Vrijdag 24/09/2021
Wout van Aert in de windtunnel van de TU Eindhoven.

AchtergrondWielrennen

De topwetenschap achter tijdrijden: waarom Wout Van Aert net dat beetje sneller fietst

Wout van Aert in de windtunnel van de TU Eindhoven.Beeld Photo News

Wout van Aert won vandaag met overmacht de tijdrit in de Tour de France. Een ijzersterke prestatie van onze landgenoot, maar hij stuurt best ook een bedankkaartje naar zijn 3D-pop. Knallen tegen de chrono kun je in het moderne wielrennen niet zonder wetenschap.

Het is u wellicht ontgaan, maar het aanwezige peloton niet: werelduurrecordhouder Victor Campenaerts (Team Qhubeka ASSOS) reed dit voorjaar de tijdrit van Parijs-Nice zonder kousen, terwijl de rest van de renners een paar aerodynamische sokken nauwgezet tot de toegestane hoogte optrok. “Ik kreeg meteen een berg berichten van renners en coaches, met de vraag of dat toch sneller is”, lacht Campenaerts, die een flinke reputatie heeft opgebouwd met zijn zoektocht naar marginal gains – minieme aanpassingen in houding, kledij of voeding die een fractie winst opleveren.

De sokloze vertoning bleek achteraf een niemendalletje, niet meer dan een sponsorkwestie. Maar het toont mooi hoe de concurrentie van top tot teen gescreend wordt in het prille wielerseizoen. Bij een belangrijke tijdrit – zoals de 27,2 kilometer lange chrono in de Tour vandaag – kan het zomaar een paar cruciale seconden opleveren.

“Het opzetstuur van Greg LeMond heeft de ogen van de wielerwereld echt geopend”, zegt Mathieu Heijboer, head of performance bij Team Jumbo-Visma. Het verhaal is bekend: netjes in de beugel en met druppelvormige helm wist de Amerikaan in de afsluitende tijdrit van de Tour van 1989 de gele trui nog af te snoepen van een wroetende Laurent Fignon, het scheelde een luttele acht seconden. Dankzij aerodynamica kon LeMond de nodige tijdwinst boeken, daar zijn alle experts het zo ongeveer wel over eens.

De tijdrit is bij uitstek de speeltuin van de wetenschap. “In een tijdrit zijn er weinig toevallige factoren. Alleen het weer en pech kun je niet controleren, bijna al de rest kun je optimaliseren”, zegt hoogleraar aerodynamica Bert Blocken (TU Eindhoven/KU Leuven). Een renner voert geen tactisch steekspel met de concurrentie, maar strijdt helemaal alleen tegen de natuurelementen. “En dan vooral tegen de luchtweerstand.” Bovendien: hoe sneller je fietst, hoe meer die luchtweerstand een renner parten speelt – en ga er maar van uit dat het vandaag verdomd hard gaat.

Met een goede houding valt al heel wat winst te boeken, weet Campenaerts. In 2016 stelde zijn toenmalige team LottoNL-Jumbo die bij na een test op de piste. De nieuwe positie op de fiets leverde 5 procent winst op – lees: om dezelfde snelheid te behalen, moest Campenaerts 5 procent minder hard trappen. “Ik dacht dat het een meetfout was. Maar in de tijdrit die volgde, werd ik na een valpartij nog steeds zesde, op enkele seconden van de wereldkampioen.”

Met de specialisten trekken teams naar de windtunnel, waar verder gefinetuned wordt met krachtsensoren en computermodellen. Team Jumbo-Visma heeft daarvoor een partnership met de TU Eindhoven en het team van Blocken. Attente kijkers zullen zien dat het hoofd en het lichaam van Wout van Aert dit seizoen net iets beter in elkaar opgaan. Die houding is een werk van ruim een jaar. “De precieze winst mag ik niet communiceren, maar we spreken echt over een orde van enkele procenten”, zegt Blocken.

Attente kijkers zullen zien dat het hoofd en het lichaam van Wout van Aert dit seizoen net iets beter in elkaar opgaan. Aan die houding was ruim een jaar werk. Beeld Photo News
Attente kijkers zullen zien dat het hoofd en het lichaam van Wout van Aert dit seizoen net iets beter in elkaar opgaan. Aan die houding was ruim een jaar werk.Beeld Photo News

3D-model

Los van dat anatomische kneedwerk wordt ook elk stukje fiets of kledij in die testomgeving onder het vergrootglas gehouden. Ook zo kunnen renners een kloof slaan, zegt Blocken, die enkele jaren geleden elke tijdritfiets in het professionele wielerpeloton onderzocht. “Tussen de beste en de slechtste was er een verschil van 25 procent, wat gigantisch veel is.”

Je kunt die optimalisatie-oefening op zowat alles toepassen. Wielen, helmen of beugels zijn de afgelopen jaren in sneltempo veranderd. “Zelfs drinkbussen voor de tijdrit zijn tegenwoordig aerodynamisch”, zegt Blocken. Die innovaties zijn vaak een intensief werk van trial-and-error. Met de texturen die ruwheid op het pak vormgeven, kun je bijna onbeperkt variëren. Kledingfabrikanten strijken neer in Eindhoven met een tiental pakken, en gaan van de beste drie ‘probeersels’ weer een reeks varianten maken.

De grootste uitdaging: tijd. Voor een renner staat een dag in de windtunnel gelijk aan een dag niet trainen, en zelfs in een tijdrit doen de benen nog steeds het meeste werk.

Ook daar is intussen een oplossing voor gevonden. In 2016 maakte Team Sunweb – nu Team DSM – van Tom Dumoulin een 3D-model op ware grootte en met ideale houding. Die starre pop deed een groot deel van het ‘vuile’ werk in de windtunnel. “Die pop is het team daarna intensief blijven gebruiken voor het testen van helmen of kledij”, zegt Teun van Erp, tussen 2012 en 2019 bewegingswetenschapper bij het team. Na drie jaar werd zelfs een nieuwe ‘Tom’ ge-3D-print. “Hij was totaal versleten.”

In Eindhoven staan zulke 3D-modellen van Wout van Aert en Primoz Roglic. Geen toeval. Van Aert krijgt in de Tour met een tijdrit op dag vijf een uitgelezen kans op geel. Voor Roglic kunnen acht gewonnen seconden mogelijk een Fignon-scenario vermijden in Parijs, al gooide een valpartij maandag flink wat roet in het eten. “Er zijn inmiddels heel wat renners die flink boven de 6 watt per kilo trappen”, vertelt Heijboer over de grens waar toppers in het hooggebergte mee flirten. “In het ronderennen is het daarom steeds belangrijker om in de tijdrit het verschil te maken.”

Dat mag allemaal best wat kosten. “Ongelimiteerd is ons budget niet, maar we zijn bereid om erg ver te gaan voor een paar seconden winst”, zegt Heijboer. Ook de wetenschappers gaan trouwens ver. Zo’n starre 3D-pop in een strak tijdritpak krijgen, is een huzarenstukje. “De meting zelf duurt maar een halve minuut. De meeste tijd zijn we bezig met die pop uit elkaar te draaien”, lacht Blocken.

Victor Campenaerts tijdens het Belgisch kampioenschap in Ingelmunster.  Beeld BELGA
Victor Campenaerts tijdens het Belgisch kampioenschap in Ingelmunster.Beeld BELGA

Pacing

“Als elke ploeg serieus zou investeren in die wetenschappelijke omkadering, dan zouden de verschillen tussen renners veel kleiner zijn dan wat we nu zien”, zegt Teun van Erp, die stelt dat het bij veel renners vooral een zaak is van ‘eerst zien, dan geloven’.

Dat gaat veel verder dan enkel materiaal en houding. De warming-up op de rollen gaat tegenwoordig gepaard met ‘pre-cooling’, koelvesten of ijsdrankjes die de kerntemperatuur van renners op het ideale niveau houden om te presteren. “Bij warm weer scheelt zo’n detail algauw 3 procent, maar toch doen niet alle teams het”, zegt Van Erp. En op basis van hoe laat een renner start, hoe lang de inspanning duurt en hoe warm het is, braakt de computer een Excel-sheet uit. “Daar staat dan bijvoorbeeld in wanneer die renner een shot cafeïne moet nemen.”

Zelfs het parcours wordt vooraf gesimuleerd. Hoogteprofiel, bochten of wind kunnen beïnvloeden hoe een renner de tijdrit het best indeelt. Een pacing plan heet zoiets, en het vertrekt vanuit de simpele vaststelling dat een renner meer vermogen moet leveren om te versnellen van 55 naar 56 per uur dan van 25 naar 26 per uur.

Een mooi voorbeeld is de Amerikaanse Kristin Armstrong, die in de podcast ‘Fast Talk’ uit de doeken doet hoe ze in 2016 olympisch kampioen werd in Rio. In het vlakke middenstuk langs de oceaan, met wind in de rug, zou ze een “enorme tol” betalen om een heel klein beetje sneller te gaan dan de rest. Dus startte ze – nogal contra-intuïtief – meteen full gas in het eerste gedeelte met drie nijdige klimmetjes, waar de snelheid lager lag. Na elf kilometer boekte ze daardoor 18 seconden winst, klinkt het.

Waar liggen de grenzen van dat wetenschappelijke verhaal? “Met elke vraag die we beantwoorden in de windtunnel, krijgen we er vijf nieuwe bij”, zegt Heijboer, die net als Blocken gelooft dat de limiet nog niet bereikt is. “Het lukt natuurlijk niet elk jaar om een sneller pak te ontwerpen”, zegt die laatste. Dit jaar zou dat wél het geval zijn, en het AGU-pak van vorig jaar leverde al 1,3 procent tijdwinst op.

Het is zoals wielerjournalist Thijs Zonneveld in een column schreef: “Als je als wielrenner tegenwoordig een tijdrit wilt winnen, moet je zelf een halve aerodynamicaprofessor zijn.” Voor een renner als Victor Campenaerts is dat ironisch genoeg het nekschot geweest als toptijdrijder: “In 2018 had ik een lichtjaar voorsprong op het vlak van marginal gains, vandaag hebben jongens als Ganna, Evenepoel en Van Aert ze ook ontdekt.”

Als wereldkampioen tijdrijden Filippo Ganna zijn handen voor de start in magnesiumpoeder dopt, is dat toch maar mooi afgekeken van de man uit Gavere. “Dat zorgt voor extra grip en vertrouwen”, zegt Campenaerts. “Ik moet toegeven: dat zoiets gekopieerd wordt, streelt mijn ego.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234