Vrijdag 24/09/2021

AchtergrondEmma Plasschaert

De dure weg naar Tokio: ‘Haar eerste zeilboot was een afdankertje van Evi Van Acker’

Emma Plasschaert werd in 2018 wereldkampioen in haar laser en hoopt ook in Tokio op goud. Beeld BELGA
Emma Plasschaert werd in 2018 wereldkampioen in haar laser en hoopt ook in Tokio op goud.Beeld BELGA

Evi Van Acker heeft een waardige opvolger. Emma Plasschaert jaagt vanaf zondag op een medaille in Tokio. Aan die missie hangt wel een flink prijskaartje: zeilen is door het materiaal en de verre verplaatsingen een van de duurste olympische sporten.

Om met de deur in huis te vallen: dank u wel, Vadertje Staat. Zonder steun van de Vlaamse overheid zouden we straks wellicht niet met zijn allen duimen voor Emma Plasschaert in de laser radiaal-klasse in Tokio. De federatie Wind- en Watersport Vlaanderen (WWSV) zou op zichzelf nooit aan alle noden van de elitezeilers kunnen voldoen om internationaal op topniveau competitief te zijn.

Nu genieten Plasschaert en co. van professionele topcoaches en fysieke, mentale en medische omkadering. Maar vooral de verblijfs- en transportkosten die eigen zijn aan de zeilsport vallen duur uit; Plasschaert vertoeft toch al snel meer dan tweehonderd dagen per jaar in het buitenland voor training en competities.

Grof geschat draait het topsportbudget van de WWSV op zowat 1 miljoen euro per jaar. De grootste hap komt van Sport Vlaanderen. “Zij zijn onze grote sponsor”, klinkt het. Met een jaarlijkse topsporttoelage van circa 850.000 euro in deze olympiade mag de WWSV niet klagen. Grote olympische sporten als gymnastiek, atletiek, volleybal, hockey en wielrennen krijgen wel beduidend meer, maar ook het zeilen heeft een A-status met een subsidie in de buurt van die van het zwemmen, judo en tennis. Dat komt mede door de goede olympische zeilresultaten uit het verleden. Sebbe Godefroid behaalde zilver in Atlanta 1996 en Evi Van Acker pakte brons in Londen 2012 en een vierde plek in Rio 2016.

Materiaal verschepen

Ook het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) draagt zijn steentje bij. De vaste toelage van 9.300 euro per jaar voor zeilen is een peulenschil, maar het BOIC neemt vooral in een olympisch jaar extra transport- en verblijfskosten voor zijn rekening. Specifiek in zeilen is het verschepen van materiaal naar Japan een dure operatie. “Wij moeten onze wedstrijdboten voor de atleten en motorboten voor de coaches naar ginder versassen, dat kun je niet vergelijken met een sport als basketbal waar ballen en trainingspakjes volstaan”, zegt Alain Lescrauwaet, directeur van de WWSV.

Begin juni arriveerde zo een grote container met nog twee 49'er FX-boten vanuit België in Japan. Want ook het duo Anouk Geurts-Isaura Maenhaut had zich in die klasse geplaatst voor de Spelen in Tokio. In haar laser-klasse krijgt Plasschaert in Tokio een olympische boot van de organisatie toegewezen, maar in 2018 had de federatie zelf al enkele boten laten sturen zodat Plasschaert ter plaatse ervaring kon opdoen met de stromingen en de wind op het olympische water van Enoshima. “Als je dat niet doet, ben je op voorhand al verloren”, zegt Dimitri Dumery, topsportcoördinator van de WWSV.

De zeilbootjes liggen klaar in de haven van Enoshima. Beeld REUTERS
De zeilbootjes liggen klaar in de haven van Enoshima.Beeld REUTERS

De federatie legt niet zo graag de nadruk op de investeringen voor het topzeilen. “We willen vermijden dat het de jeugd zou afschrikken: oei, die sport is veel te duur, daar moeten we niet aan beginnen”, zegt Dumery. “De mensen denken soms dat zeilen voor de happy few is, maar dat is echt niet het geval. Emma komt ook niet uit een rijke familie. Wie een hoog niveau haalt, kan op onze topsportwerking rekenen. De laatste twee jaar zijn de kosten voor Emma zo dramatisch gezakt.”

Tweedehands kopen

Haar ouders kunnen dat beamen. Bart Plasschaert en Greet Mees staan in het onderwijs. “Het is geen geheim dat dit niet de allerhoogste inkomens zijn. Maar we mogen niet klagen”, zegt vader Plasschaert. Hij schetst het prille begin, hoe Emma met zeilen begon en relatief democratisch stappen hogerop kon zetten. “Als voorzitter van een zeilclub in Oostende was ik goed thuis op de tweedehandsmarkt. De meeste kinderen starten in een optimist-bootje. Op zomerkamp zorgen clubs voor een goede begeleiding of materiaal. Wij kochten voor Emma een occasiebootje van rond de 1.000 euro. Later verkochten we dat door voor 800 euro.”

Ze kreeg als kind de smaak goed te pakken. Er kwamen meer en meer wedstrijden op de planning. “In het weekend moesten we vaak richting Frankrijk en Nederland”, zegt vader Plasschaert. “Om de kosten te verminderen, spraken wij met een viertal ouders van andere kinderen af om elk om de beurt te rijden, met vier boten op een remorque. Dat was een tamelijk uniek systeem. En met de krokus of Pasen trokken we naar het zuiden. Na verloop van tijd leer je mensen kennen en heb je goedkope appartementen om te logeren. Die reiskosten zagen we niet als echte zeilkosten. Wij genoten van wat vakantie en gingen fietsen aan het Gardameer, terwijl we onze kinderen zo zelfstandig mogelijk lieten zeilen.”

Op veertien à vijftien jaar stappen kinderen over naar de zwaardere Europe-klasse. “Zo’n boot kost al 6.000 à 7.000 euro, maar tweedehands tikten we die op de kop voor 2.000 à 3.000 euro”, zegt Bart Plasschaert. Rond haar zeventiende stroomde Emma door naar de olympische laser radiaal-klasse en liepen de kosten wel enorm op om zich competitief te meten met de besten ter wereld. “De federatie zag wel al snel dat Emma talent had en heeft haar uitgenodigd. Haar eerste laser radiaal was ook een afgedankt bootje van Evi Van Acker”, lacht de papa.

Maar op topniveau is het beste materiaal nodig: een nieuwe laser kost circa 8.000 euro, een nieuw zeil voor elke grote competitie kwam uit op een jaarlijkse investering van 4.000 euro en Plasschaert trok ook veel masten krom. Vader Plasschaert: “Een metalen mast kost zowat 200 euro per stuk. Maar dan kochten we duurdere carbonmasten die veel langer meegaan. En dan is er nog zeilkledij en sportvoeding, dat kost allemaal geld dat we in het begin zelf moesten voorzien.”

Creatief en zuinig

Sponsors zijn dan welkom, maar de familie Plasschaert was ook vindingrijk. Zus Lise zou een tijdlang versleten zeilen recycleren in een eigen productlijn met schoudertassen en tablethoezen. Die verkocht ze op een webshop om de olympische droom van haar zus te steunen. De investeringen loonden wel. Voor de Spelen van Rio in 2016 stond Emma Plasschaert in de top acht van de wereld en genoot ze al van een topsportstatuut. Deelname aan Rio lukte nog niet, Van Acker had sportief nog een streepje voor om de enige quotaplek voor België in de laser radiaal-klasse in te vullen.

“Emma had altijd het voordeel dat ze in het team van Evi kon meetrainen, zo perkten we veel kosten in”, zegt Bart Plasschaert. Een jaar na het afscheid van de zeilsport van Van Acker in 2017 zette Plasschaert haar sportieve opmars voort. En hoe: in 2018 haalde ze als eerste Belgische ooit een WK-titel. De federatie kon het nieuwe boegbeeld door de toegenomen middelen meer tegemoetkomen. “Sinds 2019 neemt de federatie bijna alles op zich van verblijf, transport en materiaal”, zegt de papa.

Emma Plasschaert en haar zus Lise. Beeld Photo News
Emma Plasschaert en haar zus Lise.Beeld Photo News

Al moet de federatie heel zuinig met haar centen omspringen om binnen het topsportbudget te blijven. Topsportcoördinator Dumery: “Alles moet zo goedkoop en efficiënt mogelijk. Voor onze coaches, die overal in Europa reizen, dubbelchecken we de goedkoopste vliegtuigtickets. Onze atleten en coaches verblijven nooit in hotels, maar altijd in appartementen of huizen met een eigen keuken. We willen dat ze zelf gezond koken en het is goedkoper. Op hotel is een dagprijs per hoofd al snel 60 à 70 euro, maar op training in Zuid-Europa kunnen we de accommodatie en voeding beperken tot 30 of 35 euro per hoofd. Dat kun je in België nauwelijks goedkoper fiksen. Onze atleten zijn niet verwend.”

Dumery geeft ook een voorbeeld over Anouk Geurts en Isaura Maenhout. “Zij reden na de olympische selectiewedstrijd op Lanzarote zelf met de bus van de federatie en de trailer met de boten en alle zeilmateriaal 2.200 kilometer van Cádiz terug naar België, om de kosten onder controle te houden. Vóór een wedstrijd laten we wel andere mensen rijden, omdat ze dan fit en goed moeten zijn voor de competitie.”

Geen kijksport

En het is niet dat de zeilers in België groot geld verdienen aan hun sport. Het prijzengeld voor Plasschaert na haar WK-titel? Nul euro. Ze komt rond van haar topsportcontract van Sport Vlaanderen. “Emma zal geen grote spaarpot aan haar sport overhouden, maar dat is ook niet haar grote doelstelling”, zegt de vader.

De WWVS ondervindt dat het niet evident is om grote sponsors te vinden. De olympische zeilklasses spreken niet echt tot de verbeelding. Het grote geld en de megasponsors in het zeilen zitten in de gehypete internationale regatta’s. De America’s Cup en de oceaanrace Vendée Globe trekken miljonairs als een magneet aan. Landen met meer zeiltraditie kennen wel een grotere sponsordynamiek. Het Watersportverbond in Nederland kent bijvoorbeeld wel kapitaalkrachtige commerciële partners zoals Allianz.

Bijkomende handicap: het olympische zeilen zoals de laser radiaal-klasse ‘pakt’ niet op tv. De race en het tactische spel met de wind is amper te volgen, al probeert de sport nu met gps-trackers en drones de posities voor de kijker aantrekkelijk in beeld te brengen. “Maar voor een leek is het moeilijk te zien wie er nu als eerste ligt en wanneer”, zegt Dumery. “De toeschouwers staan langs de kant met een verrekijker te turen, helaas kun je een stuk in de zee niet zomaar een stadion voor 100.000 man zetten.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234