Woensdag 03/03/2021

InterviewPaul Gheysens en Luciano D'Onofrio

‘Antwerp is geen hype meer, wij zijn een gestructureerde club met ambitie’

Luciano D'Onofrio (links) en Paul Gheysens. Beeld
Luciano D'Onofrio (links) en Paul Gheysens.

Voorzitter Paul Gheysens (67) en sportief directeur Luciano D’Onofrio (65) bouwen met Antwerp aan de toekomst. Mooi stadion, jeugdacademie en snel een landstitel. ‘We gaan nog niet in retraite.’

Op de derde verdieping van de Ghelamco Arena. 

“Naast de Albert Heijn, dezelfde ingang als de fitness”, was ons woensdagavond verteld. “Maar ik wil het interview doen samen met Luciano”, had Paul Gheysens voorts benadrukt, op de korte, intieme en coronaveilige drink na de televisie-uitzending van de Gouden Schoen.

Enkele uren later zitten we in het warme salon aan het onthaal van de burelen van Ghelamco, met zicht op het (sneeuwvrije) hoofdveld van AA Gent. ‘Ghelamco. We create the future today’, lezen we aan de muren. Geldt hetzelfde niet voor R. Antwerp FC?

“Zullen we eerst een aperitiefje drinken?”, klinkt plots aan het einde van de gang. Gheysens is blij: “Antwerp is geen hype meer.” Even later arriveert ook Luciano D’Onofrio. “Ah voilà, le grand patron”, lacht Gheysens. “Tu n’es pas fatigué?” D’Onofrio heeft kleine oogjes: “Maar het is het waard hé, president?”

Gheysens: “We hadden vorig jaar al de Gouden Schoen moeten winnen met onze vriend Mbokani. Dit seizoen stel ik vast dat hij voortdurend wordt geschopt. Over het sportieve rendement van Mbokani laat ik mij niet uit, die inschatting is voor Luciano.”

D’Onofrio: “Mensen vergeten dat dit nog altijd máár het vierde seizoen is van Antwerp in eerste klasse. We hebben de beker gewonnen, overwinteren in Europa en we leveren een Gouden Schoen af. Dat is niet slecht, denk ik.”

Gheysens: “Wij zijn content. Toen mijn vrouw en ik vannacht thuiskwamen, ben ik nog in mijn eentje tot halfvier in de zetel blijven zitten. Om na te denken. Om al nieuwe plannen te maken met het voetbal en met Ghelamco. Ik noem dat mijn yogamomenten.”

Lior Refaelov en zijn vrouw Gal. De Antwerp-middenvelder kreeg deze week zijn Gouden Schoen. Beeld BELGA
Lior Refaelov en zijn vrouw Gal. De Antwerp-middenvelder kreeg deze week zijn Gouden Schoen.Beeld BELGA

U was oprecht gelukkig voor Lior Refaelov, voor meneer D’Onofrio, voor uw CEO Sven Jaecques. Bent u een grotere teamspeler dan velen vermoeden?

Gheysens: “Maar natuurlijk. Ik ga nu iets vertellen wat misschien weinig bazen begrijpen: hoe meer medewerkers je betrekt om mee het geluk te delen, hoe meer mensen zullen klaarstaan om je te helpen als het eens niet gaat. Om in je eentje op de top van de boom te zitten, wat brengt je dat op?

“Kijk, vanmorgen belde Frans ineens. Frans is 72. Hij was vroeger kraanman bij ons en kwam deze ochtend op onze terreinen in Ieper. Hij belde: ‘Paul, dat is hier niet in orde. Er liggen daar stenen, dit moet weg, dat moet vernietigd worden.’ Ik vertrouw hem. Ik laat Frans doen.”

Meneer D’Onofrio vertelde in een van zijn vorige interviews: ‘Bestuurders die niet beseffen dat geluk in het voetbal maar vijf seconden duurt, zullen niet lang overleven.’ Beseft u dat een nederlaag zondag op dát veld daar de Gouden Schoen alweer naar de achtergrond zal duwen?

Gheysens: (knikt) “Ik heb intussen begrepen dat voetbal mythisch is en dat de bedrijfswereld rationeler is, waar je meer houvast hebt. Ik moet eerlijk zijn: het is nog maar sinds de laatste maanden dat ik mij makkelijker over mijn emoties kan zetten. Ik erger mij niet meer zo rap in alles en nog wat in het voetbal, in de scheidsrechters bijvoorbeeld. Tourner la page.

“Weet je wat het ook is? Antwerp was nieuw en dan zie je dat ‘de anderen’ zich positioneren, zich verdedigen. Zij spreken hun contacten aan. Wij hadden die contacten niet – Luciano nog wel. Maar stilaan komen de mensen van de diverse niveaus in het voetbal naar ons. Antwerp is geen hype meer, wij zijn een gestructureerde club met ambitie.”

D’Onofrio: “Paul heeft een en ander moeten leren, logisch. In het voetbal spelen veel factoren mee. Je bereikt een doelstelling niet op bestelling. Er is voor het seizoen veel gezegd en geschreven over Antwerp dat kampioen wilde worden. Correctie: Antwerp is een club die de ambitie heeft om op een dag kampioen te worden. Dat móét nu niet.”

Gheysens: “Het enige wat dit seizoen moet, is de top vier halen.”

U weet ook, voorzitter, dat succes jaloezie teweegbrengt.

Gheysens: “Is dat zo?”

D’Onofrio: “Natuurlijk. We leven vandaag in een maatschappij waarin mensen die slagen in plaats van bewondering jaloezie krijgen.”

Gheysens: “Dan gaan de mensen nog veel jaloers moeten zijn.”

Bent u zelf jaloers, meneer Gheysens?

Gheysens: “Néén. (wijst naar zijn gsm) Hiermee kan ik niet werken. En ik weet ook niet hoe ik een mail moet versturen. Mijn verstand werkt zo niet. Mijn kracht zijn mijn engagement – ik ken al mijn dossiers en ik voer twintig meetings per dag – en mijn perfectionisme. Als ik weet dat ik tot in de puntjes alles heb uitgewerkt, doet het mij niets als tegenover mijn hof iemand anders een nog grotere, sublieme building kan zetten. Er zit weinig competitiegeest in mij, maar ik laat niet gebeuren dat iemand mij pijn doet. Dat zijn twee verschillende dingen.”

D’Onofrio: “Ik ben een competitiebeest, ik wil winnen, maar ik bewonder evengoed succesvolle mensen. Mijn vriendschap met Roger Vanden Stock is ook omdat ik respect heb voor wat Roger met Anderlecht heeft bereikt.”

Refaelov is uw vijfde Gouden Schoen, meneer D’Onofrio. Kunt u uw poulains eens in één woord omschrijven? Sergio Conceiçao?

“Klasse.”

Steven Defour?

“Werker.”

Axel Witsel?

“Intelligentie.”

Milan Jovanovic?

“Levendig.”

En Lior Refaelov?

“Elegantie.”

Toen Anderlecht Jérémy Doku liet vertrekken naar Rennes, suggereerde Marc Coucke hoogstpersoonlijk bij Wouter Vandenhaute om Aster Vranckx te nemen als vervanger. Doet u bij meneer D’Onofrio ook zulke suggesties, voorzitter?

Gheysens: “Neen. De sportieve expertise is voor Luciano. Na elke uitwedstrijd doe ik een telefoontje naar hem. Dan vraag ik: ‘Wat denk jij ervan?’ Er zijn voorzitters die zich met alles moeien, zo ben ik niet. Vorige zondag na het 3-0-verlies tegen KV Mechelen heeft Luciano mij niet veel moeten uitleggen. Ik weet zeer goed dat veranderen van trainer tijd kost.”

D’Onofrio: “Dat wil niet zeggen dat Paul niet betrokken is. De 3-0 deed hem geen plezier, dat heeft hij mij ook zo laten verstaan. Maar daar ben ik blij om. Het tegendeel, apathie, zou voor mij niet aangenaam om te werken zijn. Antwerp mag blij zijn dat Paul investeert, met de hele covidsituatie. Ik lees overal: ‘Gheysens pompte al 35 miljoen in Antwerp.’ Ja natuurlijk, want toen we startten in 2017 was er niets, nul. Maar denk je dat een geïnteresseerde koper vandaag toekomt met 35 miljoen euro om Antwerp over te nemen? De club is na drie jaar al veel meer waard dan wat erin geïnvesteerd is. Paul weet nu al dat hij nooit verlies zal lijden.”

Gheysens: “En de club heeft geen enkele schuld lopen. Alle rekeningen zijn cash betaald.”

Voorzitter, uw zoon Michael en uw echtgenote Ria staan heel dicht bij uw activiteiten in het voetbal. Hebben zij een grote invloed op u?

Gheysens: “Michael is geboren voor het voetbal. Mijn gezin is heilig. We praten samen over de dingen, hun input is belangrijk voor mij. In ben twintig jaar actief geweest in Polen: dinsdagmorgen om 5.15 uur vliegen, donderdagnacht om 1.30 uur thuiskomen. Maar nooit ben ik één vrijdagavond in het buitenland geweest. Dan zaten we met het hele gezin om 20 uur in een klein restaurantje in Ieper. Eén keer ook ben ik zondag niet thuis geweest, ik ben toen een mooie deal gaan afsluiten. Maar ik beloofde mezelf: dit was de eerste en de laatste keer.”

D’Onofrio: “Ik ben graag op mijn eentje. Dat komt omdat ik niet snel vertrouwen geef aan mensen. Ik ben voorzichtig. Maar eens je mij ‘hebt’, ben ik extreem loyaal.”

Gheysens: “Dat apprecieer ik zo aan Luciano. Loyauteit is alles in het leven. Bij Ghelamco werken wij met een klein team. Allemaal springen we voor elkaar in de bres.”

D’Onofrio: “Paul is zeer genereus.”

Diatta scoort tegen Antwerp op de Bosuil. Gheysens: “Het is geen strijd met Brugge.
Diatta scoort tegen Antwerp op de Bosuil. Gheysens: “Het is geen strijd met Brugge."Beeld BELGA

Bent u dominant, meneer Gheysens?

“Wat is dominant? Ik weet wat ik wil. Je mag mij veeleisend noemen.”

Geeft u mensen een tweede en een derde kans?

“Je moet een talent hebben, dat is voor mij belangrijk. Mijn werknemers mogen fouten maken. Als ze die fout meteen toegeven – het mag mij 100.000 euro kosten – ben ik het één minuut later al vergeten. Maar wie zijn fout niet toegeeft, het probeert toe te dekken of het wil afschuiven op iemand anders: arrivederci.”

En u, meneer D’Onofrio, geeft u trainers veel krediet?

Gheysens: (lacht) “Ik weet waar hij naartoe wil. Meneer Leko…”

D’Onofrio: “Ik geef véél krediet. Ik vraag werklust terug en eerlijkheid. Leko is wat mij betreft sportief geen vergissing geweest. Híj wilde vertrekken.”

Kunt u goed tegen uw verlies, meneer Gheysens?

“Ja, omdat ik weet dat verliezen in het voetbal soms een logische oorzaak heeft, zoals op Mechelen. In mijn bedrijf is dat anders. Je weet dat in de bouwsector om de zeven, acht jaar een laagconjunctuur optreedt. Als je dat negeert, doe je je werk niet goed. In het voetbal kun je uitstekend voorbereid zijn, maar in de derde minuut een goal binnenkrijgen, even later op de paal trappen, een penalty op Mbokani niet krijgen…”

Doet u niet een beetje te luchtig? Het afblazen van het nationaal stadion was toch een lastig te verteren ontgoocheling voor u?

“Neen. Wij hadden en hebben nog steeds een sterk dossier conform alle wetten. De nieuwe regering is gemaakt, misschien doe ik een nieuw voorstel. Afstel betekent niet dat er geen deal komt. Weliswaar een minder favorabele deal, dat kan.”

Met Anderlecht en Standard die financieel eerst orde op zaken moeten stellen, en met AA Gent dat zijn seizoen miste en volop zijn toekomst voorbereidt, wordt naar Genk en vooral naar Antwerp gekeken om de strijd aan te gaan met Club Brugge. Zijn jullie klaar om de handschoen op te nemen?

Gheysens: “Het is geen strijd met Brugge. Ik gun het die mensen, hoor. Maar wij voeren wel een ambitieus project met het stadion en de jeugdacademie. Ja, ik zou graag kampioen zijn en eens tegen de allerbeste ploegen van Europa spelen. Ik heb nu al beslist dat ik op een dag de sleutel zal doorgeven aan mijn zoon Michael. Ik ben 67, ouder dan Luciano. Wel, mijn opvolgers zullen geen miserie ontvangen. Het zal een boeketje zijn.”

D’Onofrio: “Ik moet Paul soms afremmen. Als ik een forse financiële inspanning moet leveren voor een speler, zou Paul mij meteen het budget ter beschikking stellen. Maar zo wil ik niet werken. Ik heb clubs nooit financiële risico’s willen aanpraten. Dus zwijg ik nu over die speler.”

Gheysens: “Het gebeurt vaak dat Luciano een speler koopt en dat ik er niet van weet. Maar ik zou gek zijn om zijn oordeel in twijfel te trekken. Ik zeg altijd: ‘Luciano, neem je verantwoordelijkheid.’”

D’Onofrio: (lacht) “Ik heb daar niets aan toe te voegen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234