Donderdag 16/09/2021

InterviewMatthias Casse

De beste judoka van België droomt van goud: ‘Elke training ga ik door de muur’

Judoka Matthias Casse na zijn wereldtitel in Boedapest, vorige maand. Beeld BELGAIMAGE
Judoka Matthias Casse na zijn wereldtitel in Boedapest, vorige maand.Beeld BELGAIMAGE

Juniorenwereldkampioen in 2017. Europees kampioen in 2019. Wereldkampioen in 2021. Onbetwist nummer één in de klasse tot 81 kilogram. Een beest. Volgt straks olympisch goud, de ultieme droom van Matthias Casse?

In de Nippon Budokan versloeg Anton Geesink in 1964 thuisfavoriet Akio Kaminaga. Twee jaar later speelden The Beatles de zaal plat en in 1972 nam Deep Purple er Made in Japan op en nog iets later deed Led Zeppelin dat over. De Budokan is niet alleen voor judo een iconische tempel. Dinsdag zijn de spots gericht op judoka Matthias Casse, die op 24 jaar een historisch drieluik kan realiseren.

In de Belgische vroege ochtend begint de regerende wereldkampioen aan zijn voorgerecht, de Puerto Ricaan Adrián Gandía, nummer 33 op de ranking. Als de logica wordt gerespecteerd, maar het blijft judo waar iedereen van iedereen kan winnen, volgen daarna de Zweed Robin Pacek (IJF 28) en de Rus Alan Koebetsov (IJF 8).

Met deze loting heeft Casse uitzicht op een halve finale tegen de Turk Vedat Albayrak (IJF 4), die hem in april klopte op het EK. De twee zwaarste kleppers uit zijn categorie, de Israëliër Sagi Muki (IFJ 2) en de Georgiër Tato Grigalasjvili (IFJ 3) die hij aftroefde in de finale van het WK, zitten in de andere tabelhelft en kan hij pas in de finale treffen.

Dat weet Casse niet. Hij is een van die judoka’s die een halfuur van tevoren horen tegen wie ze moeten. De media hebben orders gekregen om niks over zijn loting te lossen.

Casse weet wat het betekent om op de Olympische Spelen te staan. Vijf jaar geleden was het aankomende talent de sparring partner voor Dirk Van Tichelt in Rio en zag zijn trainingsmaat het brons winnen. “Ik was daar als trainingspartner, maar ik verbleef buiten het dorp", zegt hij. “Ik ben er wel vaak geweest. Het was een goeie voorbereiding. Ik ken de Spelen, ik ken het mediacircus, ik weet wat op mij afkomt.”

Toen je in november de halve finale en in april de finale van het EK verloor, was de algemene reactie: ai, de schuld van die coronalockdown, komt het nog wel goed tegen de Spelen?

“Het is niet makkelijk geweest. In maart 2020 ging alles op slot, alle competities afgelast, maar niemand wist wat er met de Spelen zou gebeuren. Ik bleef trainen, maar ook dat was beperkt. Ik had nog het geluk dat mijn broer judoka is, dus dat we nog iets konden doen thuis. Na een paar weken werd een judobubbel geformeerd in Antwerpen.

“Ik had nooit het gevoel dat ik niet genoeg of niet zwaar genoeg trainde. Maar toen de toernooien weer begonnen voelde ik meteen dat ik niet goed genoeg was. Conditie kun je nog wel in je eentje trainen, maar het judo, die bewegingen, die automatismen bijna, dat moet je onderhouden door zo veel mogelijk verschillende partners vast te pakken en precies dat mocht niet.”

Verloor je daardoor op het EK vorig jaar nog in de halve finale van de Georgiër Grigalasjvili, die je op het WK wel klopte?

“In Georgië bestaat corona niet, of ze laten er althans hun slaap niet voor. Daar trainen ze in grote bubbels met verschillende goede judoka’s uit dezelfde categorie. Die hebben wij niet in België. Er is Sami Chouchi in mijn categorie en dat is het dan, maar die vecht bij de Franstaligen. Als je dan tegen zo’n supergetrainde gast moet uitkomen en jij hebt je maar beperkt kunnen voorbereiden, voel je dat meteen op de mat.

“Op dat EK heb ik mij wel laten doen. Ik lag er voordat ik het wist. Ik kende hem toen nog niet zo goed. Toen ik op het WK opnieuw tegen hem stond, wisten we heel erg goed wat er zou gebeuren en heb ik hem kunnen kloppen.”

Matthias Casse in gevecht met zijn grote rivaal Tato Grigalasjvili. Beeld Photo News
Matthias Casse in gevecht met zijn grote rivaal Tato Grigalasjvili.Beeld Photo News

Je bent nu een jaar later op de Spelen dan voorzien. Dat is niet noodzakelijk een nadeel.

“In theorie is een jaar uitstel voor mij geen slechte zaak. Ik ben nog maar 24. Het voorbije jaar is wel geen goed jaar geweest, waardoor mijn groei is afgeremd. In normale omstandigheden was dat jaar een extra voordeel geweest, nu weet ik het zo niet.”

Is jouw categorie tot 81 kilogram de sterkst bezette?

“Samen met de -73. Dat komt omdat de meeste mannen in die gewichtsklassen vallen. Mij maakt het niet veel uit, ik kan van iedereen winnen en ik wil mijn loting nooit op voorhand kennen. De dag van de wedstrijd zegt Mark (zijn trainer, red.) mij tegen wie ik moet. Soms is er een eerdere kamp en dan bekijken we die en zegt hij dat ik tegen de winnaar moet. Voor elke tegenstander heb ik mijn technisch en tactisch plan. Ik denk dat ik ze allemaal ken, of toch zo goed als allemaal. De jeugd-WK en EK-junioren bekijk ik trouwens ook om te zien wat er aankomt.”

I live to be the best, waar komt dat vandaan?

“Dat is mijn levensmotto. Elke dag probeer ik zo goed en zo hard mogelijk te trainen. Het doel is niet om titels te winnen, maar om de beste versie van mijzelf te worden. Men zegt weleens dat ik de nieuwe Robert Van de Walle ben, maar die twee tijdperken zijn niet te vergelijken. Judo was toen een andere sport.

“De overeenkomst is wel dat we er allebei hard voor hebben gewerkt om er te komen. Die ellenlange Japanse stages in barre omstandigheden die de judoka’s van de vorige eeuw moesten ondergaan, dat doen wij niet meer. Ik ben er een keer drie weken geweest, maar onze kalender zit zo vol met toernooien dat dit niet meer van deze tijd is.”

Je combineert dat topjudo met hogere studies. En je bent hoogbegaafd, dat maakt het extra makkelijk of misschien juist niet.

“Ik studeer procestechnologie aan de Karel de Grote Hogeschool. Na mijn judocarrière zal ik nog moeten werken en dan is het toch beter iets achter de hand te hebben.

“Studeren en judo op topniveau combineren blijft lastig. Misschien studeer ik nog iets extra’s, iets zwaarders, maar het gevoel dat ik nu heb is dat ik toch net als Dirk Van Tichelt in het judo terecht zal komen.”

Jij bent echt een product van het nieuwe Vlaamse sportmodel, te beginnen met de topsportschool.

“Ik was elf toen ik naar de topsportschool mocht. Dan weet je niet wat topjudo allemaal inhoudt, maar daar kom je snel achter: dagelijks trainen en veel opofferingen. Ik heb mijn middelbaar afgemaakt en tegen die tijd wist ik wat ik wilde: kampioen worden en de beste judoka zijn die ik kon zijn. Daarna kwamen die hogere studies, en daar heeft Sport Vlaanderen mij in begeleid. Anders weet je niet goed wat er allemaal komt bij kijken. Na het wereldkampioenschap in 2017, waar ik zevende werd, heeft de judobond mij voorgedragen voor een topsportstatuut en sindsdien krijg ik een salaris als topsporter.”

Je coach, Mark van der Ham, komt uit de befaamde Nederlandse stal van Chris de Korte.

“De school van Chris de Korte staat bekend om technisch judo en hard werken. Chris komt af en toe kijken. Hij is 83 en staat nog steeds op de mat. Ik denk wel dat hij fan is van mij: ik train hard, elke training ga ik door de muur, en ik probeer ook technisch te judoën.

“Mark brengt mij vooral heel veel rust bij. Hij weet wat topjudo inhoudt en als hij iets analyseert, is dat er meteen op. We hebben samen een database in Excel waarin de tegenstanders worden geanalyseerd. Na elk toernooi herbekijken we alle kampen om te zien wie wat goed doet en vooral ook wat die minder doet. Tegelijk ontleden we hoe ik heb gevochten en waar mijn zwakke punten lagen. Vanuit die info kunnen we ook doelgerichter werken op de trainingen.”

De fotografen zijn op post in de Nippon Budokan. Beeld REUTERS
De fotografen zijn op post in de Nippon Budokan.Beeld REUTERS

Je komt heel rustig over voor iemand die ooit een driftkikker was.

(lacht) “Maar dat is al heel lang geleden. Er is een tijd geweest dat ik niet tegen mijn verlies kon, vandaar misschien dat ik zo graag win. Het is een deel van mijn volwassen worden geweest om mij te beheersen. Respect voor de sport en voor de tegenstander staat centraal in judo.”

Jij bent ook een van die professionele afvallers. Hoeveel weeg je normaal?

“Zevenentachtig, soms 88. Drie weken van tevoren begin ik op mijn eten te letten om onder de 81 te geraken. Dat is het minst leuke van het judo. Ik minder eerst de calorieën om tot een vetpercentage van 4,5 tot 5 te geraken. Lager kan niet. Echt gezond is het ook niet, dat weet ik.

“De dagen voor de competitie minder ik in volume zodat niks onnodigs in het lichaam zit. Twee, drie uur voor de weging trek ik een zweetpak aan en ga ik twintig minuten lopen in de gangen om die laatste 1,5 tot 2 kilo er af te krijgen. Na de weging kunnen we weer eten, maar in de herweging een dag later mag ik maximaal 85,1 wegen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234