Woensdag 15/07/2020

AchtergrondAtletiek

Hoe de snelste sprinter in de vergeetput belandde

Thane Baker (rechts) geeft de stok door aan Bobby Joe Morrow tijdens de 4x100 meter op de Zomerspelen van Melbourne in 1956.Beeld AP

Op het hoogtepunt van zijn roem, in 1956, werd Bobby Joe Morrow uitgeroepen tot een van de belangrijkste Amerikanen. Bij zijn dood, eind mei op 84-jarige leeftijd, stond de elegante sprinter te boek als de beste atleet die niemand zich kon herinneren.

Morrow was tijdens de Zomerspelen van Melbourne in 1956 onverslaanbaar op de sprint. Hij won goud op de 100 meter, 200 meter en 4x100 meter, een drieslag die in de olympische geschiedenis door slechts drie andere mannen is behaald: de Amerikanen Jesse Owens (1936) en Carl Lewis (1984) en de Jamaicaan Usain Bolt (2008, 2012 en 2016).

De 21-jarige student uit Harlingen, Texas, die thuis op de katoen- en wortelboerderij zijn snelheid graag testte tegen de hazen, leek na die zegereeks uit te groeien tot een Amerikaanse held. Met zijn streng christelijke achtergrond, zijn voorbeeldige manieren en filmsterrenuiterlijk leek hij geknipt voor die rol. Hij bezocht president Eisenhower in het Witte Huis, trad op in de populairste televisieprogramma's, stond op het omslag van het tijdschrift Life en werd voor de beroemde honkballer Mickey Mantle gekozen tot sporter van het jaar.

Niets leek een succesvolle loopbaan van de lange sprinter (1,87 meter) in de weg te staan. Zijn trainer roemde zijn ontspannen manier van lopen. Hij hield zijn hoofd zo stil dat hij zonder knoeien een glas frisdrank zou kunnen meevoeren tijdens een sprint over 200 meter. 

Morrow vestigde in zijn korte loopbaan meer dan tien wereldrecords. Hij won de 100 meter in Melbourne met forse tegenwind in 10,5 seconden (in de halve finale had hij 10.3 geklokt, een olympisch record). Op de 200 meter evenaarde hij het wereldrecord: 20,6 seconden.

Bobby Joe Morrow toont de gouden medaille aan zijn vrouw Joann bij aankomst in Los Angeles, 1956.Beeld AP

Bob Richards, de olympische kampioen polsstokspringen van 1956, meende dat Morrow de 100 meter op een moderne atletiekbaan in minder dan 9 seconden had kunnen afleggen. In 1956 liepen sprinters op sintelbanen, een veel zachtere ondergrond dan de huidige kunststofbanen. De spikes waren langer om grip te krijgen.

Geld afstaan

Gezien zijn leeftijd leek er voor Morrow meer olympisch succes weggelegd na zijn goldrush van 1956. Maar de kampioen ging ten onder aan een machtsstrijd met de olympische opperbureaucraat Avery Brundage, die Jesse Owens eerder tot wanhoop dreef.

Morrow wenste zijn snelheid tot geld te maken. Maar waar het Lewis en Bolt decennia late vrijstond om via sponsorcontracten en startgelden vele miljoenen te vergaren, stuitte Morrow op de starre houding van Brundage. De Amerikaanse IOC-voorzitter (1952-1972) vond dat olympische sport voor amateurs was. Hij zag er streng op toe dat topatleten geen cent verdienden aan hun talent en roem. 

Dat druiste in tegen het rechtvaardigheidsgevoel van Morrow, die openlijk kritiek uitte op sportbestuurders die zich zonder tegenprestatie in de watten lieten leggen tijdens de Spelen. Hij sprak van kerels die niets beters te doen hadden dan zeep en handdoeken uitreiken, omdat ze nu eenmaal iets moesten doen. Terwijl atleten in Melbourne in sobere omstandigheden leefden, baadden bestuurders in luxe. “Ze lieten hun vrouwen en vrienden ook overvliegen.”

Als sprinter was Bobby Joe Morrow nauwelijks te verslaan.Beeld AP

Morrow kreeg de kans om zijn klachten kenbaar te maken aan Bobby Kennedy, destijds minister van Justitie. Die regelde zelfs een hoorzitting in de Senaat. Maar aan het lot van de Amerikaanse atleten veranderde niets. Pas in 1988, zestien jaar na het aftreden van Brundage, mochten profsporters officieel meedoen aan de Spelen.

Morrow was ervan overtuigd dat zijn activisme een vroegtijdig einde van zijn loopbaan inluidde. Hij werd in de ban gedaan door de atletiek en zag Brundage als de hoofdschuldige.

“Het gezicht van vader liep rood aan als je Brundage noemde”, zei Morrows zoon Ron in 2000 tegen Sports Illustrated. De drievoudige olympisch kampioen werd niet opgenomen in de olympische ploeg van 1960. Hij trok zich verbitterd terug in Texas, waar hij onder meer suikerriet verbouwde en werkte als verzekeringsagent. Hij werd vergeten en kende de oorzaak. “Ik heb te hard tegen ze gevochten.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234