Maandag 23/11/2020

InterviewCharles De Ketelaere

‘Het klopt dat ik rechten studeer, maar voetbal blijft de prioriteit’

De Ketelaere tijdens zijn debuut als Rode Duivel in de vriendschappelijke wedstrijd tegen Zwitserland vorige week.Beeld Photo News

Een carrière als tennisser had ook zomaar gekund, maar na enkele stukgeslagen rackets wist de kleine Charles De Ketelaere het wel zeker: voetballen zou hij. Door zijn glansprestaties in de Champions League gaat het steeds harder met de carrière van de Bruggeling: deze maand debuteerde hij al als Rode Duivel. En hoewel zijn voeten van goudwaarde zijn, houdt hij ze stevig op de grond. ‘Eén avond heb ik me onsterfelijk gewaand, maar meteen daarna was ik alweer pissig als ik een matchke verloor op de training.'

Op YouTube staat een interviewtje met een piepjong tennistalent: de 9-jarige Charles De Ketelaere. Wanneer ze je vragen wat je later wilt worden, antwoord je: 'Voetballer bij Real Madrid.' De tennisleraar naast je staat duidelijk perplex.

“Ik maakte deel uit van het Be Gold-programma van de topsportacademie in Wilrijk. Toen ze ons vroegen wie later tennisser wilde worden, stak ik als enige mijn hand niet op (lacht). Daar schrokken ze zo hard van dat ze naar mijn mama zijn gestapt: ‘Allee, hij wil geen tennisser worden, en wij maar investeren in die jongen!’”

Volgens je moeder moest ze je vaak aansporen om naar de tennisles te vertrekken.

“Soms had ik echt geen zin, terwijl ik voetballen wel altijd leuk heb gevonden. Een halfjaar nadat ik Vlaams tenniskampioen was geworden, ben ik gestopt. Ik voetbalde bij de jeugd van Club Brugge en wist dat ik ooit een keuze zou moeten maken, maar niemand heeft me verplicht. Ook mijn ouders niet, ook al hebben ze een grote vriendenkring in het tennis.”

“Zelfs al was ik later geen profvoetballer geworden, dan nog zou het de juiste keuze geweest zijn: een kind moet doen wat het graag doet.”

Waarom hield je meer van voetbal dan van tennis?

“Voetballen doe je in een ploeg, tennissen doe je alleen. Ik kreeg privéles van een volwassen man: uiteraard maak je meer plezier als je met vijftien leeftijdgenootjes op het veld staat. Het voetbal was toen ook nog veel minder prestatiegericht dan wat er in Wilrijk van mij werd verwacht. Bovendien had ik een groot probleem met verliezen. In het tennis ben je zelf de enige schuldige bij een nederlaag. In het voetbal verlies je samen.”

Net dat – de machteloosheid die je voelt bij fouten van je ploegmaats – is voor sommigen een reden om een individuele sport te gaan beoefenen.

“Da's waar. Maar ik wilde zo graag winnen dat ik de hele tijd kwaad was op mezelf. Op den duur werd dat onhoudbaar. Ik kon ook heel slecht tegen valsspelers. Op die leeftijd werden ballen vaak buiten geroepen als ze dat duidelijk níét waren. Daar werd ik zo nijdig van dat ik met opzet alle ballen buiten begon te slaan. Volgens mijn mama viel er op zulke momenten niets met mij aan te vangen.”

Je durfde naar verluidt al eens een tennisracket stuk te slaan ook.

(lacht) “Ook waar. Nu, je moet dat niet overdrijven. Het is me twee, drie keer overkomen. Oké, vier keer, misschien.” (lacht)

“Mijn broer en ik maakten ook altijd ruzie als we pingpongden of voetbalden in de tuin. Ooit heb ik zelfs een palet naar zijn hoofd gegooid! Hij was woest. Hij is toen op de tafel gesprongen om me bij mijn nekvel te grijpen. De tafel heeft het niet overleefd.” (lacht)

Bestaat de kans dat we de Charles die zijn zelfbeheersing verliest ook op een voetbalveld te zien krijgen?

“Nee, die Charles bestaat niet meer. Dat heet volwassen worden, zeker?”

In dat interviewtje noemde je Cristiano Ronaldo je grote idool.

“Ik ben nog steeds een Ronaldo-fan. Het is begonnen toen ik een truitje van Real Madrid met Ronaldo's naam op heb gekregen. Hij is zó goed, echt een beest.”

Misschien moet je Thibaut Courtois of Eden Hazard eens vragen wat het is om voor Real te voetballen.

“Dat zou een beetje kinderachtig zijn, niet? Ik ken hen niet eens.”

“Trouwens, dat opkijken naar andere voetballers is met de jaren afgenomen. Ik ben altijd een fanatiek supporter van Club Brugge geweest: we wonen vlak bij het stadion en mijn broer en ik hadden een abonnement. Maar hoe dichter ik bij de eerste ploeg kwam, hoe minder fanatiek ik werd. Ik heb ook lang gedacht dat voetballers giganten waren. Groter dan normale mensen. Nu ik er zelf tussen loop, weet ik dat het ook maar gewone mensen zijn.”

‘Kenners gaan ervan uit dat ik in de nationale ploeg hoor en de toekomst van het Belgische voetbal ben. Leuk, maar ik lig er niet wakker van’

Je bent zelf ook niet klein.

“Ik meet 1 meter 92. Waarschijnlijk heb ik het van mijn mama: ze is 1 meter 85 – groter dan papa – en heeft in haar jeugd gevolleybald. Mijn broer is ongeveer zo groot als ik, maar heeft een breder postuur. Ik ben altijd een smal ventje geweest, nu pas beginnen er spieren bij te komen.”

Je bent even groot als Hans Vanaken. Die is als tiener in amper twee jaar tijd 24 centimeter gegroeid, waarna blessures hem maandenlang van het veld hebben gehouden.

“Dat herken ik. Toen ik 15 was, ben ik 13 centimeter gegroeid. Dat heeft ook tot blessures geleid. Plots was ik ook bij de traagste spelers van de ploeg, terwijl ik altijd een snelle flankaanvaller was geweest. Die snelheid is nadien maar geleidelijk aan teruggekeerd.”

“Nu, ik heb op mijn 15de sowieso niet zoveel gespeeld. In die mate zelfs dat het mij niet meer uitmaakte of ik bij Club Brugge speelde of ergens anders. Ik zat nog volop in de fase dat ik plezier wilde maken, ik wilde mij gewoon amuseren op het veld.”

Wanneer is die fase afgelopen?

“Het plezier is er nog steeds, hoor. Maar toen was er alléén amusement. Met iets anders hield ik geen rekening. Dat is pas gekomen toen ik 16 was en mijn eerste contract heb getekend.”

Na je groeispurt zagen ze plots ook een centrale verdediger in jou.

“Bij de nationale ploeg voor spelers tot 17 jaar was er een coach die mij altijd op die positie posteerde, omdat ik zo groot was. Bij Club hebben ze het gelukkig nooit geprobeerd: als centrale verdediger zou ik nooit top geworden zijn. Ik ben altijd een aanvallende speler geweest - een erg goede, al zeg ik het zelf. Als 13-jarige hebben ze mij voor het eerst op het middenveld gezet, maar daar speelden betere spelers dan ik. Pas bij de beloften ben ik weer tot de beste spelers van de ploeg gaan behoren.”

‘Het klopt dat ik rechten studeer aan de universiteit. Voorlopig ben ik al geslaagd voor twee zware vakken, maar voetbal is en blijft de prioriteit.’

GOEDE STUDENT

Een uitspraak van je moeder: 'Eigenlijk is hij al vanaf de lagere school professioneel met sport bezig. Ik vind dat hij daardoor een stuk van zijn jeugd heeft gemist, al heeft hij daar zelf nooit over geklaagd.'

“Oei, dat klinkt erger dan ze het heeft bedoeld, denk ik. In vergelijking met mijn broer ben ik natuurlijk veel minder vaak met vrienden naar feestjes en zo geweest. Maar ik heb het echt niet gemist. Het is gewoon iets wat aan mij voorbijgegaan is. Ik heb altijd veel gesport: dat én thuis zijn - wij waren een warm gezin - vond ik het leukst. Misschien zien sommige mensen dat als een opoffering, maar zo zie ik het niet. Mijn jeugd, dat was: voetbal, tennis en - tot het niet meer mocht van Club - skiën. In dat opzicht lijken mijn zus en ik erg op elkaar: zij sport ook veel.”

Je broer en zus vormen een tweeling.

“Ze zijn bijna drie jaar ouder. Vaak was het twee tegen één thuis. Ik ben altijd een beetje het mama's-kindje geweest. Dat komt omdat mijn mama me mijn hele leven heeft rondgereden. Naar de tennistrainingen in Antwerpen en de toernooien, en in het weekend naar het voetbal, zelfs als dat in Luik was. Mijn papa moest vaak werken, ook in het weekend.”

Hij is kaakchirurg, las ik.

“Mond-, kaak- en aangezichtschirurg. Een stomatoloog noemen ze dat, geloof ik. Hij werkt in het AZ Sint-Lucas in Brugge, maar heeft ook een privépraktijk.”

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik in het vijfde leerjaar zat, maar komen nog altijd heel goed overeen. Wij zijn met mama in het huis blijven wonen en papa heeft zijn praktijk na de scheiding bij ons behouden. Drie avonden per week werkt hij hier. Dat is soms moeilijk uit te leggen aan mensen, maar wij vinden het normaal. Mama is verpleegster van opleiding en hielp papa voor de scheiding ook al, als z'n secretaresse en bij de operaties. Na de scheiding heeft ze haar werk als thuisverpleegkundige weer opgepakt.”

“Toen ze ons vertelden over de scheiding, was dat heftig. Maar het heeft ons nooit belast. Ze hebben zich van meet af aan één ding voorgenomen: alles moest goed geregeld zijn voor de kinderen. Dat gevoel hebben wij ook altijd gehad, ik heb er dus geen trauma aan overgehouden. Ook met de omgangsregeling werd soepel omgesprongen: als mijn broer van een feestje kwam in de stad, mocht hij tijdens mama's week gerust bij papa overnachten, omdat hij dichter bij het centrum van Brugge woont.”

Hoe groot was de impact van de coronacrisis op hun werk?

“Papa heeft veel operaties moeten uitstellen. Hij trekt veel wijsheidstanden, maar dat is niet essentieel meer. Mama is blijven doorwerken. Tijdens de eerste lockdown heeft ze nooit mensen met corona op haar ronde gehad, maar nu wel. Uit voorzorg pakt ze zich helemaal in. Meer uit angst om covid door te geven dan om het zelf op te lopen. Stel dat je enkele van je bejaarde patiënten besmet: dat wil je niet op je geweten hebben.”

Je broer heet Louis, je zus Renée. Wat hebben je ouders met Franse namen?

“Geen idee. Ik weet wel dat ik Pierre had geheten mocht het niet Charles zijn geworden. Ik vind het een mooie naam, ook al is hij voor veel West-Vlamingen moeilijk uit te spreken. Bij Club noemden de délégués mij altijd Sjarel (lacht). Hoe vaak ik ook zei: ''t Is Charles', het haalde niets uit. Mijn buitenlandse ploegmaats spreken mijn naam vaak uit op z'n Engels.”

Louis studeert toegepaste economie, Renée mondzorg.

“Renée is ondertussen afgestudeerd. Ze volgt nu een dagopleiding als sportverzorger, masseur en fitnesscoach. Iets wat helemaal bij haar interesses aansluit: ze is erg sportief.”

Het zijn slimme koppen ten huize De Ketelaere: ook jij was naar verluidt een prima leerling.

(verlegen lachje) “Laat ik het erop houden dat we thuis geen dommeriken zijn. Onze ouders hebben studies altijd belangrijk gevonden. Ik ook, trouwens. Ik studeerde Wiskunde-Wetenschappen aan het Sint-Lodewijkcollege, terwijl veel jeugdspelers van Club les volgden op de sportschool van het atheneum. Ik heb veel jongens zien afhaken, maar zelf heb ik dat nooit overwogen, ook al was het soms zwaar. In het vijfde en zesde middelbaar volgde ik alleen maar 's ochtends de lessen. 's Namiddags miste ik alles, waardoor ik bijvoorbeeld nooit een les chemie heb bijgewoond. Daar kreeg ik dan bijles over, want ik moest natuurlijk wel examen afleggen.”

“Het laatste jaar was het zwaarst. In januari had ik een gescheurde appendix, waardoor ik een pak lessen heb gemist. In maart speelde ik een toernooi in Italië, waardoor ik opnieuw drie weken afwezig was. En daags voor ik voor het eerst met de eerste ploeg mocht meetrainen, had ik nog een examen biologie. Niet evident allemaal, maar ik heb me er met veel zelfstudie toch maar mooi doorheen geslagen. Het zou dom zijn geweest om mijn school niet af te maken. Ik speelde nog bij de beloften, had nog geen profcontract. Dan zeg je niet: nu ben ik zeker van een voetbalcarrière, ik stop met studeren!”

STEVIGE DISCUSSIES

Volgens je moeder ben je erg kritisch voor jezelf.

“Ik heb de lat altijd hoog gelegd voor mezelf. Niet alleen op school: zelfs als ik een goede match gespeeld heb, zal ik die ene gemiste kans moeilijk van me kunnen afzetten.”

Ben je streng opgevoed?

“Nee. Dat was ook niet nodig: ik was geen kind dat kattenkwaad uithaalde. Ik loop tussen de lijntjes. Ik doe mijn eigen ding, maar zal ook altijd doen wat men van mij vraagt. Ik heb daar geen moeite mee.”

Van zo'n speler droomt elke trainer.

“Je moet nog wel kunnen uitvoeren wat die trainer van je vraagt, natuurlijk. Dat is het moeilijkste. Maar goed, men heeft van mij altijd gezegd dat ik de dingen snel oppik.”

Veel meer dan een spel van de benen is voetbal een spel van het brein: het zijn de snelste denkers die de top bereiken.

“Dat is écht wel zo. Neem tien spelers met dezelfde technische bagage en degene met het beste positionele inzicht, die de beste keuzes maakt en het best omgaat met tegenslagen, zal het halen.”

Klopt het dat je je hebt ingeschreven als eerstejaarsstudent rechten aan de universiteit van Gent?

(verbaasd) “Weinig mensen weten dat. Ik heb ook liever dat er niet te veel over gepraat wordt. Maar het klopt wel. Die inschrijving dateert al van voor ik in de eerste ploeg stond, maar plots speelde ik in de Champions League en kwam mijn carrière in een stroomversnelling. Ik heb toen beslist om toch door te zetten, maar om mijn studie tegen een trager tempo af te werken. Tijdens de eerste lockdown heb ik twee examens afgelegd: verbintenissenrecht en strafrecht. Twee zware vakken, twee keer geslaagd.”

Sterk. Zul je dat volhouden?

“Er komt momenteel heel veel op me af, maar als voetballer heb je af en toe periodes met veel vrije tijd. En stel dat het plots minder gaat met die carrière - hout vasthouden - dan zal ik me meer op mijn studies kunnen toeleggen. Maar net zo goed zeg ik over drie jaar: genoeg gestudeerd, ik stop ermee.”

Klopt het dat je voorkeur aanvankelijk uitging naar kinesitherapie of geneeskunde?

(lacht) “Wie heeft je dat allemaal verteld? Ik heb veel interesses, misschien is dat wel mijn probleem. Maar goed, voetbal is en blijft de prioriteit. Geneeskunde viel al meteen af: dat viel niet te combineren. Maar door het gezin waarin ik ben opgegroeid en de sfeer die er bij ons thuis hing, interesseerde het me wel. Thuis aan tafel wordt er heus niet alleen over voetbal gepraat.”

Maar ook over pakweg Trump en het klimaat?

“Het zijn soms best stevige discussies. Vooral omdat mijn broer over alles een uitgesproken mening heeft. Als economist moet je goed kunnen discussiëren, zeker? Het zit ook in onze familie om elkaar te plagen. Ik discussieer wel mee, maar niet over elk onderwerp. Ik besef goed dat er nog veel is, zoals de politiek, waar ik te weinig over weet. Ik blader elke dag wel door de krant, maar blijf toch vooral bij de sportbladzijden hangen. En vaak lig ik ook maar gewoon in de zetel, hoor.” (lacht)

‘Een avond lang heb ik me onsterfelijk gewaand. Alleen, dat gevoel gaat verdacht snel weer over.' (Foto: De Ketelaere trapt Club Brugge naar de overwinning tegen Zenit Sint-Petersburg.)

RECHTS DOET NIET MEE

Anderhalf jaar geleden tekende je je eerste prof-contract. In september 2019 debuteerde je in het bekerduel tegen Francs Borains, een maand later stond je in de basis tegen PSG, in februari 2020 trapte je Club met je eerste doelpunt naar de bekerfinale, in oktober scoorde je tegen Zenit Sint-Petersburg in de Champions League en vorige week werd je voor het eerst opgeroepen bij de Rode Duivels. Wat een rollercoaster!

“Moet ik nu hét moment kiezen? (lacht) Doe dan maar de wedstrijd tegen Francs Borains. Toen was ik echt heel goed. Mocht ik me daar niet getoond hebben, zou al de rest ook niet gevolgd zijn. Dan zou het zogezegd nog te vroeg geweest zijn - het klassieke excuus waarop jonge spelers worden afgerekend.”

“Trouwens, in december 2018 had ik tegen Atlético Madrid in de Youth League (Europese competitie voor jeugdelftallen, red.) een hele match op de bank gezeten. Dan hou je er geen rekening mee dat je minder dan een jaar later in de basis van het eerste elftal staat tegen PSG.”

Wat gaat er door je heen als de trainer aankondigt dat je tegen wereldsterren als Neymar en Mbappé zult spelen?

“Ik dacht: ga ik het niveau wel aankunnen? Ik had op training wel al leuke dingen laten zien, maar dat is niet hetzelfde. Ik heb niet vaak stress voor een match, maar toen wél. Normaal kun je met mij een praatje slaan tot een minuut voor de match.”

“Toen ik nog bij de beloften zat, had ik meer last van stress. Ik geloofde nog niet zo hard in mezelf als nu. Ik was ervan overtuigd dat ik de bal alleen kon vasthouden als mijn tegenstander een fout maakte. Nu heb ik zovéél meer zelfvertrouwen.”

Voor een 19-jarige voetbal je met veel flair.

(verlegen) “Dank u wel. Ik stoef niet zo graag over mezelf.”

Wat maakt je zo speciaal, denk je?

“Dat ik niet altijd voor de makkelijke optie ga en risico's durf te nemen. Dat ik snel de ruimtes zie. En dat ik met een bal overweg kan, zeker?”

Je bent linksvoetig, net als Messi, Maradona en Rensenbrink, om maar een paar genieën op noppen te noemen.

“Maar ik ben rechtshandig! Schrijven en tennissen: allemaal rechts. Alleen bij het voetballen doet rechts niet mee.” (lacht)

Met je doelpunt tegen Zenit Sint-Petersburg bezorgde je Club in de extra tijd de zege. Wat voelde je op dat moment?

“Het was maar een binnentikker, hè (lacht). Nee, serieus: de ontlading die ik toen heb gevoeld, is niet te beschrijven. Een avond lang heb ik me onsterfelijk gewaand. Alleen, dat gevoel gaat verdacht snel ook weer weg. Ze zeggen wel dat ik geschiedenis heb geschreven met dat doelpunt, maar dat besef zal waarschijnlijk later pas ten volle tot me doordringen. Dus, heb ik ervan genoten? (denkt na) Twee dagen later ben je alweer pissig als je op de training een matchke verliest. Maar goed, dat is al mijn hele leven zo.”

Je hebt je nog niet in de arm geknepen?

“Dat hoef ik niet te doen. In onze ploeg word je niet zo snel opgehemeld. Hans Vanaken, Mats Rits en Ruud Vormer zijn heel nuchtere kerels. Die schreeuwen het zelf ook niet van de daken na een goede wedstrijd. Dat ik in zo'n goede ploeg terecht ben gekomen, heeft me erg geholpen.”

Wat is tot dusver de grootste verandering in je leven geweest?

“De grootste shock is er gekomen na de wedstrijd tegen PSG. Amai! Van dan af deed de naam Charles De Ketelaere bij veel mensen een belletje rinkelen. Plots veranderde alles en werd ik herkend op straat.”

“Na de match tegen Zenit heb ik er op de bus nog mee gelachen met de fysiotherapeuten: 'Amai, ik heb veel vrienden!' Er stroomden zóveel felicitaties binnen. Allemaal van mensen met de beste bedoelingen, natuurlijk. Maar het doet me niet zoveel om bekend te zijn.”

Ik las dat je na de zege tegen Zenit eerst je vriendin hebt gebeld. Ten tijde van je debuut tegen PSG had je nog geen lief, maar stroomden de liefdesverklaringen binnen via de sociale media, zo vertelde je moeder in een interview.

“Daar ben ik heel boos om geweest: dat is echt zever! Zij kijkt nooit in mijn gsm, hoe kan zij dat dan weten?”

“Mijn vriendin heeft niets met mijn voetbalcarrière te maken. We kenden elkaar voordien al. Mocht ik alleen maar studeren, zou ze dat niet eens erg vinden.”

Waar droom je van?

“Van een grote carrière bij een grote buitenlandse club. Maar als ik er alles voor gedaan heb en toch bij Club blijf, zal ik ook tevreden zijn. Ik hoop vooral dat ik later nergens spijt van zal hebben omdat ik me, bijvoorbeeld, niet hard genoeg heb ingezet en zo naast mijn droom grijp. Ik hoop ook dat ik me nooit anders zal gedragen of ga zweven.”

Wat is het mooiste compliment dat je al kreeg?

“Dat kenners ervan uitgaan dat ik in de nationale ploeg hoor en mee de toekomst van het Belgische voetbal ben. Leuk, maar ik lig er echt niet wakker van. Ik weet dat ik nog veel stappen moet zetten.”

Wie zijn voet naast de sterren van PSG kan zetten, mag de nationale ploeg ambiëren.

(schuifelt ongemakkelijk op z'n stoel)

Het truitje van Romelu Lukaku heb je al.

(verbaasd) “Hoe weet jij dat? Het hangt in mijn kast. Ik was lang geleden ballenjongen tijdens België - Slovakije in het Jan Breydelstadion (een oefeninterland in 2012, red.). Toen heb ik aan de spelerstunnel Lukaku om zijn truitje gevraagd. Hij heeft het me gegeven zonder iets te zeggen.” (lacht)

Straks sta je zomaar naast hem bij de Rode Duivels.

“Dat is echt zót!”

Heb je het gevoel dat je dromen aan het uitkomen zijn?

“Een beetje wel, ja. Maar weet je: zodra je iets hebt bereikt, kijk je alweer vooruit. Ik heb het truitje van Marco Verratti, mijn rechtstreekse tegenstander tegen PSG. Dat is iets tastbaars, de herinneringen aan die match niet. Dat maakt het zo moeilijk om ervan te genieten.”

Slotvraagje: ik las dat de oma van Nicolas Lombaerts, zelf een voormalige Rode Duivel, De Ketelaere heet. Familie?

“Mijn papa en de papa van Nicolas zijn neven. Ik ken hem niet, maar heb wel een gesigneerd truitje van hem van toen hij nog bij Zenit speelde: 'Voor Charles' staat erop. Hoe mooi is het dan dat ik uitgerekend tegen datzelfde Zenit mijn eerste Champions League-doelpunt heb gemaakt?” (lacht)

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234