Dinsdag 19/11/2019

Wielrennen

‘Het is een wonder dat ik nog rechtsta’: ex-ploegleider Johan Bruyneel, voor het leven geschorst

Johan Bruyneel. Beeld Jacobo Medrano

Zijn vrouw was al weg toen hij in oktober levenslang werd geschorst. Zijn kinderen hoort of ziet Johan Bruyneel (54) voorlopig niet meer. De ex-ploegleider van Lance Armstrong ging in survivalmodus en haalde in zijn woonplaats Madrid de fiets van stal. ‘Ik heb mensen afgesnauwd en ik ben arrogant geweest, maar ik moet verder.’

Johan Bruyneel rijdt over de M-40 van het restaurant in La Moraleja richting de wijk Barajas, waar mijn hotel ligt. “Ik ben veranderd”, heeft hij een paar keer gezegd in de afgelopen zes uur dat we zijn leven hebben gefileerd. “Ik weet hoe ik vroeger was: niet altijd de aardigste.”

Ik stel hem gerust. Dat hij altijd ­respect heeft betoond en dat een ­discussie op niveau aan hem wel was besteed. Hij glimlacht. Zeven en een half jaar geleden zaten we samen op Sloane Square, waar hij tussen de riches of London resideerde, en ik vroeg hem bij wijze van afsluiter hoe groot de kans was dat de hemel op zijn hoofd zou vallen. Hij antwoordde eerlijk: “Die kans bestaat, maar moeten ze nu echt koeien van tien jaar geleden uit de gracht halen?”

Was het maar bij de hemel gebleven. Inmiddels is ook de grond onder hem weggespoeld. Ooit was Johan Bruyneel de onbetwiste heerser bovenaan de voedselketen van de koers. In 2012 werd hij op non-actief gezet en na de Oprah Winfrey-bekentenissen eind 2013 van zijn kopman/vriend Lance Armstrong werd hij een ­outcast in zijn sport. In oktober van dit jaar heeft hij in een zelf aangespannen beroepsprocedure alsnog levenslang gekregen. De grote dopingheks – die hij níét was, voor alle duidelijkheid – moest op de brandstapel.

We rijden Barajas binnen en stoppen aan een verkeerslicht ter hoogte van de Melía Barajas. “Hier in dit hotel sliepen soms renners van ons als ze…”. Ik maak zijn zin af: “…bij Fuentes (de Madrileense dopingdokter, HV) kwamen?” Een inside joke. We lachen. “Serieus, dat hotel waar hij zijn bloedtransfusies deed, dat was hier ook ergens in die buurt, dicht bij de luchthaven. Handig, met renners die van overal kwamen. Maar wij gingen niet bij Fuentes, dat weet jij wel.”

Wat weten we van die onzalige tijd? Veel inmiddels, te beginnen met al die federale onderzoeken van de Amerikaanse belastingen. Nog meer, met dank aan al die gedetailleerde getuigenissen van collega’s van Lance Armstrong. Haast alles, toen ook de last man standing – Lance himself – bij Oprah overstag ging. ‘Did you?’ ‘Yes, I did.’

De renner

geboren op 23 augustus 1964, in Izegem

opgeleid als baanwielrenner, werd prof op de weg tussen 1987 en ’98.

won twee Touretappes in 1993, waaronder toen de snelste ooit

zevende in de Tour van 1993

derde in de Vuelta van 1995

raakte wereldwijd bekend om zijn val in een ravijn in de afdaling van de Cormet de Roselend in de Tour 1996, waar hij zelf meteen uit klauterde

reed voor SEFB, Lotto-SuperClub, ONCE, Rabobank en weer ONCE

De ploegleider/manager

vanaf 1999 ploegleider van Lance Armstrong bij US Postal (1999-2004), Discovery Channel (2005-’07), Astana (2008-’09) en RadioShack (2009-’12)

won zeven keer op rij met Armstrong als kopman de Tour

leidde ook Alberto Contador naar twee Tourzeges

in oktober 2012 door de Amerikaanse dopinginstanties beschuldigd van het organiseren, faciliteren, aanzetten tot en vervoeren van doping

in 2014 voor tien jaar verbannen uit de sport, omgezet in oktober 2018 in levenslang

We weten dat Armstrong, naast wie Bruyneel als renner in het peloton had gereden, hem had gevraagd om zijn sportdirecteur te worden. We weten dat Armstrong in 1999 zijn eerste Tour won. Een voormalig kankerpatiënt won de zwaarste sportwedstrijd ter wereld, een wonder was geschied.

We leerden nadien uit publicaties van de Franse sportkrant L’Equipe dat dit gebeurde op epo, het fameuze, toen nog onopspoorbare hormoon dat het bloed van meer zuurstof voorzag. In 2004 al lazen we in L.A. Confidentiel van David Walsh en Pierre Ballester dat er van alles fout was aan Armstrong; naasten hadden getuigd.

We zagen hem zeven Tours op rij winnen, de ene al makkelijker dan de andere, de laatste twee in 2004 en 2005 met de vingers in de neus. En toen stopte de beste ronderenner uit de geschiedenis en kon een hoofdstuk worden afgesloten.

Of toch niet, want hij kwam terug in 2009 en iedereen dacht: ai, hybris, als dat maar goed afloopt. Die uitkomst is gekend.

Geen interview, had Johan Bruyneel eerst gezegd. “Ik werk aan een boek.” En toen, out of the blue: “Kom toch maar af, maar ik ga niet alles vertellen. Er moet ook nog wat in mijn boek. Ik heb geen mooi verhaal, maar probeer het positief op te schrijven. Meer vraag ik niet.”

Ik begin met een grapje. Je hebt je vandaag nog niet boos gemaakt op Twitter?

Johan Bruyneel: “Toch wel. Daarnet nog heb ik Antoine Vayer (ex-wielertrainer en consultant van ‘Le Monde’, HV) van antwoord gediend. Ze hebben een video gemaakt van Lance Armstrong en linken daarin het feit dat hij aan zijn broek trekt aan het bestaan van een motortje. Hoe bestaat het? Lance had een tic nerveux en trok inderdaad aan zijn broek, maar wel om dat ­zeemvel op zijn plaats te houden.”

“Lance zegt net als jij dat ik beter niet reageer, maar het is sterker dan mijzelf. Dat is het enige voordeel aan een levenslange schorsing: ik kan zeggen wat ik wil. Wat kunnen ze doen? Mij twee keer levenslang schorsen?”

De Amerikaanse dopinginstantie USADA is ook je favoriete schietschijf.

“Zij wilden de kop van Armstrong en co, en al de rest was bijzaak. Hun reasoned decision waar ze zo graag naar verwijzen, is sensatie en zeker niet objectief. De getuigen is beloofd dat ze geen straf zouden krijgen als ze ons maar aan de galg praatten. Een aantal heeft gezegd hoe het echt ging. Anderen hebben overdreven en sommige getuigenissen zijn verdraaid. Wat mijn zaak betreft, waren de zwaarste beschuldigingen verjaard. In een normale rechtspraak, zeggen mijn advocaten, is er geen zaak, of krijg ik hooguit een lichte straf. Maar sportrechtspraak is anders, en de regels worden geïnterpreteerd à la tête du client.”

De omschrijving ‘most sophisticated doping program’ klopte alvast niet...

“Dat was het ook niet. We deden minder dan onze dichtste concurrenten.”

...maar misschien logistiek het beste ­georganiseerd, door de controlefreak in jou.

“Zo ben ik. Maar wij gingen niet naar Fuentes om bloed te laten invriezen en in een bank te ­bewaren. Van de zaak-Fuentes is nog niet alles geweten. Ik weet wie bloedzak 22 is (een van de 211 zakken die zijn gevonden bij Fuentes, HV) en ik ken nog een paar andere namen die niet zijn uitgekomen. Als die bekend worden, hebben er toch een paar een groot probleem.”

In de Dauphiné van 2006 vond jij het onbegrijpelijk dat ik niet geloofde dat Armstrong clean was. Na twee flessen wijn zijn we tot een vergelijk gekomen: Lance reed niet op betere brandstof dan de rest.

(lacht) “Dat weet ik niet meer. Zo was het: dezelfde brandstof. Het is simpel: elke kampioen van zijn generatie heeft de middelen gebruikt die voorhanden en niet opspoorbaar waren. Greg LeMond zegt dat hij een fysiologische uitzondering is, ik geloof hem niet. Een VO2max (maximale zuurstofopnamevermogen, red.) van 92, allee zeg. Ik heb een test van hem en die geeft een waarde aan van 75, niet meer.”

“Ik ga niet goedpraten wat er is gebeurd, maar wij hebben doping niet uitgevonden en na ons is doping ook niet gestopt. In 2008 kwam er wel een kentering, en vanaf mijn jaren bij Astana gebeurde niets. Ik was daar blij om en had daar niet de minste moeite mee, want de besten blijven de besten, met of zonder doping.”

“Het is hypocriet hoe wij zijn verraden door een stel laffe Amerikanen, hoe al het vuil in onze hoek is geveegd. Europeanen zijn toch anders, ze klikken minder snel. Ik heb ook getuigd, maar ik heb meteen gezegd: ik praat over mijzelf en over niemand anders. Het is nog hypocrieter hoe wij zijn behandeld, vooral als je ziet wie er nog rondloopt in dat peloton en een grote mond opzet.”

“In 2014 kreeg ik tien jaar en ik ben in beroep gegaan, hopend op strafvermindering. Vorige zomer kreeg ik een aanmaning van het TAS (Arbitragetribunaal voor de Sport, HV) in Zwitser­land. Snel 36.000 Zwitserse francs (32.000 euro) overmaken, want het beroep had zo lang aangesleept (vier jaar, HV) dat ze niet meer uit de kosten kwamen. Ik heb niet betaald en dacht toen: in het allerslechtste geval blijft het tien jaar schorsing.”

“Mijn advocaat belde: levenslang. Een mokerslag. Ik ben een paar dagen down geweest. Gelukkig was ik toen zwaar aan het trainen, compleet met ketogeen dieet (gericht op vetverbranding, HV), allemaal met het oog op een lange mountainbikewedstrijd die ik met mijn broer zou rijden, de Sierra Norte Bike Challenge, 217 kilometer. Ik heb nog een keer of twee goed getraind en kort daarna arriveerden mijn broer en moeder ook in Madrid. Dat heeft mij geholpen om de zinnen te verzetten. De wedstrijd zelf was zwaar – 4.500 hoogtemeters – maar ik wilde die absoluut uitrijden. Dat heeft mij boven water gehouden.”

In je eigen getuigenis in het 104 pagina’s ­tellende vonnis, leg jij uit hoe je zelf als renner met doping in aanraking bent gekomen.

“Staat dat daar ook in? Heb jij ze alle 104 gelezen? Moedig. Sorry, ik niet. (bitter lachje) De conclusie levenslang volstond. Ik heb epo zien komen, en hoe. Ineens reden sprinters mij bergop voorbij en liep het halve peloton met frigoboxjes rond. Epo werd de doodnormaalste zaak van de wereld. Of je deed aan epo, of je kwam er niet aan te pas.”

Wat als je niet in beroep was gegaan?

“Dan was het tien jaar gebleven en had ik geen klein fortuin kwijtgespeeld aan advocaten.”

Is dat de reden voor je scheiding?

“Alles kwam bij elkaar. Van vandaag op morgen was ik altijd thuis in plaats van altijd weg. Kort daarna brak ik mijn been met het skiën. Mijn scheenbeen was net onder de knie versplinterd door een torsiebreuk. Ik kon een tijdlang helemaal niks. Ik zag toen hoe mijn vrouw leefde, hoe ze haar gang ging. Enfin, van het een komt het ander. En nu is het oorlog.”

“De kinderen zijn na de breuk een jaar bij mij geweest. Mijn vrouw heeft mij altijd verweten dat wij uit Londen zijn vertrokken. Zij was daar graag, ik niet. Bovendien was het te duur en we hadden dit mooie huis in Madrid, waar ik nu nog woon. Zij is nu terug naar Londen en ze heeft de kinderen mee. Ik weet niet van wat ze daar leeft.”

“De laatste maand hoor of zie ik mijn kinderen niet. Victoria is 14, zij en ik waren twee handen op één buik, maar nu ben ik de slechte. Via Victoria sprak ik vroeger met Cristian, mijn zoon van 9. Dus nu ook niet meer. Ooit komen ze terug, daar troost ik mij mee.”

“Ik heb altijd alles voor mijn kinderen gedaan, maar terugkeren naar Londen vond ik erover. Londen is fiscaal interessant als je, zoals ik destijds, geen Engels inkomen hebt en een niet-gedomicilieerde resident bent. Dat voordeel was weg, maar niet het nadeel: het leven is er enorm duur. Bovendien wilde ik al na een jaar weg uit Londen, maar voor mijn vrouw ben ik gebleven.”

Van de zomer werd mij gesignaleerd dat je failliet was gegaan.

(haalt de schouders op) “Dat faillissement ging om één bedrijf. Ik ben zelfstandige en ben met dingen bezig. Ik kan daar niet te veel over kwijt omdat ik tegelijk in een complexe financiële situatie zit die nog eens wordt bemoeilijkt door een zeer moeilijke scheiding. Niemand hoeft zich zorgen te maken om mij. Het is niet meer zoals vroeger, ik pas iets beter op. Vooral voor mijn ex, die is zeer inhalig. Ze heeft al een zaak aangespannen tegen mij voor een Britse rechtbank, maar die vonnissen zijn hier moeilijk uitvoerbaar.”

Zeg nu eens hoe het echt met je gaat?

“Je zei dat je op sociale media zag dat het goed met mij ging, maar dat is niet de werkelijkheid. Met alles wat ik de laatste zes jaar op mijn kop heb gekregen, is het een wonder dat ik nog rechtsta. Ik heb veel nachten wakker gelegen: gewoon de slaap niet kunnen vatten van het piekeren. Ik ben grijzer geworden en mijn haar is dunner, allemaal van de miserie.”

“Steun? Van de familie wel, natuurlijk. Ik train de zoon van mijn zus, die bij de beloften rijdt. Ik mag geen wielrenners trainen, familie uitgezonderd. Vrienden in België hoor ik ook geregeld. België is mij niet vergeten. Anderen uit de wielerwereld? Bijna niemand, zelfs niet de mensen die ik van straat heb geholpen.” (Midden in het gesprek krijgt hij berichtjes, onder meer van Bradley Wiggins, HV)

“Bradley verzamelt shirtjes. Ik verzamel fietsen, een dure hobby. Ik heb oude originele fietsen van alle renners die op mij indruk hebben gemaakt en die laat ik restaureren. (toont een foto op de iPhone) Hier, de Faema-fiets van Merckx, perfect nagebouwd door Masi, de originele fietsenbouwer. Ooit komen ze van pas in mijn plannen.”

Vlucht jij in tranen, vrouwen, therapie, wijn?

“Ik drink graag wijn, maar nooit alleen thuis. Vrouwen? (lacht) Even genoeg van, maar ik heb vriendinnen. Tranen? Neen, ik ben een West-Vlaming. Therapie hoef ik ook niet. Of toch wel: met de velo rijden.”

Eens een renner, altijd een renner.

“Door die beenbreuk. Fietsen, zei de chirurg. Fietsen in Madrid is levensgevaarlijk, althans op de weg. Dus werd het mountainbike en dat beviel mij buitengewoon. Ik fiets soms met veel beter getrainde atleten dan ik, maar bergop doe ik met die gasten wat ik wil. Raar vind ik dat.”

Ik hoop dat je je hematocriet niet controleert?

“Neen, echt niet. Ik rijd wel op hartslag en als ik ga fietsen – drie, vier keer per week – dan is dat met een trainingsdoel. Pedaaltred, coördinatie, hart, longen, als je van jongs af aan hebt gekoerst, dan heb je dat en dat hou je. Deze ochtend ben ik met wat weekendrijders op pad geweest. Een beetje traag, maar wel goed gezelschap om wat te babbelen. Morgen ga ik alleen en dan gaat het sneller.”

Geen zin om met Lance Armstrong te gaan rijden in Colorado, of is dat te link? Ze willen daar nog 1,6 miljoen dollar van jou.

“Ik denk wel dat ik de VS binnen geraak. Wat er nog speelt, is een burgerrechtelijke procedure, maar ik heb geen ambitie om dat uit te proberen. Lance heeft gezegd dat hij weleens mijn kant uitkomt. Nu gaat het goed met hem. Hij heeft ook zware problemen gehad. Onderschat niet wat zo’n zaak met een mens en zijn gezin doet. Onder meer die schadevergoeding hing als een zwaard boven zijn hoofd, maar hij heeft in mei kunnen settelen voor 6 miljoen. Nog veel geld, maar geen 100 miljoen meer.”

De eerste keer dat het bij jou is gaan dagen dat de hemel op jullie hoofd zou kunnen vallen, was dat met dat boek L.A. Confidentiel in 2004, van Walsh en Ballester?

“Daar stond al een en ander in: mensen die van alles wisten hadden hun mond voorbijgepraat. Maar de trigger voor alles is de comeback van Lance geweest in 2009. Zonder die comeback zouden wij vandaag niet spreken. En was Lance geen Amerikaan, dan zou er ook niets aan de hand zijn. USADA baseerde zich op een federaal onderzoek in de VS om actieve sporters onder druk te zetten. Wat eigenlijk niet mag.”

“Toen Lance over een comeback sprak, heb ik hem gewaarschuwd: alles is veranderd, niks is nog toegelaten, en Alberto Contador rijdt zeer rap omhoog. Ik wist dat hij Contador in 2009 niet aankon. Ik vind zijn derde plaats in die Tour van 2009 nog altijd een hele knappe prestatie.”

In de film The Armstrong Lie zie je hem vloeken als Contador hem klopt in die proloog in Monaco.

“Die film heb ik nooit gezien. Ik heb ook nooit één van die boeken gelezen. Ik weet wat er echt is gebeurd en als ik dan zie hoe het allemaal zo ­eenzijdig, zonder context wordt voorgesteld, laat maar…”

“Ik heb mijn verhaal gedaan bij TAS. Zeer nederig, jawel. Ik had de indruk dat ze mij begrepen. Ik ben in 1999 sportdirecteur geworden. Ik was 34 en wist hoe het peloton rondreed. Ik heb gekozen voor controle en voor de gezondheid. Hematocriet hoger dan 48: niet starten. Tom Danielson kwam in bloedvorm toe voor de Ronde van Catalonië, maar had 48,5. Naar huis, kniepijn was de reden. Ik heb nooit geweten dat bij iemand van ons het hematocriet kunstmatig naar beneden is gehaald. We hebben ook nooit een fuck-up (bedoeld wordt: een dopinggeval, HV) gehad. En dan maar zeveren dat wij op voorhand waren ingelicht... Bullshit.”

Armstrong was een superatleet en dat heeft hij bewezen als age grouper tegen de wereldtop in het triatlon.

“Hoe die nu nog tekeergaat. Op zijn 21ste werd hij al wereldkampioen. Dat was in 1993, hij zonder epo tegen een peloton dat wel op epo reed. Weet je wat zijn en onze sterkte was? Niet onze doping, maar zijn mentaal overwicht. Wat hij deed in koers, grensde aan het onmogelijke.”

Niet dat jullie fraudeerden was het probleem, maar dat jullie zo véél wonnen. En vooral de manier waarop.

“Dat klopt. Wij creëerden een mythe die er helemaal niet was. Lieten wij uitschijnen tegen een plaatselijke journalist dat Armstrong op training zes keer achter elkaar l’Alpe d’Huez naar boven was gereden, dan stond het in alle kranten. In het echt was hij de tweede keer niet eens boven geraakt, zo slecht was hij uit de VS gearriveerd.”

“Die speciale tijdritfiets, weet je dat nog, de one million dollar bike? Smaller aan de cranks om beter door de wind te snijden, enfin, een heel verhaal. Wat was de realiteit? Lance was uit vorm naar Murcia gekomen, raakte geen meter vooruit, en al helemaal niet op die fiets. Hij wilde er niet mee rijden. Trek, Nike, Giro, Oakley waren bij dat project betrokken en hadden een hele campagne opgebouwd. Ze waren in alle staten. Dus reden wij gewoon níét met die fiets maar hielden wel het verhaaltje levendig. En iedereen trapte daar in.”

“Jan Ullrich zag ons en hij was al geklopt. Soms lachten we daarmee. Aan die overmoed zijn we ten onder gegaan, en door foute inschattingen, zoals de bekentenis van Lance bij Oprah. Blijft hij daar weg, dan is er geen sprake van die spijtoptantenzaak die Floyd Landis tegen hem heeft aangespannen namens de Amerikaanse staat, en die Landis bijna een miljoen dollar heeft opgebracht. Die show bij Oprah is in zijn aangezicht ontploft, dat weet Lance inmiddels ook.”

Je betuigde onlangs je spijt, maar heb je niet vooral spijt dat jullie zijn ontmaskerd?

“We hebben geen spijt over de prestaties. Lance hééft zeven keer de Tour gewonnen. Wat de doping betreft, heb ik spijt dat we deel uitmaakten van die generatie die niet zonder epo kon. Ik kan ook geen spijt hebben over de aanklacht dat ik renners tot doping heb aangezet, want dat heb ik nooit gedaan. Die renners wisten heel goed waar de mosterd werd gehaald. Dave Zabriskie, die nu samen met Landis cannabisolie verkoopt, hing een heel verhaal op over hoe ik hem aan de doping heb gebracht. Welnu, dat is compleet verzonnen. Hij heeft er zelf om gevraagd. De vraag kwam altijd van de renners. Ik zou daar niet over liegen als het anders was.”

Is een genuanceerde erfenis Armstrong-Bruyneel onmogelijk?

“Het is erg dat UCI-voorzitter David Lappartient Bradley Wiggins onder zijn voeten geeft omdat die Armstrong als een icoon ziet. Nog erger: Christian Prudhomme die zegt dat Armstrong voor hem niet bestaat. Wie denk je dat de Tour commercieel groot heeft gemaakt? Niets tegen Alberto Contador – fantastische coureur en goeie gast – maar hij is ook een Tour kwijt door doping en vandaag is hij ambassadeur van de Tour. Hoe hypocriet is dat?”

Wat brengt de toekomst?

“Lance en ik hebben plannen om iets samen te doen, maar daar kan ik echt niets over kwijt. Ik werk ook aan een boek. Pokerface is de titel. Tegen de Tour moet het er liggen. Ondertitel: ‘De ongemakkelijke waarheid van het profwielrennen’.”

“Ik mis de wielersport niet. In 2007 wilde ik er al uit. Ik had wel liever zelf besloten hoe en wanneer ik was gestopt. Maar ooit kom ik terug. In het wielrennen, jawel. Ik zou graag een tiende Tour winnen. In welke hoedanigheid, dat vertel ik pas als het concreet is.”

Denkt na en geeft wat geheimen prijs. “Mooi plan, niet, om al die ellende achter mij te laten? Sinds 1999 draai ik mee in een mallemolen en nogmaals, ik heb veel fouten gemaakt, veel mensen afgesnauwd, ben arrogant geweest, maar het is wat het is. Zelf heb ik ook vaak diep gezeten. Ik moet ook verder.”

Lance Armstrong en Johan Bruyneel, hier samen op de Champs Elysees in 2005. Beeld AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234