Zaterdag 31/10/2020

InterviewVoetballer Denis Odoi

‘Een groot deel van de bevolking bestaat uit idioten. Laat intelligente mensen hun werk doen en vraag de man in de straat niet wat hij ervan vindt’

‘In al mijn clubs kon ik het goed vinden met de fysiotherapeuten. Je kunt gesprekken met ze voeren die dieper gaan. Ik ben niet opgegroeid in een wereld van Rolexen en vette auto's.’Beeld PhotoNews

Dries Mertens was zijn beste vriend, hij werd twee keer landskampioen met Anderlecht, speelde één interland met de Rode Duivels en brak tussendoor met zijn vader. Denis Odoi (32), rad van tong en verdediger bij Fulham in de Engelse Premier League, heeft al een bewogen leven achter de rug. ‘Er zijn er die zeggen: ‘Die Odoi is geen echte zwarte’, omdat ik altijd op tijd kom en de regels respecteer. Waar slaat dat nu op? Alsof er geen succesvolle zwarte mensen bestaan die de regels volgen.’

Odoi is één van de meest anonieme Belgen in de Premier League. “Zeg maar gerust: dé meest anonieme! (lacht) Vind ik prima, hoor. Trouwens, een goeie tip: een bril doet wonderen. Met mijn bril op word ik totaal niet herkend.”

Je buren zijn wel wat gewoon. Gary Lineker, presentator van Match of the Day, woont bij jou in de wijk.

Denis Odoi: “Lineker staat hier ook gewoon aan te schuiven in de groentewinkel. Ik ben hem een paar keer tegengekomen. Geen idee of hij me herkent.”

Daarvoor mis je wellicht de bekendheid van het kransje Rode Duivels in de Premier League, ook al ben je een generatiegenoot.

Odoi: “Ik heb één cap: een vriendschappelijke interland tegen Montenegro, acht jaar geleden. De meeste spelers ken ik – allemáál eigenlijk. Met Dries (Mertens, red.) ben ik zelfs opgegroeid. Ik herinner me een training waarin ik tegenover hem stond, en hij zei: ‘Zie ons hier nu staan, had jij dat ooit gedacht?’ Helaas, het is bij die ene interland gebleven. Ik heb nog lang op een selectie gehoopt, maar na een tijdje heb ik het opgegeven.”

Je was 24, landskampioen met Anderlecht en Rode Duivel. Waar liep het mis?

Odoi: “John van den Brom werd trainer van Anderlecht. Ik begon goed aan het seizoen en had al snel vier assists achter mijn naam: niet slecht voor een verdediger. Toch vloog ik uit de ploeg. Aan het eind van dat seizoen ben ik naar Lokeren vertrokken. Daar speelde ik drie jaar lang zo goed als alles. We wonnen de beker en speelden Europees, maar ik ben nooit meer opgeroepen. Volgens mij had ik die ene selectie te danken aan het feit dat ik bij Anderlecht zat.”

Je hebt eens gesuggereerd dat het was om je transferprijs op te drijven.

Odoi: “Als het de bedoeling was om makkelijker van mij af te raken, denk ik niet dat dat de juiste manier was: een duurder prijskaartje had clubs alleen maar afgeschrikt (lacht). Ach, ik denk dat er gewoon een speler van Anderlecht bij moest zijn. Anderlecht heeft altijd veel invloed gehad bij de voetbalbond, dat weet iedereen. Onlangs is toch ook gesuggereerd dat de club zijn invloed heeft aangewend om de selecties van Yari Verschaeren en Landry Dimata te verklaren?”

‘Ik ben in die twee jaar bij Anderlecht veranderd, en niet noodzakelijk in positieve zin’, zei je in een eerder interview. En ook: ‘Ik heb kanten van mezelf ontdekt die ik liever niet had gezien.’

Odoi: “Ik kwam van het kleine Sint-Truiden. Bij het grote Anderlecht ging het er plots niet meer zo amicaal aan toe en speelde ik niet altijd. Dat ik meteen in mijn eerste match rood pakte, hielp ook al niet. Alles was nieuw en daar ging ik niet zo goed mee om: ik word slechtgezind als ik niet speel. Op een gegeven ogenblik had ik schijt aan alles. Dat was niet de beste versie van mezelf, maar je kunt maar een betere versie worden door te leren uit de negatieve ervaringen.”

“Er liep van alles mis in de spelersgroep en ik ben dat een paar keer bij Herman Van Holsbeeck (toenmalig sportief manager, red.) gaan aankaarten. Hij maakte zich er snel van af: hij wist wel hoe hij iedere speler afzonderlijk moest aanpakken. Twee maanden later stond Lucas Biglia op in de kleedkamer en hij zei precies hetzelfde. Onmiddellijk trad Van Holsbeeck hem bij: ‘Hij heeft gelijk!’ Biglia was de kapitein, naar hem werd geluisterd. Ik was niemand.”

“Op het eind van dat tweede seizoen zat ik weer eens niet bij de selectie. Tot Anthony Vanden Borre opeens uitviel en ik toch mee moest – wellicht om als negentiende man in de tribune te gaan zitten. Daar heb ik voor bedankt: ‘Pak maar iemand anders mee’, zei ik tegen Van den Brom. ‘Nu maak je het jezelf wel heel moeilijk’, antwoordde hij. Daar had ik vrede mee. In mijn hoofd had ik al afscheid genomen.”

‘Ik ben opgegroeid met Dries Mertens. Op een training met de Rode Duivels zeiden we tegen elkaar: 'Zie ons hier nu staan!'' (Foto: Dries Mertens, Denis Odoi en toenmalig bondscoach Georges Leekens.)

‘Mijn afkeer van de voetbalwereld is er nog groter door geworden’, vatte je die periode samen. Wat steekt je zo tegen?

Odoi: “Dat geld één van de – of nee, dé grote drijfveer is. Geld én aanzien. Veel mensen in de voetballerij zijn niet oprecht, doen alsof ze het beste met je voorhebben, tot ze je niet meer nodig hebben. We kennen ondertussen toch genoeg verhalen over makelaars? Nu, wellicht geldt dat voor elk milieu waarin het rond geld draait. Alleen kom je er pas achter met het ouder worden.”

“Toen ik bij de jeugd van Anderlecht speelde, liep ik eens een blessure op bij het skateboarden. De club plaatste me toen voor de keuze: voetballen of skateboarden. Ik koos voor het voetbal – tenslotte speelde ik bij Anderlecht – maar van harte was het niet. Liever had ik niet moeten kiezen: er is in mijn leven altijd meer geweest dan voetbal. Tegelijk besef ik dat het voetbal er altijd is geweest, als enige constante misschien wel. Het is mijn wereld niet, maar de dag dat het er niet meer is, zal heel raar zijn. Mij hoor je dus niet zeggen dat ik later nooit iets in het voetbal zal doen. Hoeveel verdriet het me, naast de vele gelukkige momenten, ook heeft gebracht.”

Vier jaar geleden sprak ik één van jouw en Dries Mertens’ jeugdtrainers bij Stade Leuven: ‘Denis had evenveel talent als Dries’, zei hij, ‘maar ik zie hem nog altijd dezelfde nonchalante fouten maken als vroeger.’

Odoi: “Dat geloof ik nooit: Dries is van een totáál ander niveau en technisch superieur aan mij. Misschien is de stap van Sint-Truiden naar Anderlecht te groot geweest en had ik voor een tussenstap moeten kiezen. Maar ik ben blij met mijn carrière. Dankbaar ook.”

Anderlecht en Genk, met hun hoog aangeschreven jeugdopleidingen, pikten je op. Dan kun je voetballen.

Odoi: “Zowel bij Anderlecht als bij Genk heb ik nooit tot de top drie van beste spelers behoord. Dries Mertens, Sven Kums en Steven Defour – om die drie maar te noemen – waren stuk voor stuk betere voetballers dan ik. Akkoord, ik had talent, maar ik stak er niet bovenuit. Ik speelde ook niet elke wedstrijd en zat vaak genoeg op de bank. Dat niet al die jongens uiteindelijk hetzelfde hebben bereikt als ik, bewijst dat ik niet gemakzuchtig ben geweest. Maar als zoveel mensen me nonchalant vinden, zal er wel iets van aan zijn. Ik ben een pak serieuzer dan tien jaar geleden, maar vroeger was het toch vooral lachen en zeveren.”

Hoe is je contact met Dries Mertens vandaag?

Odoi: “Heel af en toe sturen we elkaar een bericht, maar we zijn uiteengegroeid. Ik heb mijn gezin en ben nog maar zelden in België, Dries woont in Italië. Hij is uitgegroeid tot de persoon die hij is, net zoals ik. Dries en ik delen een stuk geschiedenis waar ik alleen maar goede herinneringen aan heb. Ik zal hem en zijn familie altijd dankbaar zijn.”

Ben je er niet zowat opgegroeid?

Odoi: “De familie Mertens is erg bepalend geweest in mijn leven. Iets wat ik later in mindere mate ook met de familie van Sven Kums heb gehad. Ik heb vaak bij Dries meegegeten. Maar ik woonde wel thuis, hè.”

“Dries was van Wilsele, ik van Kessel-Lo. We begonnen allebei bij Stade Leuven te voetballen toen we 5 waren. Zijn vader Herman was mijn trainer en later ook onze leerkracht LO op de middelbare school waar Dries en ik zaten. Herman was een vaderfiguur voor mij. Als het nodig was, gaf hij me ook onder mijn voeten. Toen we allebei bij Anderlecht speelden – ik een jaartje later dan Dries – bracht hij ons na school altijd naar de training in Brussel. Ik heb vaker bij Herman in de auto gezeten dan bij mijn eigen vader.”

‘Een groot deel van de bevolking bestaat uit idioten. Laat intelligente mensen hun werk doen en vraag de man in de straat niet wat hij ervan vindt, zoals nieuwssites doen.’Beeld PhotoNews

Met je vader had je al vroeg geen contact meer.

Odoi: “Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 12 was. Ik kwam thuis van een toernooi en ineens waren ze uiteen. Mijn zus en ik zijn toen met onze mama bij m’n oma gaan wonen. Na twee jaar keerden we terug naar ons huis.”

“Sinds mijn 25ste heb ik mijn vader amper nog gezien – níét, eigenlijk. Hij was meer in mij geïnteresseerd omdat ik bij Anderlecht speelde dan om wie ik was en stelde altijd de verkeerde vragen. Vooral over financiële zaken. Dat heeft voor mij de deur dichtgedaan.”

Veel warmte was er niet thuis, heb je eens gezegd.

Odoi: “Wij waren geen familie van omhelzingen. Mijn zus en moeder hoor ik niet wekelijks. Niet elke familie is even close. Misschien ben ik daarom wel bij mijn vrouw. Bij haar vind ik wat ik zelf nooit heb gekend: een hechte familie waar iedereen op vijf straten van elkaar woont.”

“Mijn zus en ik zijn een tweeling, maar hebben totaal verschillende karakters. Zij had haar leven, terwijl ik voortdurend weg was voor het voetbal. Die uithuizigheid heeft me mondig gemaakt. Doordat mijn moeder lang en hard moest werken, moest ik voor mezelf opkomen. Als ik niet mocht spelen, vroeg ik de trainer zelf om uitleg. Voor andere jongens deden hun ouders dat.”

“Die zelfstandigheid had ook een keerzijde. Ik was 11, 12 jaar toen ik al op stap ging met vrienden. Ik heb veel verkeerde dingen gedaan. Eerst kom je er nog mee weg, maar uiteindelijk loop je toch tegen de lamp. Ik wil er niet over uitweiden, maar voor mijn moeder is dat een grote teleurstelling geweest. Maar ik probeer het positief te bekijken: het heeft mij gemaakt tot wie ik ben. Ik heb me herpakt, ben plichtsbewust en werk hard, zoals het hoort.”

Je vader komt uit Ghana. Weet je waarom hij naar België is gekomen?

Odoi: “Om te studeren. Tenminste, dat is ons ooit verteld. Aangezien ik hem niet meer zie, houdt het me niet bezig. Misschien dat mensen me daarom koud en kil noemen. Je zult mij zelden uitbundig of onder de indruk van iets zien.”

Fietskoffieclubje

Ben je ooit in Ghana geweest?

Odoi: “Nee, maar dat kan nog komen. Dat ik geen band meer heb met mijn vader, betekent niet dat ik geen band kan hebben met zijn land. In Ghana zouden ze mij graag voor hun nationale ploeg zien spelen. Die ene keer met België tegen Montenegro was vriendschappelijk en telt dus niet als definitieve keuze voor een land. De procedure is inmiddels opgestart. Als voetballer wil ik op een zo hoog mogelijk niveau competitief zijn. Dat ik hierdoor een deel van mijn roots kan leren kennen, is meegenomen. Niet alles wat vreemd is, moet vreemd blijven.”

Ben je je altijd bewust geweest van je huidskleur?

Odoi: “Ah, de langverwachte racismevraag! (lacht) Eigenlijk niet, nee. Volgens mij zien kinderen geen kleur tot hun omgeving hen erop wijst. Nu, als je mij vraagt of ik in Leuven met racisme ben geconfronteerd, is het antwoord volmondig ‘ja!’ Maar ik heb er geen traumatische jeugd aan overgehouden. De eerste keer doet het pijn, de tweede keer ook nog, maar daarna gaat het erbij horen.”

Voel je je betrokken bij de Black Lives Matter-beweging?

Odoi: “Niet echt. Zwart zijn in Amerika is totaal iets anders dan zwart zijn in België. Zwarten maken deel uit van de geschiedenis van de VS. Ze hebben het land mee helpen opbouwen, maar het beschouwt hen nog altijd als minderwaardig. Die historische context speelt niet bij ons. Daarom vind ik het een beetje een ver-van-mijn-bedshow.”

“Neem nu Leopold II. Die heeft Congo beroofd van zijn grondstoffen en er persoonlijke rijkdom uit gepuurd, waarna het land verarmd is achtergebleven. Heel fout. Ik begrijp dat mensen daar aanstoot aan nemen, maar ik persoonlijk niet. Anders moet ik aan heel veel zaken aanstoot nemen. Ik probeer net alles te begrijpen. Ook in de zwartepietendiscussie. Ben ik ooit voor Zwarte Piet uitgemaakt? Zeker wel. Maar moet ik er daarom over rellen? Ik heb als kind alleen maar plezier beleefd aan het sinterklaasfeest. Ik begrijp dat mensen Roetpiet willen, maar ik zou er geen probleem mee hebben als het gewoon Zwarte Piet was gebleven.”

“Weet je, ik ken kleurlingen die klagen over racisme, maar het moeilijk vinden om gekleurde veters in hun schoenen te dragen als wordt opgeroepen tot verdraagzaamheid voor homoseksualiteit. Dat is hypocriet: ik ben tegen álle vormen van discriminatie.”

Je betoog verrast me.

Odoi: “Er zijn er die zeggen: ‘Die Odoi is geen echte zwarte.’ Neeskens Kebano (Franse ploegmaat met Congolese roots die nog bij Charleroi en Genk heeft gespeeld, red.) noemt mij zelfs ‘een echte Vlaming’ omdat ik altijd op tijd kom en de regels respecteer. Waar slaat dat nu op? Alsof er geen succesvolle zwarte mensen bestaan die de regels volgen. Alsof er iets in ons pigment zit dat ervoor zorgt dat wij te laat komen. Nee, toch? Als ik zo ver geraakt ben, is het door hard te werken, niet door shortcuts te nemen. Ik wil mezelf nooit kunnen verwijten dat ik gefaald heb door een gebrek aan inzet.”

Dit is je vijfde seizoen bij Fulham. Je hebt bijgetekend tot 2024. Waarom?

Odoi: “Omdat ik hier gelukkig ben. Ik woon in het mooiste stukje van Londen – de wijk Barnes, in het zuidwesten van de stad – en speel bij een mooie, familiale club. Door corona ben ik gaan beseffen hoe goed ik het hier heb met mijn gezin. Stel dat ik hier kan blijven tot het einde van mijn carrière, dan heb ik daar vrede mee. Ik had nog wel eens in Japan willen spelen, maar er zijn genoeg voetballers die na een transfer moeten vaststellen dat het nog zo slecht niet was bij hun vorige club. Die fout wil ik niet maken.”

Voetballen bij een kleine club in een wereldstad als Londen: is dat de perfecte mix?

Odoi: “Londen heeft zoveel te bieden. Bovendien is het het mekka van de goede koffie: ik ben een echte koffie-snob geworden” (lacht).

“Ik ben niet naar Fulham gekomen om nog een stap hogerop te zetten. Fulham was al een heel grote club voor mij. Moussa Dembélé heeft hier gespeeld: die is tien keer beter dan ik! De mensen laten je hier ook met rust. Ik sprak soms af met Moussa of Jan Vertonghen toen ze nog voor Tottenham speelden: zelfs zij konden ongestoord over straat lopen.”

“Ik heb de kans gehad om naar New York te gaan. Fantastische stad, maar financieel was het niet interessant. Mijn voorkeur ging naar Legia Warschau. Ik ben er één keer geweest: vétte stad! Het ging niet door omdat ze eerst een speler moesten verkopen. En natuurlijk had ik gehoord over het racisme in Polen, ik had er met de mensen van Legia ook over gesproken. Maar ik wil niet iedereen over dezelfde kam scheren en zelf kunnen oordelen. Misschien had ik er wel vriendelijke mensen ontmoet.”

Klopt het dat je soms met de fiets naar Craven Cottage, het stadion van Fulham, komt?

Odoi: “Ik woon op een kwartier fietsen van het stadion. Dan ben je er even snel als met de auto. Langs de Theems, door een park, zonder files: héérlijk! De meeste spelers vinden het raar, maar de fysiotherapeuten doen het ook. Samen hebben we een fietskoffieclubje opgericht.”

“In al mijn clubs heb ik het altijd goed kunnen vinden met de fysio’s. Je kunt gesprekken met hen voeren die dieper gaan. Ik ben niet opgegroeid in een wereld van Rolexen en vette auto’s. In Engeland zie ik jonge gasten die al 4.000 pond per week verdienen. Hun carrière is niet stapsgewijs verlopen zoals de mijne. Zij zien de dikke auto’s van de spelers van de eerste ploeg en willen die ook. Voor hen is dat normaal. Kun je het hen kwalijk nemen?”

“Mijn carrière is stapsgewijs verlopen. Bij OHL kwam de clubdokter met een Saab 93 naar de club. Samen met een ploegmaat fantaseerde ik erover of wij ons ooit zo’n wagen zouden kunnen veroorloven. ‘Als ik hier nog wat kan sjotten en dat combineren met een job als leerkracht, moet het lukken’, dacht ik. Vandaag zou ik een Saab niet eens overwegen – het merk is ook failliet. Nu ik meer verdien dan ik ooit had kunnen dromen, zou ik voor een hoger aangeschreven merk gaan. Arrogant, hè?”

Je grote mond is je niet altijd in dank afgenomen. Hoe zou je carrière eruit hebben gezien als je wat meegaander was geweest?

Odoi: “Ik heb nergens spijt van. Stel dat ik wat meer had gezwegen. Dan had ik misschien nog een derde seizoen bij Anderlecht op de bank gezeten en was ik bij een kleine club verzeild geraakt zonder ooit nog boven water te komen. Trouwens, wat is dat: een grote mond? Ik ben rechtuit. Ooit heeft iemand tegen mij gezegd: ‘Jij zult nooit profvoetballer worden.’ Ik was 16. Dat was óók rechtuit. Met mijn gevoelens werd toen ook geen rekening gehouden. Maar mijn wereld stortte niet in: ik hou niet van rond de pot draaien.”

“We leven in een cultuur waarin alles als beledigend wordt ervaren en overal aanstoot aan wordt genomen. Er is geen plaats meer voor context. Ik ben een grote fan van Dave Chappelle, de godfather van de comedians, en Ricky Gervais. Zij doen wat comedians doen: confronterende dingen zeggen, dingen die anderen niet durven te zeggen. Vaak komt hen dat op kritiek te staan omdat mensen de context niet meer zien.”

“De polarisering is een groot probleem, vind ik. Ik geef zelden interviews en heb geen sociale media. Bij Anderlecht postte ik eens een foto van mezelf met mijn been in het gips – zogezegd omdat ik het gebroken had. Lachen, dacht ik. Alleen vond de persverantwoordelijke het minder prettig: hij moest de hele avond telefoons beantwoorden. Een andere keer postte ik iets over een hoofdtelefoon. Binnen de kortste keren zat het spel op de wagen: ik was zo’n typische voetballer die alleen maar om geld gaf. Ik ben er dan maar mee gestopt.”

“Zelfs de HLN-app heb ik van mijn telefoon verwijderd. Alsof iedereen specialist is. Met alle respect, maar een groot deel van de bevolking bestaat uit idioten. Laat intelligente mensen hun werk doen en vraag de man in de straat niet wat hij ervan vindt, zoals nieuwssites – tot ergernis van Ricky Gervais trouwens – vaak doen. Ze legitimeren de onzin. Ik ga een dokter toch ook niet zeggen wat hij moet doen omdat ik vaak naar Grey’s Anatomy kijk?”

“Nu, ik heb er al over gedacht om toch weer met sociale media te beginnen, vanuit marketingstandpunt. In Engeland wilden enkele projecten voor goede doelen mijn steun, tot ze me vroegen: ‘Wat is je media package?’ Daar springt het dan op af.”

Bij Fulham kreeg je een award voor je engagement.

Odoi: “Ik ga praten in scholen en heb iets met vluchtelingen gedaan. Doe je dat vijf keer per jaar, dan is dat al vier keer meer dan de rest. Zoveel stelt het dus niet voor. De meeste spelers doen het omdat ze dat moeten, maar mij kost het geen moeite. Ik deel mijn verhaal graag met jongeren. Ik vertel hun dat profvoetbal niet voor iedereen weggelegd is. Dat ik ook nooit van mezelf had gedacht dat ik profvoetballer kon worden en een ander plan in mijn hoofd had.”

“Op de begrafenis van mijn oma zag ik iemand terug die me nog als kind had gekend. Ze zei dat ik altijd een voorbeeld voor haar ben gebleven: ‘Van kleins af wilde je profvoetballer worden. En je bént het geworden.’ Ik herinner me dat niet. Mijn grote droom was om in Amerika te gaan studeren en er college soccer te spelen.”

Duur Londen

Blijf je in Engeland na je carrière? Je voedt je kinderen in het Engels op.

Odoi: “Isaac is 3, Liah anderhalf. Ik praat Engels met hen, mijn vrouw Nederlands. Zelf ben ik ook zo opgevoed en dat heeft me alleen maar voordelen opgeleverd. Maar in Engeland blijven? Nee. Mijn vrouw zou haar familie te hard missen. Bovendien is Londen veel te duur. Waar ik woon, vind je vooral privéscholen. Daar betaal je makkelijk 5.000 pond (5.500 euro, red.) per trimester. En vind je ergens een goede publieke school, dan zijn de prijzen van de huizen in die buurt veel te hoog. Gelijkekansenonderwijs is een probleem in Engeland, net als een goede gezondheidszorg. Dat is het voordeel van in het buitenland te wonen: je leert de goede en minder goede kanten van je eigen land kennen. Het is in België zo slecht nog niet.”

Je hebt jonge kinderen. Hebben ze je veranderd?

Odoi: “Ik maak me meer zorgen dan vroeger. Dat is lastig, want ik wíl niet in angst leven. Maar evenmin heb ik de illusie dat mijn kinderen niks ergs kan overkomen. Daarom steun ik het Kinderkankerfonds.”

“Ik heb sinds ik vader ben al vaak aan mijn jeugd gedacht. Toen we 7 waren, namen mijn zus en ik al alleen de bus. Zou ik mijn kinderen dat laten doen? Hoe graag ik ook ‘ja’ zou willen zeggen – het heeft mij vroeg zelfstandig gemaakt – ik vermoed dat ik ze toch zelf zal brengen.”

Maak je je zorgen over de wereld waarin ze opgroeien?

Odoi: “Je moet als ouder vertrouwen hebben in de opvoeding die je je kinderen geeft. Er komt een moment waarop je ze moet loslaten en ze zelf hun beslissingen moeten nemen. Dan moet je erop vertrouwen dat ze dankzij jou hebben geleerd de juiste keuzes te maken.”

“Jong zijn was vroeger al moeilijk genoeg, en door de sociale media is het alleen maar moeilijker geworden. Op 9/11 waren wij allemaal in shock. Vandaag kunnen jongeren elke dag een 9/11 opzoeken op YouTube. Op den duur halen ze hun schouders op: ‘Wéér een onthoofding.’ Of neem nu jonge meisjes die foto’s van zichzelf maken voor hun vriendje en zo naïef zijn te geloven dat die niet zullen rondgaan als het uit is. Van vrienden met oudere kinderen weet ik dat het gebeurt. Zelfs volwassenen tuinen erin: als Belg in het buitenland heb ik die filmpjes ook gezien, hoor (lacht). Ik weet niet of het normaal is dat je zulke filmpjes maakt – ik doe het toch niet. Oké, zolang het voor je eigen vrouw is, maar voor iemand anders? Niet goed bezig, denk ik dan.”

Heeft de lockdown je ergens bij doen stilstaan?

Odoi: “Ik heb me niet verveeld. Mijn kinderen hebben me goed beziggehouden (lacht). Ik stond om zes uur ’s ochtends op, zodat ik terug was van mijn loopje vóór de kinderen wakker waren. Zo ontlastte ik mijn vrouw wat. Uiteindelijk was het toch een zware periode. Maar ik heb me strikt aan de regels gehouden. Jongeren sprongen er losser mee om, volgens mij omdat ze zich minder bedreigd voelden door het virus. Maar het gaat niet alleen om jezelf: je hebt ook een verantwoordelijkheid voor anderen. Op een dag zijn we allemaal oud. Dan zullen we allemaal hopen dat er ook met ons rekening gehouden wordt.”

“2020 zal in de herinnering blijven als het jaar van de reset van de wereld. Ik heb er al over nagedacht om een elektrische wagen te kopen, maar de productie van de batterij is erg belastend voor het milieu. Ze kan nog niet afgebroken worden en wordt bovendien gemaakt van lithium, een grondstof waarnaar mensen in Afrika in slechte werkomstandigheden moeten zoeken. Ook daar sta ik bij stil.”

“Nu, ik heb ook vaak naar de podcast van Joe Rogan (Amerikaans comedian, red.) geluisterd. Ik heb er mensen met samenzweringstheorieën horen vertellen dat het coronavirus door de multinationals van deze wereld verzonnen is.”

Vinden zulke theorieën een gretige afnemer bij jou?

Odoi (lacht): “Het intrigerende aan een goeie conspiracy is dat er vaak een zekere logica in zit. Ik geloof dat we van hogerhand gedirigeerd worden door mensen met veel invloed. Kijk maar naar Trump: alles wat hij doet, wordt bepaald door degenen die massa’s geld doneren voor zijn verkiezingscampagne. Hij zal nooit iets doen dat tegen hun belangen indruist. Maar een echt complot is dat niet, hè.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234