Zondag 25/08/2019

Tour de France

Honderd jaar gele trui: van wollen onding naar ultralicht toppunt van aerodynamica

De gele trui van de oudste nog in leven zijnde geletruidrager Jacques Marinelli. De Fransman droeg het leiderstricot in 1949. Beeld AFP

Als Alaphilippe vrijdag in zijn op maat gemaakte kostuum als laatste aan de 27 kilometer in en om Pau begint, is het op de dag af honderd jaar geleden dat de gele trui voor het eerst werd uitgereikt.

Christine en Anne-Marie, kleermakers van sportkledingmerk Le Coq Sportif, kijken vanachter hun naaimachines wat onwennig naar het tafereel dat zich voor hen afspeelt. Ze zitten dan ook op een ongebruikelijke werkplek: een overvolle hotellobby. Ploegleiders, mecaniciens, wielrenners en journalisten lopen af en aan. Terwijl een man een tijdritfiets op het rode tapijt zet, haalt Christine een witte draad uit haar naaimachine, en vervangt hem door een gele.

Sinds 2015 laat Le Coq Sportif, het kledingmerk dat de leiderstruien in de Tour maakt, kleermakers vanuit de fabriek in Romilly-sur-Seine ten oosten van Parijs overkomen om het tijdritpak van de geletruidrager op maat te laten maken. Iedere plooi of rimpeling doet immers de luchtweerstand toenemen. Dus wurmt Julien Alaphilippe zich op de avond voor de tijdrit in Pau met de hulp van een medewerker in een tijdritpak, dat duidelijk niet voor het comfort is gemaakt. Twee couturières staan klaar met meetlinten om hun nek, de potloden in de aanslag.

Met handen aan de naaimachines, meetlinten om de nek, wachten op de geletruidrager van morgen. Beeld Joris Knapen

Terwijl de Franse coureur in Belgische dienst op de tijdritfiets in de lobby plaatsneemt, cirkelen de kleermakers om hem heen. “Probeer precies zo te gaan zitten als je morgen doet”, zegt een van hen, productiechef Ewa Samson. “Hoe zit het pak bij je hals? Daar gaat-ie ribbelen, hè?” Egan Bernal, de drager van de witte trui voor de beste jongere, zit intussen in een leren fauteuil toe te kijken. Hij wacht op zijn eigen tijdritpak.

Als Alaphilippe vrijdag in zijn op maat gemaakte kostuum als laatste aan de 27 kilometer in en om Pau begint, is het op de dag af honderd jaar geleden dat de gele trui voor het eerst werd uitgereikt. Het vermoedelijk bekendste sporttricot ter wereld werd uit nood geboren de Tour was al tien etappes onderweg – en leek in niets op het lichtgewicht wonder van aerodynamica dat Alaphilippe krijgt aangemeten.

In een afgesloten recreatieruimte van een hotel wordt geletruidrager Alaphilippe opgemeten waarna een speciaal team van naaisters zijn maatpak voor de tijdrit van vrijdag (19 juli 2019) maakt. Beeld Joris Knapen

Voor de Tour van 1919, de eerste na de Eerste Wereldoorlog, is niet voldoende stof voorhanden om iedere ploeg van een eigen, onderscheidende trui te voorzien. De tourorganisatie besluit in overleg met de ploegleiders dat alle renners in dezelfde grijsblauwe truien zullen rijden. Als de relatief onbekende coureur Eugène Christophe klassementsleiders wordt, staat de tourleiding voor een probleem. Christophe neemt de leiderspositie over van Henri Pélissier, dan een wielrenner die door alle toeschouwers wordt herkend. Maar haast niemand weet Christophe te onderscheiden. Het publiek kan slechts gissen waar de klassementsleider rijdt.

Zo komt Henri Desgrange – geestelijk vader van de Ronde, zijn initialen staan nog altijd op de gele trui – op het idee van een onderscheidend tricot voor de leider. Naar verluidt wordt het hem ingefluisterd door een van de ploegleiders. Desgrange kiest voor geel, de kleur van het papier waarop het door hem geleidde sportblad l’Auto – dat de Tour organiseert – wordt gedrukt. En geel valt op, geen luxe in de jaren waarin Touretappes soms de 500 kilometer aantikken en deels in het donker worden verreden.

De gele trui van Alaphilippe wordt in elkaar gezet. Beeld Joris Knapen

Natte spons

De eerste gele truien waren van wol. Dat hield de renners warm, “maar het jeukte en schuurde als een gek”, vertelt Serge Laget, een sportjournalist die een boek over de gele trui schreef. ‘En als het regende, zogen die truien zich vol als een spons.’

De gele trui is in honderd jaar onherkenbaar getransformeerd, van een wollen onding naar een ultralicht toppunt van aerodynamica. De naam is in zekere zin een reliek uit het verleden: goedbeschouwd is het geen trui meer, maar een waaier aan wielertenues: licht voor bergetappes en warme dagen, waterafstotend voor regendagen, lange mouwen, korte mouwen, mouwloos: Le Coq Sportif maakt het allemaal. Er is zelfs een speciale podiumtrui, waarin de klassementsleider snel kan worden gehesen voor hij het podium betreedt, maar waarin geen renner ook maar een kilometer fietst.

De laatste stikjes voor Alaphilippe’s verse gele trui. Beeld Joris Knapen

De tijdrittrui is de enige die op maat wordt gemaakt. “Een tijdritpak moet als een tweede huid voelen”, vertelt Samson. “Een renner moet idealiter niet doorhebben dat hij het aanheeft.” De renners zijn doorgaans mager als ze aan de Tour beginnen, maar vallen dan nog af. “Ze zijn nu zo halverwege, hun morfologie is merkbaar veranderd”, vertelt productiechef Ewa Samson, net klaar met Alaphilippe. “Daarom kunnen we niet van tevoren alle tijdritpakken op maat maken, al zouden we dat willen.”

De andere truien hebben standaardmaten, al is standaard niet zo standaard: wie normaal een M heeft, past een profwielrentricot in L vermoedelijk niet.

Haast ieder jaar worden de truien iets aangepast, vertelt Fabrice Pierrot, die de generieke, maagdelijke leiderstruien bedrukt met de logo’s van de sponsor. “Dankzij feedback van de renners hoorden we bijvoorbeeld dat de truien niet alleen lucht en zweet doorlaten, maar ook UV-straling, waardoor coureurs op hun rug verbrandden. Dat wordt dan aangepast.”

Joop Zoetemelk mocht als tweede Nederlander de gele trui mee naar huis nemen. Hij won de Tour in 1980. Beeld ANP

Vanuit zijn mobiele werkplaats, een busje vlak bij de finish, bedrukt Pierrot alle leiderstruien, naast de gele ook de groene voor de beste sprinter, de witte voor de beste jongere en de bolletjestrui voor de beste klimmer. Voor de zekerheid heeft Pierrot van iedere trui altijd drie exemplaren voor elke ploeg klaarliggen. In de Tour wordt niets aan het toeval overgelaten. ‘Stel dat de drukpers het begeeft, of de logoprinter er ineens mee ophoudt. We kunnen ons niet veroorloven dat er geen gele trui klaarligt voor de klassementsleider.’

Dus liggen er ook voor de renners van Wanty-Gobert, een bescheiden Belgische ploeg met een klein budget, drie hypothetische gele truien in Pierrots busje. Na de Tour geeft hij die ongebruikte tricots aan de Tourorganisatie. Een enkele keer gaan ze op verzoek mee met de ploegleiding. “Sommige teams vinden het leuk om ze te hebben. Kunnen ze een ludiek bedrijfscadeau geven.”

De gele trui in cijfers

1919 was het jaar waarin Fransman Eugène Christophe op 19 juli als eerste renner de gele trui droeg

1951 was het jaar waarin Wim van Est als eerste Nederlander de gele trui veroverde

269 renners hebben in 100 jaar tijd de gele trui gedragen

96 dagen droeg de Belg Eddy Merckx de gele trui

18 Nederlandse renners hebben de gele trui gedragen

22 etappes achter elkaar droeg Nicolas Frantz in 1928 het geel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden