presenteren aan de hele wereld.”

Zijn het je eigen kinderen die je dat gevoel geven?

Ickx: “Natuurlijk, zij tonen me de weg. Onze gesprekken vind ik bijzonder inspirerend. Ik heb vijf kinderen, drie ervan maken deel uit van die ‘jongere’ generatie. (Mijmert) Maar de wereld zal niet in een vingerknip veranderen, twee derde van de wereldbevolking heeft geen vooruitzichten en leeft in permanente moeilijkheden. In Afrika kom je mensen tegen die door de wereld zijn vergeten. Ik noem ze les invisibles, de onzichtbaren. Maar je ziet ze ook bij ons, vanmorgen nog in de Louizalaan: op hun zelfgemaakte matrassen lagen ze in de portalen van de huizen. Of in de Carrefour, waar vrouwen en kinderen kwamen bedelen toen ik buitenkwam. Ik las de wanhoop in hun ogen. Welke risico’s hebben zij niet moeten nemen om de oorlog in hun thuisland te ontvluchten? Ik hoop dat we genoeg verontwaardiging en solidariteit blijven tonen, dan komt het misschien nog goed. Alhoewel: de mens is het grootste roofdier dat er rondloopt, de laatste honderd jaar hebben we alles laten ontsporen en geen respect getoond voor het milieu, iets waar miljoenen jaren aan gebouwd is. De aarde zal blijven draaien, alleen bestaat de kans dat het zonder ons zal zijn als we zo verderdoen.”

Ik voel de jonge Jacky Ickx spreken, die salamanders ving in de beekjes van Waals-Brabant, de ecologist avant la lettre!

Ickx (lacht): “Ja, het lot heeft een vreemde wending aan mijn leven gegeven. Je droomt van een leven te midden van de natuur, maar belandt midden in het lawaai van V12-motoren en in de geur van benzine en verbrand rubber.”

En in de jetset. Heb je daar niet graag in vertoeft?

Ickx: “Die bestond nog niet. Al konden we in onze tijd nog onbezorgd feesten en op stap gaan. Vandaag is een formule 1-piloot een asceet die enkel mag leven voor zijn sport. Hij verdient misschien gigantische bedragen, maar is in zekere zin gevangen.”

In jouw tijd ging het nog puur om de sport.

Ickx: “Wij waren niet gebonden aan sponsors. Het ging enkel om het racen, het sportieve primeerde. Daarom konden we alle categorieën combineren: rally, uithouding, formule 1, formule 2... En ik reed het ene weekend voor Ferrari in de formule 1, en het andere voor Ford de 24 uren van Le Mans. We deden wat we wilden.”

Zoals het een vrije geest betaamt.

Ickx: “Ik was niet de enige, wij waren allemaal vrij en ongebonden. De tijd waarin we leefden, bracht dat met zich mee. Je zult vandaag niemand meer vinden met zo’n veelzijdig palmares als ik, ook omdat het niet meer mag. Ik kom uit het stenen tijdperk, natuurlijk. Maar ook Jackie Stewart of Jim Clark (twee- en drievoudig wereldkampioen in de formule 1, red.) raceten puur om het plezier.”

'Als vader heb ik niet altijd het goede voorbeeld gegeven, ik was dikwijls afwezig. En ook als echtgenoot heb ik niet altijd het legale pad bewandeld.'

Is het voortbestaan van de formule 1 bedreigd? Zullen we uit ecologische overwegingen op termijn kiezen voor de formule E?

Ickx: “Dat is de grote vraag. Daarover zal uiteindelijk het publiek beslissen, zij zijn les maîtres du jeu. Alleen lijkt iedereen dat weleens te vergeten.”

Twee jaar geleden nam je samen met je vijf kinderen deel aan de ‘VW Fun Cup’, een uithoudingsrace op het circuit van Francorchamps.

Ickx: “Une belle aventure! Het was een geweldig idee om eens iets samen te doen. Al heb ik me snel uit de voeten gemaakt en de race aan hen overgelaten. Voor mij ging het veel te snel – kun je nagaan... Ik ben tegenwoordig al bang als ik de straat moet oversteken.”

Hebben ze ervan genoten?

Ickx: “Ze waren heel moedig, vooral zij die niet echt van racen houden. Ze hebben het toch volgehouden, omdat ze het sámen wilden doen, als één familie. Ik heb een samengesteld gezin, mijn kinderen hebben verschillende moeders (Cathérine Blaton, dochter van bouwmagnaat Ado Blaton, en Maroussia Janssen, dochter van farmacoloog Paul Janssen, red.). Drie dochters, en twee zonen. Ze komen goed overeen.”

Met welke waarden heb je ze opgevoed?

Ickx: “Het ligt nogal moeilijk om daarop te antwoorden. Als vader heb ik niet altijd het goede voorbeeld gegeven, ik was dikwijls afwezig. En ook als echtgenoot heb ik niet altijd het legale pad bewandeld. Maar ze doen het allemaal goed in het leven, ik ben trots op ze.”

Vanina is de enige die jouw voetsporen heeft gedrukt.

Ickx: “Quelle chance! Wat een leven zou ik gehad hebben, mochten ze allemaal hebben willen racen. Wat dat betreft, zijn ze zo vriendelijk geweest om me dat niet te laten meemaken. Vanina heeft eerst biologie gestudeerd. Het was een grote verrassing voor mij toen ze op haar 23ste wilde beginnen te racen. Net toen ik dacht wat rust te krijgen, begon het lijden opnieuw (lacht). Want het mag dan allemaal veel veiliger geworden zijn, de risico’s blijven bestaan. Als Vanina er vroeger mee begonnen was, had ze het ver kunnen schoppen.”

Ze vertelde me hoe jullie in 2000 samen aan Parijs-Dakar deelnamen, en hoe je achter het stuur plotsklaps veranderde van de liefdevolle vader naar de ijskoude racepiloot. Toen ze zelf eens mocht rijden, greep je meteen in: ‘Maak plaats! Je rijdt mijn auto helemaal stuk!’

Ickx: “Dat zou best kunnen, ik weet het niet meer. Als je achter het stuur van een racewagen kruipt, verandert je persoonlijkheid. Je bent niet meer dezelfde persoon als twee uur voordien. We worden gladiatoren in een gevecht.”

Durf te durven

Ickx kijkt op zijn horloge. Hij heeft niet veel tijd meer, en vraagt of we al aan de foto’s kunnen beginnen. Fotograaf Geert Van de Velde heeft zijn oog laten vallen op een oude formule 1-bolide in de hoek van de zaal. Ickx schudt even zijn hoofd, maar besluit toch om op het verzoek in te gaan – ‘Als jullie me er komen uithalen!’ Dat blijkt niet nodig, kwiek hijst hij zich uit de krappe cockpit.

Ickx: “Zie je nu hoe onveilig die wagens waren? Als er iets gebeurde, had je nauwelijks bescherming. Zelfs in een veiligheidsgordel hebben ze lang niet geloofd.”

Vorige zomer reed je enkele rondjes in één van jouw legendarische Formule 1-wagens, de Ferrari F312.

Ickx: “Een prachtige ervaring, het deed me wel wat. Vooral het geluid van de motor klonk fantastisch: het kwam eruit als klassieke muziek en leek in niets op het geschreeuw van de formule 1-wagens van vandaag.”

Heb je veel vrienden overgehouden aan je 35-jarige carrière?

Ickx (aarzelt): “In individuele sporten zijn de mensen die het dichtst bij je staan je tegenstanders. Het is een utopie om te denken dat zij je beste vrienden kunnen worden. Zelfs onder ploegmaten heerst er grote rivaliteit. Grootmoedigheid is er niet op zijn plaats. Als ik me sympathiek had gedragen, was er van winnen niet veel in huis gekomen.”

Eén van jouw weinige vrienden in de racerij was Christian Tarin. Hij was jouw copiloot, maar overleefde een ongeluk tijdens de Rally van de Farao’s niet. Afrika heeft je veel gegeven, maar ook veel ontnomen.

Ickx: “Ik had een hindernis verkeerd ingeschat, waarop onze wagen in brand is gevlogen… Dat is één van die blessures die nooit zullen helen. Ik heb er een zware prijs voor betaald. Dat is mijn leven: ik heb het grootste geluk gekend, maar ook de ergste tragedies.”

Denk je soms terug aan die keren dat je op het nippertje aan de dood ontsnapte, zoals op het circuit van Watkins Glen, waar je in 1976 op volle snelheid de vangrail invloog, of in Jarama, waar je je op het nippertje uit een vlammenzee kon redden?

Ickx (lacht): “Ik moet lachen omdat het zo lang geleden is dat iemand me die vraag heeft gesteld. En omdat jij te jong bent om het allemaal bewust te hebben meegemaakt. Het zijn gebeurtenissen die al lang achter mij liggen, het voornaamste is dat we het hebben overleefd.”

Hoe heb je al die tragedies een plaats kunnen geven?

Ickx: “Je draagt ze altijd met je mee. Soms flitst er één door je hoofd, omdat aan een mooie herinnering dikwijls een droevig verhaal is verbonden. Ik kan je vertellen over mijn eerste overwinning in de formule 1, in 1968. Maar in diezelfde race liet ook Jo Schlesser het leven in een crash.

“Gelukkig is de hele filosofie van de autosport veranderd. Vroeger werd een wedstrijd nooit stilgelegd, zelfs niet bij een dodelijk ongeluk of als de weersomstandigheden te gevaarlijk werden. We reden met wagens van magnesium die bij het minste contact in brand vlogen, en strobalen langs het circuit moesten volstaan voor de veiligheid. Toen Jo stierf, kon ik onmogelijk genieten van mijn overwinning. Maar we wisten dat zoiets kon gebeuren, en het hinderde ons niet om door te gaan. Helemaal niet, zelfs. Het overlevingsinstinct doet niet mee in de autosport. De gedachte dat je kon sterven, werd niet toegelaten. Je was vrij om te stoppen, maar je had je geëngageerd en dus stopte je niet…

“Velen vragen me of ik het jammer vind dat ik nooit wereldkampioen in de formule 1 ben geworden, maar ik mis niks op mijn palmares. In 1970 had Jochen Rindt een ruime voorsprong op mij toen hij in Monza verongelukte. Er waren nog vier koersen te gaan, en uiteindelijk heb ik het kampioenschap met vier punten verloren. Ze hebben de titel postuum aan Rindt uitgereikt, wat eigenlijk niet de gewoonte was. Maar ik ben héél blij dat ze het toch gedaan hebben, het was de enige juiste manier. Ik mag er niet aan denken dat ze die titel alsnog aan mij hadden gegeven: het zou een vergiftigd geschenk geweest zijn, waarmee ik mijn hele leven geworsteld zou hebben. Trouwens, een wereldtitel hield me niet bezig, ik wilde enkel races winnen. Het had gekund, maar ook nu kan niemand naast mijn palmares kijken: ik ben de meest veelzijdige coureur aller tijden.”

En iemand die altijd zijn eigen weg is gegaan.

Ickx: “Toen ik in 1969 bij de start van de 24 uur van Le Mans uit protest naar mijn wagen wandelde en weigerde te lopen, bracht dat heel wat teweeg. Maar ik vond het niet kunnen dat de piloten hun veiligheidsgordel niet vastmaakten om zo snel mogelijk weg te raken en dat pas onderweg tegen meer dan 200 kilometer per uur deden. Omdat het vijftig jaar geleden was, gaf het magazine van de 24 uur van Le Mans een speciale editie uit – ‘Desobéir’ luidde de titel. Maar ik laat me het liefst omschrijven als un insoumis – ik ben een rebel, tot op de dag van vandaag. Ik heb daarom ook maar één raad die ik de mensen wil geven: ‘Ose!’ Je moet dúrven in het leven!”

Zijn er festiviteiten gepland voor je verjaardag?

Ickx: “Nee, geen enkele. Ik heb zo’n hekel aan verjaren dat ik zowel mijn telefoon als het internet uitschakel, zodat niemand me die dag kan bereiken. Mijn kinderen weten dat, zij laten me met rust. Ik wil altijd dat het normale leven zich zo snel mogelijk herneemt.”

Ik mag hopen dat je je vrouw Khadja Nin ‘Joyeux anniversaire’ laat zingen, met haar zoetgevooisde stem.

Ickx: “Ma belle Khadja! Háár zou je eens moeten interviewen, zij heeft pas persoonlijkheid. In vergelijking met haar stel ik niks voor. Mijn beste, ik word 75, ik realiseer me dat de weg die voor me ligt korter is dan die achter mij. Om het in racetermen uit te drukken: ik draai de laatste rechte lijn in, en zie dat er iemand met de geblokte vlag staat te zwaaien.”

We wensen je tal van ererondes toe, monsieur Jacky!

Ickx: “Merci bien, mes amis. Gelukkig nieuwjaar aan iedereen!”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234