Woensdag 29/06/2022

NieuwsVeldrijden

Eli Iserbyt vraagt begrip: ‘Losers, dat zijn wij absoluut niet’

Eli Iserbyt door het zand in Zonhoven. 'Ik zou het wel eens fijn vinden om te kunnen crossen in Brazilië.’ Beeld Photo News
Eli Iserbyt door het zand in Zonhoven. 'Ik zou het wel eens fijn vinden om te kunnen crossen in Brazilië.’Beeld Photo News

Eli Iserbyt is een man met een mening. Van het soort dat in het veld niet dik is gezaaid. Gevat, gefundeerd en met een zelfrelativerende kwinkslag komt hij in een (tijdelijke) wereld zónder ‘De Grote Drie’ op voor zichzelf én zijn collega’s.

JDK

Je hebt er een sterke Wereldbeker-campagne in de VS op zitten. Mag het veldrijden voor jou verder worden gemondialiseerd?

“Absoluut. Ik zou het bijvoorbeeld wel eens fijn vinden om te kunnen crossen in Brazilië. De nieuwe Wereldbeker kan daar een belangrijke basis voor vormen. Net als, op termijn, een olympisch statuut. Zonder die basis is het moeilijk om iets in beweging te brengen op andere continenten. En blijven we in Europa ronddraaien met steeds dezelfde tien Belgen en een paar Nederlanders. Goed dat Flanders Classics mee aan die kar duwt. De Wereldbeker is de grootste weerspiegeling van hun gedachtegoed. Als zij het niet voor mekaar krijgen, dan niemand, vrees ik.”

Er is een nieuwe ‘mindset’ voor nodig. ‘Cross = Vlaams’, zit het té gebeiteld in de hoofden.

“Logisch. Als je mag kiezen tussen een cross in Zonnebeke op zaterdag, waar je 10.000 euro krijgt, en een buitenlandse WB-veldrit op zondag waar de eerste 5.000 euro opstrijkt, de tweede 3.600, enzovoort, dan is de rekening snel gemaakt. En maak ik me de bedenking: wat in Zonnebeke kan, moet in de Wereldbeker toch ook kunnen? Vorig jaar waren er vier manches. Nu zestien. Logisch gezien zou de prijzenpot dus ook moeten verviervoudigen. Dat is voorlopig nog niet het geval. Maar er wordt aan gewerkt.”

Moet de discipline worden weggetrokken uit die Vlaamse klei?

“Ja en neen. Er is niks mis met het huidige concept. Veldrijden heeft een grote commerciële aantrekkingskracht bij ons. Maar ik vind het zeker de poging waard. Als de sport olympisch wordt, openen zich heel veel andere deuren. Dan spreken we misschien niet meer alleen over de huidige ploegen, maar bijvoorbeeld ook over Walmart of Google. (lacht) En worden enorme sponsorinkomsten gegenereerd, andere renners gelokt.”

De namen Van Aert en Van der Poel zijn nog niet genoemd. Maar in een cross-interview kan je er natuurlijk nooit om hen heen.

“Weet je wat ik zo fout vind? Dat na drie jaar nog altijd niet doordringt dat zij, en ook Pidcock, pas in december opnieuw crossen. Elke dag opnieuw wordt gehamerd op het ontbreken van Van der Poel en Van Aert. Dan buig je de publieke opinie in het weekend onvermijdelijk om tot: ‘Ja, die prutsers zijn weer aan het rijden. Hoelang gaat dat hier nog duren? Ah, Eli is weg? Allez, ’t is gedaan. Zet de tv maar af.’ Ook in de commentaar tijdens de cross komt dat terug. ‘Amai, Quinten rijdt een hele goeie bocht. Maar Mathieu zou daar nog twee seconden sneller doorgaan.’ Tja.

“Maar ik snap het anderzijds wel. Mocht ik niet beter weten zou ik als neutrale fan, bij ontstentenis van Wout, Mathieu en Tom, ook denken van: ‘Losers, ze winnen drie maanden aan een stuk en nu kunnen ze niet mee.’ Terwijl wij echt wel ons uiterste best doen om die ‘Grote Drie’ proberen te verslaan. Alleen: ze zijn zó belachelijk sterk. Het zal ook nooit goed zijn. Want stel dat het lukt, op een dag... ‘Offday voor Van der Poel, dus Iserbyt wint’, zal er dan staan. Met een foto van Mathieu erbij.” (lacht)

Veldrijden heeft nood aan peper en zout. Dat is er nu te weinig.

“Akkoord. Cross is zoals een soap. Met telkens dezelfde acteurs. Waarin altijd iets nieuws moet gebeuren, een andere verhaallijn moet zitten, zodat mensen de personages niet beu geraken. Tot nader order zijn wij die acteurs. Geen vedetten. Omdat we niet tot vedetten worden gemaakt door de media. Alle begrip daarvoor. Niet iedereen is even interessant om te interviewen en over te schrijven. Het gaat er heel braaf aan toe vandaag. Té braaf, soms. Het is een dunne koord, hoor. Ik herinner me dat Toon Aerts twee jaar geleden zijn ribben kneusde vóór het BK en ik me op een persconferentie liet ontglippen: ‘Ik denk niet dat er iets mis is met hem.’ In de zaal zag ik er een paar met de vinger zwaaien en denken: ‘O shit, wat zegt hij nu?’ Maar ik hou wel af en toe eens van zo’n prikje. (lacht) Ook al krijg ik het dan twee weken lang op mijn kop.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234