Zaterdag 21/09/2019

Voetbal

Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert, de architecten van het Brugse succes: ‘Club is marktleider in België’

Op naar de Champions League. De spelers van Club vieren de kwalificatie tegen Linz, deze week. Beeld Getty Images

Voor de derde keer in vier seizoenen staat Club Brugge in de groepsfase van de Champions League. CEO Vincent Mannaert en preses Bart Verhaeghe hebben zich inmiddels laten gelden als de norm voor goed beleid in België. Straks ook in Europa?

Vincent Mannaert drinkt van zijn koffie en kijkt in de richting van zijn baas. Alsof hij wil aangeven aan Bart Verhaeghe: zeg jij het maar. De vraag luidde: “Hoelang gaan jullie nog samen door?” Verhaeghe lacht: “Tot het einde der tijden.”

Het is donderdag in alle vroegte ten huize Verhaeghe, enkele uren vooraleer hij en Mannaert het vliegtuig zullen nemen richting Monaco. “Weet je wat het is?”, bedenkt Mannaert. “Zolang ik de romantiek in het spelletje zie, wil ik het voetbal niet loslaten.”

's Avonds kunnen Verhaeghe en Mannaert hun blijdschap niet verbergen. Paris Saint-Germain en Real Madrid: pure romantiek.

Welke clubs stuurden de eerste felicitaties?

Mannaert: “Liverpool. Rennes. Monaco.”

Verhaeghe: “AEK Athene.”

Maar niet clubs van het genre Barcelona en Real?

Verhaeghe: “Neen, die zien we in Monaco.”

Mannaert: “Zulke clubs stappen echt wel op ons af. Samen met Benfica, Porto en Sjachtar zijn wij de enige club uit een niet-G5-land die drie keer in vier jaar de groepsfase van de Champions League bereikt. Ze kennen ons stilaan, ze spreken je aan op inhoudelijke zaken als spelers, clubwerking...”

Verhaeghe: “... ons nieuwe trainingscentrum in Westkapelle. Dat gaat rond, hoor. We horen er weer bij.”

Het leek of kwalificatie voor de Champions League een must was. Die ambitie hebben jullie deze zomer nooit weggestoken.

Verhaeghe: “Er is voor het seizoen begroot op overwinteren in de Europa League, omdat we wisten dat de Champions League een loterij is.”

Vijf procent kans, hadden jullie aan Philippe Clement verteld.

Verhaeghe: “Bij wijze van spreken. De realiteit is: je moet heel snel pieken, je bent volop bezig met de samenstelling van de kern, je hebt net een trainerswissel achter de rug en Dinamo Kiev was geen leuke loting. Maar de spelersgroep is bijzonder matuur omgegaan met alle omstandigheden.”

Mannaert: “Dat laatste is een proces. Succes komt niet op bestelling, een hele club moet daar klaar voor zijn. Dat geldt dus ook voor ons. Wij zijn geëvolueerd.”

Verhaeghe: “Club Brugge is een internationaal voetbalbedrijf geworden dat veel mensen tewerkstelt, veel gezinnen eten en leven van Club Brugge. Dat geeft mij en Vincent een enorme verantwoordelijkheid. Wij mogen daar niet lichtzinnig over gaan. Je kunt niet van de ene dag op de andere een functie afschaffen.”

Bij jullie intrede in 2011-2012 klonk de opmerking: ‘Die twee Vlerick-boys komen het DNA van Club Brugge kapotmaken.’

Mannaert: “Het voetbal is geëvolueerd. Vandaag zou vanuit de media en door de concurrenten anders gereageerd worden, denk ik. Toen was het conservatisme in ons voetbal nog veel groter dan het nu is.”

Verhaeghe: “Het heeft ons een paar jaar gekost om de vooroordelen weg te werken.”

Mannaert: “Ja, maar we zijn toen nog altijd tweede en derde geëindigd. Dat wil ik wel even benadrukken. Wij wilden vernieuwen en verjongen, dat roept weerstand op.”

Is dat een leerschool geweest?

Mannaert: (knikt) “Ik hebben moeten depersonaliseren.”

Verhaeghe: “Ik leerde leven met een perceptiewereld die niet de reële wereld is.”

Mannaert: “Toen ik de stap zette van Zulte Waregem naar Club Brugge veranderde ik niet alleen van job, maar veranderde ook mijn leven en dat van mijn naaste omgeving. Ik had tijd nodig om daaraan te wennen.”

Verhaeghe: “Ons plan was innovatief voor het voetbal in dit land, maar de normaalste zaak in de ondernemerswereld. We maakten vooraf een analyse van waar het Belgische en internationale voetbal tegen 2020 naartoe ging. Daar speelden we op in.”

Oei, dan is het alweer tijd voor Club Brugge om zich heruit te vinden.

Verhaeghe: “Tuurlijk. We zijn nu bezig met het voetbal in 2024.”

Mannaert: “Afgelopen maandag gaf Bart een toespraak voor alle medewerkers van de club. ‘Het verhaal begint van vooraf aan’, was zijn boodschap. Westkapelle zorgt voor een nieuwe dynamiek. Weeral: the next step.”

Hoe ziet de toekomst van Club er dan uit?

Verhaeghe: “De doelstelling uit 2012 hebben we gehaald: we zijn vandaag marktleider in België. Ik geloof niet dat ons verhaal in een Belgische context snel zal veranderen.”

Mannaert: “In de eerste plaats moeten we onze positie van marktleider hier behouden. Daarnaast is er het internationale kader. We moeten zorgen dat we de trein in 2024 (als de Champions League hervormt, SK) niet missen. We hebben daartoe een nieuw stadion nodig.”

Voor het tweede seizoen op rij hebben jullie flink geïnvesteerd: 8 miljoen euro voor Okereke en Mignolet. Michel Louwagie zei ooit: ‘Er is weinig verschil tussen een speler van 3 miljoen en een speler van 10 miljoen.’

Mannaert: “Het klopt dat een dure speler niet noodzakelijk een garantie is, maar de waarden zijn wel degelijk gestegen. Meer geld in Zuid-Amerika betekent dat de prijzen voor de betere spelers ginder omhooggaan.”

“Daarnaast verbeteren wereldwijd de scoutingsapparaten. De betere spelers worden sneller herkend en krijg je niet meer voor 3 miljoen. Plus de mediarechten blijven stijgen, niet alleen in Engeland maar nu ook in Frankrijk.”

“Ik hoor soms opmerken: ‘Er gaat te veel geld om in het voetbal.’ Dat is naast populistisch ook simplistisch. Voetbal is een zeer democratisch businessmodel. Simpelweg heel veel mensen zijn bereid om een deel van hun geld in voetbal te stoppen. Ze kopen een truitje, ze gaan naar een match of ze betalen pay-per-view. Voetbal heeft zijn grenzen van populariteit nog lang niet bereikt.”

Verhaeghe: “Japanners bijvoorbeeld zijn gek op voetbal.”

Mannaert: “Spelers worden duurder. Als je jouw psychologische grens om niet te kopen boven een bepaald bedrag niet wilt verleggen, zul je de rol moeten lossen. Ajax is enkele jaren geleden ook tot die conclusie gekomen toen zij ferm investeerden in Blind en Tadic.”

Verhaeghe: “Op voorwaarde natuurlijk dat je eigen operaties blijven draaien. Daarom ben ik zeer blij dat onze scouting zo performant is.”

En jullie hebben de voorbije jaren drie keer op rij een goede trainer binnengehaald met Preud'homme, Leko en nu Clement.

Verhaeghe: “De trainer is de belangrijkste figuur in het sportieve apparaat van een club. Je moet daarom zorgen dat je iemand aantrekt die bij je past. De rekrutering van een coach is net zo belangrijk als die van een speler.”

Welke trainer zou niet passen bij jullie?

Verhaeghe: “Een trainer die alles beter weet. Iemand die beweert dat het voetbal zwart-wit is. Een die zegt: ‘Je moet mij laten werken en voorts trek ik mij van niemand iets aan.’ Dat profiel van trainer is passé. Net omdat te veel gezinnen van werknemers van Club afhankelijk zijn van wat gebeurt op het veld. Dan mag je die verantwoordelijkheid niet bij één iemand leggen. Het proces van een topclub is er een in teamverband geworden.”

Ik zou uw antwoord stout kunnen parafraseren en stellen: ‘Een trainer van Club Brugge moet aanvaarden dat zijn bestuur in de kleedkamer komt.’

Verhaeghe: “Wij zullen altijd respect tonen voor andermans bevoegdheden. Maar omdat modern management teamwork is, kun je helpen door al eens op elkaars terrein aanwezig te zijn en een gefundeerde mening te geven.”

Mannaert: “Van trainers die sportieve beslissingen nemen en tegen het management zeggen: ‘Jullie hebben daar niks mee te maken’, daar word ik zenuwachtig van.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234