Maandag 27/01/2020

Interview

BK-favoriet Eli Iserbyt: ‘Ik ben voor niemand bang’

Iserbyt over het parcours in Antwerpen: ‘Er ligt minder zand dan ik had verwacht.’ Beeld BELGA

Hij is nog maar 22, maar hij is wel de grote favoriet voor het BK veldrijden. Hij is van niemand bang, zegt hij, maar hij gelooft dat Toon Aerts veel beter is dan iedereen denkt. Eli Iserbyt hoeft geen Belgisch kampioen te worden, maar hij wil heel graag.

Je hebt het parcours verkend. Hoe bevalt het?

Eli Iserbyt: “Heel goed. Je kan de omloop voor het BK niet vergelijken met de Scheldecross. Je moet een paar keer meer dat bergje op, de balken liggen in een tragere sector, de loopstroken zijn beperkt en er ligt over het algemeen minder zand dan ik had verwacht: allemaal in mijn voordeel.”

Je wordt de grote favoriet genoemd: hoe voel je je daarbij?

“Ik vind dat tof. Vorig jaar, als laatstejaarsbelofte, heb ik na het BK gezegd dat het een tijd ging duren vooraleer ik weer druk zou voelen op een kampioenschap. Ik gaf mezelf twee tot drie jaar om echt mee te doen, maar het gebeurt sneller dan verwacht.”

Is de druk anders dan op een jeugd­kampioenschap?

“Bij de jeugd had ik het gevoel dat het ‘van moeten’ was, nu niet. Ik ga nog tien jaar de kans krijgen om Belgisch kampioen te worden, misschien zelfs vijftien. Op die manier is dit makkelijker.”

Dus geen zenuwen?

“Bwa, een beetje. Ik denk aan zondag natuurlijk, en ik word er nog veel vaker aan herinnerd, maar ik voel me ook goed. Dat zorgt voor rust.”

Wie vrees je het meest?

“Ik ben voor niemand bang. Ik vind het nutteloos om me zorgen te maken, dat is verspilde energie. Ik moet uitgaan van mijn eigen sterkte.”

Een ploegmaat misschien?

“Als je je ploegmaats als concurrenten ziet, ben je niet goed bezig.”

Op basis van het incident in Diegem, waar je Laurens Sweeck ervan beschuldigde in je wiel te plakken, lijken jullie geen vrienden.

“Dat was frustratie. Van der Poel had een kloofje van een paar seconden, ik reed in tweede positie en toen ik omkeek, zag ik twee man met een rode helm in mijn wiel zitten (ploegmaats dus, red.). ‘Die willen niet overnemen!’ dacht ik, en dat maakte me boos.”

Een fout?

“Ik had zelf het gat moeten toerijden. In het begin had dat zeker nog gekund — ik voelde dat Van der Poel geen superdag had, ik wel — maar in mijn opwinding reed ik maar aan 90 procent. Ik had er meteen 100 procent voor moeten gaan.”

Sluimert de ruzie nog op de achtergrond?

“Neen, dat is afgesloten. Wat kan ik nog zeggen... Ik ben geschrokken van de aandacht die dat kreeg. Ik ben niet iemand die altijd ja knikt, of die over zich heen laat lopen. Ik ben rechtdoorzee, maar nu leek het alsof ik WO III had ontketend.”

Het is moeilijk te geloven dat ­jullie straks voor mekaar gaan rijden.

“Ik verwacht niet dat iemand zich opoffert voor een ander. We moeten alleen niet tégen mekaar rijden. Maar als Laurens op kop zit en ik kan er in mijn eentje naartoe, dan mag dat.”

En hij mag dat ook?

“Ja.”

Waar zit de samenwerking dan?

“Er kan tactisch gekoerst worden. Je kan iemand makkelijk vijf, zes seconden geven door op een propere manier even in te houden in het zand.”

Ga jij degene zijn die het gat laat vallen voor een ploegmaat?

“We moeten praten in de wedstrijd. Wie voelt zich goed? Wie niet? Ik ben niet altijd de beste, maar ik heb wel altijd nog een goed eindschot. Daarom vind ik het moeilijk om vroeg te zeggen dat ik het niet zie zitten.

“Het is gewoon moeilijk met drie kopmannen. Michael Vanthourenhout is soms ook kwaad, Laurens ook, maar die toont het niet. Het moeilijkste zal zijn als we alle drie top zijn. Dat wordt dan een luxeprobleem.”

Wie beschouw jij als je grootste concurrent?

“Als ik zie hoe Toon Aerts in Zolder rondreed, denk ik niet dat hij straks veel last gaat hebben van zijn ribben.”

Geloof je niet in zijn blessure?

“Het is geen kwestie van wantrouwen. Ik wil net ‘chapeau’ zeggen. Een vriend van me heeft onlangs ook een rib gebroken, ook na een val met de fiets. Die mens kon een week niet uit bed, hij kon zelfs niet ademen. Dat Toon met die blessure kan koersen, toont aan hoe sterk hij is.”

Denk je dat hij en zijn ploeg de voorbije weken zand in de ogen van de concurrentie hebben proberen te strooien?

“Er was veel onduidelijkheid. Eerst had hij één gebroken rib, daarna drie, dan vier en dan weer twee. Raar. Naar hoeveel dokters is hij geweest?

“Er zal zeker iets geweest zijn, maar ik weet hoe dat gaat bij renners: als je aan de start staat, neemt de adrenaline het over en voel je de pijn niet meer. Toon Aerts is mijn topfavoriet voor zondag.”

Wat met Wout van Aert?

“Wout is een klasbak. Maar het BK komt te vroeg, denk ik. Toon is top, Wout nog niet.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234