Zaterdag 03/12/2022

ReportageOpeningsweekend Vuelta

De miljoenenrekening voor Nederland: van vluchtheuvels verwijderen tot toiletkarren plaatsen

Jumbo-Visma vaart door de Utrechtse binnenstad bij de teampresentatie. Beeld Photo News
Jumbo-Visma vaart door de Utrechtse binnenstad bij de teampresentatie.Beeld Photo News

De Vuelta vertoeft het hele weekend in Nederland. De tweede etappe, van Den Bosch naar Utrecht, passeert vandaag negentien gemeenten. Trekken die de portemonnee? En zo ja, levert het ook iets op?

Rik Kuiper

Het lijkt op het eerste gezicht vrij eenvoudig om een wielerkoers te organiseren. Meer dan een weg en een stel fietsers is er niet voor nodig. Maar schijn bedriegt, blijkt als je aanschuift bij Frank Agterberg (59) en zijn zoon Matthijs (33). Zij spreken een paar dagen voor de start van de Vuelta van de meest complexe logistieke operatie die hun familiebedrijf ooit in zo’n korte tijd heeft uitgevoerd.

Agterberg Bedrijven is tijdens de drie Nederlandse etappes van de Spaanse wielerronde namelijk verantwoordelijk voor het plaatsen van dranghekken in de etappeplaatsen Utrecht, Den Bosch en Breda. Ze zullen in de steden ook 24 toiletkarren neerzetten, die tussendoor gereinigd en verplaatst moeten worden. En ze leveren daar de hekken met C1-borden, zoals Matthijs ze noemt, alsof iedereen thuis is in zulke coderingen. “Zo’n soepbord met een rode rand. Gesloten voor alle verkeer. Om wegen tijdelijk af te sluiten.”

Daar blijft het niet bij. De afgelopen weken lieten medewerkers van het bedrijf ook vluchtheuvels op het parcours tijdelijk verdwijnen. En ze pakten de stammen van 180 Utrechtse bomen in met het rood van de Vuelta of de tinten waarmee Utrecht het negenhonderdjarige bestaan viert.

“Ik denk dat er geen enkel ander bedrijf in Nederland is dat al deze dingen kan”, zegt Frank Agterberg, die in het verleden betrokken was bij de organisatie van Nederlandse etappes in de Tour de France en de Giro d’Italia, maar ook bodems legt bij paardensportevenementen en grasmatten op de trainingscomplexen van de voetbalbond en van PSV. “Dat wij dit doen, geeft een kick, hoor.”

Belastingbetaler

Tegelijkertijd roept de kolossale operatie ook andere vragen op. Wat kost het eigenlijk om een groep mannen in strakke pakjes door Nederland te laten koersen? Hoeveel draagt de belastingbetaler daaraan bij? En levert het ook iets op?

Een deel van het antwoord op die vragen is te vinden in de begroting van het evenement zelf. Daarin staat dat La Vuelta Holanda, de stichting die de organisatie van de Nederlandse etappes voor haar rekening neemt, in totaal ruim 15 miljoen euro verwacht uit te geven aan de drie Nederlandse etappes en de honderden festiviteiten eromheen.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hoest daarvan 3 miljoen euro op, de provincies Utrecht en Noord-Brabant en de start- en finishplaatsen van de etappes betalen tezamen ruim 7 miljoen euro. De rest komt van private partijen.

Van dat geld wordt niet alleen de projectorganisatie betaald, die door het uitstel vanwege corona al sinds 2019 aan het werk is, maar ook de marketingcampagne en de rekening voor bijvoorbeeld de dranghekken en de toiletkarren van Agterberg Bedrijven.

Verkeersregelaars

Ook de doorkomstgemeenten, waar het peloton soms in een minuut of tien doorheen dendert, maken kosten. Ze moeten onder meer hun inwoners informeren over wegafsluitingen en omleidingen, zogeheten event-regelaars werven, de wegen netjes opleveren, overhangende takken snoeien en dranghekken plaatsen. Ook organiseren sommige gemeenten activiteiten rond de komst van de Vuelta.

Het gaat daarbij over het algemeen om kleine uitgaven, zegt de woordvoerder van La Vuelta Holanda. Zo hoeven gemeenten geen verkeersregelaars te leveren die langs het parcours staan, omdat de koersorganisatie mobiele verkeersregelaars en motoragenten inschakelt die met het peloton meerijden. “Gemeenten dragen alleen zorg voor afsluitingen elders in het dorp.”

Ook hoeven doorkomstgemeenten geen kilometers dranghek te plaatsen, zoals in de start- en finishplaatsen het geval is. “Het gaat om een paar hekken”, zegt de Vuelta-woordvoerder. “Die hebben gemeenten vaak wel staan. Het is makkelijker als ze die zelf neerzetten dan dat wij dat centraal regelen.”

Palen verwijderen

Wat zijn gemeenten dan kwijt aan de komst van de Vuelta? Dat is niet altijd eenvoudig te achterhalen, blijkt uit een rondgang langs alle gemeenten die het peloton vandaag tijdens de tweede etappe zal aandoen.

Den Bosch betaalt bijvoorbeeld 334.000 euro om startplaats te kunnen zijn. Daarnaast trekt de stad 150.000 euro uit voor evenementen rondom de wielerronde. Utrecht legt 2,35 miljoen euro neer om de ploegenpresentatie en de eerste etappe te mogen organiseren en finishplaats te zijn van de tweede etappe.

Maar die bedragen zijn niet compleet. Zo is het werk van gemeentelijke medewerkers niet meegerekend. De inzet van ambtenaren van onder meer de afdelingen vergunningen, sport en economische zaken valt “binnen de bestaande formatie”, aldus een woordvoerder van de gemeente Utrecht. “Net als bij andere evenementen die in de stad plaatsvinden wordt hun inzet niet per evenement specifiek bijgehouden.” Datzelfde geldt voor Den Bosch.

Ook draait de gemeente Den Bosch zelf op voor het tijdelijk verwijderen van een aantal palen van het ‘selectieve toegangssysteem’ dat ervoor zorgt dat alleen bestemmingsverkeer het historische centrum in kan. “Dit doet onze uitvoerende dienst”, zegt een woordvoerder. “Het zit niet in de fee die we aan de organisatie van de Vuelta betalen.”

Beweging stimuleren

Doorkomstgemeenten zijn vanzelfsprekend minder kwijt: tussen 0 en 75.000 euro. Maar ook hier is het beeld vertekend, omdat veel gemeenten de kosten (deels of allemaal) boeken op reguliere budgetten voor onder meer evenementen en gemeentereiniging.

Het omgekeerde gebeurt ook. Zo maakte de gemeente Altena 50.000 euro uit het sportakkoord vrij voor de Vuelta, om dat geld vervolgens de afgelopen maanden te besteden aan activiteiten die sport en bewegen moeten stimuleren. “De doorkomst van de Vuelta is hier vooral de kapstok”, stelt een woordvoerder.

Versieringen langs de Maliebaan in Utrecht. Beeld ANP
Versieringen langs de Maliebaan in Utrecht.Beeld ANP

Andere gemeenten waren vooral druk het parcours wedstrijdklaar te maken. “De Mommersteeg in Vlijmen telt alleen al vier sluisjes om de weg te versmallen”, zegt een woordvoerder van de gemeente Heusden. “Die liggen er zodat je er niet zo hard kunt rijden, maar dat is bij de Vuelta juist wel de bedoeling.” Het verwijderen en terugplaatsen van veertien obstakels kost de gemeente circa 12.500 euro.

In Soest reserveerden ze 14.000 euro voor het egaliseren en vernieuwen van het wegdek, en het tijdelijk weghalen van palen, blokken en hekken. Verderop in Scherpenzeel trok de gemeente 7.500 euro uit voor reparaties. “De wielrenners komen over een weg waar normaal alleen auto’s rijden”, zegt een woordvoerder. “We zijn op zoek gegaan naar scheuren en hebben het asfalt vervolgens geschikt gemaakt voor dunne bandjes.”

Op de kaart

Rijst de vraag waarom gemeenten zo graag de portemonnee trekken voor de doorkomst van een wielerkoers als de Vuelta, want geld levert het niet direct op.

In Soest hopen ze vooral dat de horeca, de detailhandel en de recreatiebedrijven ervan profiteren. Een woordvoerder stelt dat uit onderzoek blijkt dat het toerisme toeneemt na een dergelijk evenement. “Ook zullen inwoners uit de buurgemeenten vaker dan voorheen Soest en Soesterberg bezoeken. Het is tevens een manier om de rijke natuur in en om Soest en Soesterberg te tonen, inclusief de mooie en veilige fietsroutes.”

Ook Zaltbommel speculeert over “publiciteit” voor de gemeente, Buren hoopt op “naamsbekendheid” en Woudenberg ziet de Vuelta als “een prachtige manier om Woudenberg en zijn ondernemers op de kaart te zetten”, aldus de woordvoerders.

Alleen de gemeente West Maas en Waal reageert nuchter. “We gaan er niet van uit dat de doorkomst van de Vuelta onze gemeente iets oplevert”, schrijft de woordvoerder, “gezien de zeer korte tijd van doorkomst door onze gemeente.”

Biertje

Vader en zoon Agterberg zullen van de koers vermoedelijk weinig zien dit weekend. Te druk met de logistiek van de dranghekken, de C1-borden en de toiletwagens. Ze wijzen naar de schema’s in het kantoor aan een landelijke dijk tussen De Bilt en Utrecht. Op die schema’s staat onder meer hoe ze met 10.000 dranghekken 25.000 posities in drie steden zullen vullen. Een indrukwekkende schuifpuzzel waarbij sommige hekken die donderdag en gisteren nog in Utrecht stonden deze ochtend in Den Bosch moeten staan en zondag in Breda.

Ze hebben er 150 man personeel voor, die allemaal meerdere diensten draaien. “Het enthousiasme is groot”, zegt Frank Agterberg. “Als ze twee keer staan ingedeeld, bellen ze waarom ze geen derde dienst krijgen. We hebben ook een reservelijst.”

Zondagavond tegen de klok van twaalf uur hopen ze helemaal klaar te zijn. “Daar gaan we voor”, zegt Agterberg. “Dan zijn de hekken weer bij de leveranciers waar we ze hebben gehuurd, de vrachtwagens zijn weer thuis en iedereen heeft zijn urenadministratie ingeleverd, want anders blijf je daar wekenlang achteraan zitten.”

En dan, als het er helemaal op zit? “Dan drinken we een biertje”, zegt Agterberg. “Maandag begint het gewone leven weer. Al start ik die dag misschien wel een uurtje later.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234