Woensdag 08/07/2020

InterviewNicolas Lombaerts

Ex-Rode Duivel Nicolas Lombaerts neemt afscheid van het voetbal: ‘Ik ben goed in niks doen’

Nicolas Lombaerts.Beeld Thomas Sweertvaegher

Marc Coucke liet hem in Pairi Daiza een koala strelen en gaf hem een dik contract bij KV Oostende. De koala ging dood en KVO hing een tijd aan de beademing, maar het is een goed­gemutste Nicolas Lombaerts (35) die terugblikt op zijn carrière. ‘Op cruciale momenten moet je geluk hebben.’

Handig als je een voetballer om de hoek hebt wonen. Nog handiger als hij roemloos is gestopt na een toch wel roemruchte carrière en de vraag naar een terugblik niet ongenegen is. Bepaald makkelijk als hij zegt: kom maar naar bij mij thuis op het terras. Journalistiek – of wat daarvoor moet doorgaan – in corona­tijden: een paar honderd meter wandelen, de recorder­app aanzetten en je hebt een verhaal.

Nicolas Lombaerts is 35 en gestopt met voetballen. Er zijn er die zeggen dat hij al lang was gestopt, maar dat hij het zelf nog niet wist. Voor die haters haalt hij zijn schouders op. Hoewel de laatste rit niet altijd een pretje was, is Nicolas Lombaerts comfortabel en wel in zijn voetbal­terminus gearriveerd.

We zitten in de bossen van het West-Vlaamse Hertsberge op zijn terras, palend aan zijn landhuis in Engelse stijl. Er valt die ochtend geen verkeerd geluid te horen. Geen achterbuur met blad­blazer, hakselaar of kettingzaag in de weer. Of hij hem nog heeft gezien, onze Georges (Leekens). Ik alvast al maanden niet meer. “Nu je het zegt, de laatste tijd niet meer. Ik denk dat hij zich verstopt voor het virus.”

We hebben hier een lage mobi­score, 5 op 10, maar wat wonen we hier toch goed, vind je niet?

Nicolas Lombaerts: “Er is hier niks, behalve een bakker, een apotheek en een krantenwinkel, maar verder: fantastisch wonen. Die bossen, zo mooi. Prima om in te wandelen, fietsen of lopen. En wij mogen er nog in.”

Hoe beleef jij die corona­stop?

“Gewoon. Mijn leven is niet omgegooid. Het enige waarvoor ik vroeger uit mijn huis kwam, was vier keer trainen ’s avonds en mijn dochter naar school brengen of afhalen. Nu moet dat ook niet meer. Tja, hoe beleef ik het? Dat het nu wat rustiger is, komt van pas. Caroline is uitgerekend voor juli, dan komt ons tweede kindje. Nu ik thuis ben, kan ik meer voor onze dochter zorgen.

“Wij zijn alvast gezond. De beurs wat minder. Gelukkig is het al wat hersteld. Ik klamp mij vast aan de wetenschap dat de beurs anticipeert. Het herstel zal afhangen van hoeveel geld er wordt ingepompt. Dat moet daarna weer ergens vandaan komen en dan zullen ze wel weten bij wie ze terecht moeten zeker? (zucht)

“Bij KV Oostende leveren we 50 procent salaris in. Het was dat of technische werkloosheid; dan is de rekening snel gemaakt. Nog een geluk dat dit aan het einde van mijn carrière gebeurt. Stel je voor dat je net bent begonnen en je hebt een lening lopen.”

Is dit nu het einde van je carrière?

“Ja, althans van mijn voetbalcarrière. Ik ga niet in een lagere afdeling spelen. Ik ben bij het begin van het seizoen naar de beloften terug­gezet en ik heb dat laatste seizoen alleen getraind. Met volle inzet, niemand kan daar over klagen en die trainings­wedstrijdjes heb ik gespeeld als in een echte wedstrijd, maar op het laatst had ik moeite om mij te motiveren.

“Mijn knie kan het ook niet meer aan. In 2008 ben ik tegen Villarreal tegen de paal gevallen bij een actie en daar is een deel van mijn kruisband half ingescheurd. Had ik mij meteen laten opereren, dan was ik er nu beter aan toe geweest. In een kliniek in Nederland, waar we toen met Zenit Sint-Petersburg op stage waren, dachten ze dat ik het wel zou redden. Iets later ben ik er dan toch doorgegaan en waren ook mijn menisci gescheurd en vervolgens is dan ook het kraakbeen gaan slijten. Ik ben niet meer pijn­vrij, zelfs bij fietsen voel ik de knie.”

Nicolas Lombaerts: "Coach worden? Drie vierde van het werk bestaat erin om die spelers tevreden te houden, en wil ik dat wel?"Beeld Thomas Sweertvaegher

Wat ga je met je leven doen?

“Dat moet ik nog uitzoeken. Ik ben goed in niks doen, hoorde ik Kevin Janssens ooit zeggen en dat geldt ook voor mij. Als ik iets doe, moet ik het heel graag doen, anders begin ik er niet aan. Ik ben begonnen met de trainers­cursus en ik doe mijn best. Ik wil dat diploma echt behalen.”

Inschrijven en betalen, is diploma halen.

“Ik probeer het toch goed te doen. Wat mij het meest is opgevallen? Dat je als trainer zo vaak en minutieus analyseert wat er is gebeurd. Als voetballer blijf je daar niet bij stil­staan. Als ik nu een voetbalwedstrijd bekijk, let ik op andere dingen. De opstelling, de looplijnen. Omgekeerd moet je er ook niet te veel aandacht aan schenken, want goals worden vaak gescoord door fouten van anderen en door geniale onlogische ingevingen van de aanvaller. Had ik nu die cursus vijftien jaar geleden gevolgd, dan zou ik mijn wedstrijden niet anders aanpakken.”

Van welke trainer heb jij het meest opgestoken?

“Van Luciano Spalletti bij Zenit. Hoe die ons trainde om te verdedigen: altijd hameren op oplettendheid, ook bij balbezit, posities aanpassen. Hij had zelfs een speciale assistent voor de verdediging. Dat werd herhaald in zes tegen vier, zeven tegen vijf, zelfs negen tegen zes, waardoor de verdediging onder immense druk kwam te staan. Verdedigen tot in de perfectie, maar het stelde ons in staat om hoog aanvallend te spelen.

“Ik heb Spalletti wel vervloekt tot het punt dat ik met een trillend voetje op de training stond te spelen. Altijd zat hij er bovenop en dan vooral op mij. Hij zei: ‘Jij bent de enige van de verdediging die ik nog kan bijschaven en beter maken.’ Als ik nu een training moet maken, grijp ik wel terug naar die periode. Trainer worden? Die trainingen en dat coachen, dat gaat nog wel, maar drie vierde van het werk bestaat er toch in om die spelers tevreden te houden, en wil ik dat wel?”

Vorig jaar wilde ik met jou play-off 1 analyseren en toen antwoordde je: ‘Ik ben nu in Dubai een biografie van Gorbatsjov aan het lezen en bovendien kijk ik nooit Belgisch voetbal.’ Ik schrok daarvan.

“Ik heb nog steeds geen Telenet of Proximus, maar misschien moet dat er nu wel van komen. Ik had niet het gevoel dat ik iets miste. De trainers analyseren de tegenstander voor hun spelers. Ik wist het belangrijkste: wie waar speelde en wat hij deed. Het laatste jaar heb ik meer gekeken, bijvoorbeeld naar de Champions League. Het bevalt me steeds meer om mijn ex-collega’s van de nationale ploeg te zien spelen in goede wedstrijden.

“Mezelf zien, daar heb ik een hekel aan. Ik zag dan altijd mijn eigen fouten en stak dat in mijn kop. Een vriend uit Rusland heeft wat wedstrijden doorgestuurd van destijds bij Zenit, onder andere de titel­wedstrijd van 2007 tegen Saturn Moskou. Ook daar, achteraf bekeken, heb ik dikke chance gehad: we moesten winnen, we maken 1-0 met een lucky goal en een paar minuten voor het einde wordt een bal tegen onze deklat gekopt. Iets later intercepteer ik een bal die bij een vrijstaande aanvaller valt. Gelukkig pakte onze doelman die bal. Voor hetzelfde geld: geen kampioen en heb ik de boter gegeten.”

Je wedstrijden niet willen zien, is dat een manier om je te beschermen?

“Dat was cruciaal voor mijn carrière. In Rusland heb ik ook niks gelezen over de wedstrijd. Hier is dat lastig. Ik lees geen kranten, maar dan zijn er altijd wel in mijn omgeving die mij zeggen: ‘Goh, heb je gelezen wat die over jou heeft geschreven? Dat was niet erg positief.’ Vervelend allemaal.”

In je overigens mooie carrière zitten die vreemde momenten dat er vraagtekens bij jou worden gezet. Zoals op dat EK.

“Ik was geblesseerd, ik revalideerde van een spier­scheur, maar ik was op de weg terug. Oefenwedstrijden heb ik niet gespeeld en de eerste ronde zou lastig zijn geweest. Met Vincent Kompany, die meer gekwetst was op de World Cup in 2018 dan ik in 2016, hebben ze wel geduld gehad. Ik ben in Bordeaux naar huis gestuurd omdat ze niet meer in mij geloofden. Of ik dan de oplossing was voor die verloren wedstrijd tegen Wales, toen we door de verdedigers zaten, durf ik ook niet te zeggen.

“Ik heb veel gemist door blessures: de Olympische Spelen, UEFA Cup-finale, Supercup­finale tegen Manchester, allemaal in 2008. Ik ben zeven keer geopereerd aan beide knieën samen. Te beginnen in 2005, met een afgescheurde kruisband bij Gent. Ik leefde er toen minder voor: ik kwam bij de kine met een dikke knie van het uitgaan, maar na vijf maanden speelde ik al terug. Bij Zenit was de andere knie aan de beurt. Ik deed er toen alles aan, leefde voor mijn revalidatie en ben haast een heel jaar out geweest. Ze werden behoorlijk ongeduldig bij Zenit en op een dag heb ik gezegd: ik voetbal weer. Er kwam telkens wel vocht in de knie, maar op den duur had ik dat vocht nodig voor de smering.”

Bij Club willen ze een nieuw geval Lombaerts vermijden. Een jeugd­speler in wie Club niet gelooft, trekt naar Gent en Gent verkoopt die later voor vijf miljoen.

“Een paar van onze generatie mochten overgaan naar de A-kern en kregen een profcontract, maar ik moest van Marc Degryse nog een jaartje wachten bij de beloften. Toen kwam Gent en ik ging studeren in Gent, dus het verhaal klopte. Club is wel nog met een aanbieding gekomen, omdat Antoine Vanhove mijn grootvader nog had gekend, dus meer om sentimentele redenen.

“In Gent was ik ook niet zeker dat ik het zou maken. In mijn contract stond wel dat ik niet mocht worden terug­gezet naar de B-kern. (aarzelt) Ik had dat er beter bij Oostende ook laten inzetten. Maar goed, bij Gent mocht ik van in het begin meespelen bij een ploeg die het jaar voordien zevende was geëindigd, in de schuld­afbouw zat maar toen wel een eerste steen legde voor het nieuwe stadion. Dat was in 2005. ‘Over twee jaar speel je in het nieuwe stadion’, zeiden ze toen. Ik heb er nog in gespeeld, maar in 2015 met Zenit in de Champions League.”

En verloren. Kopbal­goal van Laurent Depoitre die voor zijn man komt, en die man...

“... was ik. Zwijg. Ik heb veel geld verloren in die ene wedstrijd. Wij maakten kans om in de groeps­fase zes op zes te halen en dat was nog maar zes ploegen gelukt. De groten natuurlijk, maar ook Spartak Moskou en dat stak Zenit de ogen uit. Ze wilden ook zes op zes. Maar Axel Witsel was geel geschorst en Hulk (de bijnaam van Givanildo Vieira de Souza, HV) was er ook niet bij in de spits. Geen zes op zes, geen premie.”

Nicolas Lombaerts: "Of ik verbaasd ben over het Anderlecht onder Coucke? Neen, niet sinds ik weet hoe het met Oostende is gegaan. Wat hij die club heeft aangedaan."Beeld Thomas Sweertvaegher

Jij wilde niet naar Sint-Peters-burg, maar naar Berlijn. Daarover doet het verhaal de ronde dat je vader is overgehaald met geld om jou te overhalen.

“Dat is echt onzin. In mijn contract met Gent stond dat een percentage van de transfer­som voor ons was. Dat gebeurt wel meer. En dat was het enige. Als de ene club het dubbele biedt van de andere – in transfer­som en in salaris – dan is de keuze snel gemaakt, zowel voor de club als voor de speler. Maar het klopt dat ik naar Hertha Berlin wilde. Berlijn als stad trok mij aan, hoewel ik daar nog nooit was geweest.

“Maar toen kwam Sint-Petersburg en zijn we met hun trainer, Dick Advocaat, in hotel Van der Valk in Breda gaan samenzitten. Hij vroeg gewoon om vrijblijvend drie dagen te komen verkennen naar die fantastische stad en club. Dat hebben ze goed gedaan. (lacht) We sliepen in de Kempinski aan de Hermitage en alles was piekfijn in orde. Advocaat had niet gelogen. Daar heb ik dan beslist. Maar goed ook, want een paar jaar later zakte Hertha, wij speelden meteen kampioen en ik werd tot beste nieuwkomer in de Russische competitie verkozen.

“Het doet mij allemaal besluiten dat je ook geluk moet hebben op cruciale momenten. Gent bijvoorbeeld was mijn geluk, maar ook Sint-Petersburg en de trainers die in mij geloofden. Had ik bij het begin van mijn carrière Mircea Lucescu gekregen, mijn laatste trainer bij Zenit die mij nooit wilde opstellen, dan was het misschien helemaal verkeerd gelopen.”

Nog erger: stel dat je in je eerste jaar Marc Coucke hebt als voorzitter bij KV Oostende. Ben je nog kwaad op Coucke?

“Ik wil wel eens wat verduidelijken: ik ben niet naar Oostende gegaan voor het geld. Het wás een mooi contract, maar ik weet welke sommen de ronde doen en die zijn fel overdreven. De waarheid is dat KVO de enige echte optie was toen ik wilde beslissen. Gent wilde niet betalen voor een speler van 32, Club Brugge wilde eerst Björn Engels of Stefano Denswil verkopen. Anderlecht heeft eerst een bod gedaan, maar Zenit wou mij niet verkopen omdat Ezequiel Garay al naar Valencia ging. Oostende heeft doorgezet.

(kijkt plots omhoog) “Kijk, een buizerd. Die hangen hier de hele dag rond. Ik herken ook dat scherpe geluid. Speciale vogels hoor, zeker rond de lente, als ze met jongen zitten. Weet je in het bos dat witte huisje staan? Daar ben ik twee keer aangevallen door een buizerd, met de klauwen open kwam hij boven mijn hoofd scheren. Ik heb mij moeten verstoppen achter een boom, heb een stok gezocht en ben zo verder gelopen.

“Maar goed, Oostende. Wat had jij gedaan? Mijn huis ging net klaar zijn. Mijn dochter kon om de hoek naar school. We zouden dicht bij de familie wonen, mijn twee zussen wonen hier op een paar kilometer. Alles klopte aan het verhaal. En ik heb mij er uiteindelijk ook goed geamuseerd, zelfs het jaar onder Gert Verheyen waarin we nauwelijks presteerden. De sfeer in de groep was goed, we zijn zelfs met de spelers een paar keer uitgegaan. Dat was geleden van bij Gent.”

KVO onder Coucke was een zeepbel, dat had je toch moeten zien?

“Zenit heeft Gazprom en Manchester City een sjeik. Sommige clubs hebben nu eenmaal rijke eigenaars. Ik dacht dat hij KVO voor zijn plezier deed, en daar heb ik mij in vergist. De dag dat ik hoorde dat hij Anderlecht had overgenomen, wist ik dat het einde verhaal was voor Oostende.

“We hadden een dag later een bijeenkomst met de spelers en met Wim Demeyere, die voor Coucke werkte maar ook onze pers­man was. Coucke is ook gekomen en ik heb hem voor de groep geantwoord: ‘Het is gedaan met KV Oostende.’ De groep schrok en Coucke ook kennelijk, want hij heeft mij een uur later nog terug­gebeld vanuit de auto: ‘Alles komt in orde, er verandert niks, ik vind een goede overnemer.’ Ik heb hem geantwoord: ‘Dit komt niet goed als jij weg bent. Dit is een club met aan de ene kant de zee en aan de andere kant Club Brugge. Zonder mecenas lukt dat niet.’”

Hij was geen mecenas.

“Ah neen, achteraf gezien was hij dat niet. Ik heb mij vergist, maar ik heb nog geen spijt van mijn beslissing. Dat Yves Vanderhaeghe mij eerst op de bank hield, neem ik hem niet kwalijk. Ik was niet honderd procent toen ik in Oostende aankwam. Wellicht een sluimerend tand­abces. Nadien kwam ik wel weer in de ploeg.

“Gert Verheyen heeft mij ook op de bank gezet. In een driemans­defensie op links moeten staan, waardoor ik soms één tegen één tegen aal­vlugge vleugel­spelers kwam, hielp natuurlijk ook niet voor mijn gemoed. Dat hij mij een paar keer niet heeft geselecteerd, kon ik dan weer begrijpen. Ik had het uitgehangen en hij had het al veel eerder kunnen doen: ik was gefrustreerd en dat heb ik laten blijken. Maar niet mee mogen naar Eupen uit, daar was ik niet rouwig om.”

Oostende wilde van je salaris af en de opvolger van Coucke, Peter Callant, deed je een voorstel: twee jaar voor de prijs van één.

“Ja, en ik was het daar mee eens, maar toen werd Frank Dierckens voorzitter en was dat voorstel van tafel. Ze wilden van mij af. Dit seizoen heb ik nog de voorbereiding meegemaakt, maar ik voelde de bui al snel hangen. De trainer (Kåre Ingebrigtsen, HV) selecteerde mij niet voor de eerste wedstrijd en waarschuwde mij dat het niet van hem kwam, dat hij geen klagen had over mij, maar dat er nog wat zou volgen.

“Ze wonnen op Anderlecht en in de euforie hebben ze toen beslist om mij te lozen. (zucht) Ik heb een gesprek gehad met Dierckens en Patrick Orlans, die het woord voerde. Ik heb dat gesprek opgenomen. ‘Je loon is geen probleem. Je mentaliteit wel. We willen dat je weggaat.’ Ik denk dat ze zijn geschrokken van mijn reactie: het werd redelijk pittig. Uiteraard kwam er geen aanbieding voor mij. Moest ik dan gewoon stoppen met werken en gaan doppen terwijl ik een contract had? Later wilden ze mij uitbetalen in schijven. Nog goed dat ik dat voorstel niet heb aanvaard. Dus werd het de B-kern, ’s avonds trainen vind ik niet erg.”

Klopt het dat jij ooit met een Bentley bent gaan trainen bij die beloften?

“Neen, wel met een Rolls-Royce. (lacht) Dat was een ongelukkig toeval. Ik had een dagje met die auto mogen rijden – gewoon een test­rit, ik ging die echt niet kopen – en de mevrouw die de auto had gebracht, had ik mijn auto gegeven. Normaal ging ik met de club­auto, een Ford, maar die was toen in de garage of zo. Enfin, ik weet het niet meer. Hoe ook, ik ben dus gaan trainen met die Rolls. Ik heb er nog een boete voor te snel rijden aan overgehouden ook.”

Ben je verbaasd over het Anderlecht onder Coucke?

“Neen, niet sinds ik weet hoe het met Oostende is gegaan. Wat mij is overkomen, is niets in vergelijking met wat hij die club heeft aangedaan. Als ik Coucke ergens tegen het lijf zou lopen? Dan zal ik normaal doen. Het verhaal dat hij mij nog van alles verschuldigd is, klopt ook niet. Er was wel eens geopperd dat we na mijn voetbalcarrière misschien samen iets zouden kunnen onder­nemen, meer niet. Dat is nu van de baan.”

Pairi Daiza zit er ook niet meer in.

“Dat hebben we wel gehad. Dat had ik gevraagd bij mijn contract­onderhandelingen: een vip­bezoek aan Pairi Daiza, inclusief het aaien van een koala. Zelda was haar naam. Was, want die koala is gestorven (in 2018 aan buikgriep, HV).”

Wie was de beste en de gekste voetballer met wie je ooit hebt gespeeld?

“Bij de nationale ploeg waren dat Kevin De Bruyne en Eden Hazard natuurlijk. Bij Zenit Andrej Arsjavin. En ook Danny Miguel, een Portugees die ze bij Dinamo hebben weggehaald. Een ongelooflijke dribbelaar die ook in Engeland of Spanje had kunnen spelen maar het naar zijn zin had in Sint-Petersburg.

“Bij de geksten denk je natuurlijk meteen aan Glenn Verbauwhede (ex-doelman van onder meer Club Brugge, HV). Man, man, die heeft mijn jeugd gekleurd. Fernando Ricksen bij Zenit kon er ook wat van. Die deed ongeveer alles wat verboden was: drinken, vrouwen, coke. Hij is betrapt bij een doping­controle en dat was zijn einde bij Zenit.

“Het toppunt was dat hij mij onder zijn vleugels heeft genomen toen ik in Sint-Petersburg belandde. Dick Advocaat had dat gezien en heeft mij gewaarschuwd om mij toch niet te veel in zijn spoor te zetten. Dat had ik zelf ook al snel door. Wel een heel aardige gast, die Ricksen. Vorig jaar is hij overleden aan de zenuw­ziekte ALS. Toen ik dat hoorde, dacht ik: 43 jaar, dat is jong... Gelukkig had hij geleefd voor drie.”

Nicolas Lombaerts 

• 35 jaar, Bruggeling • speelde van zijn zesde tot zijn negentiende voor Club Brugge, waar hij kapitein was van diverse jeugd­ploegen en ook de nationale jeugd­selecties haalde • verhuisde in 2004 naar AA Gent en werd in het seizoen 2005-2006 onder Georges Leekens vaste waarde • in 2007 volgde een transfer naar Zenit Sint-Petersburg, waar hij bleef tot 2017 en waarmee hij vier keer kampioen van Rusland werd • was 39 keer international bij de Rode Duivels en was erbij op de World Cup van 2014, waar hij tegen Zuid-Korea speelde

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234