Vrijdag 18/10/2019

Wielrennen

Greg Van Avermaet krijgt een van zijn laatste kansen om wereldkampioen te worden: ‘De tijd begint te dringen’

Van Avermaet tijdens de verkenning in Yorkshire. Beeld Photo News

Wij: ‘Woensdag 4 december: Gala van de Kristallen Fiets.’ Hij: ‘Oké, genoteerd. Het gaat voorlopig tussen Van Aert, Gilbert en Evenepoel, hé. Ik zal wereldkampioen moeten worden.’ Wij: ‘Inderdaad.’ Greg Van Avermaet (34) weet wat hem zondag te doen staat.

Dit is een unieke kans.

"Ja. Een van de laatste. Er resten me er nog wel een paar, maar ook geen massa meer. Martigny 2020 wordt alvast niet mijn ding.”

Nu of nooit, met andere woorden?

"Da’s iets te kort door de bocht, die druk wil ik mezelf niet opleggen. Ik probeer altijd zo ontspannen mogelijk toe te leven naar een wedstrijd, nooit met het uitgangspunt dat het hier en nu moet gebeuren. Want dan lukt het meestal niet.

“In 2021 is het WK in Leuven. Naar verluidt willen ze daar een en ander insteken. Maar dan zijn we weer twee jaar verder. (grijnst) Als je 27 bent, weet je: ‘Oké, dan speel ik nog wel mee’. Op je 37ste is dat anders.”

De uittredende wereldkampioen is 39, Greg.

(knikt) “Dus moet ik er blijven in geloven. En dat doe ik ook. Zolang je gemotiveerd bent, kan je je niveau aanhouden. Valverde en ook Gilbert zijn daar de beste voorbeelden van. Er bestaan geen mirakels in topsport. Keihard werken, daar draait alles rond. Je doet dat of je doet dat niet. Als je het doet, raak je het niet snel kwijt. Maar feit is: de tijd begint een beetje te dringen voor mij.”

‘De leeftijd weegt stilaan door’, gaf je in Canada toe. Voel je dat er sleet op zit?

"Niet echt. Zeker niet in de koers. Ik zou kunnen zeggen dat mijn sprint wat afbot. Maar puur theoretisch klopt dat niet. Voor een honderdmeterloper gaat dat op. Die boet op den duur in aan explosiviteit. Wielrenners zijn duursporters. Die hebben een ruimere houdbaarheidsdatum en presteren doorgaans beter met het vorderen der jaren. Spurten doen ze in klassiekers en grote kampioenschappen na zes tot zeven uur fietsen. Dan gelden andere wetmatigheden.

“Het gaat vooral om mentaliteit. In je hoofd moet het goed zitten. Je moet dit graag doen en uitdagingen blijven zoeken. Da’s het eenvoudige recept voor een lange carrière à la Valverde. Die jongen beleeft nog altijd plezier aan zijn job. Ik hoop dat zelf zo lang mogelijk te blijven doen.”

Je hebt duidelijk nog geen eindstreep in gedachten.

“Neen. Ik ben het wielrennen absoluut niet beu. Ik geniet er nog altijd van. Ook van het afzien. Trainen of koersen kan soms zwaar zijn. Ik moet constant op mijn voeding letten, reis lang en veel, ben soms meer van huis dan me lief is. Maar ik haal er nog steeds voldoening uit. En er is nog zoveel dat ik nog niet heb bereikt. Die brandende ambitie zorgt ervoor dat ik nog niet zo snel zal stoppen.”

Kan een wereldtitel daar verandering in brengen? Dat is het summum. Dan heb je alles bereikt wat je kon bereiken.

“Ik zou het heel graag eens worden. Maar het zal mijn carrière en erelijst niet meer ingrijpend beïnvloeden. En dan nog zal ik mezelf weer andere en nieuwe doelen stellen. Ronde van Vlaanderen, een Belgische driekleur, een tweede Parijs-Roubaix... Ik wil elke wedstrijd weer opnieuw winnen. Dat is een van mijn sterke punten.”

Met Teuns (l.) en Naesen. Beeld Photo News

Kruipt de sleur er dan nooit eens in bij jou?

"Ik zit ook eens graag níet op een fiets, hoor. Maar na twee, drie weken mis ik dat. Dan wil ik me weer soigneren en in topvorm geraken. Noem het een verslaving. Toch ben ik nooit extreem geweest in de dingen die ik mezelf ontzeg. Ik zie soms jongens bezig en denk: ‘Pfff, zo zou ik het geen jaar kunnen volhouden’. Ze wegen alles af, kruipen twee, drie maanden eenzaam op een berg, focussen maar op één ding... Niet aan mij besteed. Ik behoed mezelf voor het verzadigingspunt, laat plezier primeren. Ook belangrijk: een rustige, stabiele omgeving. Het is altijd prettig thuiskomen bij Fleurke en Ellen. Ik heb een vrouw die me 100 procent steunt, in alles wat ik doe. Dat zorgt voor een evenwichtige balans.”

Waarom is het je nog nooit gelukt om wereldkampioen te worden?

“Door omstandigheden. De puzzel moet gewoon een keer netjes in elkaar vallen. Zo'n WK laat zich moeilijk winnen, het is geen vanzelfsprekendheid. Het rare is dat ik er ook nog nooit op het podium heb gestaan. Terwijl ik een renner ben die podiumplaatsen opstapelt. Toch heb ik, op Richmond 2015 na, nog niet één keer het gevoel gehad dat ik een wereldtitel liet liggen. In Geelong 2010 was ik nog jong en geen kopman. Gilbert raakte niet weg in de finale en in de spurt werd ik zelf vijfde. Net als in Ponferrada 2014, maar daar was Kwiatkowski gewoon sterker. In Bergen, twee jaar geleden, kon ik in de slotfase niet mee met Alaphilippe en Moscon en bleef ik finaal achter Sagan steken op een zesde plaats. 

“Alleen in Richmond dus kon ik mezelf voor het hoofd slaan. Eén meter kwam ik daar tekort om aansluiting te vinden bij Sagan. Boasson Hagen kwam nog bij me, maar reed niet door. Gevolg: 23ste.”

Hier ben je thuis.

“Ik kom graag naar Yorkshire. Het is een prachtig stukje Engeland. Ik hou ook van de manier waarop mensen hier de wielersport beleven. Het zijn niet de allergrootste kenners maar ze zijn wel superenthousiast. Dat mocht ik nu al drie keer ervaren in de Ronde van Yorkshire (7de in 2015, eindwinnaar in 2018, 2de en ritwinst in 2019, JDK). Er zal ook zondag een pak volk zijn. Dat op zich al motiveert.”

Dit WK-parcours houdt het midden tussen Luik-Bastenaken-Luik en de Amstel Gold Race, wordt beweerd.

“Het lange aanloopstuk door de Yorkshire Dales bevat drie lange beklimmingen. Maar het lokale circuit in en rond Harrogate doet me toch eerder aan Vlaanderen denken. Met korte, nijdige klimmetjes. Ik ga ervan uit dat er in die grote ronde niet veel zal gebeuren. Het wordt vooral zaak om ons niet te laten verrassen, zodat we in ideale positie de zware finale kunnen aanvatten. Daar wordt het draaien en keren. Verdwijn je, eenmaal voorop, heel snel uit beeld. En kan je de tegenstand slopen. Bij de eerste twintig kom je overal vlot doorheen. Verderop in de groep wordt het constant remmen en optrekken.”

Gilbert en jij delen het kopmanschap in de sterke Belgische selectie. Hoe zie je dat concreet?

“Allebei hebben we in de aanloop naar dit WK nog gewonnen (Gilbert twee ritten in de Vuelta, Van Avermaet de GP Montréal, JDK). Dat hielp om ons lekker in ons vel te voelen. En ons ervan te overtuigen dat we echt klaar zijn. Ik moet er nu vooral voor zorgen dat ik er zelf 100 procent – me zondag incontournable maken. Zo simpel is het.”

Vuile vraag: zal je even gelukkig zijn als een andere Belg dan jij wereldkampioen wordt?

“Neen. Wie daar bevestigend op antwoordt, spreekt de waarheid niet. Tuurlijk wil ik zelf winnen. Van jongens als Declercq of zelfs Evenepoel kan ik begrijpen dat ze blij zullen zijn als de regenboogtrui wordt gewonnen door een Belg. Zelf zal ik dat gevoel alleen maar overhouden als ik er de benen niet voor had.”

Hoe schat je de buitenlandse tegenstand in?

“Er zijn behoorlijk wat favorieten. Sagan, Matthews, Trentin, om er een aantal te noemen. Alaphilippe vond ik niet zo overtuigend in Canada. Maar dat kan in twee weken tijd totaal veranderd zijn.”

En dan is er... de factor-Van der Poel.

“Mathieu is een fenomeen, hé. Waar je bij Remco moeilijk kan geloven dat hij nú al wereldkampioen zou worden, acht je dat voor Van der Poel perfect mogelijk. De manier waarop hij in het Vlaamse voorjaar koerste, was indrukwekkend. Oké, alles viel in zijn plooi in de Gold Race. Maar hij won hem toch maar mooi. Ik vind het wel een risico om, zoals Nederland met Van der Poel en Frankrijk met Alaphilippe, alles op één exclusieve kopman te zetten. Als die faalt, sta je daar.”

Greg Van Avermaet. Beeld BELGA

Hoe moeten we koersen?

“Beetje volgens de succesformule van Deceuninck-QuickStep. Dominant, met zin voor initiatief en slechts één gemeenschappelijk doel voor ogen: winnen. We zijn krachtig genoeg om op een bepaald moment in de wedstrijd chaos te creëren, de boel te destabiliseren en de andere naties van slag te brengen. Dat moet onze troef worden. Om dan in de finale zoveel mogelijk pionnen over te houden. We hebben meerdere jongens die na zo'n zware, lange wedstrijd een rol kunnen spelen.”

Ook Remco Evenepoel?

"Remco kan ons met zijn agressieve manier van koersen in een zetel zetten. En, wie weet, zingt ook hij het heel lang uit.”

Maar een wereldtitel op zijn negentiende sluit je uit?

"Mij is het na vijftien WK’s, beloften inbegrepen, nog steeds niet gelukt. En bij hem zou het van de eerste keer prijs zijn? (lacht) Het lijkt me een absurd, onwaarschijnlijk scenario. Maar je weet het natuurlijk nooit met hem.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234