Woensdag 10/08/2022

InterviewTiesj Benoot

‘Er is gezegd: ‘Tiesj Benoot geeft zijn eigen ambities op.’ Zever! Als dat waar is, stop ik wel met koersen’

‘Om tot het uiterste te gaan is er een drempel die je over moet, los van de pijn die je voelt in je benen. Daarvoor werk ik samen met een mental coach.’ Beeld Photo News
‘Om tot het uiterste te gaan is er een drempel die je over moet, los van de pijn die je voelt in je benen. Daarvoor werk ik samen met een mental coach.’Beeld Photo News

Ooit waren de kasseien van de Muur en Oude Kwaremont voorbehouden voor bonkige Flandriens, vandaag zijn ze ook het speelterrein van fijnbesnaarde types als Tiesj Benoot (28), naast wielrenner ook theaterliefhebber en universiteitsstudent. Ooit werd hij tot nieuwe wielerhoop van Vlaanderen gebombardeerd, vandaag is hij de alom geprezen meesterknecht van Wout van Aert. Maar wie gelooft dat hij daarmee zijn eigen ambities heeft begraven, vergist zich. ‘Zever! Dan stop ik nog liever met koersen.’

Jan Hauspie

Niet de Italiaanse zon, wel de Ardennen vormden het decor waarin Benoot zich voorbereidde op het grote Vlaamse voorjaarswerk. Zonder ploegmaats, en dus maakte hij er een familie-uitstap van met vriendin Fien, baby Roos en hun hondje. En dat allemaal door die vervloekte Strade Bianche begin maart. Benoot viel en moest opgeven.

Tiesj Benoot: “Ik ben nog op mijn fiets gekropen. Maar toen ik naar beneden keek, zag ik een stuk huid wapperen. In mijn linkerknie gaapte een gat zoals je alleen ziet in oorlogsfilms. Er zaten zelfs steentjes in de wonde: daardoor kon ze niet dichtgenaaid worden en was er infectiegevaar. Uit voorzorg zal ik het hele voorjaar met een pleister op mijn knie rijden.

“Ook mijn rug en heupen lagen open. Ik had schaafwonden over mijn hele lichaam. De eerste dagen sliep ik niet goed: ik wist niet waar te kruipen van de pijn. Maar na twee dagen zonder fiets ben ik weer beginnen te trainen. Rustig nog, want zo’n herstel vraagt veel energie van je lichaam.”

Heb je je ambities moeten bijstellen?

Benoot: “Ik had de conditie om een mooie Strade Bianche te rijden, dus de ontgoocheling was enorm. Maar ik heb snel de knop omgedraaid. Nu sta ik er weer, zij het met een verre van ideale voorbereiding.”

Je stond meteen paraat in het Vlaamse openingsweekend: zowel in de Omloop Het Nieuwsblad als Kuurne-Brussel-Kuurne reed je aandachtig voorin. En in die noodlottige Strade Bianche speelde Jumbo-Visma je zelfs uit als kopman.

Benoot: “Ik ben afgelopen winter last minute van ploeg veranderd én vader geworden. Dat zijn grote veranderingen, maar ik haal daar motivatie uit. Of het nu je eerste dag aan de universiteit is of je start als neoprof in het peloton: je wilt je direct laten zien. Alleen kwam ik nu niet binnen als een onbekende. Er was meteen vertrouwen: ik kreeg een mooi programma en een belangrijke rol in de ploeg.”

Over je vertrek naar Jumbo-Visma bestond meteen eensgezindheid: ‘Toptransfer!’ Begrijp je dat?

Benoot (knikt): “Ja, toch wel. Ik pas goed bij Jumbo-Visma. Bij mijn vorige ploeg (Team DSM, red.) was het einde verhaal. Mijn contract liep nog door, maar ik had de toestemming om naar een andere werkgever uit te kijken. Ik sprak met verschillende ploegen, maar Jumbo-Visma leek me de beste keuze.”

Je bent niet de eerste renner die bij Team DSM gaat lopen. Er wordt gezegd dat het keurslijf er te strak is, met weinig individuele vrijheid. Was dat ook jouw probleem?

Benoot: “Ik kan daar niet veel over zeggen. Maar het was duidelijk dat zowel de ploeg als ik geen energie meer haalde uit die relatie.”

Ben jij iemand die warmte moet voelen?

Benoot: “Zeker. Op het eind miste ik dat. De manier van werken van Team DSM moet je liggen, maar voor mij was het op. In mijn eerste wedstrijden bij Jumbo-Visma kon iedereen zien dat ik me veel beter voelde.”

De bekendmaking van je vertrek viel samen met de geboorte van je dochter.

Benoot: “Ik heb mijn contract online ontbonden in het verloskwartier (lacht). Het was een behoorlijk lange bevalling: Roos is aan het eind van een lange dag geboren. 6 december zal voor altijd een bijzondere dag blijven, met grote veranderingen in mijn leven. Professioneel kun je ’t gerust een kantelpunt noemen. Privé niet echt: je begint niet aan kinderen om je leven te laten kantelen. Maar in beide gevallen heeft het me veel nieuwe energie gegeven. Ik ben trots dat ik de beslissing heb genomen. Een ongelukkige renner én een kind in huis, dat gaat niet samen.”

Is het altijd een doel geweest om deel uit te maken van het sterkste team?

Benoot: “Ik heb er in ieder geval wel al de voordelen van ondervonden. Om te beginnen win je veel, wat altijd goed is voor de sfeer. Daar komt bij dat Jumbo-Visma je met de beste experts ter wereld omringt. Dat maakt je niet alleen beter, het doet je ook met meer zelfvertrouwen fietsen. Bovendien wordt er nu anders naar mij gekeken in het peloton: in een trui van Jumbo-Visma dwing je makkelijker een goede positie af. O, en nóg een voordeel: veel ploegen ondergaan de koers en reageren op wat de anderen doen. Wij niet: wij nemen de koers zelf in handen.”

‘De meesterknecht van Wout van Aert’, zo word je nu genoemd. Doet jou dat tekort, of klinkt het je als een eretitel in de oren?

Benoot: “Ik ben daar niet zo mee bezig. Ik heb zeven keer aan de start van de Ronde van Vlaanderen gestaan: twee keer ben ik niet aangekomen wegens pech, maar de andere vijf keer ben ik in de top 12 geëindigd. Dan heb ik het, binnen mijn mogelijkheden, goed gedaan.

“Je mag van mij niet verwachten dat ik elk jaar een grote koers win. Al zul je mij niet horen zeggen dat ik dit jaar niet de grootste overwinning uit mijn carrière kan behalen. In mijn nieuwe rol zit dat er zeker in. Er is gezegd: ‘Tiesj Benoot geeft zijn eigen ambities op.’ Zever! Als dat waar is, stop ik wel met koersen. Er zijn een tiental voorjaarskoersen. Daarvan winnen de toppers er elk al één of twee. Veel blijft er dan niet over voor al die andere renners. Hebben die dan allemaal een slecht voorjaar gereden? Komaan, zeg.”

‘Er zullen veel koersen zijn waarin ik mijn kansen moet opofferen. Maar als ik een kans krijg, zal het een grotere zijn dan ik ooit heb gekregen’, zei je over je transfer naar Jumbo-Visma.

Benoot: “Neem nu een koers als Gent-Wevelgem. Het meest voor de hand liggende scenario is dat we met een groep van dertig renners naar de meet gaan en Wout de sprint wint. Waren mijn winstkansen bij mijn vorige ploeg groter? Absoluut niet: ik zou twaalfde of zo geworden zijn in zo’n sprint. Nu kan ik all-in gaan. In de Omloop Het Nieuwsblad heb ik het al een beetje laten zien, door alleen weg te rijden. Dan zijn er twee opties. Ofwel brengen ze Wout terug en zijn ze geklopt, ofwel doen ze dat niet – niemand wil immers met Wout naar de meet – en ben ik ervandoor. Vergelijk het met de tactiek van Quick·Step-Alpha Vinyl. Met dat verschil dat wij de beste spits in huis hebben.”

De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix zijn twee uitgesproken doelen van Van Aert. Die kun je dus al vergeten. (Dit interview werd afgenomen voor het nieuws dat Van Aert niet zou deelnemen, red.)

Benoot: “Parijs-Roubaix sla ik over. Maar in de Ronde ben ik zeker niet kansloos. Neem nu Christophe Laporte (ook een nieuwkomer bij Jumbo-Visma, red.): hij heeft de openingsrit van Parijs-Nice gewonnen. Met dank aan de ploeg: mocht hij nog voor Cofidis hebben gereden, was hem dat nooit gelukt. Vaak is het beter om bij de sterkste renner in de ploeg te zitten dan tegen hem te moeten rijden.”

Kort door de bocht

Toen je in 2015 als 21-jarige debutant vijfde werd in de Ronde van Vlaanderen, werd je prompt tot nieuwe wielerhoop van Vlaanderen gebombardeerd. Dat creëerde verwachtingen, die je nooit helemaal hebt ingelost.

Benoot: “De Ronde was mijn droomwedstrijd. Als kind al stond ik er gefascineerd naar te kijken. Doordat ik bij mijn eerste deelname vijfde werd, waren er meteen die verwachtingen. Die heb ik onmiddellijk zelf getemperd: ik was nooit een groot winnaar geweest in de jeugdcategorieën, waarom zou ik dan plots de volgende tien jaar de klassiekers gaan domineren? Ik heb daar nooit in geloofd, ik zag mezelf absoluut niet als de opvolger van Tom Boonen.”

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Toch zei je, een jaar na je zege in de Strade BIanche: ‘Ik ben op een punt gekomen dat ik niet meer tevreden kan zijn met een vijfde plaats.’

Benoot: “Dat is een beetje uit zijn context gerukt. Ik bedoelde dat je niet voor een vijfde plaats moet gaan in een koers die je al eens hebt gewonnen. Ondertussen heb ik in elke voorjaarskoers zoveel top 10-plaatsen verzameld, dat ik die fameuze Strade Bianche absoluut niet als een vergiftigd geschenk zie. Ik heb enorm genoten de voorbije jaren. En nu ga ik ervan genieten finales te rijden met een sterke ploeg. Ik koers voluit nu, met maar een kleine kans op winst. Maar liever word ik zo zestigste dan dat ik, zoals vroeger, veilig op een plaats in de top tien mik.”

Toch ben je, toen je als aankomend talent te boek stond, met sportpsycholoog en voormalig atleet Nathan Kahan aan de slag gegaan.

Benoot: “Nathan was mental coach bij mijn toenmalige ploeg Lotto-Soudal. De winter voor ik de Strade Bianche won, heb ik intensief met hem samengewerkt. Ik had dat seizoen een slechte Ronde van Vlaanderen gereden en zocht naar manieren om het beste uit mezelf naar boven te halen, ook op mentaal vlak. Nathan maakte me vertrouwd met een techniek om tijdens de koers naar jezelf te kijken zoals je dat thuis vanuit je zetel voor je tv zou doen: ‘Allee, demarreer nu toch!’ Meestal wint degene die, wanneer iedereen à bloc zit, nog een tandje kan bijzetten: ‘Nu ga ik winnen, koste wat het kost!’ Die drempel moet je over, los van de pijn die je voelt in je benen of de angst voor een tegenstander.

“Ik was toen ook één van de eerste renners – na Peter Sagan – die op hoogtestage was geweest voor de Vlaamse klassiekers. Nu zit het halve peloton op een berg ’s winters, maar toen nog niet. Op de persconferentie voor het openingsweekend kreeg ik daar veel vragen over. Echt niet plezant: ik moest mezelf de hele tijd verdedigen. Maar een week later won ik de Strade Bianche en zweeg iedereen (lacht). Ik win nog altijd advies in bij Nathan.”

Mag ik jou een typisch Vlaamse renner noemen? Goed in het beukwerk, maar het ook afmaken is moeilijker. Een beetje zoals Jasper Stuyven, Sep Vanmarcke en Greg Van Avermaet.

Benoot: “Misschien wel. Met dat verschil dat die renners een betere sprint hebben en ik beter bergop rijd. Twee jaar geleden won ik Parijs-Nice bijna. En ook in Tirreno-Adriatico en de Ronde van Zwitserland heb ik al top 5 gereden. (Denkt na) Greg hoort niet in dat rijtje thuis, vind ik: hij heeft in zijn beste jaren veel koersen gewonnen.”

Alles goed kunnen, maar nergens super in zijn: dat vat jou het best samen. Het voordeel daarvan is dat je zo allround bent dat je overal inzetbaar bent.

Benoot (knikt): “Mijn seizoen zit er inderdaad niet op na het voorjaar.”

Het nadeel is dat je tussen de eendagsrenners en de ronderenners valt. Was je niet graag één van de twee geweest?

Benoot: “Het heeft geen zin daarbij stil te staan: je moet het doen met de benen die je gekregen hebt. Ik kijk niet met afgunst naar de absolute toppers in het peloton, ik ben al zeer blij met wat ik heb bereikt. Had je me dit als 15-jarige voorspeld, had ik er altijd voor getekend.

“Ik heb niet de sprint van een Wout van Aert of Mathieu van der Poel. Om te winnen moet ik op een bepaalde dag over superbenen beschikken, of door een late aanval kunnen ontsnappen. Precies daarom is de combinatie met Wout zo goed. Als alles meezit, kan ik nog altijd de mooiste eendagskoersen winnen.”

Hoe is je verstandhouding met Van Aert?

Benoot: “We kennen elkaar nog niet zo lang. Ons eerste echte gesprek dateert van het WK in Imola eind 2020. Het klikte meteen. Ik reed voor hem en hij werd tweede. Op de Olympische Spelen vorig jaar in Tokio lagen we samen op de kamer. Daar hebben we elkaar echt goed leren kennen. Dat we daarna samen op trainingskamp zijn geweest in Zwitserland, bewijst hoe goed het klikt: anders doe je zoiets niet met een renner van een andere ploeg.

“Wout en ik zitten ook allebei in een vergelijkbare fase van ons leven: we zijn prille vaders. Dan heb je iets om over te praten. Naast de fiets is Wout een familieman, net als ik. Iemand die bezig is met alledaagse dingen, en niet met het nieuwste dure horloge of zo.”

Toen Jumbo-Visma je wilde, heb je hem gebeld. Wat wilde je horen?

Benoot: “Hoe hij mijn rol zag in de ploeg. En of hij ook kansen zag voor mij. Het is belangrijk te weten wat de kopman daarvan denkt. Zijn antwoord was precies wat ik had verwacht: mijn rol zou niet die van bij de nationale ploeg zijn. Daar staat het voor de start al vast dat ik mijn kansen 100 procent moet opofferen.”

‘Bij Team DSM miste ik warmte, op het eind was het op. Ik heb mijn contract online ontbonden toen ik in het verloskwartier stond bij de geboorte van mijn dochter Roos.’ Beeld Koen Bauters
‘Bij Team DSM miste ik warmte, op het eind was het op. Ik heb mijn contract online ontbonden toen ik in het verloskwartier stond bij de geboorte van mijn dochter Roos.’Beeld Koen Bauters

Op het WK in Leuven was je een voorbeeldige ploegmaat voor hem geweest. Tevergeefs, want hij werd geen wereldkampioen. Wat liep er mis?

Benoot: “Die debriefing is intern gebeurd bij de nationale ploeg. Het enige wat ik erover kwijt wil, is dat de verwachtingen zeer hoog waren. Op de persconferentie vooraf werd letterlijk gezegd: ‘Jullie beseffen toch dat het WK mislukt zal zijn als Wout geen wereldkampioen wordt?’ Wat een zever! Je kunt de perfecte koers rijden en toch op een sterkere tegenstander botsen. Het was te kort door de bocht om te stellen dat we dat WK wel even zouden winnen: de sterkste renners ter wereld stonden daar aan de start. Op dat punt mogen de journalisten zeker in eigen boezem kijken.

“Tactisch is niet alles volgens plan verlopen, maar de belangrijkste vaststelling blijft dat Alaphilippe die dag gewoon te sterk was. De Fransen hebben de koers hard gemaakt en hem uiteindelijk ook gewonnen. Dat is in de analyses achteraf, zeker in de Belgische media, te veel uit het oog verloren. Mochten we met twintig man naar de sprint zijn gegaan, had Alaphilippe nog gewonnen.”

Ook júllie hadden de lat hoog gelegd.

Benoot: “Dat lijkt me maar logisch: met Wout hadden we de grote favoriet in onze ploeg. Maar wij weten hoe moeilijk het is om een koers van dat niveau te winnen.”

Jij bent slechts een half jaar ouder dan Van Aert.

Benoot: “Bij de jeugd hebben we slechts af en toe samen gekoerst: hij focuste toen nog op de cross. Wout was een frêle, kleine jongen. Zeker geen winnaar. Pas later heeft hij grote stappen gezet.

“Het jaar dat ik de Strade Bianche won, werd hij derde. Het was zijn eerste grote prestatie op de weg, terwijl ik drie jaar eerder al vijfde was geworden in de Ronde van Vlaanderen. Onze carrières zijn dus niet helemaal gelijk gelopen.

“Soms komt die fameuze Strade Bianche nog ter sprake tijdens stages, als we het over onze palmaressen hebben. Dan vraag ik hem: ‘Maar Wout, hoe vaak heb jij de Strade Bianche al gewonnen?’ ‘Eén keer’, antwoordt hij dan. Waarna ik weer: ‘Wel, ik ook!’ (lacht)

Wat heeft hij dat jij niet hebt?

Benoot: “Atletisch vermogen. Qua werkijver moet ik niet onderdoen. Maar Wout is een beest op de fiets, een machine. Wat hij bergop presteert, heb ik iemand met zijn postuur nog nooit zien doen. Ik hoor wel de verhalen over Miguel Indurain, die ondanks zijn 80 kilo met de besten wedijverde bergop. Maar wat Wout doet, is uniek in het moderne wielrennen. Een Tourrit winnen die twee keer over de Mont Ventoux gaat: indrukwekkend. Wout herschrijft de wielerwetten. Hij legt zich niet eens toe op het klimwerk, en toch is hij in staat om Parijs-Nice te winnen.”

Als ploeg maakten jullie indruk in Parijs-Nice. Roglic pakte het geel, Van Aert het groen. Wordt dat ook de ambitie voor de Tour?

Benoot: “Ik denk het wel, ja.”

Zal jij daar een bijdrage aan kunnen leveren?

Benoot: “Ik hoop het. Uiteraard zal ik dan drie weken in dienst van de kopman moeten rijden. Maar het is altijd een droom geweest: de Tour rijden met een kopman die voor geel gaat in Parijs. Niet veel renners kunnen dat zeggen.”

Jumbo-Visma heerste in Parijs-Nice. Maar Tadej Pogacar maakte in Tirreno-Adriatico nóg meer indruk. Akkoord?

Benoot: “Eigenlijk wel, ja. Dat is er nog één die de wielerwetten herschrijft (lacht). Ik vraag me af waar dat gaat eindigen. 23 jaar en al twee keer de Tour gewonnen, Luik-Bastenaken-Luik ook, de Ronde van Lombardije en de Strade Bianche. Volgens mij kan hij álle monumenten winnen. In mijn ogen is hij de eerste renner die het verdient om met Eddy Merckx vergeleken te worden.”

Door onze chauvinistische bril laten we ons vaak verblinden door Van Aert en Remco Evenepoel. Maar de grootste is een Sloveen.

Benoot: “Ik denk niet dat de koerskenners in België er anders over denken, hoor. Ook zij beseffen dat Pogacar nog een trapje hoger staat.”

‘Ik geloof dat ik de Ronde van Vlaanderen kan winnen. Als de rest niet tegen Wout wil sprinten, moeten ze mij laten rijden wanneer ik demarreer.’ Beeld Koen Bauters
‘Ik geloof dat ik de Ronde van Vlaanderen kan winnen. Als de rest niet tegen Wout wil sprinten, moeten ze mij laten rijden wanneer ik demarreer.’Beeld Koen Bauters

Met de billen bloot

Hoe is het om als oudere garde het jonge geweld de fakkel te zien overnemen?

Benoot: “Goh, ik reken mezelf nog niet tot de oude garde. Maar goed, ik heb nog met Tom Boonen en Fabian Cancellara gekoerst, en nu komen er andere toppers bij. Zo zit het leven in mekaar, zeker?”

Iemand die zich blijft heruitvinden, is Victor Campenaerts. Met hem er opnieuw bij is Lotto-Soudal in één klap van zijn duffe imago af.

Benoot: “Tof om hen zo bezig te zien! Ik ben er drie jaar weg ondertussen, maar heb nog met een aantal renners contact. Victor hoor ik het vaakst, soms zelfs dagelijks. En we trainen ook samen.”

Rare vogel, hè?

Benoot (lacht): “Veel mensen begrijpen hem verkeerd. Victor komt dommer over dan hij is: hij is juist een bijzonder slimme gast. Iemand die overal het maximum uit haalt. In wiskunde en logica kent hij zijn gelijke niet in het peloton: hij kan je perfect uitleggen hoe de aerodynamica je winstkansen vergroot. Maar waar ik hem vooral om bewonder, is dat hij niet bang is om te doen wat niemand anders doet. Hij is een vernieuwer. En daarnaast is hij ook gewoon een toffe kerel met wie je goed kunt lachen.”

Jij zou hem ooit hebben leren skeeleren.

Benoot: “Ja, om eens wat anders te doen ’s winters. Op ons tweede tochtje al liep het slecht af voor Victor. We moesten een brug over. Hij smeet zich naar beneden, maar zonder te weten hoe hij moest stoppen. Ik kon me nog net aan een hek vastgrijpen. Maar Victor heeft zich op zijn gat moeten laten vallen, of hij had onder een auto gelegen. Hij moest toen letterlijk met de billen bloot naar huis (lacht).”

Ook jij bent soms onvoorspelbaar: ‘Tiesj Benoot is zot van theater’, hoorde ik in een wervend filmpje van theatergezelschap Compagnie Cecilia waarin jij de theaterzaal binnen fietst.

Benoot: “Ik ga graag naar het theater, dat heb ik van thuis uit meegekregen. Hoewel mijn vader een koers- en voetbalfan was, is de sport ons zeker niet met de paplepel meegegeven. Onze opvoeding draaide veeleer om cultuur: wij bezochten musea en theaters, de Humo werd elke week gelezen. Mijn broer, die drie jaar jonger is, is trouwens een balletdanser. Ik bedoel maar: wij zijn niet opgegroeid met een zak popcorn in de Kinepolis of een roetsjbaan in Plopsaland.”

Hoe goed is je broer?

Benoot: “De plaatsen bij de internationale gezelschappen zijn erg beperkt. Maar hij heeft er toch één, in Monaco: dan ben je wereldklasse.”

Hij heet Jaat, naar een pianostuk van Wim Mertens. Jij bent genoemd naar de Texaans-Mexicaanse zangeres Tish Hinojosa. Wat zeggen die niet voor de hand liggende namen over je ouders?

Benoot: “Wij zijn niet het doorsnee gezin, zeg maar. Mijn ouders zijn erg sociaal geëngageerd: ze zijn actief voor 11.11.11. En mijn moeder heeft een biowinkel: zie je ’t plaatje al? Dus toen ik begon te voetballen en nadien te koersen, kwamen zij in een milieu terecht dat ze helemaal niet kenden.”

Je hebt, langs vaders kant, nog een halfbroer en een halfzus. Durf je hun namen te verklappen?

Benoot: “Broes – zoals Springsteen, maar dan op zijn Vlaams – en Saartje. Iets normaler, toch? Zij zijn een stuk ouder. We hebben nooit samengewoond, op een korte periode meteen na mijn geboorte na. Maar daar herinner ik me niets van. We zien elkaar op familiefeesten.”

Waarom ben je niet blijven voetballen?

Benoot: “Ik wilde van kleins af aan koersen. Maar zo’n koersfietsje kost al gauw 600 euro. Niet vanzelfsprekend voor ouders die er niets van kennen. Dus ben ik gaan voetballen. Bij KVV Drongen, het eerste clubje ook van Kevin De Bruyne. Ik heb nog met zijn zus Stephanie in de klas gezeten. Ik was keeper en deed het graag. Toch ben ik blijven zeuren om te mogen koersen. Toen ik een jaar of 11 was, is mijn pa overstag gegaan.”

Keeper is de eenzaamste positie in een voetbalelftal.

Benoot: “Er zijn wel meer wielrenners die gevoetbald hebben en keeper geweest zijn. Greg Van Avermaet, bijvoorbeeld. Misschien omdat het de meest individuele positie op het veld is, ja. Of misschien omdat ze de slechtste voetballers in de goal zetten (lacht). Trouwens, ik heb nog stage gelopen bij AA Gent. Ik was fan van hun keeper, Fred Herpoel: ik heb nog handschoenen van hem.

“Maar mijn vader was dus ook een wielerliefhebber. Het was traditie in de familie dat er op zondag naar de koers gekeken werd. Dat heeft het vlammetje in mij aangewakkerd. Vooral de heroïek van de koers fascineerde mij. Johan Museeuw die Parijs-Roubaix won, dát dus. Museeuw was mijn idool.”

Jij bent niet voor één gat te vangen: behalve renner, skeelerer en theaterliefhebber ben je ook nog universiteitsstudent.

Benoot: “Ik was 18 en wilde hogere studies doen. Kinesitherapie was de eerste optie. Maar, met alle respect: ik zag me later niet met oude vrouwtjes oefeningen doen. Zo zijn het toegepaste economische wetenschappen geworden. De beurs heeft me altijd geïnteresseerd. Als kind al kocht ik een aandeel van Fortis, voor 5 euro. Dat is toen geweldig gekelderd (lacht).

“De eerste twee jaar ging al mijn tijd naar mijn studies. Sinds ik prof ben, werk ik mijn opleiding iets trager af. Ik zit halfweg mijn master en schrijf aan mijn thesis. Ik onderzoek of jonge renners sneller dan vroeger aan de top staan. Mijn literatuuronderzoek is klaar, nu moet ik het bewijs voor de stelling aanleveren. Opvallend is dat de gemiddelde leeftijd van het peloton niet jonger wordt, maar dat de gemiddelde leeftijd van de top tien, zeker in het rondewerk, wél naar beneden gaat. In de Tour de France bijvoorbeeld ligt ze significant lager dan tien jaar geleden.”

Is economie niet iets voor droogstoppels?

Benoot (schudt het hoofd): “Economie draait niet alleen om cijfers, het is een menswetenschap. Neem nu de coronacrisis, of wat er in Oekraïne gebeurt: niemand kan de impact daarvan op de wereldeconomie voorspellen. Het gaat om mensen, en dat maakt het onvoorspelbaar.”

Ben jij niet té slim om renner te zijn?

Benoot (lacht): “Dat denk ik niet. Het is als renner niet slecht om af en toe eens níét na te denken. Met de jaren heb ik meer leren loslaten. Soms moet je er – zoals ze in Gent zeggen – een saflet op geven en hopen dat het goed komt. Slim koersen hoort erbij. Maar slim koersen en slim zijn, dat is iets helemaal anders.”

Heb je lotgenoten in het peloton?

Benoot: “Stan Dewulf studeert voor bio-ingenieur. En Florian Vermeersch studeert geschiedenis – die zit zelfs in de politiek, als gemeenteraadslid in Lochristi. Met zulke gasten kun je een goed gesprek voeren. Het intelligentieniveau van de gemiddelde wielrenner ligt vrij hoog, vind ik. Wij hebben het heus niet alleen over auto’s en blote borsten aan tafel (lacht).”

Ronde van Vlaanderen, Eén, zondag 3 april

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234