Maandag 30/01/2023

PortretCarl Hoefkens

‘Engeland was in de ban van David Beckham en Posh Spice. Voor een Vlaamse versie kwamen de media uit bij Carl en Vanessa’

‘Vanessa is een intelligente vrouw. Het beeld van de domme voetballer die een blonde babe aan de haak heeft geslagen, slaat nergens op.’ Beeld BELGA
‘Vanessa is een intelligente vrouw. Het beeld van de domme voetballer die een blonde babe aan de haak heeft geslagen, slaat nergens op.’Beeld BELGA

Hoewel zijn aanstelling als trainer van Club Brugge aanvankelijk nog met gemengde gevoelens werd onthaald, heeft Carl Hoefkens (44) zich nu al ontsterfelijk gemaakt. Hij deed wat geen enkele van zijn voorgangers bij blauw-zwart vermocht: overwinteren in de Champions League. Hoe is de getatoeëerde spierbundel, die het als speler moest hebben van zijn vechtlust, uitgegroeid tot een tactisch meesterbrein? Intimi op zoek naar de ziel van Carl Hoefkens.

Jan Hauspie

Carl Hoefkens trekt als kind zijn eerste voetbalschoenen aan bij Racing Emblem. Daar haalt het naburige Lierse SK hem op 10-jarige leeftijd weg.

Frank Coenen (jeugdtrainer bij Lierse SK): “Carl was van jongs af aan een leider. Als scholier mocht hij eens meespelen met de UEFA-junioren. Die jongens waren twee jaar ouder, maar ondanks het leeftijdsverschil liet hij zich meteen verbaal gelden. Dat had ik nog niet vaak gezien.

“Carl was enorm leergierig en hing aan de lippen van zijn trainers. Alles wat je zei, pikte hij op. En hij stroopte de mouwen op, letterlijk zelfs: ’s winters trainde hij in korte mouwen. ‘Karakter vormt de topper’, heeft Marcel Vets, destijds de goeroe van de geprezen Lierse jeugdopleiding, ooit over hem gezegd. En ook: ‘Mocht je Carl zeggen dat hij 10 procent beter wordt als hij die koeienvlaai daar in de wei opeet, hij zou het zonder nadenken doen.’ (lacht)

“En dan die présence! Of hij nu goed speelde of niet: iedereen had Carl gezien. Stef Wils, een ploegmaat die veel introverter was, heb ik ooit na een wedstrijd gezegd: ‘Jij was beter vandaag, maar als er scouts komen kijken zijn, hebben ze Carl in hun boekje opgeschreven.’”

Zo bevlogen hij is op een voetbalveld, zo gedeisd houdt Hoefkens zich in de schoolbanken van het Sint-Gabriëlcollege in Boechout.

Jos Van Rompay (oud-leraar): “Carl was een rustige jongen, die achterin de klas zat en niet opviel. Van Bob Peeters (ex-speler Lierse, red.), die ook op onze school zat, hoorde ik wel dat Carl een speelvogel was, maar daar heb ik niet veel van gemerkt in de klas. Ik had nooit een leider in hem vermoed. Maar als ik ’s zondags naar het voetbal ging kijken, zag ik iemand anders: een grote meneer, die de hele verdediging organiseerde.”

Peter Vermeylen (oud-leraar): “Carl viel op omdat hij altijd met alles in orde was. Als hij werd opgeroepen voor de nationale jeugdselecties en lessen moest missen, had hij zijn taken zo gepland dat hij ze op voorhand kon inleveren.

“Tegenwoordig heb ik leerlingen die lessen willen overslaan wegens verplichtingen met hun club. Carl heeft dat nooit gevraagd: hij was een kerel met karakter. Elke dag kwam hij met de fiets van Emblem naar Boechout. 25 minuten trappen, als het moest door weer en wind. Ik heb altijd gezegd: combineer zijn karakter met de techniek van Jurgen Cavens – nog zo’n Lierse-talent op onze school – en je had de ideale voetballer. Een Kevin De Bruyne avant la lettre, zeg maar.”

Van Rompay: “Ik heb heel wat jongens van de kampioenenploeg van 1997 in de klas gehad: Bob Peeters, Dirk Huysmans, Jurgen Cavens, Nico Van Kerckhoven. Allemaal jongens die heel erg down to earth waren. En hoewel Carl nooit zijn mening opdrong, had hij ze wel. Een collega van mij gaf een les over vooroordelen en discriminatie. Enkele leerlingen hadden wat geroepen over ‘die Turken en Marokkanen’. Carl trok een bedenkelijk gezicht en vertelde over die keer dat hij pech had met zijn fiets en hij een groepje ‘nieuwe Belgen’ op hem zag afkomen. Ze vroegen hem of ze konden helpen. Door dat te vertellen, snoerde Carl de roepers de mond. Ook dát typeert hem.”

Thuis maken zijn ouders zich zorgen om zijn schoolprestaties. Bij elk oudercontact is het een weerkerend thema: hoe belangrijk zij het vinden dat hun zoon zijn aso-diploma haalt. Maar zijn ontluikende voetbalcarrière is niet te verzoenen met de door de school gevraagde inzet.

Vermeylen: “Na het vierde jaar heeft hij onze school verlaten en is hij naar het technisch onderwijs overgestapt. Zo kreeg hij wat meer ademruimte. Jammer, want volgens mij kon hij zijn studie aan. Zoals ik hem op persconferenties zie praten, ben ik daar nog altijd van overtuigd: Carl is een verstandige kerel. En nog altijd even onopvallend: hij is geen trainer die voor het oog van de camera’s langs de lijn zijn show opvoert. Hij blijft gefocust, precies zoals in de klas.”

Dan gaat het plots snel. Carl Hoefkens is amper 18 wanneer hij met Lierse landskampioen wordt. De spotlights richten ze op de local hero met goede looks die – aldus Hoefkens zelf in een oud interview – ‘nooit veel moeite moest doen om meisjes te versieren’.

Coenen: “Dat kan ik me niet herinneren (lacht). Van enkele andere spelers weet ik dat ze het foute pad zijn opgegaan. Maar Carl kwam uit een voorbeeldgezin. Zijn broer Kristof voetbalde ook, en de ouders hielden hen goed in de hand. Zijn vader was – misschien niet toevallig – een scheidsrechter (lacht).”

Kristof Hoefkens: “Ik was vier jaar jonger en een prille puber toen mijn broer doorbrak. Als er wilde verhalen zijn over die periode, heeft hij ze niet aan mij verteld (lacht). In die tijd deden voetballers nog wat ze wilden. Natúúrlijk gingen die gasten ook tot ’s morgens vroeg uit in Leuven. Alleen kraaide er geen haan naar. Je hoort oud-spelers nu weleens zeggen: ‘Een geluk dat sociale media toen nog niet bestonden!’

“Ik ken het voetbalwereldje door en door, mede dankzij de verhalen van mijn broer. Jaren later heb ik er gretig uit geput voor Spitsbroers (hij schreef het scenario voor de VTM-reeks, red.). Maar, voor alle duidelijkheid: die serie gaat niet over ons. De enige gelijkenis is dat mensen mij als de broer van een topvoetballer met medelijden bejegenden. Alsof Carl met mijn droom gaan lopen was. Dat was niet zo.”

BABE AAN DE HAAK

Na het kampioenenjaar blijft Hoefkens nog vier seizoenen bij Lierse. Hij trekt naar Lommel, wint nog een beker met Germinal Beerschot en steekt dan – ondertussen Rode Duivel geworden – het Kanaal over. In Engeland verdedigt hij de kleuren van de tweedeklassers Stoke City en West Bromwich, waarmee hij naar de Premier League promoveert.

Hoefkens: “In de Midlands was dat, niet bepaald de rijkste regio van het land. Maar mijn broer was er graag. De mensen daar zijn erg down to earth. Zo is hij zelf ook.”

Rudy Heylen (voormalig mental coach van Club Brugge): “Carl is een anglofiel. De Engelse volkscultuur – in de pub zitten, schuine moppen tappen en liters bier hijsen – past bij zijn persoonlijkheid. Leuteren over snelle wagens en het f-woord dat heen en weer vliegt: in Engeland kan het allemaal. Carl gedijt daarin.”

Jan Van Winckel (voormalig assistent-trainer van Club Brugge): “Carl heeft een groot ‘doe maar normaal’-gehalte. Ik heb enkele van zijn Engelse vrienden ontmoet, en die hadden dat ook: ergens binnenkomen en plezier maken, maar zonder op te scheppen. Carl heeft dat nodig om af en toe aan het voetbal te ontsnappen. Hij had zich kunnen omringen met showbizzfiguren, maar heeft dat nooit gedaan.”

Hoefkens: “De haast religieuze manier waarop het voetbal in Engeland wordt beleefd, sprak hem enorm aan. Dat hij daar deel van heeft mogen uitmaken, heeft zijn carrière zeker vervolmaakt.”

Van Winckel: “Als een speler in Engeland een trap krijgt, zie je niet meteen een dokter het veld oprennen. Zeker niet in de Championship (tweede klasse, red.). Nee, die speler staat weer recht in plaats van over het veld te rollen. Ik ben zeker dat hij dat nu ook in de Brugse kleedkamer predikt: ‘Wees harder, wees mentaal sterker! Claim niets wat niet van ons is, we moeten het verdienen!’”

‘Carl is een oermens. Een sterkere vent heb ik nooit gezien. Maar in de kleedkamer liep hij niet met zijn ontblote bovenlichaam te pronken. Het is gewoon iets van hem.’ Beeld BELGAIMAGE
‘Carl is een oermens. Een sterkere vent heb ik nooit gezien. Maar in de kleedkamer liep hij niet met zijn ontblote bovenlichaam te pronken. Het is gewoon iets van hem.’Beeld BELGAIMAGE

Bij de nationale ploeg is het, na een kortstondig debuut als prille twintiger, wachten tot zijn 27ste voor hij weer wordt opgeroepen en een vaste waarde wordt onder bondscoach René Vandereycken.

Stéphane Demol (toenmalig assistent-bondscoach): “René en ik moesten na Aimé Anthuenis een nieuwe ploeg bouwen. We hebben een pak jonge gasten opgeroepen. De resultaten waren niet goed, we plaatsten ons voor geen enkel toernooi, maar iedereen wist waarmee we bezig waren. Carl paste aanvankelijk niet in onze plannen. Anthony Vanden Borre was jonger en een klasse sterker. Maar hij had problemen en we hadden een vervanger nodig op zijn positie. Carl heeft ons toen goed geholpen.”

Opvallend: al dat heen-en-weer gereis tussen club en land gaat niet van harte bij Hoefkens. De verdediger kampt immers met een milde vorm van vliegangst.

Hoefkens: “Zo erg als bij The Non-Flying Dutchman (de bijnaam van voormalig Nederlands voetballer Dennis Bergkamp, red.) was het gelukkig niet. Maar als zijn Engelse club het vliegtuig nam voor een competitieduel, vroeg hij weleens of hij niet gewoon met de auto mocht afreizen. Met de Rode Duivels naar Kazachstan, daar keek hij altijd enorm tegenop. Maar daar kon hij niet onderuit: naar Kazachstan rij je niet met de auto (lacht).”

Hoefkens komt aan 22 caps in een periode dat er weinig eer te rapen valt bij de Rode Duivels. Terwijl ook zijn prestaties in de Championship amper weerklank krijgen, wordt zijn relatie met de rondborstige Vanessa wel breed uitgesmeerd in de media.

Hoefkens: “Engeland was volop in de ban van David Beckham en Posh Spice, hét glamourkoppel van de planeet op dat moment. In hun zoektocht naar een Vlaamse versie, kwamen de media uit bij mijn broer en Vanessa. Ik heb dat altijd grappig gevonden, want ik ken niemand die de glitter en glamour van de rode loper-events meer haat dan mijn broer. Eigenlijk is het de schuld van Humo dat hem dat imago is opgepind, door hem in 2003 uit te roepen tot Gouden Stud (lachje). Maar goed, tegen een imago kun je niet vechten. Door zijn agressieve speelstijl werd hij ook een geliefkoosd doelwit voor spreekkoren. Maar ook dat heeft hem nooit uit evenwicht gebracht. Integendeel, het motiveerde hem.”

Van Winckel: “Ik heb Vanessa een paar keer ontmoet: een intelligente, zelfstandige vrouw. Het beeld van de domme voetballer die een blonde babe aan de haak had geslagen, sloeg werkelijk nergens op.”

‘Het is de schuld van Humo dat Carl een glamourimago heeft, door hem in 2003 uit te roepen tot Gouden Stud.’ Beeld Johan Jacobs
‘Het is de schuld van Humo dat Carl een glamourimago heeft, door hem in 2003 uit te roepen tot Gouden Stud.’Beeld Johan Jacobs

OPGEPOMPT

Hoefkens is al 31 wanneer hij naar België terugkeert en bij zijn eerste topclub terechtkomt: Club Brugge.

Van Winckel: “Zijn fysieke testen waren niet goed: hij stond te zwaar, lopen ging moeilijk, zijn spieren waren buitensporig opgepompt. ‘Carl’, zei ik hem in alle eerlijkheid, ‘jij hebt de fysiek van een derdeklassespeler.’ Die directheid kon hij appreciëren en is het begin geweest van onze vriendschap. Tegen Carl kun je alles zeggen.”

Heylen: “Als mental coach heb ik een analyse gemaakt van zijn persoonlijkheid. Daaruit kwam naar voor dat zijn brein sterk op uitdagingen reageert: als hij getriggerd wordt, stijgt hij boven zichzelf uit. Carl is geen planner, maar een doener.”

Van Winckel: “Philippe Clement (voormalig ploegmaat van Hoefkens bij Brugge, red.) ken je na twee weken, daar zie je zo door: een echt goeie kerel die voor iedereen het beste wil. Carl is moeilijker te doorgronden. Op het veld was hij een echte leider: iemand die de kar trok. Maar zodra hij een voet buiten het veld zette – en dat begon al in de kleedkamer – liet hij iedereen met rust. Ook de zogenaamd moeilijke karakters, zoals een Ivan Perisic of Bosko Balaban. Clement stoorde zich aan zulke spelers en ging er zo kort opzitten dat het hen begon te irriteren. Carl liet hen doen: ‘Ze zijn wie ze zijn.’ Dat maakte dat het respect voor Carl als aanvoerder ontzettend groot was. Niemand had iets tegen hem. Ook al omdat hij niet aan politieke spelletjes deed: hij liep niet naar de voorzitter, zoals anderen wel deden. Carl had lak aan zijn pr.”

Heylen: “Maxime Lestienne was ook zo’n enfant terrible. Maar Carl heeft die jongen altijd gerespecteerd. Dat Maxime uiteindelijk toch de longen uit het lijf heeft gelopen, was mede Carls verdienste. Hij zag dingen door de vingers. Maar op de juiste manier, door de taal van de jonge voetballers te spreken: ‘Dat jij hier nu half doorzopen op de bank ligt, tot daar aan toe. Maar zie dat je er staat morgen!’ Dat is Carl ten voeten uit. Hij heeft veel sociale intelligentie.”

Van Winckel: “Ik organiseerde soms een 20 kilometer lange bosloop. Niemand deed dat graag, maar Carl wel, omdat je zo karakter kweekt. Dan liep hij de hele tijd heen en weer tussen de spelers die het moeilijk hadden, zoals Vadis Odjidja en Ryan Donk, en nam ze op sleeptouw. Carl had een slechtere conditie dan Vadis, maar Vadis moest je wel vaak na 70 minuten wisselen. Waar anderen mentaal afhaakten, ging Carl door, hoe hard hij zelf ook afzag.”

Heylen: “In zijn persoonlijkheidsprofiel staat deze zin: ‘Carl krijgt meestal zijn zin, en komt daar nog mee weg ook.’ Dat komt omdat hij het zo slim aanpakt. Ik vind Carl een van de strafste kapiteins die ik ooit heb gezien. Ook buiten het voetbal verkeren mensen graag in zijn gezelschap. Omdat hij hen een goed gevoel geeft en verveling nooit een kans krijgt met hem erbij. Er is altijd wel iets te doen rond den Hoefkens (lacht).”

Zijn vrouw zei ooit in een interview: “Als hij ergens mee zit, klapt hij dicht en moet hij op zijn planeet gaan zitten.”

Van Winckel: “Carl kon soms ineens verdwijnen. Hij is absoluut iemand die ook tijd alleen nodig heeft.”

Hoefkens: “Mijn broer heeft graag mensen rond zich, maar hij heeft ze niet nodig. Er is geen enkele trainer die hem verder kan pushen dan hijzelf. Als hij tegen het einde van het seizoen twintig keer moest kunnen pompen, hoorde ik hem in zijn kamer na drie weken al hónderd keer pompen. En als het seizoen voorbij was, liep hij ambetant. Dan móést hij gaan lopen of fietsen. Zijn sporthonger is altijd enorm geweest. Zijn gespierde lichaam is daar het gevolg van, niet het doel.”

Van Winckel: “Carl is een oermens. Een sterkere vent heb ik nooit gezien. Hij vertelde me eens dat hij van jongs af aan elke dag honderd push-ups doet. Voor iemand die ook graag een pintje drinkt, getuigt dat van een onvoorstelbare zelfdiscipline. En toch is hij geen macho, totáál niet. In het krachthonk heb ik hem nooit competitief bezig gezien. Hij kwam binnen, deed zijn oefeningen en was weer weg. Ook in de kleedkamer liep hij niet met zijn ontblote bovenlichaam te pronken.”

Hoefkens: “Het is gewoon iets van hem. Net als zijn tatoeages: die zijn niet bedoeld om te choqueren.”

Heylen: “Carl is niet ijdel. En aan materiële luxe heeft hij schijt, ook al rijdt hij met een mooie wagen (lachje).”

Van Winckel: “Carl bezit de gave van de zelfrelativering. Hij is de eerste om de schone schijn en de hypocrisie van het voetbalwereldje te doorprikken. Stoort hij zich aan de achterbaksheid? Ja, absoluut. Alleen: hij trekt zich er niets van aan. We lachten er zelfs mee.”

‘Carl paste eerst niet in de plannen van de Rode Duivels, omdat Anthony Van den Borre jonger en een klasse sterker was. Maar toen ze een vervanger nodig hadden, heeft hij goed geholpen.’ Beeld BELGA
‘Carl paste eerst niet in de plannen van de Rode Duivels, omdat Anthony Van den Borre jonger en een klasse sterker was. Maar toen ze een vervanger nodig hadden, heeft hij goed geholpen.’Beeld BELGA

GEEN BURN-OUT

In vier jaar Club Brugge verslijt Hoefkens drie voorzitters en vier trainers. Rustig is het nooit op Jan Breydel. Wanneer hij onder de Spanjaard Juan Carlos Garrido op een zijspoor belandt, breekt de veer. Bij KV Oostende en Lierse – zíjn Lierse – probeert hij nog aan te knopen met het voetbalplezier, maar dan is het genoeg geweest. Hoefkens neemt de wijk naar Gibraltar, waar hij nog even voor Manchester 62 FC voetbalt, en gaat dan met zijn gezin in het zuiden van Spanje wonen, nabij Málaga.

Hoefkens: “Hij was toe aan decompressie. Na twintig intense jaren als speler moest hij even op adem komen, ver weg van de spotlights. Met het gezin was afgesproken dat ze de zon zouden opzoeken. Dat mocht weleens, na die jaren in het grauwe Engeland (lacht).”

Heylen: “Zijn lichaam was op. Zijn potige stijl van voetballen vrat energie, net als de rol die hij in de kleedkamer vervulde. Dat had hem op de rand van de uitputting gebracht. Mocht hij zijn doorgegaan, was hij in een burn-out terechtgekomen. Wellicht heeft hij dat tijdig beseft. Het was goed dat hij er even tussenuit is geknepen.”

Maar de aard van het beestje laat zich niet temmen. Hoefkens ontdekt crossfit en gaat opnieuw all the way.

Heylen: “Met één verschil: nu kon hij trainen zonder de stress van een carrière. Dat was een verademing. Maar hij blijft een man van extremen.”

Hoefkens: “Mijn broer heeft maar twee standen: desinteresse of obsessie. Hij kan niet iets half doen. Ooit had hij het in zijn hoofd gestoken om provinciaal kampioen darten te worden. Wekenlang hoorde ik hem alleen maar pijltjes gooien. Tegen de muur, in de kamer naast de mijne: pok! pok! pok! Uren slaap heeft me dat gekost (lacht).”

Club Brugge-trainer coach Carl Hoefkens tijdens de Champions League-wedstrijd tussen Club Brugge en Atletico Madrid in het Jan Breydelstadion. Beeld ANP | Hollandse Hoogte | Gerrit van Keulen
Club Brugge-trainer coach Carl Hoefkens tijdens de Champions League-wedstrijd tussen Club Brugge en Atletico Madrid in het Jan Breydelstadion.Beeld ANP | Hollandse Hoogte | Gerrit van Keulen

Na twee jaar houdt Hoefkens het in Spanje voor bekeken. Hij keert met zijn gezin naar Knokke terug.

Heylen: “Toen heeft hij zich even laten gaan. En ook dat deed hij op die voor hem typisch obsessionele manier. Hij trainde niet meer, verzorgde zich niet, kwam kilo’s bij. Tot Vincent Mannaert (algemeen manager Club Brugge, red.) hem bij de jeugd heeft binnengehaald. Niet louter op basis van zijn kwaliteiten, maar om iets wat Christoph Daum (voormalig trainer van Club Brugge, red.) ooit tegen Carl – ik stond er toevallig bij – gezegd had: ‘Jij gaat een nog straffere carrière tegemoet als trainer dan als voetballer.’ Dat was in 2012. Vandaag kun je niet anders dan dat visionaire woorden noemen.”

Van Winckel: “Elke trainer heeft een intrinsieke motivatie. Bij Clement is dat: spelers helpen en beter maken. Bij Ivan Leko: laten zien dat hij meer tactisch vernuft heeft dan een ander. Carl is er niet zoals Ivan op uit te claimen dat hij de nieuwe Guardiola is. Hij wil deel uitmaken van een groepsdynamiek, en daarin een leidersrol opnemen.”

Heylen: “Het is goed dat hij bij een topclub met sterke ambities kan starten. Stel je voor dat hij bij Lierse was gedebuteerd, de club waar het voor hem ook als speler allemaal is begonnen: dat zou niet goed gekomen zijn. Hij zou er de grote uitdaging missen.”

Van Winckel: “Onvoorspelbaarheid is wat een topcoach onderscheidt van de middelmaat. Een kleedkamer bestaat uit alfamannetjes die de grenzen opzoeken. Voorspelbare coaches rijden zich vast in regeltjes: ‘Te laat? 5 euro boete!’ Zo’n coach gaat eraan, want al snel is het geen boete meer: spelers weten dan dat het 5 euro kost om te laat te mógen komen. Carl is ondoorgrondelijk: je weet nooit hoe hij zal reageren. Eric Gerets, Michel Preud’homme en Aad de Mos waren ook zo: de ene keer gingen ze door het lint, de andere keer gooiden ze een arm over je schouder.”

Die onvoorspelbaarheid was ook te zien tijdens de Brugse zegetocht in de Champions League. Terwijl zijn elftal gerenommeerde tegenstanders als Porto en Atlético Madrid over de knie legde, presteerde Hoefkens het om bij geen enkel doelpunt te juichen.

Hoefkens: “Wat daar niet van gemaakt is: alsof mijn broer zich door het leven gromt (lacht). De verklaring is simpel: zijn focus lag verder dan die wedstrijden. Als het niet je doel is om van Porto of Atlético te winnen, maar de volgende ronde van de Champions League te bereiken, dan ga je niet voor elk doelpunt uit de bol. Dan ben je pas blij wanneer je je kwalificeert. Dat was hij ook: toen het zover was, hebben we hem wél zien juichen.”

Heylen: “Carl heeft absoluut een impulsief kantje. Dat weet hij zelf ook wel. Als hij meegaat in de gekte van het moment, verliest hij het overzicht. En dus heeft hij bewust voor een andere stijl gekozen. Zo vermijdt hij ook gezichtsverlies mocht hij meteen na een doelpunt al een tegendoelpunt incasseren door een verlies aan focus – dat zou zijn ego niet ten goede komen (lachje). In zo’n situatie kom je veel sterker over als je eerst stoïcijns bent geweest: ‘Zie je wel, er kan altijd nog iets fout lopen.’ Ik vind dat van een grote intelligentie getuigen.”

Hoefkens: “Zoals hij tactische spelletjes speelt met Europese topcoaches, en tegenzetten bedenkt die veel voetballiefhebbers ontgaan: heel straf! Voor mijn broer is voetbal een soort Stratego. Dat trekje herken ik, van toen we samen Monopoly speelden. Als hij me vroeg een straat te ruilen, wist ik dat ik moest oppassen. Er school sowieso iets meer achter.”

Wellicht niet toevallig schuilt er ook een verwoed pokeraar in de Club-trainer. “Poker draait rond het doorgronden van je tegenspelers aan de tafel”, legt een intimus uit. “Je bestudeert hun gezichten. Tegelijk moet je proberen je eigen emoties onder controle te houden, want zelf kun je natuurlijk ook gelezen worden. Dat psychologische aspect is waar het voor Carl om draait.”

Hoefkens: “Hij is een tijd heel erg met dat pokeren bezig geweest. En zoals alles waar hij zich op smijt, wordt het dan een obsessie. Ineens zag je vijf boeken over poker bij hem thuis op tafel liggen en verslond hij de ene na de andere documentaire.”

Diezelfde obsessie legt hij ook aan de dag als het over zijn zoon gaat. Die kampte in zijn jeugd met een angst- en dwangstoornis, waarover Vanessa ooit getuigde.

Heylen: “Ik kan daar weinig over zeggen, maar het klopt dat hij zich daarover is gaan inlezen. En wederom: heel maniakaal. Alles wilde hij weten over zijn zoon. Wat hem interesseerde, de games die hij speelde. Zo zijn ze bijvoorbeeld samen beginnen te schaken.”

‘Philippe Clement ken je na twee weken, daar zie je zo door: een echt goeie kerel die voor iedereen het beste wil. Carl is moeilijker te doorgronden.’ Beeld BELGA
‘Philippe Clement ken je na twee weken, daar zie je zo door: een echt goeie kerel die voor iedereen het beste wil. Carl is moeilijker te doorgronden.’Beeld BELGA

Hoefkens leeft van uitdagingen. Een van de grootste nu wordt het bewaken van de balans tussen zijn gezin en het trainerschap.

Heylen (knikt): “Dat wordt een mogelijke valkuil. Hij zal waakzaam moeten zijn. Ik denk dat Vanessa hem op dit moment carte blanche geeft: ‘Leef je maar uit, maar besef dat je altijd terug naar huis komt.’ Veel voetballers verliezen zich zodanig in hun carrière dat hun gezinsleven erbij inschiet. Maar ondertussen weet Carl hoe belangrijk zijn familie voor hem is. Ook daarvoor is die periode in Spanje heilzaam geweest.

”Waar ik vooral benieuwd naar ben, is hoe hij zal reageren op het moment dat het succes voor hem gewoontjes wordt. Als de uitdagingen bij Club Brugge op zijn, weet ik haast zeker dat hij een sabbatical zal nemen: ‘Nu doe ik een jaar niks!’ En zoals alles zie ik hem ook dat met volle overgave doen.”

UEFA Champions League: Bayer Leverkusen – Club Brugge, vanavond om 18.45 uur op VTM 2.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234