Vrijdag 15/11/2019

Formule 1

En toch is Hamilton nú al groter dan Schumacher

Lewis Hamilton. Beeld Photo News

Morgen parkeert Lewis Hamilton (34) zijn naam met een zesde kroon net onder die van halfgod Schumi. Volgens de cijfers - 7 titels - nog altijd de grootste ooit. Maar, wat 25 jaar Formule 1 ons leerde: dat je het volledige plaatje moet bekijken. Omstandigheden moet vergelijken. En dan weet je: geen fotofinish nodig. Hamilton is nu al groter dan Michael Schumacher.

Het pasje hangt thuis nog in mijn bureau, ergens. Augustus 1993 was het. Eerste grand prix als journalist. Het zit nog vers op mijn netvlies. Ayrton Senna, hoe hij nonchalant door de paddock liep, die vroege vrijdagochtend al. Alain Prost die wereldkampioen zou worden maar dat weekend niet won - dat deed Damon Hill. Maar ook, daar bij Benetton: die jonge wolf. Scherpe tanden, genadeloos, vermetel. Klaar om de gevestigde waarden schaamteloos te schofferen. Je zag zo dat Michael Schumacher een grote zou worden. Een jaar later al wereldkampioen, en later, na een moeilijk begin bij Ferrari, grossierend in wereldtitels. Neen. Niemand zou dat ooit evenaren, die zeven wereldtitels.

James Bond had het nochtans lichtjaren eerder gezegd: “Zeg nooit nog ‘nooit’.” Kwam Lewis Hamilton. Vers uit de pampers, toen hij in Melbourne 2007 aankwam voor zijn allereerste grand prix: poeslief voor de camera's, glimmende ogen van een kind dat in een grote speelgoedwinkel werd gedropt. “Ik moet dit seizoen vooral leren van mijn ervaren teamgenoot”, zei hij over zijn cohabiteren met zijne majesteit Fernando Alonso, net twee keer op rij wereldkampioen. Maar tijdens de eerste vrije training brieste Lewis al tussen zijn tanden, tegen zijn mecaniciens, ver weg van die journalisten: “Ik rij die Spanjaard de verdommenis in...” Een paar koersen later voelde ik het aan mijn water: die wordt groot. Heel groot.

Na Schumacher is Hamilton het tweede fenomeen dat uw dienaar tot ontbolstering zag komen. Je zou ze voor minder gaan vergelijken. Alleen: F1-coureurs vergelijken, ja, heikele oefening. Niet alleen omdat ze vaak in een ander tijdperk reden.

Niemand verbetert ooit nog het record van Alberto Ascari, die in 75 procent van zijn races de poleposition pakte, drie op vier. Er waren in dat jaar 1952 acht koersen, begot. Zoals het maar evident is dat Lewis Hamilton met 3.381 nu al veel meer punten bij elkaar reed dan Senna of Schumacher: een zege brengt nu meer dan dubbel zo veel op als destijds. Ja, ook dit nog: Jim Clark, bovenaards coureur, oogt bleekjes als je door de statistieken gaat browsen. Omdat hij in de jaren zestig reed. Ze vielen als vliegen toen. Clark zelf ook, amper 73 grand prix gereden toen hij zijn eerste serieuze klap niet overleefde. Vandaag heeft Lewis Hamilton al 247 koersen gereden. En het is nog niet gedaan.

Glitter & glamour

Cijfers en statistieken, nog meer in een mechanische sport als Formule 1 dan in een andere discipline: je moet ze relativeren. Naar het grotere plaatje kijken. Neen, niet naar de persoonlijkheid. Zo ijdel ben ik niet. Hamilton, als je hem ergens op een circuit alleen kruist, weg van de camera's, er kan altijd wel een “hey man, how are you doing?” van af. Ooit zat ik een avondje naast Schumi, diner georganiseerd door een sponsor. Gezellig als wat, net geen hand op mijn schouder als hij iets zei. De volgende dag kruiste ik de Duitser in de paddock, met niemand in de buurt. Mijn ‘hi’ kreeg geen echo. Zelfs geen blik.

Bijzaak, uiteraard. Belangrijker: wat ze voor Formule 1 betekenden of dat nog doen. Gelijkspel. Elk op hun manier deden ze de hele wereld over zich spreken. Schumacher omdat hij alles won, Hamilton omdat hij niet alleen won, maar het rock-’n-roll-gehalte van Formule 1 voedde. Met zijn kapsel, zijn plunjes. Met zijn uitjes in de wereld van glamour en glitter. Zijn peperdure levensstijl, hoe Lewis het geld door de molen draait. Het is niet de reden waarom hij minder fortuin bij elkaar reed dan Schumacher, volgens recentste schattingen ‘amper’ 250 miljoen, tegenover bijna drie keer zoveel voor de zevenvoudige wereldkampioen: de Duitser had een veel grotere commerciële machine achter zich, die veel meer moddervette contracten voor persoonlijke sponsoring praaide.

Maar halfgoden, je moet ze natuurlijk in de eerste plaats vergelijken op de vloer. Prestaties, dus. Cijfers zat op deze bladzijde, voor die vingeroefening. Maar wat de cijfers niet vermelden, is hoe ze tot stand kwamen. In welke omstandigheden. Laat ons wel wezen: om in Formule 1 te domineren zoals Schumacher en Hamilton deden of doen, je hebt er topalaam voor nodig. Met een Williams rijdt Hamilton dit jaar geen prik in een papieren zak, net zoals Schumacher dat destijds niet had gekund met een Minardi. Anderzijds moet je met een objectieve blik toegeven dat Schumacher het net iets meer op een presenteerblaadje kreeg. Ja, er was altijd die sluier van verdachtmaking rond de Duitser. Tractiecontrole die diep in de software verscholen zat, bij Benetton, maar volgens het team niet werd gebruikt. Kwatongen die in de Ferrari-jaren wilde verhalen rondstrooiden over illegale zijpanelen, flexibele vloeren of buigende vleugels. We houden er even geen rekening mee, want ze werden nooit bewezen.

Beeld EPA

In de remmen

Neen, het grote verschil tussen Schumacher en Hamilton zit in de privileges die ze in hun team kregen. En de concurrentie die ze tegenover zich kregen. Zowel bij Benetton als Ferrari was Schumacher altijd de nummer één, en zijn teamgenoot waterdrager. “Je hebt de race wel zeer goed gevolgd”, knipoogde een ingenieur van bandenleverancier Bridgestone ooit toen ik hem zei dat het toch wel merkwaardig was, hoe Schumacher in de pitstops alsnog voorbij teamgenoot Barrichello was geraakt. Een keertje, in Oostenrijk 2002, moest Barrichello honderd meter voor de meet zelfs ongegeneerd remmen om Schumacher te laten winnen - het schandaal van Spielberg. Het zijn privileges die Hamilton nooit kreeg. Hij moest opboksen tegen topcoureurs in eigen team, Alonso of Button, vooral Nico Rosberg ook. En als hij al een voorkeurrol kreeg, dan dwong hij ze af door systematisch sneller te zijn dan Bottas, zijn huidige teamgenoot, of Kovalainen destijds bij McLaren.

Ook niet onbelangrijk. Bekijk het veld en je ziet dat Michael S. in zijn hoogdagen twee échte tegenstanders had. Damon Hill in de Benetton-jaren, Mika Hakkinen in de eerste Ferrari-jaren, later jonkies als Raikkonen of Montoya. En toen in 2005 met Fernando Alonso nieuw toptalent op de voorgrond trad, was Schumi's rijk uit. De Hamilton-jaren waren anders: zelden reed zo veel toptalent mee als in zijn tijdperk. Zo fietsten op een bepaald moment (2012) naast titelverdediger Vettel niet minder dan vijf gewezen wereldkampioenen mee -Schumacher, Alonso, Hamilton, Button en Raikkonen. Tuurlijk legt zulks de lat altijd hoger.

Beeld REUTERS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234