Maandag 08/08/2022

InterviewGreg Van Avermaet

Greg Van Avermaet: ‘Ik wil nog koersen winnen, en ik geloof dat dat er nog in zit’

 Greg Van Avermaet voert de troepen van AG2R Citroen aan op de kasseien van Parijs-Roubaix. Beeld Photo News
Greg Van Avermaet voert de troepen van AG2R Citroen aan op de kasseien van Parijs-Roubaix.Beeld Photo News

Zijn zomer was verschrikkelijk. Door een slechte reactie op zijn corona-vaccinatie waren de voorbije drie maanden zowat de ergste in zijn carrière. En toch lacht Greg Van Avermaet (36). Want: ‘Dat zit in mijn karakter.’ Omdat zijn lichaam stilaan weer mee wil, hoopt hij er een mooie Parijs-Roubaix van te maken. Een wedergeboorte in de Hel?

Bart Audoore

In jouw geval is dit een heel belangrijke vraag: hoe gaat het met je?

“Beter dan een paar weken geleden. Ik kan nog niet zeggen dat ik in topconditie zit, maar ik heb het gevoel dat de weg niet langer naar beneden loopt maar naar boven.”

Wat betekent dat concreet?

“In mijn laatste koers, vorige week, dacht ik voor het eerst aan demarreren. Terwijl het de weken voordien gewoon wachten was tot ze mij eraf reden.”

Je laatste bericht op Twitter was een link naar een artikel over de derde vaccinatie, maar we begrepen niet wat je bedoelt: ben je antivaxer geworden?

“Oei, wat heb ik gepost? (begint op zijn gsm te tokkelen) Oei, oei, dat is een vergissing. Ik zal het rap verwijderen. Dat is inderdaad een artikel dat ik gelezen heb, ik volg het coronanieuws wel op, maar ik ben helemaal geen antivaxer. Mijn witte bloedcellen liggen overhoop, maar als ik geen sporter was geweest, had ik dat waarschijnlijk nooit geweten. Ik voel me gezond, maar bij heel diepe inspanningen blokkeer ik plots. Dat is een probleem, maar ik zou me altijd opnieuw laten vaccineren. Ik denk dat het beter is om dit voor te hebben dan de ziekte zelf.”

Is er een oplossing voor je gevonden?

(knikt) “Ik neem speciale voedingssupplementen. Volgens het schema dat gemaakt is, zou ik dit weekend mijn eerste deftige koers moeten kunnen rijden. Maar eigenlijk weten de dokters het zelf niet helemaal. Ik ben niet de enige atleet die slecht gereageerd heeft – de Borlées hebben gesukkeld, Fuglsang ook – maar het is een nieuw virus: er is nog veel te ontdekken.”

Hoe moeilijk waren de voorbije weken voor je?

“Ik had vooral vragen. Wat is er mis met me? Ik stond op, ik was niet vermoeid en toch kon ik niet diep gaan. Ik deed mijn best en er kwam niets. Ik zag af en ik kwam niet vooruit. Nooit meegemaakt. Ik was blij toen ze eindelijk ontdekten wat er aan de hand was, maar toen waren we al eind augustus.”

Veel te laat voor het WK.

“Ik had me daar veel van voorgesteld. Dat was echt een parcours voor mij, maar moet ik ontgoocheld zijn in mezelf? Ik kon er niks aan doen. Het was iets van buitenaf, iets dat oncontroleerbaar was. Moet ik boos zijn op de bondscoach? Ik weet dat ik niet goed genoeg was om de selectie te halen. Dat zou niet fair geweest zijn tegenover andere jongens.”

Deed het pijn om de race te moeten missen?

“Toen Sven (Vanthourenhout) me belde dat ik er niet bij was, wist ik dat eigenlijk al, maar toch was ik emotioneel. Het gevoel dat ik ging moeten wenen. Ik heb alle WK’s gereden sinds ik prof ben, sinds 2005, en dan het WK in België moeten missen was hard. Maar ik kan die knop snel omdraaien.”

Heb je naar de wedstrijden gekeken?

“Ik heb allerlei voorstellen gekregen: om in een tv-studio te gaan zitten, om naar de vip te komen, maar ik heb overal neen op gezegd. Ik wilde niet in Leuven zijn. Natuurlijk kon ik niet ontsnappen aan de WK-gekte, maar ik wilde het niet ter plaatse zien.”

Op zondag ben je zelf gaan koersen, in godbetert Parijs-Chauny.

“Dat was beter dan voor tv te hangen. Dan ging ik waarschijnlijk toch gefrustreerd in mijn zetel zitten. Ellen was ontgoocheld dat ik weer een weekend weg was – ze had gevraagd om koekjes te bakken met de kindjes. Ik heb geantwoord: ‘Zo lang ik coureur ben, ga ik er alles aan doen om het beste uit mezelf te halen. Als ik denk dat ik deze koers nodig heb om een plek dichter te eindigen in Roubaix, dan moet ik dat doen.’”

Hoe kijk jij naar de discussie tussen Evenepoel en Van Aert?

“Een WK wordt altijd overgeanalyseerd. Het begint al met de selectie. Dat is een staatszaak, terwijl daar bij een gewone koers nooit vragen over gesteld worden. Neem zondag: er is niemand die er raar over doet dat wij met vijf Belgen en maar één Fransman aan de start komen. Maar op het WK zijn we met 11 miljoen bondscoaches.”

Dan mag jij ook je mening hebben: wat vond jij van de keuze voor één kopman?

“Als je Wout bezig zag, dan kies je voor hem. Alleen hadden we die rol van topfavoriet niet zo nadrukkelijk moeten opnemen. Maar dat is jullie fout: de media. Wij krijgen zo veel vragen over de tactiek dat we wel moeten antwoorden. In andere landen doen ze dat niet. Of weet jij wat de tactiek van de Slovenen was? Het is tof om wielrenner in België te zijn, maar dat is een van de nadelen van de populariteit van deze sport.”

Heeft de ploeg het tactisch goed aangepakt?

“Achteraf is het gemakkelijk om te zeggen dat de ploeg verkeerd gereden heeft of dat Remco of Wout iets verkeerd gedaan hebben. Maar, dat is achteraf.”

Dat is waar, maar je mag toch een analyse maken?

“Oké. Ik vind dat Remco later in actie had moeten komen. Ik denk ook dat dat het plan was, maar ik denk dat hij zich heeft laten meeslepen in het enthousiasme. Hij is beginnen rijden toen dat nog niet nodig was. Iemand met zo veel klasse moet je sparen voor de finale.

“Daar is dus een fout gebeurd, maar heeft hij die zelf gemaakt of ligt de oorzaak bij de bondscoach? Na zestien WK’s weet ik hoe moeilijk communiceren is. Op tv ziet dat er makkelijk uit. Maar als renner weet je van niks. Er zijn geen oortjes. Je weet niet hoeveel er op kop rijden, je weet niet wie er op kop rijdt en je weet niet wat het verschil is. In de volgwagen weten ze dat meestal wel, maar de bondscoach geraakt gewoon niet bij zijn renners. Eens de meeting gegeven is, kan de bondscoach niks meer doen. Sven is één keer tot bij de renners geraakt, na de tweede Flandrienlus. Daar had hij vier seconden om tactisch bij te sturen. Doe het maar.”

Het resultaat is nu dat Evenepoel en Van Aert op ramkoers zitten.

“Die mannen gaan mekaar nog tien jaar tegenkomen op het WK. De ene keer op een parcours voor Wout, de andere keer op een parcours voor Remco. Dus ze gaan een keer moeten praten. Ze kunnen dit niet zo laten.”

Het is niet de eerste keer dat Evenepoel een opmerkelijke uitspraak doet. Hoe kijken ze in het peloton naar hem?

“Als een groot talent.”

Met de uitspraken die hij doet, bedoelen we.

“Hij moet nog veel leren. Maar hij mag fouten maken. Ik zou hem tijd geven om rustig te groeien. Het is op zijn 18de gebombardeerd tot de nieuwe ster. Niet gemakkelijk.”

Maakt hij zich hier niet onpopulair mee?

“Zolang hij snel blijft fietsen, is er geen probleem. Als je wint, mag je doen en zeggen wat je wil.”

Over naar Roubaix: met welke verwachting trek jij naar zondag?

“Ik hoop een deftig resultaat te rijden. Top twintig, en liefst dicht bij de top tien. Ik zit nog met veel vraagtekens, maar ik denk dat dat moet kunnen. Op ervaring. Zo’n lange wedstrijd ligt me ook.”

Als kind gingen thuis de gordijnen dicht en keken we met het hele gezin naar Parijs-Roubaix, vertelde je. Ligt de wedstrijd je nauw aan het hart?

“Roubaix is de meest heroïsche klassieker die er is. Het is een koers die me enorm aanspreekt.”

In Humo werd je zowaar poëtisch: ‘Op de kasseien voel ik me een echte krijger’.

“Heb ik dat gezegd? (lacht) Als je goed bent, geeft het een kick, maar als je slecht bent, is het toch minder. Het is veel leuker om mensen pijn te doen dan zelf pijn te hebben. Ik heb het al verteld: na de Ronde van Vlaanderen ben ik moe, maar na Parijs-Roubaix ben ik kapot. De dag nadien voelt het alsof ik een kater heb, terwijl ik niks gedronken heb. Zelfs zitten doet pijn door de puisten op mijn zitvlak.”

Gezellig!

“Kom je maandag iets eten? (lacht) Ik heb jaren gehad dat ik mijn mes en vork enkel nog tussen de toppen van mijn vingers kon vastpakken omdat de rest van mijn handen open lag. Maar het jaar dat ik won (2017), had ik niks. Toen zweefde ik over de stenen. Mijn fiets danste.”

Heb jij ook zo’n Roubaix gehad waarin je zeventien keer lek bent gereden?

“Neen, ik moet hout vasthouden. Ik heb vooral dingen rond mij zien gebeuren. In 2007 heb ik wel het eerste automatische schakelsysteem van Campagnolo getest. Ik was mee in de ontsnapping, maar op 50 kilometer van het einde viel dat spel uit. Ik kon niet meer schakelen. Een mooie dag, ja. Het jaar dat ik won, heb ik ook pech gehad. (hij moest toen van fiets wisselen bij het ingaan van de finale, BA). Dat was stressen. En moet je nu wat weten: het is blijkbaar Oli (Naesen) die toen in mijn derailleur gereden is. Daar kwam hij donderdag plots mee af, na al die jaren. ‘By the way, dat was ik’. Ik wist niet wat ik hoorde. Waarschijnlijk wilde hij me nog wat ‘moed’ geven voor zondag, zodat hij kopman kan zijn.” (lacht)

Klopt het dat je bang bent voor de regen?

“Ik zou liever op droge wegen rijden, ja. Het wordt heel hectisch. Op verkenning zijn al veel renners gevallen, gelukkig niet bij onze ploeg. Wacht tot we met 200 man naar zo’n strook stormen.”

Wat denk jij als je leest dat collega’s als Tony Martin, Jolien D’hoore of Bert De Backer ermee ophouden?

“Dat het einde nabij is.”

Serieus?

“Kan het anders? Er rijden nog renners rond die ouder zijn, maar dit gaat geen jaren meer duren. Ik heb altijd gezegd dat ik ermee zou stoppen als ik niet meer meekan op het hoogste niveau. Zoals ik nu rondrijd, wil ik inderdaad niet lang meer voortdoen.”

Wat zeg je nu? Dat je binnenkort stopt?

“Neen, want ik ga ervan uit dat ik opnieuw beter word. Ik heb nog een contract voor twee jaar en dat wil ik zeker uitdoen. Ik wil stoppen zoals een Valverde: op een schoon niveau. Ik heb me altijd goed verzorgd. Als dit opgelost is, moet het kunnen.”

Met welk niveau neem je vrede?

“Zolang ik top tien kan rijden, vind ik het goed. En dat was zo in het voorjaar. Ik stond op het podium in de Ronde. Het kan niet dat ik een paar maanden later zo veel slechter ben. Weet je, door dit mee te maken, besef ik hoe verwend ik al die jaren was. Ik reed gewoon van top tien naar top tien. Die garantie had ik. Nu train ik nog even hard, maar rijd ik geen enkel resultaat. Ik bedoel niet dat ik gefrustreerd ben, het is omgekeerd: ik apprecieer wat er is geweest nog meer.”

Tom Boonen zegt: het moeilijkste is bij jezelf toegeven wanneer je je beste tijd hebt gehad.

“Dat snap ik wel. Mijn beste tijd zal waarschijnlijk wel voorbij zijn, maar ik heb nog mooie wedstrijden in mij. Alleen heb ik nu even tijd nodig. Mijn normale niveau is niet meer dat van Wout van Aert, maar ik hoor wel nog tot de groep daar net onder. En daar kan je ook een koers mee winnen.”

Wat zegt Ellen over je toekomst?

“Zij verlangt wel naar iets anders, en ik begrijp dat. Ze heeft zich al veel weggecijferd. Als ik nu op stage vertrek, is dat anders dan een paar jaar geleden. Als je kinderen hebt, is het moeilijker om van huis weg te zijn. Daar staat een einddatum op. Ellen weet dat die dichter komt. Ze kijkt ernaar uit.”

Maar jij doet het nog graag?

“Ja! Super graag. Ik probeer nog elke dag beter te worden. Ik heb nog altijd ambitie. Ik wil nog koersen winnen, en ik geloof dat dat er nog in zit. Parijs-Roubaix is belangrijk. Zondag wil ik weten of ik echt aan het verbeteren ben. Dan kan ik met een goed gevoel de winter in.”

Zegt de eeuwige optimist.

“Moet ik mezelf ingraven en depressief gaan doen? Zo ben ik niet. De voorbije maanden waren niet plezant, maar het leven is nog altijd mooi.” (BA)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234